Bekijk het origineel

Buitenlands OVERZICHT

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Buitenlands OVERZICHT

11 minuten leestijd

„Geef eer de Heere, uw God, eei Hij het duister maakt en gij uw voet zoudt stoten aan de schemerende bergen" — zo eist de Heere in Zijn Woord. Hoe ongenegen en ook onbekwaam door eigen zonde echter is de mens om aan deze eis te voldoen! Hij is toch in al zijn doen en laten een eerrover Gods. Heel zijn streven is daarop gericht om zijn eigen eer te dienen en om zelf bewierookt te worden.

Dit heilloze streven heeft zijn oorzaak in zijn val, in zijn ongeloof en hoogmoed. Daardoor weegt hem zijn eigen eer zo zwaar en komt de eer Gods bij hem in het geheel niet in aanmerking. En dit met al de jammeren en ellende, welke daaruit voor hem voortspruiten. Ongeloof en hoogmoed blijven toch niet ongestraft. Zij worden zelfs duur betaald. In het leven van elk mens en ook in dat der volken. De Heere toch is jaloers op Zijn eer. Hem de Hem toekomende eer als Schepper, Onderhouder en Weldoener te onthouden, blijft niet ongestraft. Wie Hem niet eert, die zal zulks in al zijn jammerlijke gevolgen ondervinden. In zijn leven worden de ware vrede en vreugde niet gekend, maar is hij als een voortgedreven zee, welke nimmer tot rust komt. Al het geld en goed dezer wereld, de ronde wereld zal het vierkante hart des mensen nimmer kunnen vervullen. Het meer is bij hem nooit vol. Keizer Alexander, die geheel de toenmalige wereld onder zijn bewind stelde, biedt ons daarvan een hoogst leerzaam voorbeeld. Toen hij zijn laatste vijanden overwonnen had, vroegen zijn veldheren hem, of hij nu voldaan was. Een vraag, waarop hij met een beslist neen antwoordde, daaraan toevoegende, dat hij wenste, dat er nog een tweede wereld was, opdat hij deze ook nog aan zich zou kunnen onderwerpen.

Dat nu juist is het oordeel, dat zo zwaar op onze tijd rust, dat men in verharding des harten, in ongeloof en hoogmoed de Heere niet eert, zelfs Zijn genade versmaadt, welke vleugelen geeft om tot Hem te gaan, om bij Hem zijn sterkte te zoeken en te vinden, bij Wie te allen tijde raad en uitkomst te bekomen is, zelfs als de menselijke wijsheid dit voor onmogelijk verklaard heeft. Hij is toch meer en groter van vermogen en kracht dan al de machtigen der aarde, ja dan al de mensen tezamen, die bij Hem geteld minder dan niet en ijdelheid zijn. Nochtans, wat geeft onze tijd ons te aan- .schouwen?

Dit, dat men, de Heere de eer niet gevende. Hem tracht te ontkronen en de mens als een godheid te kronen. Voorzeker, onze tijd gaat zwanger aan miskenning van God en Diens geopenbaarde Woord en aan verafgoding van de mens, diens rede en krachten. Is het nu wonder, dat onze dagen zo donker zijn, dat het ene wee nog niet gegaan is of een ander is alweder gekomen; dat het op de aarde maar niet tot rust kan komen, dat het ene volk tegen het andere opstaat en dat onder één en hetzelfde volk, tussen de volksgenoten, zo veel twist en onenigheid zelfs van zulk een hevige aard bestaat, dat het op een burgeroorlog uitloopt, zoals dat in Hongarije het geval was.

Schier overal toch waar wij onze blik over het rond der aarde laten gaan, treffen wij de bewoners er van, als vruchten van het ongeloof en de hoogmoed, met wrok on wrevel vervuld. Dit is thans ook wel het geval in Indonesié, waarin het communisme wroet en naar de heerschappij staat. Het is daarbij zelfs zó ver gekomen, dat er een grote burgeroorlog dreigt uit te breken. De regering van Djoeanda te Djakarta heeft geweigerd aan het ultimatum van de kolonels op Sumatra te voldoen. In stede van dat zij af zal tieden, zoals in het ultimatum geëist werd, heeft zij zich scherp tegen hen gekeerd, waar zij hen uit de militaire dienst oneervol ontslagen heeft.

Eén der leiders van de beweging op Sumatra, luitenant-kolonel Ventje Soemoeal, heeft op een perskonferentie te Manilla verklaard, dat zaterdag 15 februari de regering op Sumatra uitgeroepen zou worden. Soeomoeal, die twee dagen geleden uit Tokio te Manilla aankwam, had zich daar enige tijd verborgen gehouden. De Indonesische regering heeft de regering op de Philipijnen verzocht Soemoeal uit te wijzen. Deze heeft dit geweigerd, verklarende, dat zij in het Indonesische konflikt neutraal wenst te blijven.

Op de perskonferentie te Manilla zeide Soemoeal: Het Indonesische volk staat achter ons. Hierbij ontkende hij, dat de beweging op Sumatra een afscheiding beoogde, maar als vertegenwoordigster van heel het Indonesische volk optrad. Haar strijd is een totale strijd voor een demokratisch Indonesië, welke tot het einde zal worden gevoerd, waarbij hij een burgeroorlog niet onmogelijk achtte. De regering te Djakarta zou volgens hem Russische hulp ontvangen om de strijd van de kolonels te onderdrukken, terwijl te Djakarta negenhonderd jeeps en zware vrachtwagens gereed staan om tegen de beweging op Sumatra te worden gebruikt. 'Daaraan voegde hij toe, dat de beweging in staat was om zich tegen elke aanval te verdedigen, maar hij verklaarde nochtans de luchtmacht te vrezen, doch volgens hem bestond er enig vooruitzicht, dat ook in deze vei'betering zou komen, daar zich een officier van de luchtmacht bij hen gevoegd had, die zou helpen bij de vorming van luchtwapens. Op het ogenblik — zo vervolgde Soemoeal — is er nog geen leider van de toekomstige regering aangewezen, doch hij achtte het zeer wel mogelijk, dat Dr. Mohammed Hatta tot premier zou worden uitgeroepen. Soemoeal verklaarde voorts, dat hij tijdens zijn verblijf te Tokio president Soekarno niet had ontmoet, en dat Warouw, een lid van de groep der jonge kolonds, aan Soekarno het ultimatum had ter hand gesteld, daarbij verzekerende, dat hij en de andere kolonels en politici op Sumatra Soekarno en de regering te Djakarta niet meer erkenden. Voor zover het hen betrof, bestaat die regering niet meer, welker macht zich alleen tot Java uitstrekt.

De minister van buitenlandse zaken, Soebandrio, heeft de opstandige kolonels van Sumatra aangeraden zich met demokratische middelen tegen zijn regering te verzetten. Hij zeide daaiibij, dat zijn regering een programma heeft ontworpen om aan de eisen der buitengewesten inzake meer autonomie te voldoen, en zeide, dat de 'kwestie van het commuiusmc overdi-even is door de tegenstanders van de regering te Djakarta en dat zijn ergering geen twist met groepen heeft, die zich met demokratische middelen tegen haar verzetten.

De Garudaraad van Zuid^Sumatra heeft nu ook het aftreden van het kabinet Djoeanda geëist. In een telegram aan het socialistische dagblad „Peduman" te Djakarta verklaarde deze raad, dat het ministerie te Djakarta er niet in geslaagd is de normale betrekkingen tussen haar en de buitengewesten te herstellen en dat zij gefaald heeft in de uitvoering van de besluiten van de in september verleden jaar tussen de centrale regering en de buitengewesten gehouden konferentie tot nationaal ovefleg. Op Midden-Sumatra is de staat van oorlog afgekondigd, zo heeft de radio Padang bekend gemaakt. "Deze radio heeft ook medegedeeld, dat alle officieren en manschappen in Midden-Sumatra hun trouw hebben betuigd aan hun kommandant Hoessein, die door generaal Nasoetion is ontslagen.

President Soekarno — zo verklaarde radio Padang verder — rust op zijn vakantiereis niet uit voor gezondheid, noch helpt hij het Russische volk, maar hij tracht wapens te kopen van het Russische blok, kennelijk om te worden gebruikt ter onderdrukking van de volksbeweging in de opstandige gebieden. Tevens werd door deze radio gezegd, dat de buitenlandse politiek van de regering te Djakarta was het vernietigen van de vriendschappelijke betrekkingen met de westelijke landen ten einde Indonesië nader te brengen tot het Russische blok. Dit — aldus radio Padang — werd gedaan onder de dekmantel om Nieuw- Guinea terug te krijgen. Bij deze kritiek heeft de Amerikaanse minister Dulles de zijne gevoegd. Hij heeft in het openbaar zijn misnoegen over het kabinet Djoeanda uitgesproken. Wat niet behoeft te verwonderen, want deze koerst op Rusland aan. Het is wel heel laat, dat Dulles' ogen daarvoor open gaan. Dit was toch veel eerder, zelfs vóór de soevereiniteitsoverdracht van Indië aan Indonesië te zien. Dulles bepleitte hierbij, dat er verandering in de regering te Djakarta aangebracht zon worden, een pleidooi, dat minister Djoeanda allesbehalve aangenaam in zijn oren heeft geklonken en waartegen hij met nadruk geprotesteerd heeft, verklarende, evenals de Russische regering dit ten aanzien van Hongarije deed, dat het hier interne aangelegenheden betrof, waarmede Dulles zich niet had te bemoeien. De rust is in Indonesië wel heel ver zoek. Ook in Frankrijk is het thans allesbehalve rustig. De Franse regering is niet weinig geschrokken van de verontwaardiging in vrijwel de gehele wereld over het bombardement op het Tunesische grensdorp Sakiet, waarbij 75 mensen gedood werden. Zelfs in de kringen der Franse regering was men er verontwaardigd over. Daarin poogde men aanvankelijk, vooral tegen de buitenlandse journalisten, de indruk te wekken, dat de müitaire kommandant, op wiens bevel dit bombardement had plaats gevonden, op eigen gezag had gehandeld. Zelfs werd er in die kringen gesproken, dat er een kommissie van onderzoek zou worden ingesteld. Anderzijds werd daarin toegegeven, dat op een kabinetsvergadering eind januari in principe besloten was het recht op achtervolging na aanvallen op Timesische reljellen toe te staan. In Washington heeft minister Dulles met president Eisenhower over dit bombardement gesproken en daarna op instruktie van de president opnieuw de Franse ambassadeur bij zich geroepen om hem van de Amerikaanse ontevredenheid op de hoogte te stellen.

De Amerikaanse regering is door dit bombardement ongetwijfeld in een netelige positie gebracht. Zij wil dt- Franse regering niet voor het hoofd stoten, maar die van Tunesië al evenmin. Ook is de Franse regering van premier Gaillard eveneens in een netelige positie gekomen. Zij kon het Franse leger in Noord-Afrika al heel moeilijk afvallen.

Zij heeft dit, toen deze kwestie in het parlement behandeld werd, dan ook niet gedaan. Premier Gaillard heeft de aktie tegen het Tunesische dorp Sukiet jRlfj goedgekeurd. Na Gaillards verdediginj heeft de Franse kamer met 330 ttïgen 179 stemmen haar vertrouwen uitgesprn. ken in het beleid der regering. Dat deze kwestie niet met een sisser mw aflopen, was te voorzien. De Tunesische regering heeft allerlei tegenmaatregefen genomen. Zo moeten onder meer uit e< ; ii grensdorp alle Franse boeren verhuiren. De regering van Tunesië heeft inmiddels officieel verzocht om een bijeenkomst van de Veiligheidsraad ter besprekaig van het Franse bombardement. De Veiligheidsraad zou, indien de Tunesische regering niet alsnog besluit haar verzoeli in te trekken, maandag 17 of dinsdag 16 februari bijeenkomen. De Franse regering heeft op het Tunesische verzoek wii spoedig gereageerd. Kort na de indiening van het verzoek verluidde het in Parijs dat de Franse regering zeer binnenkort bij de Veiligheidsraad een klacht zal indienen naar aanleiding van herhaalde schendingen van de Algerijnse greni door uit Tunesië komende elementen. Uit het feit, dat de Tunesische regering het Franse bombardement thans officieel voor de Veiligheidsraad heeft gebr.!oht, zou men kimnen afleiden, dat de Franse regering de bemiddeling, welke de .'Amerikaanse regering heeft aangeboden, niei zonder meer heeft aanvaard. Pre.< adeiit Bourguiba verklaarde tegenover journalisten, dat zijn regering slechts bereid was haar klacht bij de Veiligheid si aai in te trekken indien de Franse regt nng zich bereid verklaarde om de bemiddeling van de Amerikaanse regering in he: konflikt te aanvaarden.

Tevoren had Bourguiba in een bijzondei heftige radiorede verklaard, eventueel al te zullen treden om ondergronds de strijd voor de evakuatie der Franse troepen ui( zijn land te leiden. Hier'bij verklaarde zich bereid om met alle leden van hel Noord-Atlantisch pact, behalve mei Frankrijk, te onderhandelen over een mogelijke overdracht der Franse basis Bizflta aan het Noord-Atlantische pact, l» een nota aan de Amerikaanse regeriaj heeft de Tunesische regering medegedeeld, dat de Franse troepen zich nie! buiten hun kampementen mogen l> egeven, dat zij noch via de zee, noch via de lucht versterkingen mogen ontvangen doch dat het hun vrij staat Tunesië verlaten.

Ook in het Engelse protektoraat Aden de onrust toegenomen. De aanvallen vai Jemenietische benden zijn daarin laatste dagen veelvuldiger en krachtige geworden. De Jemenieten vernielden M hun strooptochten zelfs de oogst. Bij al deze opschudding en onrust konil nog, dat de opstandelingen op Gypnis aangekondigd hebben, dat zij hun gew* pende gewelddadige aktie tegen de Britse bezetting zullen hervatten. Ook » het de rust in het midden-oosten niet bevorderen, dat de regeringen van Irak ei Jordanië te Amman een koningsverl als tegenzet tegen de Eigyptisch-Syrisclif unie hebben opgericht. De oprichting ii lioofdzakelijk uitgegaan van koninj Hoessein van Jordanië en zijn achternee kofiig Feisal II van Irak. Koning Saoe« van Saoedie-Arabië verscheen niet de bijeenkomst, doch volstond met W zenden van een vertegenwoordiger. Hl is tegen een nauwe verbinding aan iif' westen en .sloot 2uch niet bij het koningsverbond aan. Met dat al is de onrust in het middenoosten weder toegenomen. En niet alte daar, maar schier overal ter wereld. Hie'in is een oordeel te zien. Men stelt üij' vertrouwen op de mens en niet op o' Heere en versmaadt zelfs Zijn genade welke vleugelen geeft om tot Hem •* gaan en zijn sterkte in Hem te vindf"

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 februari 1958

De Banier | 8 Pagina's

Buitenlands OVERZICHT

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 februari 1958

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken