Bekijk het origineel

Buitenlands OVERZICHT

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Buitenlands OVERZICHT

12 minuten leestijd

De geschiedenis van de torenbouw van Babel is nog immer hoogst leerzaam. Het was bij die bouw, dat er gezegd werd: „Kom aan, laat ons voor ons een stad bouwen, en een toren, welks opperste in de hemel zij, en laat ons een naam voor ons maken". Heel dit plan sproot voort uit vermetele hoogmoed. Het uit van vermeende menselijke krachten. Daarbij werd niet de minste rekening gehouden met de Heere, Diens almacht en Diens bestuur. Er werd aan het welslagen van het plan niet getwijfeld. Doch de Heere kwam iieder om te bezien de stad en de toren, die de kinderen der mensen bouwden. En met dat nederkomen en bezien werd heel het plan verijdeld.

En zo is het niet alleen bij deze torenbouw -gegaan, doch alle eeuwen door. ledere keer wanneer de kinderen der mensen het één of andere plan in hun vermetele hovaardij beraamden en het ten uitvoer dachten te kunnen brengen, werd het verijdeld, want de Heere wederstaat de hoogmoedige. De Heere is hoog, nochtans ziet Hij de nederige aan, en de verhevene kent Hij van verre. Ja, telkens en telkens wanneer er in hovaardij plannen gesmeed werden, heeft Hij de uitvoering er van niet alleen verijdeld, maar ze in verwarring en in allerlei ellende doen eindigen.

Wat al plannen zijn er ook in onze eeuw gesmeed! Plannen, welke men met een schone schijn had omhangen, van een mooie naam had voorzien en ter bereiking van een schoon doeleinde had ont­ worpen. Men denke maar aan de Volkenbond. Hij werd opgericht om alle volken te verenigen en om onder hen een eeuwige vrede te vestigen. Doch evenmin als bij de torenbouw van Babel werd de Heere daarin ge- en erkend. Zijn Naam mocht er zelfs niet bij genoemd worden. Men verwondere zich daarom niet, dat het daarmede precies eender als met de torenbouw van Babel verlopen is.

Tal van plannen zijn er in onze eeuw opgevat, welke uit ongeloof en hoogmoed van de mensen zijn voortgekomen, welke op een schromelijke mislukking bij hun uitvoering zijn uitgelopen, niets dan ellende en verwarring, haat en nijd, wrok en wrevel nalatende. Instede dat zij de vrede gebracht hebben, hebben zij een wedloop in de bewapening gebracht, zoals de wereld deze in al de eeuwen van haar bestaan niet gekend heeft. Zij zijn er mede de oorzaak van, dat er thans wapens zijn, waarmede in een kort tijdsbestek een hele streek verwoest kan worden. En zó groot is de verdeeldheid, zijn de haat en de nijd geworden, dat er kapitalen worden uitgegeven om nog al moorddadiger wapens te fabriceren. Hieruit kunnen wij zien, welke verwoestingen de menselijke hoogmoed al brengt, hoe duur de zonde betaald wordt en welke ontzettende rampen er over de mensheid komen, als het schepsel boven de Schepper, Die te prijzen is in der eeuwigheid, geëerd wordt. Rampen, welke ook daarin zich openbaren, dat er een Babylonische verwarring, verdeeldheid en onenigheid onder de mensen en onder de volken, zelfs onder de bondgenoten heerst. Zelfs onder hen worden de vrede en de eensgezindheid gemist, hetgeen velen de schrik om het hart doet slaan, die het van de verbonden en bondgenootschappen verwachten. Het is toch inderdaad zo gesteld, dat de eendracht en eensgezindheid onder de leden van het Noord- Atlantisohe pact verre zoek zijn, zelfs zó, dat niemand minder dan de voormalige opperbevelhebber van het Engelse leger, Montgomery, daarover zijn grote ongerustheid heeft uitgesproken. Inderdaad maakt het Noord-Atlantisdhe pact een hoogst moeilijke tijd door. Opgericht om gezamenlijk een hechte verdediging tegen een mogelijke aanval van de Sovjet- Unie te vormen, geeft het er openlijk blijk van, dat een gezamenlijk optreden op het ogenbhk groot gevaar loopt. En dat in een tijd, waarin deze hard nodig is. De regering van de Sovjet-Unie toch heeft met de verschijning van de kunstmaan en wat daar nauw mede samenhangt sterke indruk gemaakt op onderscheidene regering, niet het minst op die van de Arabische, Aziatische en Afrikaanse landen. Daarmede heeft zij haar invloed op het midden-oosten niet weinig versterkt. Chroestsjef zoekt met allerlei propaganda deze nog te versterken, wat hem maar al te zeer gelukt. Hij laat niet na 'bij elke mogelijke gelegenheid te roemen op de sterkte van de Russische strijdkrachten, verklarende, dat deze toegerust zijn met de meest moderne wapens.

Daartegenover staat, dat de verdeeldheid onder de leden van het Noord-Atlantisch pact allenninst goed doet aan dit pact. En deze verdeeldheid is nog niet weggenomen. De oorzaak daarvan zijn thans de leveranties van wapens door Engeland en Amerika aan Tunis. Daarover zijn vele Fransen ontstemd, ook de Franse regering. Dit is op zichzelf zeer begrijpelijk, want er bestaat geen afdoende waarborg, dat de wapens niet uiteindelijk in de handen van de Algerijnse opstandelingen terechtkomen. De Franse minister van buitenlandse zaken, Pineau, heeft expres voor deze aangelegenheid een reis naar Amerika ondernomen om te dezer zake een onderhoud met zijn Amerikaanse collega Dulles te hebben — wat wel uitwijst, dat de kwestie hoog door de Franse regering wordt opgenomen — doch dit onderhoud heeft geen gewenst resultaat opgeleverd. Om de verontruste gemoederen van tal van Fransen te kalmeren, heeft de Engelse minister-president MacMillan zich naar Parijs begeven en daar een samenspreking met minister Gaillard gehad. Afgaande op het door deze ministers na dit onderhoud gezamenlijk uitgegeven communiqué, heeft deze samenspreking een beter resultaat opgeleverd. De Franse minister-president heeft toegezegd, dat hij in de Franse Tweede Kamer een nadere toelichting zal geven over de Frans-Engelse besprekingen, waarover hij verklaard heeft, zeer tevreden te zijn. Ook de Engelse ministerpresident heeft zich in dezelfde geest uitgelaten.

Als een zaak van groot belang beschouwt men het in de Franse regerings- en diplomatieke kringen, dat de Engelse regering begrip getoond heeft voor de bijzondere verantwoordelijkheid, welke de Fransen in Noord-Afrika hebben inzake de oplossing van 't Algerijnse probleem en dat er met de Franse regering overleg gepleegd zal worden wanneer de Tunesische regering opnieuw om wapens zal vragen. Dienaangaande wordt in het uitgegeven communiqué gezegd: „De eerste ministers hebben een algemene bespreking over Noord-Afrikaanse vraagstukken gehad, waarbij zij zich voor ogen hielden, dat de verantwoordelijkheid voor een oplossing van de Algerijn­ se kwestie bij Frankrijk berust. De Franse ministers geven de lijnen aan, waarlangs de Franse regering in deze kwestie werkt. In een geest van soHdariteit tussen de twee landen gaven de twee minister-presidenten uitdrukking aan hun overtuiging dat Frankrijk zich van zijn speciale verantwoordelijkheden in Noord-Afrika moet kwijten, waar het krachtens de traditie een leidende positie heeft en waar het een onmisbare bijdrage levert tot de gemeenschappelijke verdediging van de vrije wereld". Voorts wordt in het communiqué gezegd: „De minister-presidenten waren in het bijzonder van oordeel, dat deze solidariteit moet leiden tot een toenemende samenvoeging van hulpbronnen en kennis, in het bijzonder van het speurwerk en de produktie. Zij waren het er ook over eens, dat al het mogelijke in het werk moet worden gesteld om het stelsel van raadpleging binnen het bondgenootschap van het Noord-Atlantisch pact uit te breiden".

Dit alles klinkt wel heel mooi, maar door MacMillan is al evenmin als door minister Dulles spijt betuigd over de wapenlevering aan Tunis, en door hem is ook niet toegezegd, dat er nooit meer een wapenlevering door Engeland aan Tunis zal plaats vinden, maar in het communiqué wordt gezegd: „Het overleg over dit onderwerp tussen de beide regeringen duurt voort".

Uit dit alles blijkt wel, dat de solidariteit tussen de Franse en de Engelse regering veel meer in woorden dan in werkelijkheid bestaat, alsook dat de omstandigheden, waaronder de leden van het Noord- Atlantisch pact in december staan bijeen te komen, niet gunstig zijn om op deze bijeenkomst de solidariteit te vestigen of te versterken. In de regerings- en diplomatieke kringen van West-Duitsland is men van oordeel, dat deze bijeenkomst te dien aanzien geen resultaat zal opleveren. Men deelt daarin het Franse standpunt en is daarin verstoord over de huidige gang van zaken, waarbij de Amerikaanse regering een wit voetje bij de Arabische, Aziatisdhe en Afrikaanse regeringen poogt te verkrijgen ten koste van Europese belangen, welke zij opoffert om de machtssfeer van haar grote tegenstander, de Sovjet-Unie, in het midden-oosten te keren of althans te verminderen. Onmiskenbaar vertoont de huidige Amerikaanse politiek dit karakter. Dit bleek ook weer bij de behandeling van de kwestie Nieuw-Guinea, waarbij de Amerikaanse gedelegeerde het niet opnam voor de bondgenoot Nederland, maar deze feitelijk in de steek liet door een neutrale houding aan te nemen en zich bij de stemming over de door Indonesië ingediende resolutie van stemming te onthouden. Daarmede wordt ontegenzeggelijk de solidariteit in het Noord- Atlantische pact niet gediend. De even tevoren genoemde resolutie verkreeg in de politieke commissie van de Verenigde Naties bij de gehouden hoofdelijke stemming 42 stemmen yoor, 28 tegen en 11 onthoudingen, gelijk ook de tweede paragraaf, waarbij de secretarisgeneraal, wordt uitgenodigd de partijen bij te staan met een zelfde stemverhouding werd aangenomen.

Bij geen dezer stemmingen werd alzo 'n meerderheid van twee derden verkregen, zodat indien de verhoudingen geen wijzigingen ondergaan, de resoluties geen kans maken door de Algemene Vergadering te worden bekrachtigd. Vóór de resoluties stemden vrijwel alle gedelegeerden van de Afrikaans-Aziatische landen, negen gedelegeerden van het Sovjetblok, vijf gedelegeerden van Latijns-Amerikaansé landen en die van Griekenland. Merkwaardig was het hierbij dat de afgevaardigden van Spanje, Argentinië, Chili en Columbia, die zich het vorige jaar van stemming onthielden, thans tegen stemden, terwijl die van Ecuador, die het vorige jaar vóór stemde, zich thans van stemming onthield, en die van Liberia van vóór naar onthouding, en die van Laos van onthouding naar voorstemmen overgingen, en de Amerikaanse afgevaardigde zich evenals het vorige jaar zich ook thans van stemming onthield. In zijn laatste rede herhaalde de Indonesische gedelegeerde zijn dreigementen, zeggende, dat de Indonesische regering en het Indonesische volk niet onverrichter zake kunnen blijven toezien. Geen macht ter wereld, zo voegde hij daaraan toe, kan het Indonesische volk verhinderen alle mogelijke maatregelen te nemen ten einde zijn rechten, zijn veiligheid, zijn vrijheid en de vrede te verdedigen. De Indonesische resolutie, welke Vrijdag 29 november in de Algemene Vergadering van de Organisatie der Verenigde Naties in stemming kwam, heeft de vereiste meerderheid van tweederden niet kunnen halen. Het verging haar nog slechter dan bij de stemming in de politieke commissie. Zij behaalde slechts 41 tegen 29 stemmen bij elf onthoiidingen. Deze uitslag, al is hij voor Nederland geen bepaalde overwinning, is voor de Indonesische regering wel 'n bittere pil. Hij betekent het falen van één der sterkste delegaties, welke ooit voor dit doel door haar naar deze Organisatie werden afgevaardigd. Bovendien had zij kosten noch moeite gespaard om de delegaties der Zuid-Amerikaanse landen voor haar standpunt te winnen en meer nog dan ooit tevoren met dreigementen gewerkt. Dit heeft haar echter niet gebaat. Want ondanks dat de Organisatie reeds het vorige jaar met een aantal Aziatische landen was uitgebreid, was de stemmenverhouding voor haar nog ongunstiger dan het vorige jaar.

Na de afloop van deze stemming staat te wachten, dat de Indonesische regering sancties tegen de Nederlandse belangen zal uitvoeren. De aangekondigde vergeldingsmaatregelen zullen, zo ver er thans over te oordelen valt, daarin ibestaan, dat: a. aflopende concessies van Nederlandse maatschappijen niet worden vernieuwd, vitale bedrijven, welke in Nederlandse handen zijn, worden genationaliseerd, Nederlanders, wier aanwezigheid in Indonesië van geen economisch belang is, uit Indonesië moeten vertrekken, en het geven van inreisvergunningen aan Nederlandse onderdanen wordt stopgezet, b. Dat Nederlandse employe's door Indonesiërs bij de Nederlandse bedrijven worden vervangen en Nederlanders in Indonesië geen vii beroepen mogen uitoefenen, c. Dat Ni derlandse bedrijven worden verplicht vorm aan te nemen van Indonesiscï vennootschappen onder Indonesisct •wetten, d. Dat een West-Irian (Nieu\i Guinea) brigade wordt opgericht, evei als een fonds voor de bevrijding yj Nieuw-Guinea. e. Dat het hoofd van hi militair bestuur toestemming krijgt 01 in het gehele land een campagne voo de bevrijding van Nieuw^uinea te bi ginnen. ji ^ „ d v 5 ( j v

Dat het in Indonesië deze kant uit zo; gaan, was, afgezien of Nederland al dj niet Nieuw-Guinea aan Indonesië af zo staan, te voorzien, reeds lang voordat soevereiniteit van Indië aan de Indonssi sche regering werd overgedragen. D hetze, welke toen reeds tegeii Nederlani •werd gevoerd, wees dit heel duidelij aan; een hetze, welke sinds de overdracli nog al sterker gevoerd werd en welki uit moest lopen op wat thans van Indo nesische zijde is gedaan. Dit alles wa, klaar en helder te voorzien, alleen de derlandse regering en haar medestandec voor de soevereiniteitsoverdracht gedroe gen zich als degenen, die ziende blint en horende doof waren. Met dat al blijft er op dit terrein onras' bestaan, welke er thans op allerlei terreii in de wereld zo veel bestaat. Het is on der deze omstandigheden, dat in december de algemene vergadering van de Ii den van het Noord-Atlantisdhe pact staal gehouden te worden. Het lag in het voornemen van president Eisenhower dea vergadering te bezoeken. Doch of dea ter vergadering aanwezig zal zijn, staal nog te bezien. Hij is toch plotseling weei ongesteld geworden. Het eerste bericlil van deze ongesteldheid was nogal alar merend. Daaruit werd de conclusie ge trokken, dat dit niet het geval zou zijn Doch de latere berichten waren meer ge ruststellend. Ook het feit, dat de presi dent reeds heel kort na zijn ziek worden in staat bleek te zijn een dienst op de dankdag in de kerk bij te wonen, werkte er aan mede, dat de ongesteldheid althans naar het schijnt niet van zeer ernstige aard is. Eisenhower moet zelfs van plan zijn om persoonlijk de Pavijse vergadering bij te wonen, zodat hij dan niet vervangen zal worden door de vice-president Nixon, wat aanvankelijk beiicbt werd. Zekerheid bestaat er op dit punt echter nog niet. Doch hoe het in deze ook zal zijn, in eDc geval is men overeengekomen, dat de vergadering te Parijs in december zal gehouden worden. G H j b h l

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 december 1957

De Banier | 8 Pagina's

Buitenlands OVERZICHT

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 december 1957

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken