Bekijk het origineel

Voor Oud en Jong

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Voor Oud en Jong

5 minuten leestijd

CXXXII. Vervolg van het verweer van Ds. van Velzen tegen Mr. Groen van Prinsterer in zake de uitverkiezing. De vorige maal gaven wij een gedeelte van het verweer van Ds. van Velzen tegen het door Mr. Groen van Prinsterer aan het adres van een bepaald gedeelte der Afgescheidenen gedane verwijt, hetwelk inhield, dat dezen veel te sterk overdreven en al te veel het leerstuk der verkiezing op de voorgrond stelden. In het vervolg wees Ds. van Velzen er op, dat er inderdaad — zoals Groen had opgemerkt — onder de Afgescheidenen sommigen waren geweest, die hun weerzin tegen de vermelding der verkiezing, gelijk zij in de symbolische schriften voorkomt, geopenbaard hadden. Maar, 20 vervolgde Ds. van Velzen, dit brengt geenszins noodzakelijk mede, dat de anderen zich daarom aan overdrijving zouden hebben schuldig gemaakt. Ds. van Velzen beriep zich op hun geschriften en op de prediking, die onder hen geschiedde, en — zo voegde hij er aan toe - „laat elk, die met het gereformeerd geloof verenigd is, oordelen". Hierna richt Ds. van Velzen zich tegen hetgeen door Groen in zijn geschrift naar aanleiding van leeslesjes in schoolboekjes, welke volgens hem bij de Afgescheidenen in gebruik zouden zijn, was opgewerkt. Dienaangaande schreef Ds. van Velzen het volgende: «Er komt echter nog een bijzonderheid in uw beschuldiging voor. Men heeft u onderricht, dat er onder ons voor schoolhoekjes is gezorgd, waarin deze verborgenheid der Heilige 'Schrift in de kaleidoscoop van een aantal leeslesjes vertoond en aan de beklagenswaardige kin- < Jerkens opgedist wordt. Het is mij niet duidelijk, als ik deze regels in verband breng met uw gevoelen over de Formuheren, hoe ik ze moet verstaan. Gij zult toch niet begeren, dat de verkiezing bij kinderen verzwegen worde? Ware dit het geval, dan moest, om niet van vraagboekjes, als van Hellenbroek, te spreken, ook de Catechismus, tegen zijn opschrift in, van de scholen geweerd worden. Daarin toch wordt. Zondag 21, de verkiezing vermeld. Wat zeg ik! niet slechts de Catechismus, maar de Bijbel zou op de school onder de verboden boeken gerekend moeten worden. Men hoort somtijds beweren, dat er godsdienstig, bijbels, evangelisch, maar geen leerstelUg onderwijs op de scholen moet gegeven

worden. Het is echter een leerstelling, dat God enig en drieënig is. Het is een leerstelling, dat Jezus Christus de waarachtige God is. Het is een leerstelling, dat God sommigen in Christus Jezus heeft uitverkoren vóór de grondlegging der wereld, opdat zij heilig en onberispelijk zouden zijn voor Hem in de liefde. Zullen deze en meer andere waarheden, die van velen ontkend worden, op de school voor kinderen verzwegen worden? Dan mag de onderwijzer, als hij door de kinderen de Bijbel laat lezen en tot 1 Joh. 5, of Joh. 5, Lukas 4, Rom. 9, Efeze 1 en zo vele andere plaatsen komt, daar wel overheen stappen. Of zullen er welUcht op de scholen slechts uittreksels uit de Bijbel gelezen worden, waarin opzettelijk zulke waarheden weggelaten worden? Maar dan houde men op met het geroep: geheel de Bijbel en niets dan de Bijbel! en belijde, dat men zijn eigen gevoelen over de Bijbel voor de Bijbel houdt. Wat? men wil de Bijbel laten lezen, maar niet weten van de leerstellige waarheden der gereformeerden! Welk denkbeeld maken zij, die zo spreken, zich van onze vrome vaders? Hebben dezen hun leerstellingen in de Bijbel gebracht, of hebben zij de waarheden, daarin gevonden, geleerd en duidelijk voorgesteld? Is niet de Bijbel de enige bron, waaruit zij hun geloofsbelijdenis geput hebben? Wie dan zulke waarheden wü verzwijgen, en toch geheel de Bijbel aan de kinderen wil mededelen, die leest hem met geheel andere ogen dan zij deden. De eeuwige waarheden

mogen niet onder de rubriek van dorre leerstellingen geplaatst worden. Ook de leer van Gods vrijmachtige verkiezing mag niet als een antiquieteit der Gereformeerde Kerk uit de 17e eeuw worden behandeld. Zij beslaat tengevolge der bijzondere lotgevallen van onze kerk een voorname plaats in haar symbolische boeken. Zeker! evenals tengevolge der bijzondere lotgevallen der kerk de leer der Heilige Drieëenheid in de 4e eeuw, en de leer van 's mensen verdorvefiheid en van de noodzakelijkheid der genade in de 5e eeuw bestemd, ontwikkeld en met nadruk betoogd en beleden is. Zullen wij thans deze waarheden van minder gewicht achten? Dat zij verre! Zodra zij bestreden worden, moeten zij opnieuw worden verdedigd. „Strijdt voor het geloof, eenmaal de heiligen overgeleverd". Hoe sterker anderen zich kanten tegen de geopenbaarde waarheden, die ter za­ ligheid strekken, met des te groter nadruk moeten wij ze belijden. Het geloof wijkt niet, maar het ovei-wint de wereld. Indien wij meenden, dat deze, bij velen zo gehate, predestinatieleer niet nodig is door de kerk beleden, maar verzwegen moet worden, laat ons dan oprecht zijn en verklaren, dat onze vaders gezondigd hebben met daarvan zo veel gewag te maken, dat niet de remonstranten, maar zij, de verdedigers dier leer, de kerk beroerd, onschuldigen vervolgd, en niet slechts voor küiderkens, maar aan geheel de beklagenswaardige gemeente menselijke leringen opgedist hebben. Maar dan ook moeten de woorden des Heeren, en der profeten en apostelen, waarin wij deze waarheid vinden, anders verstaan worden. Dan moeten de schriften van een Witsius, Brakel, Lodensteijn en Smijtegelt, en zo vele anderen, verscheurd of daartegen gewaarschuwd worden.

Ik mag van iemand, die op het wettig gezag der Symbolische Schrift zijn rechtsvordering bouwt, verwachten, dat hij de leer der verkiezing niet prijs zal geven, noch in ernst zal willen, dat daarvan voor kinderen gezwegen zal worden. Ik wil daarom uw uitdrukking in een andere betekenis opnemen. Gij hebt, begrijp ik, willen afkeuren, dat men tot kinderen van de verkiezing op een dorre, droge wijze, boven het bereik van het kinderlijk verstand, niet tot verootmoediging, noch tot aandrang der godzaligheid, maar tot speculatieve betweterij, spreekt. Zie, als gij dat meent, ben ik het van harte ten volle met u eens". Vervolgens gaat Ds. van Velzen dan op de schoolboekjes zelf, waarop Groen in zijn geschrift „Het Recht der Hervormde Gezindheid" gezinspeeld had, in. Doch hierover D.V. in het vervolg.

(wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 november 1957

De Banier | 8 Pagina's

Voor Oud en Jong

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 november 1957

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken