Bekijk het origineel

Buitenlands OVERZICHT

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Buitenlands OVERZICHT

12 minuten leestijd

„Hoe — z» sprak de Heer© Jezus volgens Johannes 5 : 44 — kunt gij geloven, gij die de eer van elkander neemt, en de eer, die van God alleen is, niet zoekt". En volgens Lukas 6 : 26: „Wee u wanneer alle mensen wel van u spreken, want hun vaders deden desgelijks de valse profeten".

De eer van mensen is te allen tijde, niet het minst in onze donkere dagen, gezocht. Hoe dwaas is dit, want zij is niet dan een ijdele damp, een schaduw, welke ras voorbij trekt! Hoe dikwerf is het vandaag bij de mensen: „hosanna!" en kort nadien reeds: „kruist hem!" Bovendien, hoe kort is het menselijk leven, hoe vergankelijk is het; hoe onverwacht en ongedacht wordt het menïgwerf afgesneden! Des mensen heerlijkheid is toch gelijk aan die der bladeren, die heden wel groen en fris zijn, maar even later reeds afvallen; aan die der bloemen, die kort nadien, dat zij als een verlustiging der ogen prachtig bloeiden, verdorren. Maar toch, hoe zeer wordt naar de eer en goedkeuring der mensen gestaan! Zó zelfs, alsof zij het zijn van wie alle wel en wee afhangt. Hoe wordt het welzijn van hen verwacht, waarbij de eer en goedkeuring Gods in het geheel niet in aanmerking komt, terwijl het toch de Heere is, van Wie alle mensen het welzijn moeten ontvangen. Hij is toch alleen de Almachtige, Die deze verhogen en gene vernederen kan.

De Heilige Schrift leert ons en oordeelt hier zeer beslist, daar zij verklaart, dat men alle mogelijke kennis, alle wetenschap, al het geloof kan hebben, ja zelfs wonderen kan doen, en nochtans niets is. Zij leert dat indien iemand meent iets te zijn, dat deze zichzelf bedriegt; en dat wie meent te staan, die wel moge toezien, dat (hij niet valt; dat wie bouwt, er wel terdege acht op heeft te geven hoe hij bouwt; waaruit volgt, dat een iegelijk, die meent te kennen, iets te kunnen, iets te hebben, iets te zijn, met schijn, misleiding en leugen omgaat, daar hij in de waan leeft in zichzelf rijk te zijn, daar een iegelijk mens toch maar alleen in God rijk kan zijn en in iHem wat vermag.

Desnietttemin, wat ons de algehele val van de mens openbaart, wordt het welzijn van nature door een iegelijk mens altijd bij mensen gezocht, op hun eer en goedkeuring prijs gesteld, alsof zij het zijn, die door hun kracht, inzicht en verstand dit kunnen aanbrengen. Doch ook in deze geldt het, dat God Zich niet laat bespotten. En de mens zal maaien wat hij gezaaid heeft. En dit kan alsdan niet anders zijn dan teleurstelling, jammer en ellende. De geschiedenis aller eeuwen geeft ons dit te aanschouwen, zowel in het klein als in het groot, zowel in het particuliere leven van ieder mens, alsook in dat der volkeren. Dit is ook weer het geval met de topconferentie van het Noord-Atlantische pact, al moet etkend worden, dat men, ook al door de vele teleurstellingen, met conferenties opgedaan, er niet zulke hooggespannen verwachtingen van had

als men dat in vroegere jaren van dergelijke conferenties had. Nochtans hadden velen hun hoop op het welslagen van die conferentie gevestigd. Voor het eerst toch in de geschiedenis van dat pact zijn al de regeringsleiders er van in Parijs ter vergadering bijeengekomen. Zelfs de Amerikaanse president Eisenhower sloeg het gewicht er van zó hoog aan, dat hij in weerwil van zijn wankele gezondheid de reis er naar toe ondernomen had.

In de grote zaal van het hoofdkwartier van het pact hebben de regeringsleiders om een tafel met een diameter van 15 meter plaats genomen, terwijl achter hen de delegaties gezeten waren; in totaal een gezelschap van 285 staatslieden, diplomaten en mihtairen. Terwijl tientallen televisiecamera's op hen gericht werden, een honderdtal fotografen zich om hen heen verdrong en niet minder dan 1400 journalisten te Parijs aanwezig waren om in hun bladen verslag over de conferentie uit te brengen, hetgeen op zichzelf reeds als een bijzondere wereldgebeurtenis te beschouwen is. Nadat de Luxemburger minister-president Beek de vergadering geopend had, hielden de Franse ministeripresident Gaillard als gastheer en president Eisenhower korte redevoeringen, waarin zij hun zienswijze over de huidige toestand en hun verlangens daaromtrent uitspraken.

Minister Beek waarschuwde tegen de communistische dreiging, welke hij thans groter en gevaarlijker aohtte dan ooit tevoren. Tevens mefkte hij op, dat er de laatste maanden gebrek aan solidariteit bij de partners van bet verdrag te constateren viel. Deze ongunstige toestand te venbeteren, was de eerste taak van de conferentie, vooral nu de Russen het westen thans uitdagen op economisch, politiek en wetenschappelijk gebied. Minister Gaillard verklaarde, dat men bijeengekomen is om haat, wees en ellende terug te dringen en om het bondgenootschap boven zichzelf uit te doen groeien tot de geest van een gemeenschap, wier doel het is om niet alleen strategische of economische stellingen te verdedigen, maar ook alle geestelijke en morele waarden te beschermen, waarop de beschaving gegrondvest is. President Eisenhower zeide, dat de vrede, welke de landen van het Atlantisch pact begeren, niet voor niets wordt verworven. De prijs zal hoog zijn, maar dit behoeft ons niet te ontmoedigen. De 15 landen van het pact bezitten de mogelijkheid op vreedzame wijze de overwinning te behalen, dewijl zij op het ogenblik het sterkste apparaat van de wereld hebben.

Op de aan de conferentie voorafgaande avond had Spaak, de leider van het pact, op een persconferentie verklaard: In de eerste plaats zullen de pohtieke problemen, ook wel!< e buiten het eigenlijke gebied van het pact liggen, en ook juist die van de koude oorlog, worden besproken; in de tweede plaats over militaire problemen, en in de derde plaats over de nauwere samenwerking op wetenschappelijk gebied tussen de leden van de landen, welke bij het pact zijn aangesloten.

Het is echter wel anders verlopen dan Spaak zich dat voorgesteld had en ook dan de Amerikaanse regering had gehoopt dat de conferentie zou verlopen. Op de middagvergadering van de eerste dag hadden president Eisenhower en minister Dulles aangeboden de landen van het pact van ballistische projectielen te voorzien, en aangekondigd, dat de Amerikaanse regering bereid was bepaalde atoomgeheimen, waaronder de blauwdrukken van de Amerikaanse atoomonderzeeboot Nautilus, aan de landen van het pact bekend te maken.

De Noorse minister-president Gerhardsen verklaarde, dat volgens hem het opslaan van ballistische projectielen vol-, strekt geen haast had. De beslissing daarover moest worden uitgesteld tot de politieke en militaire aspecten werkelijk nauwkeurig waren bestudeerd. Dit had ook al door tijdgebrek zijns inziens tot dusver niet kunnen plaats vinden. Gedurende de tijd van uitstel, dat echter geen beletsel mocht zijn om alvast de noodzakelijke praktische voorbereidingen te treffen, zou men kunnen nagaan wat de mogelijkheden van een hernieuwde ontwapeningsibespreking met de Russische regering waren. Hij maakte er overigens geen geheim van, dat het idee van een neutrale zone in Europa en een geneutraliseerd Duitsland de aandacht van de Noorse regering had. Het verminderen van de bestaande strijdkrachten met de bedoeling om de spanning in ons deel van de wereld te doen afnemen, heeft in Noorwegen grote belangstelling gewekt, zo verklaarde Gerhardsen. Ook van de zijde van de Zweedse en Deense regeringen werd op beleefde wijze het voorstel van de Amerikaanse regering, om Zweden en Noorwegen van ballistische projectielen te voorzien, van de hand gewezen.

Ook de bondskanselier Dr. Adenauer verklaarde een direkte plaatsing van baHistische projectielen in West-Duitsland niet gewenst, waarbij hij zeide, een voorstander er van te zijn om de mogelijkheden van een gesprek met de Russische regering te onderzoeken. Hij vestigde hierbij de aandacht op de gematigde toon van de voorstellen, welke Boelganin in zijn laatste schrijven aan de regeringen gedaan heeft. Hij achtte deze voorstellen belangrijk genoeg om langs diplomatiekanalen te proberen om er iets naders van te vernemen. Ook de Engelse minister-president MacMillan zeide, dat hij het 'van belang achtte om met de Russische regering in nader overleg te treden, dewijl wij in ieder geval geen kans voorbij moeten laten gaan.

Inmiddels is de conferentie geëindigd. Verschillende afgevaardigden betoonden hun tevredenheid met de gang van zaken op deze conferentie, zoals dat na afloop van zo menige conferentie ook al het geval was. Doch beziet men de resultaten, dan kan met alle recht gezegd worden, dat zij in een bittere teleurstelling is geëindigd. De delegaties hadden hun tijd stellig veel beter kunnen gebruiken. 'De grote kosten, welke voor de conferentie zijn gemaakt, hadden heel wat nutter besteed kunnen worden. In Amerika betoont men zich teleurgesteld, dat op de topconferentie van de landen van het Atlantisch pact onderscheidene landen zich voorstanders van een 'hernieuwd overleg met de Russische regering hebben betoond, waarvan de Amerikaanse regering — en daarin kan zij door de feiten zeer wel in het gelijk gesteld worden — bij herhaling getuigd heeft, dat het onderhoud op niets zal uitlopen.

Bovendien kan het de Amerikaanse regering allesbehalve aangenaam zijn, dat haar aanbod om ballistische projectiele» 1 in onderscheidene landen van Europa ti plaatsen, door verschillende regeringen van de hand is gewezen, al is er dan een pleister op de wonde gelegd doordat de regeringen van Noorwegen, Zweden en West-Duitsland nader verklaard heblx'n, dat zij in principe met een plaatsing van de ballistische projectielen mee konden gaan.

In Frankrijk gevoelt men zich teleurgesteld over het resultaat van pohtiek overleg inzake de Franse geschillen met de Noord-Afrikaanse landen. De sekretarisgeneraal Spaak, die bepleit had, dat d« topconferentie het beeld van een politieke eenheid en eendrachtig optreden zou vertonen, heeft ook een bittere teleurstelling moeten slikken. Hij betoonde zich vooral verontrust over de meningsversdhillen tussen Frankrijk enerzijds en Amerika en Engeland anderzijds en hoopte er sterk op, dat Amerika en Engeland hun gedragswijze omtrent d« levering van wapens aan Tunis zouden wijzigen en daarvan op de conferentie mededeling zouden doen. Doch op de topconferentie is uit niets gebleken, dat de Amerikaanse regering haar standpunt in deze ook maar iets zal wijzigen. Dat er in het vervolg een gemeenschappelijke pohtiek door de leden van het Atlantisch pact zowel ten aanzien van Europa als van het midden- en verre oosten gevoerd 'zal worden, behoort nog altijd tot de 'vrome wensen.

Het is voor president Eisenhower en minister Dulles wel heCl in het bijzonder een hele ontgoocheling geweest, dat zij op de topconferentie niet de zo sterk verontruste stemming hebben aangetroffen, welke de Russische kunstmanen en raketten in Amerika zelf verwekt hebben. President Eisenhower en minister Dulles hadden er alles op gezet om tot een onmiddellijke versterking van de verdediging over te gaan. Minister Dulles, die reeds vóór de aanvang van de topconferentie in Parijs aanwezig was, had h.-.rd geijverd om met onderscheidene < "1 gevaardigden van Europese landen een tweezijdig akkoord aan te gaan over het stationeren van raketten, maar daar is niets van gekomen; gelijk het voor Dulles persoonlijk een harde pil moet zijn, dat onderscheidene Europese landen op esn hernieuwde bespreking met de Russische regering hebben aangedrongen, te meer omdat hij in het weekblad Life zijn diepste wantrouwen tegen de Russische regering had uitgesproken, verklarende, dat van haar niets goeds te verwachten valt.

Zo is dan de topconferentie, al wordt het in het slotcommuniqué wel anders voorgesteld, van welke kant ook beschouwd, op een mislukking uitgelopen. Minister-president Dr. Drees heeft zich ook naar Parijs begeven en op de conferentie het woord gevoerd. Hij wees op de gevaarlijke toestand, welke tbans in Indonesië heerst. Hij merkte hierbij op, dat het voor de landen van het pact geen onverschillige zaak kon zijn, welke kant het straks in Indonesië uit zou gaan, daarbij wijzende op d^ gebeurtenissen in dat land. Voorts merkte hij op, dat de door de Organisatie der Verenigde Naties benoemde commissie, welke toezicht had te houden op de uitvoering van de overeenkomst van de Haagse Ronde Tafelconferentie, niets gedaan was en dat het nauwelijks enig opzien had verwekt, dat de Indonesisch© regering de overeenkomst verbroken had.

Dr. Drees en minister Luns hebben van dit optreden en de verdere bemoeienissen van minister Luns inzake Indonesië nog al optimistische verwachtingen. Het zou echter allerminst de eerste keer zijn, indien zij met hun verwachtingen bedrogen uitkwamen. Hoe vaak al heeft de Nederlands© regering betreffende de Indonesische kwestie optimistisch© ver- vachtingen gekoesterd, welke door de eiten totaal gelogenstraft zijn! Deze opiinistisohe verwachtingen zijn mede gerond op het feit, dat minister Dulles zo ewillig het oor leende aan de uiteenzetng van het Nederlandse standpunt, terijl Dulles zulks vroeger niet deed, in de vertuiging, dat hij uit eigen bronnen oldoende was ingelicht, en. ook daarop, Jat minister Luns zijn Franse ambtgeoot Pineau en zijn Engelse collega Selyn Lloyd over de Indonesische kwestie eeft benaderd. Ook schijnt onze regeing nog te overwegen om de Indonesiche kwestie in de Organisatie der Vernigde Naties ter sprake te brengen. Dr. rees heeft immers vastgesteld, dat de rganisatie der Verenigde Naties foreel nog niet van Nederland af is. Offi- ; 1 — zo zeide hij — staat de zaak Inonesië nog steeds op de agenda, en de aagse Ronde Tafel-overeenkomsten, die nder toezicht van deze Organisatie tot tand zijn gekomen, hebben ondanks de enzijdige opzegging van Indonesië hun eldingskracht voor deze Organisatie niet erloren.

Wat Indonesië zelf betreft, daarin neemt chaos nog steeds toe. Sommige streken worden met hongersnood bedreigd. De prijzen van rijst — wat voor vele Indonesiërs het hoofdvoedsel is — zijn op een ongekende, onrustbarende wijze gestegen.

Volgens de laatste berichten zal president Soekarno toch op 5 januari voor een rustkuur naar India vertrekken. Of Mohammed Hatta, die nog steeds met Soekarno niet samenwerkt, omdat hij geen communisten in de regering wenst opgenomen te zien, alsdan weder als vice-president zal optreden, dient afgewacht te worden, alsook of de communisten bij de zo ontredderde toestand niet sullen proberen door een staatsgreep de nacht in handen te krijgen. Volgens de Indonesische minister-president Djoeanda bestaat daarvoor geen gevaar. Hij verlekerde, dat zijn regering de toestand in Induijesië volkomen meester is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 december 1957

De Banier | 8 Pagina's

Buitenlands OVERZICHT

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 december 1957

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken