Bekijk het origineel

Provinciale Staten van Zeeland

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Provinciale Staten van Zeeland

4 minuten leestijd

GeesteBijke Volksgezondheid

Repliekrede van de heer Kodde

Mijnheer de Voorzitter! Het spijt mij, dat ik mij blijkbaar niet duidelijker heb kunnen uitdrukken, maar daarbij kwam mij dit beeld voor ogen: wanneer ik buiten ben en ik zie een onweersbui afkomen, dan weet % zodra ik de donder hoor, dat er een onweersbui zit, maar ik weet daannede nog niet of die zich wel boven mij ontlasten zal. Slechts is mij bekend, dat er sens een onweersbui zit. Daarom ^t ik mij in het onderhavige geval tdrukken op de wijze als waarop ik ]ieb "edaan. Dit wilde ik slechts •gen. De heer Stemerding: Gij spreekt in raadselen. nj heer Kodde: Het is mogelijk, Mijnheer de Voorzitter, dat ik in raadselen •oreek, maar mijn bezwaar vloeit voort 'it mijn vrees, dat deze dienst voor de Keestelijke volksgezondheid zelfs enigsziek is en wanneer men ziek is, dan voelt men niet precies aan waarop het jit Nu moet ik dit uitspreken, dat helaas |, et vertrouwen, wat zozeer nodig zou ajii, er op het ogenblik nog niet is. Mij is wel bekend, dat er van bepaalde zijde gepoogd wordt om ook weer zelf zo iets (e gaan beginnen. Dat is die onweersbui- , , ,

De heer Verhagen: Niet van liberale zijde, hoor. De heer Kodde: Hierop zou ik willen antwoorden; wie de schoen past, trekke liem aan. Er zit toch niets achter, maar daar zullen wij nu maar overheen stappen. [Jet is natuurlijk wel zo, dat ik ook wel «eet dat wij hier hulp nodig hebben van de overheid. Het aantrekken van een psychiater in Zeeland is reeds moeilijk en een psychiater is niet goedkoop, maar ik wil er nog wel de nadruk op leggen, dat, willen wij van deze dienst volkomen profijt trekken, er vertrouwen zal moeten zijn. Nu weet ik niet in welke richting dit door gedeputeerde staten geleid kan worden, maar mij bekruipt wel de gedachte, dat dit vertrou­ wen op het ogenblik gemist wordt. Daarom wil ik een beroep doen op het college om toch inderdaad waakzaam te zijn en er goed op toe te zien hoe het hier gaat. Zouden wij nu weer de vergelijking met een onweersbui nemen, dan kan ik dit niet aan gedeputeerde staten vragen, maar dit is iets wajt misschien wel geregeld zou kunnen worden.

Ik wil er naar wat mij bekend is omtrent de instelling van de hoofdinspecteur voor de geestelijke volksgezondheid nog bij zeggen, dat hij naar mijn mening wat al te zeer neigt naar de ambtelijke psychiater. Nu zou de psychiater wel in de dienst voor de geestelijke volksgezondheid kunnen zijn, maar naar mijn oordeel zal hij toch geen volle ambtenaar moeten zijn, zij het dan wel een full-timer in de dienst van de geestehjke volksgezondheid. Ik hoop, dat wij het zo ver kunnen brengen, dat wij daaraan ons voUe vertrouwen kurmen geven. Op het ogenblik wordt dit helaas nog gemist. Ik ben wel op de hoogte van de moeilijkheden, vooral de persoonlijke moeilijkheden met de psychiaters, welke deze dienst heeft gehad, en wat daaraan annex was, maar zal dat nu in één slag verbeteren? Daaraan twijfel ik vooralsnog. -

Ik zal niet tegen het voorstel stemmen. Ik heb mijn mededelingen alleen gedaan om tegenover Gedeputeerde Staten uiting te geven aan mijn vrees in dit opzicht; ik zal er verder niet over uitwijden. Het is mogelijk, dat ik naar de mening van de heer Stemerding nog in raadselen spreek, maar dat zal misschien

in het openbaar zo wel moeten blijven. Mogehjk is er aanleiding op andere wijze daarover onderling nog eens te spreken en dan zal ik mij misschien minder in raadselen behoeven te hullen dan thans. Ik heb slechts willen waarschuwen, dat men toch niet moet gaan denken: ziezo, nu zijn wij er. Naar mijn mening zullen wij er pas zijn, als de Zeeuwse bevolking haar volle vertrouwen aan deze dienst kan geven; dat mis ik thans nog. Mijnheer de Voorzitter! Ik wil gaarne nog een kleine verduidelijking geven door te zeggen, dat het door mij bedoelde gevaar hierin wordt gezien, dat naar mij bekend is wordt getracht — ik

kan de personen niet noemen, omdat ik ze niet ken — naast de dienst van geestelijke volksgezondheid nog iets anders te stellen; ik zou het betreuren, indien dit gebeurde, want dan zou er zeker geen mogelijkheid meer zijn, deze dienst tot ontplooiing te brengen, Vei-volgens zou ik nog willen uitspreken — de heer Scho\it zal begrijpen, dat ik niet alles kan zeggen — dat men aan onze zijde we] het gevoel heeft, een gevoel, dat ook bij mij bestaat als voorzittende en deelnemende organisatie, dat deze dienst wel wat eenzijdig wordt geleid, al is hij dan gesticht op gemeenschappelijk werken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 oktober 1957

De Banier | 8 Pagina's

Provinciale Staten van Zeeland

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 oktober 1957

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken