Bekijk het origineel

Uit het eigen land

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Uit het eigen land

7 minuten leestijd

De S.G.P. is vaak verweten, dat zij scheuring gebracht heeft onder de rechtse protestanten, ja zelfs dat zij de vorming van één grote protestantse partij in de weg staat. Vooral in •vroegere jaren werd zij in de A.R. pers als een scheurpartij aan ons volk voorgesteld. En dit ge'heel ten onrechte. De S.G.P. toch heeft de scheuring onder de protestanten niet gebracht, aUerniinst onder degenen, die de Gereformeerde reHgie aanhangen.

In deze belijdt zij hetgeen vanaf de opkomst der Reformatie eeuwen lang door de Gereformeerden ten aanzien van de staatkunde in hun belijdenisgeschriften is beleden. Zij heeft het oude artikel 36 van de aloude Nederlandse Geloofsbehjdenis niet gewijzigd, maar tegenover de neo-gereformeerde beginselen gehandhaafd. Dit heeft een jarenlange praktijk afdoende uitgewezen. De scheuring onder de Gereformeerden heeft zij dan ook niet veroorzaakt, heeft zij niet gewüd en wil zij ook nu nog niet. Integendeel. Als politieke partij is er in haar gelederen plaats voor elk, die artikel 36 gehandhaafd wenst te zien, om het even tot welke kerk hij ook moge behoren. Zo was het vanaf de dag van haar oprichting, en zo is het heden ten dage nog en zo behoort het te blijven.

Doch wat geeft ons de praktijk heden ten dage te zien? Dit, dat de partijen, welke de S.G.P. zo menigwerf als een scheurpartij uit de hoogte ten onrechte hebben veroordeeld, zelf niet tot een vereniging kunnen komen. Dit is vel heel overtuigend gebleken op de vergadering, weBce Dinsdagavond 14 Mei te Utrecht is gehouden. Op deze vergadering — waarvoor een grote belangstel- Hng bestond, welke bleek uit het drvxke bezoek — waarop de mogelijkheden en moeilijkheden voor één protestants-christelijke partij werden besproken, is m^i fot de oprichting van één protestantshristelifke pa-rtij niet kunnen komen. Deze vergadering had op uitnodiging de Utrechtse Christelijk-fHistorische longerengroep plaats. De voorzitter van 1 y^ p Partij, Dr. Berghuis, en de heer Tilanus, voorzitter van de C.H.U., voerden daarop het woord.

Dr. Berghuis herinnerde er aan, dat de A R. Partij na de oorlog herhaaldelijk het samengaan met de C.H.U. had bepleit. Een deputatenvergadering der A.R.P. had haar teleurstelling er over uitgespro- ](en dat voorlopig „met federatieve samenwerking moest worden volstaan". Maar zelfs — zo zeide Dr. Berghuis — die jamenwerking was er niet gekomen. De oorzaken van het organisatorisah uiteengaan van de C.H.U. en de A.R.P. onbesproken latend — aldus voegde Dr. Berghuis er aan toe — moest hij wel constateren, dat hier niet alleen van incidenten en persoonlijke omstandigheden kon worden gesproken. Toch mag volgens hem de gedachte aan de organisatorische eenheid van de reformatorische christenen in de politiek ons niet loslaten, waar in het gescheiden optrekken een stuk schuld Bgt, waarmede vdj geen vrede mogen hebben. Hier is de vraag van de georganiseerde invloed van de protestantse christenen in het gedrang. Dat de C.H. en de A.R. principieel wezenlijk hetzelfde zijn, blijkt — merkte Dr. Berghuis op - wel uit de moeilijkheid, welke men heeft om een buitenlander de onderlinge verschillen tussen deze twee partijen duidelijk te maken.

Doch wie de werkelijkheid ziet, moet wel concluderen — aldus Dr. Berghuis — dat voor het direct verwezenlijken van de gedachte aan een protestants-christelijke volkspartij de moeilijkheden groter zijn dan de mogelijkheden. De plannen om één protestants-christelijke partij te stichten, kunnen de verwijdering alleen nog maar groter maken. Het leek Dr. Berghuis, dat de A.R. en de C.H. het gemeenschappelijk doel het best kunnen dienen door zich op .hun onderlinge verhouding te blijven bezinnen en hum activiteit op elkander af te stemmen. Over de verhouding tussen de A.R. en de C.H. zei Dr. Berghuis verder nog, dat er naar zijn gevoelen meer terughoudendheid bij de C.H. is ten opzichte van de ander, dan bij de A.R. Zij zullen daarvoor hun reden wel hebben. Hij verklaarde zich bereid de schuld te zoeken bij de A.R., „die het vaak zo verschrikkelijk goed weten". Voorts verklaarde Dr. Berghuis, dat geestelijke ligging en stijl en sfeer bij de beide partijen niet gelijk zijn. Ook was hij zioh er bewust van, dat de kwestie van de Hervormde Kerk en die van theologische achtergronden een rol spelen, maar hij vroeg zich af of deze verschillen voor de politieke samenwerking wel zo belangrijk mogen worden geacht. Gaat men van de verschillen uit — aldus Dr. Berghuis — dan wordt een samengaan uiterst moeilijk. Ziet men edhter op het principiële uitgangspunt en op de taak temidden van ons volksleven in een moderne wereld, dan gaat de noodzaak van samengaan sterker spreken.

Tenslotte wees Dr. Berghuis op de mogelijkheden, welke voor een goede onderlinge verstandhouding tussen beide partijen bstaan en op de nauwe samenwerking, welke in meer plaatselijk verband reeds wordt gevonden.

Alles bijeengenomen, verklaarde Dr. Berghuis geen vrede te hebben met de bestaande toestand, en het samengaan van de beide partijen in één christelijke volkspartij te zullen blijven dienen. De heer Tilanus, voorzitter van de C.H.U., verkreeg daarna het woord en zeide, dat van deze samenkomst niet moest worden verwacht, dat Dr. Berghuis en hij straks gearmd huiswaarts zouden keren, aangezien de fusie van de beide partijen dan verwezenlijkt zou zijn. ïn tegenstelling tot de A.R.P., welke een partij is, is de C.H.U — zo vervolgde de heer Tilanus — een unie, welke in 1908 is ontstaan uit drie typisch Hervormde stromingen, welke het niet zo zeer om de partij, als wel om het beginsel was begonnen. Het optreden van Dr. Kuyper en de Afscheiding hebben volgens hem kerkelijke sentimenten geprikkeld, waarvan de nawerking in ons volksleven blijft te bespeiuen. Ons theologiserend volk is kerkelijk zeer gevoelig, wat, zoals de heer Tilanus opmerkte, blijkt uit de oprichting van het Gereformeerd Politiek Verbond, zoals in het verleden bleek uit partijen als de H.G.S., de Protestantse Unie en de Christelijke Volkspartij. Ook wanneer het gaat over de verhouding tussen A.R.P. en de C.H.U. kunnen wij niet over kerkelijke gevoeligheden heenlopen, anders snijdt men zichzelf in de vingers. Het is ook op de jongste A.R. conferentie met predikanten weer gebleken, hoe gemakkelijk in kerkelijke kringen verwijten ontstaan. Het vormen van een eenheid met Geref. Politiek Verbond en met de S.G.P. achtte de heer Tilanus vrijwel uitgesloten, terwijl van een samengaan van de A.R.P. en de C.H.U., naar zijn oordeel, geen winst van kiezers te verwachten is. De kans, dat velen zouden uitwijken, hetzij naar de S.G.P., hetzij naar de V.V.D., hetzij naar de P.v.d.A., of een nieuwe politieke groepering zouden vormen, achtte de heer Tilanus niet gering. Hij herinnerde in dit verband aan de splitsing, welke weer ontstaan is nadat twee christelijke onderwijzersorganisaties tot fusie hadden besloten, waarbij hij niet ontkende, dat de programma's van de A.R.P. en de C.H.U. in menig opzicht elkaar dekken, al zijn er wel punten aan te wijzen, welke herinneren aan het verschil in partij-waardering, dat tot het oprichten van de C.H.U. aanleiding gaf. Ook in het parlement is de heer Tilanus wel gebleken, dat de voormannen van de A.R.P. en van de C.H.U. wel eens verschillend denken, hoe goed zij overigens ook met elkander kunnen overleggen, terwijl gedurig te constateren valt, dat de twee grote protestantse partijen in een ander klimaat leven.

Van een geforceerde fusie vreesde de heer Tilanus meer na- dan voordelen, hoewel hij erkende, dat met het samengaan van de beide partijen een ideaal zou zijn verwezenlijkt, maar gezien de huidige omstandigheden leek het hem vooralsnog het beste toe, dicht bij elkander staande en dicht naast elkander gaande, in eigen formatie op te trekken.

Uit heel het gesprokene op deze vergadering komt wel heel overtuigend aan het licht, hoe ongerijmd en onwaar het was en is om de S.G.P. als een scheur- partij voor te stellen, waar notabene de partijen, die zulks zo vlijtig gedaan 'hebben en nog wel eens doen, zelf gescheiden bhjven bestaan en niet eens tot een vereniging kunnen komen.

De S.G.P. heeft al sinds jaren lang de oproep tot de beide grote protestantse partijen gericht, om op de grondslag van de aloude Gereformeerde Geloofsbelijdenis, welke geheel overeenkomstig Gods geopenbaarde Woord is, één grote protestantse partij te vormen: doch haar oproep was aan dovemansoren gedaan. En toch alleen op deze grondslag kan er naar de eis van Gods Woord tot heil van ons volk een grote protestantse partij gesticht worden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juni 1957

De Banier | 8 Pagina's

Uit het eigen land

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juni 1957

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken