Bekijk het origineel

Buitenlands OVERZICHT

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Buitenlands OVERZICHT

12 minuten leestijd

„Leid mij in Uw waarheid en leer mij", zo bidt des Heeren kerk hier op aarde. Zij heeft er een geheiligde kennis van bekomen, dat zij van nature een kind van de vader der leugenen is, een lid is van een krom en verdraaid geslacht. Gods Woord toch, dat de waarheid is, leert, dat eUc mens van nature leugenachtig en slechts God waarachtig is. De waarheid, welke uit de hemel geopenbaard is, wil en kan hij niet aanvaarden, verstrikt als hij in het net der leugenen Hgt. Het bewijs hiervan levert hij elke dag, waar hij de dwaling met hand en tand vasthoudt en niet wil zijn wat hij is: een zondig en verdoemelijk mensenkind, die het aan de ware kennis der waarheid ontbreekt, zelfs al belijdt hij deze met zijn mond. Hij betrouwt op eigen kracht, gaat op in eigen wijsheid en rechtvaardigt zichzelf op allerlei wijze. Menigwerf vidl hij zijn zondige, bezoedelde werken doen doorgaan voor Gode welgevallige werken, voor de gehoorzaamheid, welke God van hem eist. Zo loochent hij, dat alleen de waarheid uit God is, dat deze hem door Gods Geest geleerd moet worden en dat in Christus' aangebrachte gerechtigheid alleen zijn behoud, heil en zahgheid gelegen zijn, alsook dat hij zonder de Heere Jezus Christus niets kan doen. In één woord, alles wat in hem is en uit hem te voorschijn komt, kenmerkt hem als een kind der duisternis, der leugen en van de waan; zijn verstand is verduisterd, zijn hart verhard en zijn wil verkeerd, ja verdorven.

Het is ook daarom, dat uit de mens geen goede, Gode behagelijke vruchten voortkomen, en zijn werken die des doods en des verderfs zijn, want er is geen vreze Gods voor zijn ogen, de weg des vredes kent hij niet en vernieling en ellendigheid zijn in zijn wegen.

De geschiedenis aller volken toont dit eeuw na eeuw aan. Ook die van onze eeuw, ja niet het minst die van onze eeuw, waarin men de mens zo hoog op de troon verheven heeft en zich heeft overgegeven aan de geest van de leugen, van de dwaling en de waan, dat de mens met zijn krachten, vermogen en verstand ons het goede zal doen zien. Ofschoon ook onze eeuw ten aanzien daarvan de ene ontgoocheling na de andere, de ene teleurstelling na de andere, de ene volslagen mislukking na de andere heeft te aanschouwen gegeven, betoont men zich, overgegeven als men is aan de geest der dwaling, als één, die ziende blind en horende doof is, en die het zich in zijn ongeloof en hoogmoed niet zal laten gezeggen, zelfs niet al stond er iemand u-it de doden op.

De geschiedenis van onze eeuw heeft toch 'heel overtuigend getoond, dat de mens het goede niet kan en zal brengen. De twee wereldoorlogen, welke daarin gevoerd zijn, laten daarover geen twijfel bestaan voor wie ogen heeft om te zien en oren heeft om te horen, terwijl de huidige gang van zaken dit-evenzeer uitwijst. De koude oorlog, welke thans in volle hevigheid woedt, zegt ons dit ook al. Vrijwel alle volken vragen toch om wapens, wapens, nooit genoeg wapens. En steeds vervaardigt men moorddadiger en vemielender wapens, waarmede men elkander in een eventuele oorlog gaat vernielen, waarmede de uitspraak ' van Gods Woord in hoofdstuk 3 van de brief aan de Romeinen bevestigd wordt, namelijk dat er vemiehng en ellendigheid in zijn wegen is.

In weerwil van al de daartoe aangewende pogingen, in weerwil van zo vele conferenties, samensprekingen en nota's der regeringen, leven wij toch altijd, wat de vrede betreft, op een vulkaan. De hoog geklommen spanningen onder de volken bewijzen wel ontegenzeggelijk, dat wie het goede van de mens en diens krachten verwacht, blind voor de waarheid is en zijn verwachting nimmer vervuld zal zien. Wrok en wrevel, jaloezie en afgunst, haat en nijd, onenigheid en verdeeldheid vieren toch in onze dagen hoogtij. Daardoor zijn de rust en de vrede op aarde wel geheel weggenomen. Het is kwestie op kwestie, geschil op geschil, welke thans aan de orde van de dag zijn, waardoor het leven der volken thans in zekere spanning en beroering verkeert.

Zo is er het geschil, dat er thans bestaat tussen Amerika en Engeland enerzijds en Frankrijk anderzijds, aangaande de wapenlevering van de eerstgenoemde landen aan Tunis.

De Russische regering is mede naar aanleiding van dat geschil in troebel water gaan vissen. De partij- en regeringsleider Chroestsjef heeft de Amerikaanse regering weder aangeboden om te gaan onderhandelen over een wederzijds verdrag tussen Rusland en Amerika. In een interview met een vertegenwoordiger van een Amerikaans dagblad heeft hij dezer dagen verklaard een oorlog geenszins onvermijdelijk te achten, hoewel bepaalde kringen in het westen het uitbreken van een oorlog begeren, indien Amerika en Rusland ten aanzien van de oplossing van de huidige problemen tot esn overeenstemmnig zouden komen. Als een vogelaar met zoet gefluit zeide hij: indien Amerika en Rusland door overeenstemming voor internationale ontspanning zorgen, zullen andere mogendheden zich daardoor niet beledigd voelen, als toch deze twee mogendheden tot een akkoord zouden komen, zou dit het begin van de oplossing der internationale vraagstukken zijn. Al bestaat de mogelijkheid, dat er zulk een akkoord gesloten wordt, nochtans is de kans daarop niet groot, gelet op de sterke antipathie en het grote wantrouwen, welke er wederzijds tussen de Amerikanen en Russen bestaan. t

Anderzijds bestaan er echter ook grote geschillen tussen Amerika en de landen, welke bij het Noord-Atlantisch pact zijn aangesloten. Bij voortduring laat de Amerikaanse regering haar bondgenoten van het Atlantisch pact in de steek. Zij dient gedurig naar haar inzicht louter Amerikaanse belangen. De Amerikaanse belangen zoekt zij ook zo veel mogelijk te bevorderen in het verdrag met de 14 , landen van het Noord-Atlantisch pact en ook al niet minder in de defensieve verdragen, welke zij bovendien nog met 28 andere landen heeft gesloten. Dit zoeken en dienen van de Amerikaanse belangen heeft tot oorzaak, dat er een ernstig geschil tussen Amerika en Frankrijk is ontstaan ten aanzien van de Amerikaanse wapenlevering aan Tunis. De Franse minister-president heeft onder algemene instemming van de Franse kamerleden in de kamer over deze levering scherp veroordelend gesproken, waarbij hij zich eveneens in scherpe bewoordingen tegenover Engeland heeft uitgelaten. Dit is begrijpelijk koren op de Russische molen. In de Russische pers worden de arme Fransen, die slachtofers zijn van het imperialisme en de oHebegeerte van de Engelsen en Amerikanen niet weinig beklaagd. In Frankrijk zelf is men verbitterd tegen de Amerikanen en in niet geringe mate tegen de Engelsen. In de pers aldaar wordt heftig te velde getrokken tegen de Engelsen, tegen wie allerlei oude veten worden opgehaald. Ook de Amerikanen .krijgen daarin duchtige vegen uit de pan. Daarin wordt hun beide ten laste gelegd, dat zij eigen belangen dienen, strevende naar de heerschappij ten koste van Frankrijk. De Franse regering neemt de wapenlevering aan Tunis hoog op, wat wel blijkt uit het feit, dat de Franse minister van buitenlandse zaken, Pineau, zich, om deze kwestie op te lossen, expres naar Amerika begeven heeft om een onderhoud met de Amerikaanse minister Dulles te hebben. Hij heeft dit onderhoud gehad, zelfs een langdurig, doch tot een bevredigende oplossing is het daarin tot dusver niet gekomen. De diplomatieke spanning, welke na de Engels-Amerikaanse wapenlevering was ontstaan, duurt derhalve voort. Ook tijdens de zitting van de permanente raad van het Noord-Atlantisch pact is men niet dichter tot een oplossing gekomen, hetgeen bleek uit de woorden, welke de Amerikaanse gedelegeerde Randolph Burgess sprak, toen hij zeide: Vandaag is op de zitting geen enkele vordering met de kwestie van de wapenleveranties gemaakt.

Nu mag de sekretaris-generaal van het Noord-Atlantisch pact, de heer Sn» wel druk in de weer zijn om alle iJ van het Noord-Atlantisch pact te bind aan één gemeenschappelijke globale litiek, doch dit zal hem zeer moeilijk lukken. Ook in het Noord-Atlantisch wordt immers het eigenbelang, vo dat van de grote mogendheden, maar te zeer gediend. In een rede, gehouden de rolzaal van het Binnenhof — de h Spaak vertoeft thans in ons land - pleitte hij zelfs de totstandkoming een economische Atlantische sem& schap, welke naar zijn gedachte op december aanstaande tot stand zou l men op de Parijse conferentie van de gevaardigden van de landen, welke het Noord-Atlantisch pact zijn aan^es ten. Deze gedachte rust echter wel zeer losse schroeven. Zij is de rtioec van een wens, waarvan het zeer te 1 twijfelen valt, of hij vervuld zal wordi De-heer Spaak stapte hierbij wel luchthartig over de kwestie van de penlevering aan Tunis heen. Daarvi verklaarde hij, daarnaar gevraagd, de Algerijnse kwestie geen zaak is vo behandehng in de vergadering van Noord-Atlantisch pact, want Algerije een Frans departement, hetgeen gesn van de landen van dit pact in tw fel wordt getrokken. Al de leden er vi zijn het er over eens, dat het een binni landse aangelegenheid van Frankrijk waarmee de overige landen van het p zich niet te bemoeien hebben.

Volgens de laatste beriöhten moet uiteindelijk toch een zekere overeenstei ming tussen Pineau en Dulles aangaam de wapenlevering aan Tunis boreikt zij Dulles heeft tenminste op een persconf rentie te Chicago verklaard, dat met neau een overeenstemming was bereil Een woordvoerder van de Amerikaaffi regering heeft daaraan toegevoegd, di de Amerikaanse regering aan Pineau b loofd heeft alles in het werk te zull( stellen om te verhinderen, dat de wapi in handen van de Algerijnse opstandel gen zullen komen. Of de Fransen hii mee ook tevreden zuUen zijn, valt gaande op de reactie in de Franse pet sterk te betwijfelen. Hierbij komt nq dat het incident met de Amerikaanse e Engelse wapenzendingen naar Tunis l de Fransen de vrees heeft doen toeni men, dat president Eisenhower en ö Engelse minister-president MacMiDa het er bij hun samenspreking van de v( rige maand over eens geworden zijn Oi druk op Frankrijk uit te oefenen ten eii de de Franse regering te bewegen t( onderhandelingen met de Algerijnse oj standelingen, en dat zij voorts het same eens geworden zijn over de reorganisat van de strijdkrachten van het Noord^A lantisch pact, tot een zogenaamde evei wichtige strijdmacht in plaats van ei verzamehng van vijftien complete ni tionale strijdkrachten. De Franse ring moet wel bereid zijn deze reorgan satie te aanvaarden, mits echter de Frai se rechten in Algerije niet worden aai getast, en mits Frankrijk bij deze reorgi nisatie niet het recht zou moeten opg< ven kernwapens te maken. Hierin won het door de regering van West-Duitslan ondersteund, en niet alleen door Wes Duitsland, maar ook door andere Euii pese landen, onder meer door Italië. O een dezer dagen gehouden bijeenkom van de permanente raad van het Noon Atlantisch pact is gebleken, dat bij vfl scheidene afgevaardigden van Europes landen ongerustheid bestaat over de Enj gels-Amerikaanse plannen aangaande i reorganisatie. Zij vrezen, dat deze reoi ganisatie ten doel heeft om een Engel Amerikaanse suprematie in het Noo" Atlantisch pact te vestigen. Zij W* geneigd te zijn om zich te verzetten f gen elke poging van Engeland en AB» rika om de dertien andere leden van 1' pact, die geen atoommogendheden zil' tot esn soort landen van de tweede rang te degraderen, waarop het Engels-Ame- (ikaanse reorganisatieplan volgens Franse zegslieden neer zou komen, waarin |jet recht om atoomwapenen te vervaar- (jjcren alleen aan Amerika en Engeland ffordt toegekend.

Een ander geschü, waarbij ons land nauw betrokken is, is de kwestie Nieuw- Guinea, welke voor de vierde keer in de Algemene Vergadering van de Verenigije Naties in behandeling is gekomen. Verschillende gedelegeerden voerden daarbij het woord. Wat vaak reeds in vroegere vergaderingen gezegd was, werd nog eens weer herhaald. Weinig nieuwe zaken werden aangevoerd, maar toch nog wel iets. De Australisch-Nederlandse verklaring, welke kort geleden was afgelegd, kwam ter sprake. Zij werd van Indonesische en Russische zijde uitgebuit. Van deze kant werd beweerd, dat zij militaire bepalingen inhield. Zowel de Nederlandse als de Australische gedelegeerden hebben dit met alle beslistheid ontkend. De Australische afgevaardigde Ronald Walker zeide dienaangaande, dat de gezamenhjke verklaring niet meer is dan een belofte van beide regeringen, dat zij op politiek, economisch en sociaal gebied zullen samenwerken, rekening houdende met de etnologiiche en aardrijkskundige verwantschap van beide delen van Nieuw-Guinea, en dat zij dit zullen blijven doen tot de inheemse bevolking in staat is over haar eigen toekomst te beslissen. Hij verwierp de veronderstelling van de Sovjet-afgevaardigde, dat de gezamenlijke verklaring gericht zou zijn tegen de belangen van de Indonesische bevolking als belachelijk. Er behoeft geen enkele vrees te bestaan — aldus Walker — dat Nieuw- Guinea zou worden gebruikt als een basis tegen de republiek Indonesië, zoals dat door Indonesische leiders is voorgesteld. Als dat wel zo was, dan is de Veiligheidsraad de plaats om deze klacht te uiten. Walker verklaarde voorts, dat het oogmerk van de Indonesische regering was om buitenlands gebied met een primitieve bevolking te bemachtigen. Steun »an de door Indonesië met haar medestanders ingediende resolutie betekent de eis van Indonesië te steunen om bezit van een andere staat te krijgen en om de volking van dat gebied op te slokken. Deze resolutie, welke door negentien landen van de Aziatisch-Afrikaanse groep ingediend is, houdt in, dat de partijen uitgenodigd zullen worden pogingen voort te zetten tot het bereiken van een oplossing in de'zin van het handvest. De sekretaris-generaal van de Organisatie der Verenigde Naties wordt daarin uitgenodigd behulpzaam te zijn bij het zoeken naar een oplossing op de wijze, (lie hem het best lijkt, en aan de volgende Algemene Vergadering verslag uit te brengen over de vorderingen. Nieuw ten aanzien van de Nieuw-Guinea-kwestie is ook nog, dat, wanneer de hidonesische regering geen genoegdoening zou verkrijgen ten aanzien van haar eis, zij de handelsbetrekkingen met Nederland zou verbreken, en zij - meer van soortgelijke en zelfs verder gaande bedreigingen tegen Nederland geuit heeft. Welke scherpe bedreigingen de Indonesische gedelegeerde echter in zijn rede vermeed, al zeide hij wel, dat verwerping van zijn verzoek tot onderhandelingen een gevaarlijke houding is, welke tot onvoorziene, ongewenste en zelfs explosieve gebeurtenissen op internationaal terrein zou kunnen leiden. Overigens Werden weer de oude koeien uit de sloot gehaald door de Indonesische gedelegeerden en hun medestanders, in de vorm dat door hen de overbekende beschuldigingen en verwijten.van imperialisme en kolonialisme geuit werden en als drie keren tevoren ook nu weer dienst deden.

*^iij algemeen wordt aangenorrien, dat bij stemming de voorgestelde resolutie geen voldoende meerderheid zal bekomen, doch volstrekte zekerheid daarover 'bestaat niet zo lang er nog geen stemming plaats gehad heeft, hetgeen op het ogenblik, dat wdj dit overzicht schrijven, het geval is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 november 1957

De Banier | 7 Pagina's

Buitenlands OVERZICHT

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 november 1957

De Banier | 7 Pagina's

PDF Bekijken