Bekijk het origineel

Buitenlands

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Buitenlands

13 minuten leestijd

OVERZICHT

„Ik maak de vrede" — zo getuigt de Heere bij monde van de profeet Jesaja. Vrede is ontegenzeggelijk een groot en heerlijk goed. Vrede tussen de leden van één en hetzelfde gezin, vrede tussen de inwoners van dezelfde gemeente, vi-ede tussen de volkeren, bovenal vrede met God, wat is dit een groot en benijdenswaardig goed. Doch vooral naar het laatste, vrede met God, wordt het minste gezocht. Feitelijk is niemand van nature daarop gesteld. En toch, als iemand de­ ze deelachtig is, dan zal hem alles ten goede in dit leven medewerken en zal hij na dit leven een vrede en zaligheid deelachtig worden, zó groot en heerlijk, als nog nooit een oog gezien heeft en nog nimmer in de gedachte van enig mens is opgekomen. Ongeloof en hoogmoed zijn echter de redenen, dat geen mens ter wereld deze vrede zoekt, gelijk zij ook de redenen zijn, dat er geen geloof geslagen wordt aan het woord des Heeren: „Ik maak de vrede". Instede van de vrede van de Heere te verwachten, Die hem alleen kan geven, kunnen wij waarnemen, dat in ijdel vertrouwen op eigen krachteir nu al eeuwen aaneen de vrede op aarde gezocht wordt en ook zelfs een eeuwige wereldvrede is aangekondigd. Reeds keizer Augustus verkeerde ten tijde van Christus' omwandeling op aarde in de waan deze te zullen brengen, en ook keizer Napoleon voorspelde, dat er na zijn vele oorlogen een eeuwige wereldvrede zou dagen, terwijl in onze dagen Hitler hetzelfde voorspeld heeft. Doch hoevele stromen bloeds van de in een oorlog gesneuvelden en verwonden heeft de aarde sinds deze keizers en zelfs «•na 'Hitler ingedronken! Zelfs op dit ogenblik vloeit - onder meer in Algerije het bloed der verslagenen, woedt er een koude oorlog, waarvan de vreselijke gevolgen niet te overzien zijn en niet onder bewoordingen gebracht kunnen worden, wanneer deze in een werkelijke oorlog overslaat. De mogelijkheid daarvan bestaat nog immer, zelfs waar vrijwel alle regeringsautoriteiten met eenparige mond betuigen, dat zij de vrede willen, en zelfs waar er conferentie op conferentie is gehouden ter bevordering van de vrede.

Dit toont ons de machteloosheid der mensen om buiten de Heere en Zijn wegen om de vrede te stichten, alsook hun grote afkerigheid om zich naar Gods geboden te richten en onder Hem zich te buigen. Die toch alleen de vrede kan geven, en tevens, dat de wereld weder als in Noachs dagen met wrok en wrevel vervuld is.

Wrok en wrevel, haat en nijd, waar zijn deze in onze dagen al niet te zien? Zij treden thans ook weder op een verontrustende wijze in het midden-oosten aan de dag. In Syrië heeft men zich opnieuw ongerust gemaakt over sterke Turkse troepenconcentraties aan zijn noordgrens, zó zelfs, dat het Syrische ministerie in verband daarmede twee malen op één dag vergaderd heeft. Deze troepenconcentraties worden in verband gebracht met de vijandige campagne, welke de Egyptische radio tegen koning Hoessein van Jordanië, waarbij de radio Moskou zich heeft aangesloten, dezer dagen heeft ingezet. Door de Egyptische radio werd deze koning een vijand van de Arabische staten en een vriend van de bitterste vijanden van de Arabische wereld, die met de Israëlische wereld klandestien onderhandelingen voert, genoemd. Ook werd Hoessein in pamfletten ten laste gelegd, dat hij met Israëlische autoriteiten en met de Amerikaanse minister van landbouw Benson is overeengekomen, grote aantallen vluchtelingen naar afgelegen gebieden van Zuid- Jordanië over te plaatsen. In de straten van Damaskus hebben omstreeks 400 studenten tegen koning Hoessein gedemonstreerd, waarbij zij spreekkoren vormden, die riepen: , , Hoessein moet gaan", en „Hoessein de verrader". Ete Turkse troepen moeten aan de grens van Syrië zijn samengetrokken, om in geval Jordanië wordt aangevallen, dit land te hulp te komen.

Koning Hoessein heeft van zijn kant verklaard, dat de regering van Egypte zich aan het internationale communisme heeft verkocht en dat zij het Arabische nationalisme gebruikt om de aandacht af te leiden van de steeds slechter wordende binnenlandse toestand. Hij wordt in zijn gedragswijze gesteund door de 500.000 vluchtelingen in Jordanië, die namens 200 afgevaardigden de misleidende anti-Jordaanse campagne in de Egyptische en Syrische pers hebben veroordeeld en aan koning Hoessein de steun van de vluchtelingen hebben toegezegd. Wijst dit er reeds op, dat de vrede en de rust in het midden-oosten nog steeds zoek zijn, ook de poging van de sjah van Perzië om het eiland Bahrein van onder de Engelse heerschappij onder het gezag van de Perzische regering te krijgen, heeft Zjowel in Engeland als in Amerika ongerustheid en opschudding verwekt. De Perzische sjah heeft zijn ministerie opgedragen om een wetsontwerp te vervaardigen, waarbij, als het tot wet verheven wordt, Bahrein tot een Perzische provincie verklaard zal worden. Niet alleen in Engeland, maar ook in Amerika maakt men zich bezorgd over het voornemen van de sjah. Bahrein toch, een eiland van ongeveer dertig kilometer lengte, heeft op vijf na de grootste olieraffinaderij der wereld. De olie werd hier 25 jaar geleden ontdekt en de bronnen daarvan worden geëxploiteerd door een petroleummaatschappij, waarvan de Amerikanen de eigenaars zijn. Olie uit Saoedie-Arabië wordt bovendien via pijpleidingen naar Bahrein gepompt om daar te worden geraffineerd. Bahrein heeft sinds 1782 niet meer bij Perzië behoord en is door beschermende verdragen sinds 1820 aan Engeland verbonden.

Ook het bestaande geschil tussen Engeland en Jemen over het protectoraat Aden werkt er niet aan mede, dat alles in het midden-oosten pais en vrede is. Ondanks een in 1934 gesloten verdrag, waarbij de huidige stand van zaken werd vastgesteld, hebben er voortdurend incidenten plaats tussen het Britse pro- • tectoraat en Jemen. Jemen wenst het Engelse protectoraat aan zich te trekken. De kans daarop is echter gering, nu de Engelse regering Aden als het nieuwe hoofdkwartier van de Engelse strijdkrachten in het midden-oostsn en Oost- Afrika bestemd heeft. Nochtans veroorzaakt het geschil de nodige wrijving en onrust, te meer daar Jemen in de laatste tijd wapens en technici van de Sovjet- Unie gekregen heeft. Hierbij komt nog, dat koning Saoed van Arabic in een redevoering ter gelegenheid van de vierde jaarherdenking van zijn troonbestijging alle Arabieren opgeroepen heeft om Israël uit te roeien. Het Zionisme — zo zeide hij — is er in geslaagd om zijn klauwen te plaatsen in het Arabische Palestina. Het heeft Imperialistische staten te hulp geroepen en samengezworen tegen de Arabieren om aan zijn expansie2nrcht te voldoen. Koning Saoed voegde hieraan nog toe: Alle Arabische en Mohammedaanse volkeren zouden zich alles moeten getroosten om deze kanker uit te roeien en de Arabische vluchtelingen te laten temgkeren naar hun tehuis. In de zo heftige redevoering tegen Israël gaf hij uiting aan zijn grieven tegen de westelijke mogendheden en aan zijn vurige begeerte de Buriami-oase bij zijn land te voegen, een oase, welke gelegen is aan de grens van Saoedie-Arabië en het door Engeland beschermde sultanaat Oman en Muscut.

Uit al deze geschillen blijkt wel overtuigend duidelijk, dat het in het middenoosten nog allesbehalve op vrede gelijkt en dat de rust daar nog steeds op zich laat wachten.

Hetzelfde moet ook getuigd worden van Indonesië. Wel is de tweede campagne tegen de Nederlanders inzake Nieuw- Guinea daar veel rustiger verlopen dan de eerste, hetgeen echter niet betekent, dat de hetze tegen Nederland beëindigd is. President Soekarno heeft gedreigd met de verbreking van de handelsbetrekkingen met Nederland, waarbij er zelfs stemmen zijn opgegaan om al het Nederlands bezit in Indonesië te naasten, als Nieuw-Guinea niet aan Indonesië wordt afgestaan. Dit geeft ons wel een allerdroevigst beeld van chantage te zien, doch dit behoort tot de mode van onze tijd. Daarover schaamt men zich helemaal niet meer, al heeft men daarbij de mond vol over recht en gerechtigheid. Het tekent ook al het verval van onze dagen.

De kwestie Nieuw-Guinea komt binnenkort in de Algemene Vergadering van de Organisatie der Verenigde Naties ter sprake. Onze bondgenoot Amerika kat ons land hierbij weder lelijk in de steek, waar zijn regering nu reeds heeft aangekondigd, dat zij daarbij een neutrale houding zal aannemen door zich van stemming te onthouden. Overigens wordt vrij algemeen aangenomen, dat het de Indonesische regering niet zal gelukken haar wens te verkrijgen, al verwacht men een vrij langdurig en heftig debat.

. De Indonesische minister van buitenlandse zaken, Soebandrio, legde vóór zijn vertrek naar New York een gematigde verklaring inzake de Nieuw-Guineakw-estie af, toen hij zeide: Wij achten de deur nog niet gesloten voor een vriendschappelijke oplossing van deze kwestie en andere kwesties. Dezelfde gematigdheid is ook tot uiting gekomen in de Nieuw-Guinea-campagne. In Bandoeng en Medan werden namelijk verscheidene personen gearresteerd toen zij Nederlandse gebouwen met slagzinnen bekladden, hetgeen door de autoriteiten aldaar terecht als vandalisme bestempeld werd.

Doch hoe het ook zij, op meer gematigde of op verre van gematigde wijze probeert de Indonesische regering de soevereiniteit over Nieuw-Guinea te verkrijgen. Dit treedt wel heel duidelijk aan de dag uit de woorden van Dr. Soebandrio, wel­ ke hij bij zijn afgelegde verklaring sprak, toen hij zeide: Indonesië moet een volkomen eenheid bewaren, maar ook grot© zelfbeheersing oefenen om Nieuw-Guinea terug te krijgen.

Sterke ongerustheid is er ook uitgesproken door parlementariërs over de gang van zaken betreffende het Noord-Atlantisch pact. Zij betoonden zich ontevredsn over zijn sterkte en de bewapening. Ten opzichte daarvan hebben hooggeplaatste officieren van het genoemde verdrag dezer dagen aan de 170 leden van het Noord-Atlantisch pact-parlement medegedeeld, dat er geen reden tot ongerustheid en ontevredenheid aanwezig is. Met het pact — zo antwoordden zij — is het niet hopeloos gesteld. Integendeel. Zijn luchtmacht verkeert in de hoogste staat varn paraatheid. De Amerikaanse strategische luchtmacht kan vijftien minuten na een bevel van haar bases in verschillende delen der wereld opstijgen. Het betreft in deze de zware bommenwerpers, welke atoom- en waterstofbommen vervoeren. Een zeker percentage van de strategische luchtmacht is bovendien reeds dag en nacht in de lucht. Deze speciale voorzorgsmaatregelen zijn 1 oktober ingegaan. Ook zullen de meeste bondgenoten van het Noord-Atlantisch pact geleide'projectielen krijgen. Geen land zal hierbij worden bevoorrecht boven een ander, behalve dat uit financiële overwegingen' enige landen deze eerder zullen krijgen dan andere, zo verklaarden de hooggeplaatste officieren, waaraan zij toevoegden: geleide raketten zijn niet ons laatste wapen. De Amerikaanse luohtmachtbevelhebbers 2den het geleide projectiel echter niet als het laatste wapen, dat de bemande bommenwerpers overbodig maakt. Ook — zo deelden deze officieren voorts mee — ondersteunt de leiding van het Noord-Atlantische pact volledig de pogingen om de bondgenoten van Amerika deelgenoot te maken van militaire geheimen, om de verdediging hiermede te kunnen dienen, al is er volgens hen een zeker risico aan verbonden, dat deze geheimen in verkeerde handen terecht komen, terwijl zij als hun oordeel uitspraken, dat er een opleidingscentrum voor het oefenen van het personeel, dat de geleide projectielen moet afvuren, gevestigd wordt, waarbij de leiding van het Noord-Atlantische pact de kritiek verwerpt, welke in het rapport van de Nederlandse generaal Cakneyer is uitgebracht, welke inhield, dat het Noord-Atlantisch pact aan het ontbinden is, dat de top er van niet voldoende leiding geeft, en dat het hoog tijd is, dat er uniforme devisies van dit pact komen. Tevens hebben de hooggeplaatste officieren hun instemming betuigd met het plan van de Amerikaanse senator Jackson, om Nederland en andere kleine zeevarende mogendheden in de toekomst naast Amerika en Engeland atoomonderzeeërs te doen bouwen, welke met geleide projectielen zouden worden uitgerust, terwijl president Eisenhower voor de Amerikaanse radio verklaard heeft, dat er veel meer geld besteed moet worden aan de bewapening, ten einde de uitdaging van Rusland te beantwoorden. En ook heeft de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, Dulles, op een vergadering te Washington gepleit voor een grotere Amerikaanse krachtsinspanning, zeggende: het kan kort duren, het kan ook nog lang duren voordat de krachten van de vrije wereld de overhand hebben en het grote Russische monoliethische bouwsel, dat ons bedreigt, vernietigen, waaraan hij nog toevoegde, dat Rusland aanzienlijke reserves heeft en onder kundige leiding staat. Hierbij drong hij er op aan, evenals president Eisenhower dit gedaan heeft, dat ook de wetenschappelijke personen er aan mede dienden te werken, dat Amerika en zijn bondgenoten Rusland zouden kunnen verslaan, ook J zouden enkele bijkomstige vrijhedpJ moeten worden opgeofferd. 1 Nochtans dreigt er ten opzichte van dJ bewapening van het Noord-AtlantiscbJ pact een geduchte kink in de kabel td komen. De conferentie van regerinesleiJ ders van dat pact, welke in decemKeJ staat gehouden te worden, is ernstig jiJ gevaar gebracht door het conflict tussen! Frankrijk en zijn Engelse en Amerikaanl se bondgenoten over de wapenzendinj gen aan Tunis. De Franse afgevaardid den liepen daarover uitermate verstoord uit het Atlantische parlement we< j. DJ Franse minister-president Gaillard verl klaarde in de Franse Tweede Kamer] dat zijn regering haar standpunt inzalcj de conferentie zal herzien, wanneer dj Atlantisch© solidariteit — vooral de soliJ dariteit met Frankrijk in de AlgerijnsJ kwestie — niet wordt hersteld. 1 Tegen deze wapenzendingen heeft dJ Franse regering reeds zowel bij de EnJ gelse als de Amerikaanse regering geproj testeerd, zonder dat deze protesten hej door haar gewenste gevolg hebben ge. had. .In de Frans© kamer zeide ministetl Gaillard, dat de Amerikanen en EngelJ sen met onnodige haast de wapens hadJ den geleverd, want het was bekend, datl er een belangrijke lading wapens uitl Egypte reeds op weg naar Tunis was, De Franse regering had op zichzelf geeJ bezwaar er tegen, dat door Engeland en Amerika wapens aan Tunis geleverd werden, onder voorwaarde, dat deze niet doorgegeven zouden worden naat Algerije en in handen zouden komen van de Algerijnse opstandelingen. De Franse ambassadeur in Tunis had de verzekering van de Tunesische ministerpresident Bourguiba zoeken te verkij. gen, dat de wapens niet naar AlgerijJ doorgezonden zouden worden. Doch deze verzekering was hemdoor Bourguibai niet gegeven. In weenvil daarvan wa-| ren zowel de Amerikanen als de Engel-1 sen er toe overgegaan om de wapenzen-: dingen naar Tunis ten uitvoer te bren-i gen. In dit verband prees Gaillard de solidariteit van België en Italië, tot welker regeringen Bourguiba ook het verzoek gericht had om wapens aan Tunis te leveren, doch die dit weigerden, en laakte hij de gedragswijze van de En. gelse en de Amerikaanse regering, die; wapens aan Tunis geleverd hadden. Gaillard noemde dit een inbreuk op dej solidariteit en verklaarde, zonder nader' te zeggen wat er in de toekomst door zijn regering gedaan zou worden, dat zij niet alleen bij protesten zou laten. Uit het in dit overzicht vermelde blijltt wel overtuigend duidelijk, dat de vrede! op aarde nog heel ver zoek is. Dit be-j hoeft allerminst verwondering te baren, j want Degene, Die alleen d© vrede maakt, ; wordt toch schromelijk miskend! En hoe zal er dan vrede op aarde kunnen zijn?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 november 1957

De Banier | 9 Pagina's

Buitenlands

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 november 1957

De Banier | 9 Pagina's

PDF Bekijken