Bekijk het origineel

De Heer H. van Rossum 25 jaren lid van de Staten van Zuid-Holland

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De Heer H. van Rossum 25 jaren lid van de Staten van Zuid-Holland

8 minuten leestijd

Het was ons reeds enige tijd bekend, dat het in het voornemen lag van de Commissaris der Koningin van Zuid-HoUand, om bij de aanvang van de voorjaarszitting op Dinsdag 2 Juli j.l. het heugelijke feit te gedenken, dat het op 7 Juni 25 jaar geleden was, dat de heer van Rossum lid van de Staten van Zuid-Holland werd. Wij hebben dit afgewacht, om daarna ook in „De Banier" daarvan melding te maken en hem onze hartelijke gelukwensen aan te bieden met deze zo heugelijke en gedenkwaardige gebeurtenis. De Commissaris heeft op 2 Juli zijn voornemen volvoerd en bij de aanvang van de vergadering der Staten tot de heer van 'Rossum de volgende vriendelijke en waarderende woorden gericht.

„Alvorens over te gaan tot de behandeling van de agenda, zou ik enkele woorden willen wijden — zo sprak de Commissaris — aan een feit van persoonUjke aard. Het was namelijk op 7 Juni jongstleden 25 jaar geleden, dat de heer van Rossum als hd tot uw vergadering is toegetreden. Vandaag is het de eerste maal, dat de Staten na genoemde datum weer bijeen zijn, en ik prijs mij gelukkig, mijnheer van Rossum, u met dit jubileum geluk te mogen wensen. 25 jaar lang bent u ons StatencoUege getrouw gebleven, 25 jaar hebben de kiezers vertrouwen in u gehad, en terecht. U hebt steeds op de bres gestaan voor de belangen van de provincie en met name voor dat deel, waaraan u zó zeer uw hart hebt verpand, het eiland Goeree, dat èn zijn landbouwbelangen èn zijn waterkundige belangen bij u veilig wist. U hebt die hier steeds in de loop van deze 25 jaar, wanneer dat nodig was, trouw verdedigd. Ik prijs mij gelukkig, dat ik u namens onze gehele vergadering van haite mag gelukwensen en de hoop mag uitspreken, dat u onder Gods zegen nog lang werkzaam moogt zijn in het belang van ons gewest".

De heer van Rossum heeft, daarna het woord verkrijgende, de Commissaris met de volgende woorden beantwoord.

„Mijnheer de Voorzitter! Mijn hartelijke dank voor de vriendelijke woorden, door u gesproken naar aanleiding van het feit, dat ik het voorrecht had 25 jaar lid te zijn van de Provinciale Staten van Zuid-Holland. Het is niet mijn bedoehng u lang op te houden met een opsomming van hetgeen in die 25 jaar is gepasseerd, slechts een paar punten wil ik noemen.

Als bewoner van Goeree en Overflakkee ging mijn belangstelling het meest uit naar de problemen, die dit eiland raken, en voomamehjk wel naar de veerverbindingen. In de loop der ja- ren is in de vergaderingen der Staten hierover veel gesproken en vi^el door de leden van alle fracties, in deze Staten vertegenvi'oordigd. Ook door mij werd elke gelegenheid aangegrepen om op deze onhoudbare toestand te wijzen, maar tot 1953 was het resultaat zeer pover.

De ramp van 1 Februari 1953 heeft daarin een heel grote verandering gebracht en ik mag er nu wel mijn verheuging over uitspreken, dat niet alleen in September van dit jaar een grotere boot zal worden ingelegd, maar ook dat er reeds hard gewerkt wordt aan de dam met de spuisluizen in het Haringvliet, waarvan de leden der Staten de vorige week het begin hebben aanschouwd, en dat ook binnen afzienbare tijd zal worden begonnen met het bouwen van een brug aan de Oostelijke punt van het eiland. U begrijpt. Mijnheer de Voorzitter, dat als men 25 jaar op venbetering heeft aangedrongen, en men nu het begin ziet van deze grootse werken, dat dit stemt tot voldoening en blijdschap.

Voorts, Mijnheer de Voorzitter, die 25 jaar heb ik ook getracht met veel gebrek het doel van de Staatkundig Gereformeerde Partij na te streven, namelijk om de beginselen van Gods Woord op staatkundig terrein tot meerdere erkenning te brengen. Bij verschillende gelegenheden mocht ik daarop wijzen, maar ontmoette daarvoor niet veel begrip. Integendeel, de samenstelling van de Staten toont reeds aan, dat er een verschuiving naar links plaats vond, en ook heb ik te constateren, dat Gods Woord en wet steeds meer worden verlaten. En dit nu. Mijnheer de Voorzitter, stemt mij tot teleurstelling en droefheid. Desniettegenstaande is het mijn vaste overtuiging, dat hoe hoog men ook moge opgeven van het kennen en kunnen van de mens, en welke hoog gespannen verwachtingen men ook moge koesteren van verlichting en beschaving, van de cultuur en het humanisme in het algemeen, dat men daar bedrogen en teleurgesteld mee uit zal komen en dait wat er ook ge- 'beuren mag, de waarheid van Gods Woord niet teleurstelt en niet bedriegt, en dat de mens daarmede nimmer bedrogen en teleurgesteld zal uitkomen, maar daarmede uiteindelijk zal zegevieren".

Na het uitpsreken van deze woorden kwamen de aanwezige leden de heer van Rossum de hand drukken en hem gelukwensen met zijn vijf-en-twintigjarig lidmaatschap van de Staten, terwijl de fractie van de S.G.P. van de Staten hem als blijk van haar grote waardering een boekwerk heeft aangeboden. Hierbij delen wij de overtuiging, dat, als wij de heer van Rossum onze gelukwensen met zijn vijf-en-twintigjarig lidmaatschap van de Staten van Zuid-Holland aanbieden, wij dit doen namens de leden der S.G.P., die hem ook met ons nog gaarne vele jaren van de Heere geschonken willen zien voor zijn gezin en voor de S.G.P., opdat hij de S.G.P. alsdan nog in de Staten van Zuid-Holland moge vertegenwoordigen en ook in andere functies haar ten nutte zal mogen zijn, zoals hij dat nu reeds jaren aaneen geweest is.

De heer van Rossum toch heeft vele jaren een voorname plaats in de S.G.P. mogen innemen. Schier van de dag van haar oprichting af immers was hij één van haar leden. Onverdroten is hij toen reeds en nog steeds voor haar beginselen mogen opkomen, heeft hij de strijd daarvoor aangebonden. Meerdere kiesverenigingen op Goeree en Overflakkee heeft hij mede helpen oprichten en aan hun oprichting zijn grote steun verleend, zodat het geen verwondering behoeft te baren, dat hij op het ogenblik voorzitter is van de centrale van de S.G.P.-kiesverenigingen op Flakkee, alsook dat hij voorzitter van de kiesverenigingen van Dirksland en Melissant is. Daarenboven is hij wethouder van de gemeente Melissant en is uit hoofde van die functie bestuurslid van het Waterleidingbedrijf Goeree Overflakkee en van de E.M.G.O. Bovendien heeft hij in verschillende commissies zitting, ook betreffende de Delta-plannen, waarvan de voorbereidende werkzaamheden niet zo zeer naar buiten voor de dag komen, maar die ook van hem toch veel tijd en werk vorderen. Tevens maakt hij als lid deel uit van verschillende verenigingen en colleges, waarin hij steeds voor 2djn beginselen mag uitkomen; dewijl dit echter niet zo zeer in speciaal verband met zijn S.G.Perschap staat, kunnen wij dit verder onbesproken laten.

Om nog met een enkel woord op zijn lidmaatschap van de Staten terug te komen, merken wij op, dat de Commissaris der Koningin als Voorzitter in de Statenvergadering geen woord te veel gezegd heeft, als hij zeide, dat de heer van Rossum steeds op de bres heeft gestaan voor de belangen van de provincie Zuid- Holland, en wel in het bijzonder voor die van Goeree en Overflakkee, met welker belangen hij als inwoner zeer goed op de hoogte was en is en welke hij, zo zich daarvoor een geschikte gelegenheid voor­ deed, ook als Statenlid steeds heeft behartigd en bepleit. Daarbij werd hij steeds met aandacht aangehoord en ging er van zijn woorden invloed uit.

En wat nog meer zegt en ook van grotere betekenis is, ook in de vergaderingen der Staten is het hem gegeven geworden, dat hij steeds uit- en opkwam voor de beginselen der S.G.P., welke naar den Woorde Gods zijn, ook al was zijn stem, wat zo gedurig het geval is als er voor de naleving van Gods Woord en wet als de eerste vereiste voor het welzijn van land en volk gepleit wordt, daarbij als die van een roepende in de woestijn, wat niet wegneemt, dat het nog een groot voorrecht is als daarvoor in de openbare vergaderingen gepleit wordt, en waarmede degenen, om het even of er naar gehoord wordt of niet naar gehoord wordt, zich vrijmaken van hun schuldige plicht tegenover God de Heere.

Tenslotte beëindigen wij ons artikel, gewijd aan de gedachtenisviering van het vijf-en-twintigjarig lidmaatschap van de heer H. van Rossum als Statenlid van Zuid-Holland, met de oprecht gemeende wens, dat het hem van de Allerhoogste geschonken moge worden onder Diens zo onmisbare genade en zegen in getrouwheid aan de eis van Gods geopenbaarde Woord als Statenlid en ook in zijn vele andere functie nog vele jaren in gezondheid werkzaam te mogen zijn tot welzijn van ons voDc, van de provincie Zuid-Holland, en ook bepaaldelijk van Goeree en Overflakkee.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juli 1957

De Banier | 8 Pagina's

De Heer H. van Rossum 25 jaren lid van de Staten van Zuid-Holland

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juli 1957

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken