Bekijk het origineel

Buitenlands OVERZICHT

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Buitenlands OVERZICHT

10 minuten leestijd

In onderscheidene teksten in Gods Woord lezen wij, dat degenen, die de Heere vresren, en hun hoop en verwachting en vertrouwen op God stellen, daarmede niet bedrogen en teleurgesteld zijn uitgekomen of zullen uitkomen. In Psalm 146 : 3 wordt zelfs degene, die de God Jakobs tot zijn hulp heeft en wiens verwachting op de Heere, zijn God, is, weigelukzalig genoemd. In Psalm 147 : 11 staat ons beschreven: „De Heere heeft een welgevallen aan hen, die Hem vrezen, die op Zijn goedertierenheid hopen", terwijl in Jeremia 17 : 7 de man gezegend geheten wordt, die op de Heere vertrouwt en wiens vertrouwen in de Heere is.

Er zouden behalve deze teksten nog tal van andere bewijzen uit de Heihge Schrift zijn bij te brengen, waarin ons verklaard wordt, dat het een onschatbare, welgelukzalige en gezegende zaak is, indien iemand zijn hoop, verwachting en vertrouwen op de Heere gevestigd heeft.

Dit getuigenis wordt daarenboven met eenparige mond bevestigd door al de bijbelheiligsn, alsook door alle kinderen Gods uit latere eeuwen. Neen, neen, zo betuigen zij allen, met de Heere zijn wij nooit teleurgesteld en bedrogen uitgekomen; al wat ons aan ellende en jammer in ons leven overkomen is, hebben wij aan onszelf te wijten, terwijl de Heere ons nooit anders dan goed gedaan heeft. Gewis, met Luther hebben zij bevonden en bevinden zij; „Een vaste Burcht is onze God; een Toevlucht voor de Zijnen". Hij heeft hen nooit begeven en verlaten, zelfs niet als alle dingen tegen hen schenen te zijn. Hun hoop, verwachting en vertrouwen heeft Hij boven bidden en denken vervuld, doch altijd op Zijn dag en tijd.

Gans anders is het gesteld met degenen, die hun hoop, verwachting of vertrouwen op prinsen, op mensenkinderen, op de wereld en wat zij heeft en geeft, hebben gesteld. Keer op keer komen zij daarmede teleurgesteld en bedrogen uit. En het jammerlijkste hierbij is nog wel, dat, als zij negen-en-negentig keer daarmede bedrogen en teleurgesteld zijn uitgekomen, zij voor de honderdste keer daartoe de toevlucht nemen en er een goede uitkomst van verwachten. Het is onder geen bewoordingen te brengen met welk een dwaasheid en blindheid de mens door de zonde wel geslagen is. Hij merkt slechts aan de dingen, die voor ogen zijn, bouvrt en vertrouwt daarop en verwacht daar zijn heil van, ondanks het feit, dat hij daarmede teleurgesteld en bedrogen uitkomt.

Dit valt zowel in het klein als in het groot in onze dagen waar te nemen. In het groot op allerlei manier. Onder andere mede ten aanzien van het resultaat van de besprekingen, welke in de subcommissie voor de ontwapening te Londen gevoerd zijn. In de regeringskringen van Amerika, en daarin niet alleen, koesterde men de verwachting, dat er ten opzichte van de ontwapening een hele stap voorwaarts op de Londense conferentie gedaan zou worden. Het heeft een hele tijd zelfs de schijn er van gehad, dat dit metterdaad zo zou zijn. Kennelijk onder de persoonlijke aandrang van president Eisenhower was men daarbij de Russische regering ver tegemoet gekomen door er in toe te stemmen, dat althans voor de eerste fase het vraagstuk van de Duitse hereniging losgekoppeld zou zijn van de ontwapeningsbesprekingen. 7J0 dacht men met de Sovjet-Unie tot overeenstemming te komen betreffende de vermindering van de bewapening.

Het was niet meer dan een illusie, waarvan men zulk een vrij grote verwachting had. Na enige tijd toch kwam de aap uit de mouw. Bij al de welwillendheid, welke de Russische gedelegeerde Zorin tegenover de voorstellen van de Westelijke mogendheden aanvankelijk aan' de dag legde, bleek hij tenslotte toch niets daarvan te moeten hebben.

Wederom trad de oude scherpe tegenstelling naar voren tussen de Westelijke mogendheden en Rusland. Daarbij bleek de Russische regering, trots dat Chroestsjef bij herhaling verzekerd had, dat hij een goede verstandhouding, in tegenstelling met Mnlotof en de zijnen, met de Westelijke mogendheden beoogde, geen haarbreed van het oude Russische standpunt te zijn afgeweken. Evenals tevoren, wenst de Russische regering ook thans uitsluitend een beperking, respectievelijk afschaffing van de atoomwapens, welke Rusland nog in veel kleiner getal dan de Westelijke mogendheden bezit. Deze wens bracht Zorin te Londen standvastig naar voren, waarop de vermindering der bewapening strandde. De Westelijke mogendheden willen begrijpelijk een toestand voorkomen, waarin Rusland hen in bewapening de baas zal zijn, gelijk dit het geval zal zijn als het gebruik van de atoomwapens verboden zal zijn, omdat Rusland met zijn overmacht aan manschappen, uitgerust aan conventionele wapens, veel sterker is dan de Westelijke mogendheden. Het laat zich dan ook zeer goed verstaan, dat het Russische voorstel om de tijdelijke proefnemingen op de atoomwapens te staken, door de afgevaardigden van de Westelijke mogendheden beantwoord is met hun tegenvoorstel om ook de productie van atoombommen te staken, dewijl Rusland anders in staat zou zijn door verhoging van de kwantiteit van de atoombommen de voorsprong der Westelijke mogendheden te overvleugelen. Daarbij verlangden de Westelijke gedelegeerden een overeenkomst over de conventionele wapens, waarbij dan een internationale deugdelijke controle zou worden ingesteld.

Van deze controle heeft de Russische regering echter nooit iets willen weten en wilde ook de Russische gedelegeerde in Londen niets weten. En dewijl nu de Russische regering haar voorsprong betreffende de conventionele wapens niet wil prijs geven en er niet aan denkt internationale controle in haar gebied en in dat van haar vazalstaten toe te laten, is in weerwil van alle hoopvolle verwachtingen, welke er van gekoesterd werden, de Londense conferentie inzake de ontwapening op niets uitgelopen.

Zo ook zijn de verwachtingen, die er in bepaalde kringen gekoesterd werden, dat met Chroestsjef een voor de vrede gunstige wending in de Russische politiek ingetreden was, nu reeds als rook uit de schoorsteen verdwenen. De redevoeringen, welke hij bij zijn bezoek in Tsjecho- Slowakije heeft gehouden, geven toch allerminst blijk van vredelievendheid. Hel is waar, dat in deze redevoeringen telkens door Chroestsjef verklaard werd, dat volkeren met geheel verschillende sociale systemen in vreedzame wedijver zeer wel in goede verstandhouding met elkander zouden kunnen leven, en d een oorlog met kernwapens op een al hele vernietiging zou uitlopen, niaar daarbij deed hij ook telkens scherpe heftige aanvallen op de Westelijke m gendheden. De Londense conferenti nam hij daarbij onder handen, zesusj dat deze er in feite één was van de m gendheden van het Noord-Atlantisch pact, waarbij hij dan tevens zijn wejs kenbaar maakte, dat er naast de Sovjet Unie meer communistische landen in ve tegenwoordigd behoorden te zijn. Scher pe kritiek werd er mede door hem geleverd op de politiek van de heersende kringen in West-Duitsland, welke ei niet toe bijdraagt om het oorlogsgevaar Europa of in de wereld af te wenden. Daarbij werd gewag gemaakt van Wes[. duitse militaristen, die pangermaanse agressieve inzichten verkondigden en se. leidelijk aan de weg bereidden voor Jet algeheel fascistisch maken van \^ Duitsland. Ook kreeg Eisenhower een veeg uit de pan, waar Chroestsjef ovei hem getuigde: De man moest zich >

Desniettemin zijn de regeringen van Amerika, Canada, Engeland en Frankrijk bereid de onderhandelingen over de ontwapening met die van Rusland na 1 Augustus voort te zetten. De sub-commissie van de Organisatie der Verenigdi Naties, overeenkomstig welker besluit de besprekingen worden gevoerd, moet o{ 1 Augustus aanstaande de Algemene Vergadering van deze Organisatie namelijk rapport uitbrengen over haar sprekingen. Het is niet bekend of ook de Russische regering bereid is om de 1» sprekingen in Augustus voort te zetten. De Engelse regering verwacht, in tegenstelling met haar uitgegeven witboek, weinig heil van de voortzetting der besprekingen. Die van Amerika daarentegen, in het bijzonder minister Dulles, gelooft niet, dat er onoverkomenlijke moeilijkheden voor het bereiken van overeen stemming inzake de ontwapening met de Russische regering bestaan.

In gelijke geest heeft president Eisenhower op zijn wekelijkse persconferentie verklaard, dat een ontmoeting tussen dl Amerikaanse minister van oorlog Wüsos en zijn Russische collega Zjoekof welliclil nuttig kan zijn. Hierbij merkte de president tevens op, dat men optimistisch is en thans vast moet blijven bij de po| gen om tot een begin van de ontwap» ning te komen. Hij bracht hierbij in innering, .dat hij in de oorlogstijd ia lijn met Zjoekof, die destijds Russisct opperbevelhebber was, zeer bevredigende relaties had onderhouden. Of Zjoekof echter een bezoek aan Amerika zal brengen, daaromtrent is op ogenblik niets bekend, en ook niet, dien hij dit doet, of hij alsdan een onderhoud met Eisenhower zal hebben, wat echter voor de hand ligt, dat dit we' zal plaats hebben. Ook zeide Eisentower, dat hij er tegen gekant is, dat de Londense ontwapeningsbesprekingen op geschort worden, alleen omdat men een beetje ontmoedigd' en vermoeid raakt. Ten aanzien van de voorgenomen vor ming van een voorraad atoomwapen voor de bondgenoten van het Noord--^' lantisch pact liet president Eisenhowe' zich op de persconferentie uit zoals U' nister Dulles even tevoren gedaan W Hij verklaarde dat het plan, om alleei aan de organisatie van het Noord-Atla" tisoh pact atoomwapens ter heschilAiiil te stellen, het voor andere landen oi«^ bodig maakt atoomwapens te verva» digen, waarmee een toestand zou on staan, waarin elkeen onafhankelijK delt, wat de president erg gevaarlijk ach te.

Hierbij kan het weinig aangenaam ai' voor president Eisenhower, dat het li van afgevaardigden de door hem ƒ_ langde 900 millioen dollar voor miliW aan Amerika's bondgenoten verjd heeft tot 500 millioen dollar. Evenals het voor deze president weinig angenaam is, dat de besprekingen van , sub-commissie in Londen op een failliet zijn uitgelopen, en nog al onaanvoor hem zal zijn, wanneer ook 'traks zijn verwachtingen inzake de ontapening andermaal niet vervuld zullen worden-

[a daar zijn m onze dagen al wat verwachtingen, op des mensen kind gesteld, een bittere teleurstelling uitgelopen. t is ook wel het geval met de hoogjespannen verwachtingen, welke de communisten van hun heilstaat in Rusland idden. Uit alles blijkt toch, dat daarvan jets is terecht gekomen. Er valt in Rus- ^d een steeds toenemende ontevredenleid onder de bevolking waar te nemen over de huidige gang van zaken, waarvan Chroestsjef handig gebruik heeft gehaakt om aan de macht te komen, door de indruk bij de bevolking te wekken, jat hij verbetering in haar maatschappelijke toestand zal brengen. En dat niet jljeen in de Sovjet-Unie, maar ook in haar vazalstaten, dat de communisten zich ongerust maken over de bestaande toestand, bepaaldelijk ten aanzien van de jeugd.

In Hongaarse bladen kan men in de laatste tijd herhaaldelijk lezen, dat onder een groot deel van de jeugd uit teleurstelling en verbittering stijgende criminaliteit en een steeds dalende belangsteOing voor de politiek valt waar te nemen. Een Hongaars communistisch blad meldt, dat het aantal inbraken door 10- tot 15-jarigen gepleegd, toeneemt en dat de jeugd steeds geringschattender denkt en spreekt over de successen van bet communistisch beleid.

Ook in Polen doet zich het zelfde verschijnsel voor. Ook daar neemt de criminaliteit onder de jeugd toe. In 1954 zijn 61 jongeren beneden 17 jaar gearresteerd, omdat zij hadden deelgenomen aan roofovervallen en aanslagen. In 1956 waien het er 174, zo heeft de overste van de politie meegedeeld, terwijl het aantal jeugdige misdadigers tussen 17 en 21 jaar steeg van 512 tot 868, en dat van jeugdigen tussen 21 en 25 jaar van 462 tot 1541. Meer dan een kwart van de inbrekers zijn jeugdigen. Er vormen zicb benden, die onder leiding staan van jongens van 14 of 15 jaar. Verleden jaar brachten alleen al in Stettin omstreeks duizend jeugdige misdadigers enige tijd in het huis van de politie door, terwijl in één jaar niet minder dan 2.935 politieagenten een pak slaag kregen.

Ten teken, dat de belangstelling voor dö politiek hoe langer hoe meer onder de jeugd afneemt, wordt in de Poolse communistische bladen gewezen op het feit, dat de rode halsdoeken zijn vervangen door de oude halsdoeken van een andere kleur. Al houden de Tsjecho-Slowaakse bladen zich niet zo vaak met jeugdproblemen liezig als de bladen in Hongarije en Polen, ook daarin wordt verklaard, dat onder de jeugd de criminaliteit toe- en de belangstelling voor politieke en economische gebeurtenissen afneemt. Jeugdigen stelen, roven en vormen benden, die voetgangers vooral in de bossen overvallen - zo wordt er in de communistische Maden van Tsjecho-Slowakije geklaagd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juli 1957

De Banier | 8 Pagina's

Buitenlands OVERZICHT

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juli 1957

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken