Bekijk het origineel

Voor Oud en Jong

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Voor Oud en Jong

6 minuten leestijd

Groens verweer tegen hen, die zich alleen op de Bijbel zonder de belijdenisgeschriften wensen te beroepen.

Vanneer bedacht wordt, dat de mens 'an nature een vijand is van de leer der lije genade, zoals deze geheel overeenomstig Gods Woord in de drie Formuleren van Enigheid, dit wil zeggen, in Ie Nederlandse Geloofsbelijdenis, de leidelbergse Catechismus en de Dordtse «rregels nader uiteengezet wordt, dan «hoeft het niet te verwonderen, dat er eer velen zijn, die deze Formulieren min f meer vijandig gezind zijn. Onder deilken bestaan vele schakeringen. Er ijn er, die van alle drie de Formulieren iets moeten hebben; er zijn er ook, die 'ei de beide eerstgenoemde aanvaarden 'illen, maar niet de Dordtse Leerregels, raarin de leer der verkiezing en ver- «rping op znllc een heldere en klare ijze op schriftuurlijke gronden wordt iiteengezet en de valse arminiaanse dingen op even grondige wijze weer- • worden. Tenslotte zijn er ook, en zij 'aren er ook in de dagen van Groen, die e drie Formulieren, naar zij zeggen, w een goed hart toedragen en ze in ere ensen te houden, maar die toch van de s, dat kerkelijke ambtsdragers met deze Mmulieren hun instemming behoren te -tuigen en hun prediking daarmede in ^eenstemming dient te zijn, niets •wil- 1 weten. Laatstbedoelden willen zich, 6t terzijdestelling van de Belijdenisge- •nriften, uitsluitend beroepen op Gods d.

l 't doet op zichzelf zeer rechtzinnig aan. ervaring heeft echter geleerd, dat * ketter zijn letter heeft en zich op o^s Woord beroept, ook al staat hij de ketterse gevoelens voor. de dagen van Mr. Groen van Frin- ' ^f, Om ons weer bij hem te bepalen, "en het de mannen van de Groninger •«ing, die zich ook al op Gods Woord beriepen en zich daarbij uitdrukten op een wijze, dat men zou menen te doen te hebben met lieden, die het in de zelfwegcijfering zeer ver gebracht hebben. Intussen waren het wolven in schaapsklederen, die met behoud van de oude namen geheel andere denkbeelden er onder schoven. Heel de belijdenis der christelijke kerk werd door hen zodoende gewijzigd en omgezet in humanistische geest. Het is te begrijpen, dat deze lieden verklaarde vijanden der aloude belijdenisgeschriften waren, omdat daarmede aan de leervrijheid paal en perk werd gesteld en dat zij er sterk vóór waren, dat men

zich alleen op de Bijbel beriep. Daartegen nu kwam 'Groen in het vierde hoofdstuk van zijn geschrift „Het recht der Hervormde Gezindheid" met alle nadruk op. Gij wilt, ook wanneer het de rechten van de kerk geldt, — zo schreef hij — geen toetssteen dan de Heilige Schrift. Weet gij wat het onmiddellijk gevolg is? Dat er geen erkende belijdenis van allen, geen geloofsgemeenschap, geen gemeente, geen kerk, dat er een vereniging van mensen ter verering van een onbekende God, dat er een bajert der gevoelens, een spraakverwarring, een Babel der meningen is. Gij doet een concessie, maar die tevens de wettiging van de onwettige toestand van de kerk, de ver-oordeling van uw eigen houding in de kerk wordt. Gij beroept u op de Bijbel alleen, aldus vervolgde Groen. Het is wel, zo schreef hij; maar dan zijn van dat ogenblik af alle meningen omtrent de betekenis der Bijbelwoorden gelijk. Zo niet, dan ware uw beroep op de Bijbel, onder een schijn van vrijgevigheid, niet anders dan opdringen van hetgeen gij als waarheid beschouwt, en wij zouden van het juk der Formulieren worden bevrijd om onder het juk van uw eigen begrippen te staan. Gij beroept u op de Bijbel alleen. Het is wel, maar dan is, ook naar uw gevoelen, de overeenkomst ten aanzien van deze kenbron der waarheid (met verschil en strijd ten aanzien van haar inhoud) de enige band der gemeente, en als ware 't, het nieuwe Formulier van de kerk. De enige waarheid voor uw kerk is, dat de onbekende waarheid in de Bijbel moet worden gezocht. — Nemen wij een voorbeeld. De Godheid des Heeren en de

verzoening door Zijn bloed, ziedaar, ook volgens uw overtuiging, waarheden, stellig in de Bijbel als onmisbaar ter zaligheid geleerd, met wier verloochening een christelijke kerk teniet gaat, en gij beaamt wat Luther gezegd heeft: „Hieromtrent mag generlei afwijking of toegeeflijkheid plaats hebben, want hierop rust alles wat wij belijden; hiervan moeten wij zekerheid hebben, of alles is verloren". Maar lieve vriend! al verheugen wij ons even dierbaar geloof verkregen te hebben, wij mogen immers niet vergeten, dat het, in de schatting van anderen, niet meer is dan een subjectief en individueel gevoelen; op welke grond zouden wij het opdringen aan de kerk? Omdat wij ten volle verzekerd zijn? De tegenstander is het ook. Omdat wij onze opvatting met een aantal Bijbelplaatsen hebben gestaafd? De lijst der teksten, door de tegenpartij aangehaald, is even lang. Omdat wij de hartelijke en innige overtuiging hebben, dat alleen ons geloof de zielen behoudt? Een ander is even innig overtuigd, dat onze innige overtui­ ging het gevolg van misverstand, vooroordeel, dwaling, meelijdenswaardiaie kleingeestigheid en zeer schadelijke dweperij is. Naarmate het punt meer gewicht heeft, is het onverantwoordelijker, dat wij onze mening in de kerk als de alleen ware zouden willen doen gelden; dat wij het beroep op de Bijbel met het beroep op onze eigen Bijbeluitlegging verwarren, en, met weinigen of velen^ ons inderdaad tot een soort van levend, en, naar het oordeel der weder-partij, met elke dag veranderbaar formuher zouden opwerpen van het geloof der kerk.

Gij beroept u op de Bijbel alleen. Het is wel; maar wanneer gij tevens verlangt, dat er onvoorwaardelijke onderwerping aan de Heilige Schrift zal worden betoond, dan verliest gij wederom het door u aangenomen standpunt uit het oog. Anderen, die zich ook op de Bijbel beroepen, betwisten het in uw schatting onbetwistbare leerstuk van de ingeving 'der Heilige Schrift. Zij achten, dat de Bijbel een door mensen geschreven boek i's; dat het Woord Gods en Zijn openbaring in de Bijbel moet worden gezocht, en dat voorzeker niets mag gehouden worden van God afkomstig te zijn, wat de Rede, die ook een openbaring Gods in het hart is, als niet Godewaardig verwerpt. Dit gevoelen houden wij voor vals en gevaarlijk; maar zij menen, dat onze denkwijs verkeerd en hoogst bedenkelijk is. Waarom nu zal er aan ons beweren in de kerk voorrang worden verleend? Immers niet omdat de kerk, blijkens artikel 3 en 5 der Belijdenis, de Heihge Schriften voor heilig en canoniek acht; omdat, naar wij menen, de Heilige Geest getuigenis in ons hart geeft, dat ze van God zijn; omdat wij enige schriftuurplaatsen, waaromtrent verschil van uitlegging is, in onze zin opvatten en ontvouwen? Dan is het openbaar, dat gij, met terzijdestelHng uwer vrijgezindheid, opnieuw vervalt in hetgeen men pauselijke zuurdesem en formulierdwang en buitensporige zelfverheffing genoemd heeft, (wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 april 1957

De Banier | 8 Pagina's

Voor Oud en Jong

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 april 1957

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken