Bekijk het origineel

Repliekrede

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Repliekrede

7 minuten leestijd

Mijnheer de Voorzitter!

Van de gelegenheid tot repliek wil ik gaarne gebruik maken om nog enkele opmerkingen te maken. Op alle door mij ter sprake gebrachte onderwerpen zal ik niet terugkomen, daar ik dan in onnodige herhaling zou vervallen van hetgeen door mij in eerste instantie reeds werd gezegd. Ik zal mij dus beperken tot enkele hoofdzaken en dan wil ik mij allereerst bepalen tot het antwoord van de Minister van Sociale Zaken. Ten aanzien van hetgeen door Zijne Excellentie is gezegd, zou ik willen opmerken, dat onzerzijds tooh

meermalen

is aangegeven wat onzes inziens zou nodig zijn om een verantwoord beleid te

verkrijgen op financieel, economisch en sociaal gebied. In de allereerste plaats zouden wij daartoe nodig achten een overgang tot een geheel ander beginsel dan dat, waardoor de regering zich laat leiden. Hoewel door ons meermalen in de Kamer is verklaard, waarin dit beginsel bestaat en de minister dit dus zou kunnen weten, willen wij ons standpunt te dezer zake nog wel even in het kort herhalen. Het komt hierop neer, dat wij de overtuiging zijn toegedaan, dat, waar de overheid

Gods dienaresse

is, zij voor de naleving van Zijn wet heeft zorg te dragen en ook met Zijn Woord behoort te rade te gaan, ja, dit tot richtsnoer van alle door haar voor te stellen en te nemen maatregelen behoort te nemen. Ik weet, dat de minister en de regering hiervan niet willen weten, maar dit ontslaat hen toch niet van de hun opgelegde roeping. En wat verder het beleid betreft. Mijnheer de Voorzitter, zijn wij van gevoelen, dat, als de regering die vveg, als door mij hier in het kort is aangegeven, zou bewandelen, de

heilzame gevolgen

op financieel, economisch en sociaal gebied niet zouden uitblijven, daar God Zijn zegen verbindt aan het handhaven en naleven van Zijn rechten en inzettingen. Dan zou er zuinig met 's lands financiën worden omgegaan en niet met het geld gesmeten zijn geworden, zoals dit na de oorlog maar al te zeer is gedaan. Dan zouden geen miljoenen gegeven worden aan subsidies ten behoeve van allerlei wereldse vermakelijkheden. Dan zou er geen miljoenen verslindend verzekeringsstelsel op worden nagehouden, maar zouden de ouden van dagen, de invaliden, de zieke arbeiders en alle anderen, die hulp nodig hébben, naar behoefte worden gesteund en verzorgd. Dan zou het verantwoordelijkheidsbesef zijn aangekweekt, wat het doen van besparingen zou hebben bevorderd. Zelfs in Duitsland, het land, waar de verzekeringswetten voor het eerst onder dwang zijn ingevoerd, is men tot de conclusie gekomen, dat deze

dwangverzekeringswetgeving

zeer schadelijke gevolgen heeft, doordat ze de persoonlijke verantwoordeUjkheid in sterke mate afstompt. Dat men aldaar tot die conclusie is gekomen, blijkt overduidelijk uit wat zich daar heeft voorgedaan. Daar heeft namelijk, zo vermeldde de , , Nieuwe Haagse Courant" in 1956, op verzoek van

kanselier Adenauer

een viertal hoogleraren zich gezet aan het zoeken van een regeling voor de sociale zekerheid en wat uit hun bus te voorschijn is gekomen, is: beperking van de zorg van staatswege tot wie werkelijk aan die zorg behoefte hebben. De vier Duitse hoogleraren zijn bij het onderzoek beland bij een bestaande hoeveelheid van wettelijke voorschriften, zovele, dat niemand ze nog kan overzien, maar als geheel van deze strekking, dat de staat is geworden tot een

automatische verzorger

van de massa, in welke situatie van eigen voorzieningen, van eigen verantwoordelijkheidsbesef al minder terechtkomt. Hiertegenover nu hebben deze vier hoogleraj-en in hun rapport aan bondskanselier Adenauer een geheel andere opzet bepleit, een opzet namelijk, waarbij de sociale verzorging haar automatisch karakter verliest, waarbij iedere werker niet langer automatisch „aan de staat vervalt", maar waarbij de

eigen verantwoordelijkheidszji

wordt gewekt en gekweekt. Mijnheer de Voorzitter! Ik zal niet vet. der ingaan op wat door deze hooglera. ren werd voorgesteld; het was mij ei slechts om te doen, naar voren te bren. gen, dat aan het huidige verzekerings stelsel zeer grote nadelen kleven en da dit zelfs erkend is en wordt door personen, die onze principiële bezwaren tegej de verzekering niet delen. Thans, Mijnheer de Voorzitter, wens il nog iets op te merken naar Sanleidini van hetgeen de heer staatssecretaris mij heeft geantvi^oord. Heb ik het juist, Mija, heer de Voorzitter, dan heeft de geachte bewindsman

-geen enkele positieve toezeggij»

gedaan ten aanzien van wat door mij ij bepleit ten aanzien van die gewetensbezwaarden, die verklaren, dat zij de ouderdomsuitkering krachtens de A.O.W, niet wensen te aanvaarden. Dit stelt mij wel zeer teleur, daar ik het als een onbillijkheid zie, dat deze mensen over e« aantal jaren tienduizenden guldens moeten opbrengen en dit geld zonder nieei kvwjt zijn. Ik zou de heer staatssecretaro dringend willen verzoeken, ^leze aangelegenheid nog eens rustig te «willen bezien en te overwegen, of voor hen niet een spaarregeling kan ^vorden ontworpen, zoals die bij het bedrijfspensioeii toch ook mogelijk gemaakt is.

Hetzelfde zou ik willen verzoeken tei aanzien van de kwestie van het

formuliei

dat getekend moet worden door hen, die wel tegen de specifieke sociale verzekeringswetten bezwaar hebben, doch niet tegen de A.O.W., omdat zij deze wet niet als een echte verzekeringswet kunnen zien. Als voor hen een zelfde maatregel werd getroffen als met betrekking tot de Kinderbijslagwet, zou dit bovendien vereenvoudiging voor de administratie betekenen en dus, hoe gering wi licht, bezuiniging. Ik zou de heer staatssecretaris daarom vriendelijk willen verzoeken, ook deze kwestie nog eens in ernstige overweging te willen nemen. b

Na de replieken beantwoordde de minis ter de verschillende sprekers. Ook riclitte hij zich tot Ir. van Dis, waarbij wel bleek, dat hij zich met hand en tanJ aan de dwangverzekeringswetgeving \vil blijven vastklemmen en voorts, dat ooi hij evenals zijn ambtgenoten van ingrijpende bezuiniging op de hoog geklommen staatsuitgaven niet wil weten. Op hetgeen was opgemerkt over wat ziel niet lang geleden in Duitsland met betrekking tot het streven naar algeheli m t Z G k m d reorganisatie van het dwangverzekerings systeem had voorgedaan, ging ministei Suurhoff met geen woord in. Evenmi» deed dit de staatssecretaris, mr. dr. val Rhijn. Deze kwam dit keer echter wel terug op wat door de afgevaardigde < t S.G.P. te berde was gebracht in zake d grieven, die bestaan met betrekking tot H de Algemene Ouderdomswet. Dienaan- V gaande zeide de staatssecretaris woorde­ z lijk het volgende: v

„De geachte afgevaardigde de heer va» b Dis heeft zich beklaagd, dat ik inzak h de gewetensbezwaarden zo weinig be- H grip had getoond voor de bezwaren, v aan die kant bestaan. Nu heeft de g achte afgevaardigde enige suggesties h daan. Ik ben wel bereid eens na te gaa» D of op enigerlei wijze aan die suggesties W kan worden tegemoet gekomen, mits : ze dan maar blijven binnen het raam ' van de thans algemeen geldende bej»' i lingen. Ik heb de voorstellen van de ge- elite afgevaardigde nlët voldoende echnisoh kunnen peilen en daarom is iet het beste, wanneer ik met mijn melewerkers naga, of nog iets kan worden «edaan om aan de bezwaren van de heer /an Dis tegemoet te komen".

iVij zullen moeten afwachten wat het esiiltaat zal zijn van de door de staatsecretaris gedane toezegging om nog ; ens na te gaan of er aan de onderhavige zwaren kan tegemoet gekomen wor- ]en. Hoewel het voldoening wekt, dat iet van S.G.P. zijde gedane verzoek niet botweg werd afgewezen. als in de Viemorie van .Axitwoord gedaan werd, •och zal men er goed aan doen zich te lezer zake geen illusies te maken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 januari 1958

De Banier | 8 Pagina's

Repliekrede

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 januari 1958

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken