Bekijk het origineel

VOOR DE JEUGD

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

VOOR DE JEUGD

7 minuten leestijd

OOM KOOS

VOOR DE

Beste neven en nichten! 'Er heeft zich weer een nieuwe nicht aangemeld. Zij heet Jannie Schouten en woont in Andel. Met haar doet de eerste nicht uit jNoord-Brabant haar intrede in de raadselclub van „De Banier". Wij hopen, dat haar voorbeeld spoedig door anderen uit die provincie zal gevolgd worden. Ook uit de andere provincies zijn ze echter van harte welkom. Wie wil meedoen, schrijve maar even aan Oom Koos, postbus 2019 te Utrecht, met vermelding van het woord NIEUW aan de voorzijde van de enveloppe. Thans volgen de nieuwe raadsels van

OPGAVE 479

Jongeren:

1. Een tekstgedeelte uit één der Psalmen bevat vijftig letters. Zoek dit tekstgedeelte uit de navolgende gegevens: 9 24 17 23 33 is de naam van een koningin, die zeide: Wanneer ik dan omkom, zo kom ik om. 42 47 40 27 was de grootvader van Benjamin van vaders zijde. 46 10 2 5 is gelijk 29 28 13 33 is een metaal. 38 26 31 45 49 is ook een metaal. 8 20 43 is eveneens een metaal. 25 39 48 19 8 18 is de naam voor het Oostelijk deel van Overijssel. 7 6 4 44 16 is een verzameling schapen. 22 35 36 50 dient om iets in op te bergen. 41 32 34 is een scherp voorwerp. 1 11 30 is een onderaardse plaats, waaruit bepaalde producten verkregen worden. 14 15 3 12 20 34 is een rechterlijke uitspraak. 21 is de laatste letter van de naam van een lusthof. 37 is de eerste letter van de naam van de profeet, die tot David zeide: Gij zijt die man.

2. Noem de naam van: a. De berg, waar Salomo het huis des Heeren te Jeruzalem begon te bouwen. b. De plaats, waar koning Saul een waarzegster bezocht. c. De evangelist, die een moorman doopte. d. De stamvader der Arabieren. e. De koning der Moabieten, die boden zond tot Bileam. f. De woonplaats van de schoonvader van Jozef. g. De schrijver van koning Hiskia. h. De profeet, die lichamelijk ten hemel 'voer. i. De discipel des Heeren, die eerst wilde zien voordat hij geloofde, j. De moeder van Samuel. Welke naam vormen de eerste letters van de bovenbedoelde namen?

3. Zoek uit elk der volgende zinnen een woord, zo, dat de woorden tezamen een tekstgedeelte vormen uit Psalm 119. a. Wat zal ik de Heere vergelden voor al Zijn weldadigheden en trouw? b. Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods? c. Doch Uw geboden zijn mijn vermaking. d. Geef mij de weg Uwer bevelen te verstaan. e. Keizer Augustus gaf in die dagen een bevel. f. De Naam des Heeren zij geprezen van nu aan tot in der eeuwigheid. g. Verwerp mij niet in de tijd des ouderdoms. h. Kan ook een vrouw haar zuigeling vergeten2

Ouderen: 1. Een tekst uit één der Psahnen bestaat uit 57 letters. Welke tekst wordt bedoeld als het volgende bekend is? 10 24 33 54 41 is de eerstgeborene van de vierde zoon van Cham. 8 50 9 18 21 is de naam van de schoonvader van koning Rehabeam. 3 35 6 17 48 is een ezel met zwarte strepen op zijn huid. 14 53 45 57 36 51 39 is een getal. 28 4 13 betekent: oordeel, ramp, smart. 34 5 7 11 32 is een vogel (zwarte lijster). 49 19 20 43 26 is een deel van de dag. 14 53 45 57 36 51 39 is een getal. 16 30 2 52 1 is een grote vogel. 22 31 44 29 55 betekent vandaag. 46 37 56 is gelijk 38 25 40 is een plaats in Gelderland (Zuid-Veluwe). 15 23 12 27 32 is de plaats der gezaligden. 42 en 47 moeten geraden worden.

2. Zoek uit elk der volgende zinnen een woord, zo, dat de woorden tezamen een tekstgedeelte vormen uit Mattheüs tussen de hoofdstukken 10 en 15. a. Wie heeft de zin des Heeren gekend, of wie is Zijn raadsman geweest? b. De Heere Jezus zal wederkomen ten oordeel met Zijn vele duizenden engelen. c. Mij, de grootste der zondaren, is barmhartigheid geschied. d. Wist gij niet, dat ik moet zijn in de dingen mijns Vaders? e. Er is geschreven: Gij zult de Heere, uw God, niet verzoeken. f. De vrouw, die Gij mij gegeven hebt. g. Wie is die man, die ons in het veld tegemoet wandelt? h. Het is u hard de verzenen tegen de prikkels te slaan, i. Ik ben dorstig geweest, en gij hebt Mij niet te drinken gegeven.

3. Een tekstgedeelte uit Marcus tussen de hoofdstukken 5 en 8 is te vinden door de ontbrekende letters van WAWAUWDININADEINDEOU in te vullen. Van elk woord van het gevraagde tekstgedeelte zijn in het gegevene der twee eerste letters vermeld.

De oplossingen dezer raadsels mogen nog NIET ingezonden worden. Nu volgt nog een gedeelte van het historisch verhaal over

OECOLAMPADIUS

IV.

Verschillende redenen brachten Oecolampadius er toe zijn toevlucht in een klooster te zoeken. Vooreerst waren er velen in Augsburg, die hem niet konden, en ook, die hem niet wilden begrijpen. Vervolgens wist hij, dat hij toegevend van aard was, wat hem deed vrezen, dat hij de waarheid niet getrouw zou blijven, terwijl het hem voorts vanwege zijn zwakke stem zeer moeilijk viel om de grote domkerk te bespreken. Toen hij zich bij het Brigittenklooster te Altenmünster aanmeldde en de overste of prior te spreken kreeg, vroeg hij deze of het mogelijk was in het klooster naar Gods Woord te leven. De prior gaf hier­ op ten antwoord, dat niemand in het klooster iets anders begeerde. Dit deed Oecolampadius besluiten zioh in het klooster te laten opnemen, mits hij de volle vrijheid behield om het te verlaten waimeer hij dit wenste.

Wat viel het hem in dat klooster echter tegen! Hij had gedadht er rustig te kunnen studeren en Gods Woord te onderzoeken in harmonie met de andere 'bewoners van het klooster, maar dit liep al vrij spoedig voor hem op een grote ontnuchtering uit. Toen hij namelijk bemerkte, dat door zijn mede-bewoners de kloosterinstellingen hoger gesteld werden dan de geboden Gods, en hij daar aanmerking op maakte, kreeg hij ten antwoord, dat zij geen andere regels wilden hebben dan die van de Verlosser. Voorts bevalen zij hem aan die regels en statuten na te lezen en te zien wat daarin met Gods Woord strijdig- was. Toen Oecolampadius deze raad opvolgde en de bedoelde regels en statuten ging doorlezen, vond hij daarin echter al spoedig van allerlei, wat met Gods Woord beslist in strijd was. Hij verzweeg dit niet voor hen, maar toen sloegen zij dan ook als een blad van een boek om. Waren zij eerst welwillend tegenover hem, nu beten zij hem gramstorig toe: , , Ketter, afvallige! ge verdient uw dagen in een ketterhol door te brengen!"

Het was nu met de rust in het klooster voor Oecolampadius voorgoed gedaan. Hij werd min of meer als een gevangene behandeld en weldra bleek, dat ook Dr. Eek van één en ander op de hoogte gebracht was. Die Dr. Eek was hem wel bekend, en deze kende hem ook. Hij wist zeer goed, dat Oecolampadius gezegd had, dat Dr. Luther nader bij de waarheid was dan al zijn tegenstanders. Toen hij dan ook vernam, dat Oecolampadius in het klooster ook al zijn ketterse gevoelens propageerde, lag het voor de hand, dat het verblijf van Oecolampadius in het klooster niet meer veilig was. Men verwachtte in het klooster, dat na enkele dagen een gewapende macht zou opdagen om de ketter op te halen. Dit bleef echter geen geheim van het klooster. Ook enkele vrienden van Oecolampadius kregen daar kennis van. Met hun drieën gingen zij te paard naar het klooster om Oecolampadius in kennis te stellen van het gevaar, dat hem bedreigde, en hem tot vluchten aan te sporen.

OOM KOOS

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 januari 1957

De Banier | 8 Pagina's

VOOR DE JEUGD

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 januari 1957

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken