Bekijk het origineel

Gebed om de regen des Geestes

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Gebed om de regen des Geestes

7 minuten leestijd

IV. Begeert van de Heere regen ten tijde des spaden regens; de Heere maakt de weerlichten; en Hij zal hun regen genoeg geven voor ieder kruid op het veld. Zacharia 10 : 1

Gods volk .wordt uit genade zalig. Zij worden zalig omdat God het wil. Aan hun kant een nauwelijks zalig worden, 1 Petrus 4 : 18; maar aan Gods zijde een zekerlijk zalig worden, Psalm 89 : 7. En wanneer die regen des Geestes afdaalt uit dat eeuwige welbehagen, uit kracht van Christus' voorbede en op grond van Zijn volmaakt borgwerk, dan wordt daardoor alles verkwikt. Moedeloos en troosteloos kan Gods volk over de aarde gaan. Wat kan de zware aelestrijd hen neerdrukken. Op de wereld, in de kerk, in het huisgezin, in hun hart staat alles satan ten dienste om de troost te roven uit hun ziel. Wat zijn de diepten des satans groot. Alles kan hier niet genoemd worden. De afgrond roept soms tot de afgrond, gelijk die Borg des verbonds klaagde in Psalm 42, en de wateren zijn .soms gekomen tot aan de ziel, Ps. 69 : 2. Wat een kracht kan de zonde oefenen in het meeslepen en benauwen van hun ziel, al is de zonde in zijn heerschappijvoerende macht voor eeuwig veiijroken. Het ikan soms zo ver gaan. Afgemat is hun ziel veelal van al de strijd en de beroering. Doch zodra die regen des Geestes afdaalt, wordt alles weer verkwikt. Dan gaat het stof overal vicer eens af en wat leeft dan alles weer op. Dan krijgen zij de kracht van de Goddelijke beloften weer te ervaren. Dan wordt de verlossing, door Christus bewerkt, weer toegepast aan hun ziel.

Gij heft mijn hoofd omhoog En doet m' Uw gunst aanschouwen.

Dan krijgt hun ziel wesr moed en kracht. Dan wordt het geloof weer versterkt, de ? ioop verlevendigd en de liefde verwakkerd. Dan wordt al het oude weer nieuw. Zij krijgen weer nieuwe onderwijzingen en nieuwe bevindingen. De wijdte en de hreedte van Immanuëlsland wordt voor Imn zielsoog geopend en zij zien overal weer doorheen en overal weer overheen. Ja, zij .mogen soms blikken tot in de eeuwigheid en zij worden weer verzekerd van hun aandeel aan God en Christus. iH'un jeugd wordt vernieuwd als eens arends, Psalm 103 : 3. Ja daarenboven, zij richten weer op de trage 'handen en de slappe knieën. V/anneer het in de natuur lange tijd niet geregend heeft en alles dreigt te ver­ dorren en te sterven, dan maken wij er (ins wel eens druk mee om water op de vruchten te .gieten. In vele gevallen is het nog meer achteruit dan vooruit. Al gieten wij er soms nog zo veel water bij, alles versteent, en daarbij, wij kunnen nooit bewerken dat er een geur van de vruchten uitgaat. Zodra het echter van de hemel regent, dan fleurt alles op en wat een aangename geur verspreidt dadelijk alles van zicïh. Als de vruchten van de hemel worden bevochtigd, dan is liet dadelijk anders dan dat wij het doen. Zodra dan de zon er weer op schijnt, kunnen wij het soms zien 'groeien. 'Door de bedauwing des Geestes gaat er kracht van Gods werk uit. WeUc een geur verspreidt dat oO'k voor onze omgeving. Dan, wordt de oude mens der zonde gedood en gekruisigd; dan is er een voortvaren tot de volmaaktheid. Dan wordt er iets beoefend van de ware zelfverloochening, zelfverfoeiing en zelfmishaging. Dan hebben wij met onszelf niets meer op, maar dan heeft God de hoogste plaats in ons hart. Dan drukken wij de voetstappen van Christus; dan worden wij meer en meer Gods 'beeld gelijkvormig. Dan ruist de vrucht als van de Libanon. Dan zijn .wij groen en fris om te verkondigen dat de Heere recht is. , , Hij is mijn Rotssteen en in Hem is geen onrecht". Psalm 92 : 16.

O geliefden', zouden wij nu naar zulk een regen niet verlangen? Zouden wij die regen des Geestes niet van God begeren? Wij mochten de hemel als een waterstroom wel aanlopen, voor de wereld, voor de kerk, voor ons gezin, voor ons eigen hart. Wat ligt alles dor en dodig. Ds Godsverlating en Godsverzaking nemen toe en de macht van de antichrist op'enbaart zich sterk. De mens der zonde komt op de voorgrond. In de kerken: afwijken van de waai'heid, verloochening van de onwankelbare grondslag Christus Jezus. Twist en tweedracht, haat, nijd en ki'akeel niet weinig. Altemaal omdat Gods Geest gemist wordt en het werk der Goddelijke genade zo weinig wordt waargenomen. •En waar de vreze Gods zo zeer gemist wordt, is de 'dam tegen de zonde weggenomen en is er ook zuDc een doorvloeiing in de 'huisgezinnen. En hoe droevig is 'het in het algemeen gesteld in hart en leven. Waar Gods Geest gemist wordt, daar is alle verwarring en boze handel.

God onderhoudt Zijn volk door alle tijden en omstandigheden wel, doch het dadelijk gemeenschapsleven wordt zo spaarzamelijk gevonden. Altijd zullen er blijven, die hun klederen niet bevlekt hebloen en die onberispelijk en onbevlekt mogen wandelen tot de toekomst des Heeren Jezus Christus. Doch wat is dat getal thans klein. Dat die regen van de hemel nog eens afdaalde, gelijk weleer op het Pinksterfeest te Jeruzalem. Gods kerk zou zichtbaar vermeerderd worden, Gods volk gebouwd in het allerheiligst geloof, de wereld beschaaipd en God vefheerlijkt. O, een druppel van die Geest zou in ons worden een fontein, springende tot in 'iet ï eiiwige leven. Wat zou er een benaarstigen zijn, volk des Heeren, om onze roeping en verkiezing vast te maken. God Zelf mocht het 'gemis nog eens ontdekken en zó zwaar doen drukken, dat de vervulling niet achterwege kon blijven. Hij mocht ons alles de dood eens doen worden, en ons afsnijden van alles \\ aar wij ons leven in zoeken. Er zou een leven zijn uit de fontein Christus en ons toenemen zou openbaar worden. Onze wandel zou zijn in de hemelen en vvij zouden bedenken de dingen, die boven zijn, waar Christus is, ge2jeten aan de rechterhand Gods. Wij begeren vaak zo veel in ons leven, dat ons meer schade zou veroorzaken dan profijt. Maar het l)egeren van de regen des Geestes, beogend de eer Gods en de verhoging Zijner deugden, zou ons innerlijk verkwikken, ons hart sterken en met blijmoedigheid doen wandelen op de weg der gerechtigheid. Ons oog was dan gericht op de overste Leidsman en Voleinder des geloofs, Jezus, Hebr. 12 : 2. Arme onbekeerde medereiziger naar de eeuwigheid, dat er nog eens een drup­ peltje in uw ziel vallen mocht van die Geest. Eén van onze oudvaders schreef: „Wie nat wil worden, moet in de regen gaan staan; en wilt gij bekeerd worden, dan moet gij onder de middelen gaan". Verlaat de slechtigheden en leef; treed op de weg des vredes en des verstands. God mocht u nog genadig zijn om Zijns Zoons Christus wil. Bij Hem is des Geestes te overig. Het ontbreekt Hem niet aan kracht en vermogen. Gij allen, die op gronden rust, die geen grond zijn voor de eeuwigheid, buiten het fundament Christus, dat gij van alles werd afgestoten eer de dag des doods komt. God opene uw ogen. Alles wat het stempel van Gods werk mist, zal niet bestaan in de dag der eeuwigheid. Bedriegt uw zielen niet! In het graf is geen bezinning noch wetenschap meer, en in der eeuwigheid is er geen herroepen meei'. Dan is het te laat, voor eeuwig te laat.

Uitziend volk des Heeren, die nog doolt van berg tot berg en .van heuvel tot heuvel, het mocht eens zó gaan regenen, dat al het onze, waar wij ons op verlaten en wat geen grond is om God te ontmoeten, mooht wegspoelen, om die enige rotsgrond Christus te mogen vinden. Een rijke bediening des Geestes mocht u, volk des Heeren, geschonken worden uit de hemel, opdat God aan Zijn eer kwam en aan ons samen werd bevestigd (Psalm 133 : 3):

Zo zal de vreedzame gemeente wezen En ondervinden Gods goedheid geprezen. Tot alle tijden voor en naar.

Amen.

Grand-Rapids Ds. W. C. LAMAIN

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 februari 1958

De Banier | 8 Pagina's

Gebed om de regen des Geestes

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 februari 1958

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken