Bekijk het origineel

Provinciale Staten van Zeeland

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Provinciale Staten van Zeeland

5 minuten leestijd

Vervolg rede van burgemeesier Kodde

Mijnheer de Voorzitter!

Ik heb heden bij de algemene beschouwingen al veel zaken naar voren horen brengen, maar ik meen, dat één tak onzer provinciale nijverheid nog niet is genoemd; ik geloof, dat wij ook nog een agrarisch'e provincie hebben en dat er nog landbouw, fruitteelt en veeteelt is. De heer Lukaarl: Dat is geen nijverheid. De heer Kodde: Het is in elk geval toch een tak van bestaan en als dit dan geen „nijverheid" mag worden genoemd, moeten wij er toch wel bHj over zijn, dat dit er is, want men zal er in elk geval van moeten eten. Tot mijn spijt moet ik constateren, dat het met deze tak van bestaan niet zo rooskleurig is. Er zijn veel moeilijkheden en toch is dit een belangrijke tak van bestaan. De meniBj moeilijkheden liggen naar mijn hierin, dat men te veel regelend wil op treden. Ik wil niet beweren, dat we bu ten regelingen zouden kunnen, want zou zeer eigenaardig zijn, als wij in «^i tijd, dat de prijzen misschien wat hoo] liggen ze omlaag drukken en als wij een tijd, dat wij in moeilijkheden zitte» ze niet weer optrekken; dat zou g»' bezwaren brengen.

Ik wü hieraan ook koppelen de kwesl der onrendabele aansluitingen op M electrische net. Ik weet wel, dat het f is wat de heer Hommes heeft gezegde' dat het inderdaad kan zijn, dat m^' door een enigszins andere" functie ove zulke zaken wat anders gaat denken dal te voren. Ik wil dan ook erkennen, * misschien mijn standpunt ten opzicli van de vraag wier hier een taak beeK dat * de P.E.Z.M. nader heb leren „gn wat veranderd is; ik zie hier Je' ^^^'^^ ^'^ ^^^^ '^°°^ ^®' bedrijf, naar meer een taak voor de overheid. weet ik wel, dat er gewerkt wordt ' ^jj. er hier en daar ook wel het één jnder bereikt is. Evenzo als wel eens iffieg^ wordt, dat Keulen en Aken niet - im da2 gebouwd zijn, kan ook dit ^'t op één dag volvoerd worden )e heer van Oorschot: Hi] bedoelt, dat

Jle ^'^S®" "'*'''' ^"""^ ^^^'^^"' )e heer Kodde: Het zal, ook om deze ^ ]( van de Staten zoveel mogelijk uit voeren noodzakelijk zijn, dat wij er ; r niet van aflaten om dgze onrenlabele gebieden van provinciewege te «¥^- '^^'^^^' * geloof riiet dat wij dit 5""^" ""^^ ^^ middelen waarover wij IP het ogenblik beschikken.'Er zal dan vel het één en ander ihoeten wegvallen. l behoef wel niet te zeggen waar Ik het eerst zou beginnen en er zou itochien nog wel iets meer nodig zijn. ^"^ "^! ^^ evenwel voor oppassen, dat rij niet door het ene zo sterk voor te taan het andere gaan nalaten, want ik wel eens één van mijn collega's, die as overleden is, op een minder parenentaire wijze hierover een uitdruking horen bezigen, die ik niet herhalen al maar men moet tooh eerst een betaan hebben, wil men krmnen genieten ik geloof, Mijnheer de Voorzitter, dat iet tenslotte zal gaan om het bestaan. )ok wil ik mijnerzijds mede een beroep ben op de overheid, om in de onrengebieden de helpende hand te eiken, toch wil ik hierbij aanknopen de verklaring, dat ik er anderzijds veel roor voel om het particulier initiatief rat meer te gaan bevorderen ook ten opzichte van dat bestaan, dat wil zeggen mede ten opzichte van het vestigen van industrie in het gebied, dat wij nu voor ogen hebben. Immers, de heer van Oorschot kan wel aanvoeren, dat dit moet gebeuren en dat dat moet gebeuren, alsmede dat er initiatief genomen moet worden, maar ik geloof toch niet, dat wij hier een aanvang moeten maken met de stichting van een overheidsbedrijf. Wel meen ik, dat wij de mogelijkheden moeten scheppen, opdat het voor een particulier aanvaardbaar wordt om daar te gaan beginnen.

De heer van Oorschot heeft het ook nog gehad over de versplintering, waarmede ik eigenlijk begonnen ben. Hij wil samenbundelen, maar dan toch het levensbeschouwelijke behouden. In het begin van mijn betoog heb ik reeds opgemerkt, Mijnheer de Voorzitter, dat mij daarvan in zijn partij nog niet veel is gebleken. Ik heb ook nog nooit precies uiteen horen zetteii hoe de heer van Oorschot nu eigenhjk meent, dat dat zou moeten gebeuren, want het is op zichzelf niets om dat te zeggen, maar het is heel wat anders om een antwoord te geven op de vraag hoe het dan moet. Hij vraagt nu verdraagzaamheid, maar moet die verdraagzaamheid dan inhouden, dat wij eigenlijk elk beginsel dienen te verloochenen? Naar mijn mening niet. Het komt mij voor, dat wij ook met behoud van beginselen verdraagzaam kunnen zijn tegenover elkander. Ook ik wil graag samenbundeling, want ik vind er werkelijk geen genoegen in, dat ons volk zo uiteengereten ligt, maar mijn samenbundeling zou wel op een ietwat andere grondslag opgebouwd zijn, denk ik, dan de samenbundeling van de heer van Oorschot.

De heer van Oorschot: Zoudt u denken? De heer Kodde: Ik zou graag zien. Mijnheer de Voorzitter, dat wij ons volk weer zouden kunnen samenbundelen, zodanig, dat wij samen Gods Woord en Gods wet in ere zouden houden. Het heeft mij getroffen, dat ook gedeputeerde staten ons schreven, dat het college aan de zegen Gods alles gelegen acht. Inderdaad, dat erken ik volkomen, maar ik lees in Gods Woord, dat wij af zullen laten van de zonde en dat wij dan zullen kimnen hopen op de zegen des Heeren. Ik hoop, Mijnheer de Voorzitter, dat wij beiden zuUen mogen doen, dat wil zeggen, dat wij mogen aflaten van de zonde, dat wij dan op Gods zegen zullen mogen hopen en dat God ons die genadiglijk zal verlenen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 augustus 1957

De Banier | 8 Pagina's

Provinciale Staten van Zeeland

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 augustus 1957

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken