Bekijk het origineel

Voor Oud en Jong

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Voor Oud en Jong

6 minuten leestijd

CXLI.

Het leergevoelen van Ds. de Liefde bestreden in De Bazuin door Ds. Postma en Ds. van Velzen.

Over het leven en het werk van Ds, de Liefde bestaat een boek van de hand van de oud-zendeling S. Coolsma, waaraan wij in het voorafgegane het één en ander ontleend hebben. Ook vonden we daarin vermeld, dat het genoemde geschrift van De Liefde, namelijk: „Gedachten over het verband tussen de verkiezing en de algemeenheid der verzoening" van rechtzinnige zijde bestrijding ondervond, waarbij met name de afgescheidene predikanten Postma en van Velzen door de schrijver worden genoemd. Zij waren het, die in hun blad „De Bazuin" tegen Ds. de Liefde in het krijt traden. Helaas werd daarbij geen melding gemaakt van data en nummers van „De Bazuin", waarin deze bestrijding voorkwam. Coolsma schrijft alleen, dat zij, namelijk Ds. Pos1: ma en Ds. van Velzen, zijn leer van de verzoening, dus de leer van Ds. de Liefde, bestreden en opkwamen tegen hetgeen hij over de vaderen gezegd had. Het was dus niet zo gemakkelijk om te vinden wanneer die bestrijding had plaats gevonden. Ook leverde het enige moeilijklieden op om inzage te kunnen krijgen van oude jaargangen van „De Bazuin", daar we ongetwijfeld zouden moeten teruggaan tot circa 1855. Dit is ons echter tenslotte gelukt al moesten we er een reis naar Kampen voor maken, waar wij gelegenheid kregen om in de bibliotheek van de theologische hogeschool aldaar kennis te nemen van de inhoud van „De Bazuin" vanaf 1853, het jaar, waarin dit kerkelijk weekblad voor het eerst werd uitgegeven. Deze oude jaargangen worden namelijk niet uitgeleend. Ze konden slechts in de studiezaal der bibliotheek ter beschikking worden gesteld. In het nummer nu van 21 september 1855 was een stukje overgenomen uit een tijdscJirift, dat onder redactie stond van Ds. de Liefde en waarin deze kri­ tiek had geleverd op het feit, dat Ds. Heldring zijn zoon naar de Academie te Utrecht liet gaan, waar hij kwam onder de invloed van Prof. Opzoomer, die het Evangelie voor een wespennest van fabelen verklaard had.

Naar aanleiding nu van dit kritische stukje greep de afgescheidene predikant Ds. Postma naar de pen en plaatste in „De Bazuin" van 23 november 1855 een stuk onder de titel van: „Een rechte voordracht vjn de genade door Ghristus, in verband met de voorverordinering tegenover „Gedachten over het verband tussen de verkiezing en de algemeenheid der verzoening, door J. de Liefde".

In dit stuk, dat wij niet in zijn geheel kunnen overnemen, deelt Ds. Postma mede, dat rij reeds eerder op De Liefdes „Gedachten" had willen ingaan, maar dat hij nu, na wat Ds. de Liefde aan het adres van Ds. Heldring had opgemerkt, zich verplicht achtte daartoe over te gaan. En wel vooral daarom, omdat uit wat Ds. de Liefde schreef, zo licht afgeleid zou kimnen worden, dat De Liefde rechtzinnig in de leer was. Het was Ds. Postma alzo te doen om, zoals hij schrijft, zijn vrienden te waarschuwen, dat zij zich door de taal van Ds. de Liefde of door andere hoedanigheden van deze predikant, die hij gaarne in hem erkennen wilde, niet zouden laten vervoeren om gunstig over zijn leer te denken, zolang ZEw. niet zuiverder van geloofsbegrippen werd dan hij in bovengemeld geschrift had geopenbaard. Ds. Postma wilde De Liefde's geschrift niet van zaak tot zaak nagaan, maar alleen onder de aandacht brengen wat de Dordtse vaderen als hun gevoelen tegen de Remonstranten verklaarden. Daartoe liet hij grote gedeelten uit de Dordtse leerregels in „De Bazuin" afdrukken en wel uit het eerste hoofdstuk artikel 7,

uit het tweede hoofdstuk de artikelen 1 tot en met 8.

Ds. Postma besloot zijn stuk als volgt: „En ik hoop, dat zij, die dat schrijven van De Liefde gelezen hebben of lezen, hetzelve benevens dit gevoelen der Gereformeerde Kerk, met Gods Woord biddend vergelijken, ja, — en dat wens ik van God! — dat de schrijver zelf dit nederig doe. Och, mochten zijn gaven der kerke Gods, in de rechte weg nog eens worden gewijd".

Ds. de Liefde schreef daarop naar aanleiding van Ds. Postma's opmerkingen in een ingezonden stuk in „De Bazuin" van 14 december 1855 onder meer, dat hij alle door Ds. Postma aan.gehaalde artikelen uit de Dordtse leerregels onderschreef! Dit gaf Ds. Postma aanleiding om in „De Bezuin" van 12 september 1836 hierop te antwoorden. Andermaal verklaart hij zich met wat Ds. de Liefde in zijn „Gedachten" heeft neergelegd, niet te kunnen verenigen, omdat hij volgens Gods Woord met de Leerregels van Dordrecht de verkiezing van sommigen (ofschoon die een ontelbare schare zullen uitmaken) tot de zaligheid, afleidde van Gods vrijmachtige liefde. Ds. Postma liet hierop woordelijk volgen: „En (ik) stel, dat de voldoening door Jezus Christus slechts voor Zijn volk, Zijn schapen is (hoewel algenoegzaam voor geheel de wereld), terwijl Ds. de Liefde, naar het mij is voorgekomen. God in de verkiezing niet vrijmachtig, maar als een zekere nooddwang (inwendige noodzakelijkheid) gebonden voorstelt, en over de voldoening Christi ook zo redeneert, dat men er niets anders uit verstaan kan of ZEw. leert een algemene genade. Intussen verklaar ik van ganser harte te gevoelen: Dat de evangeliedienaar aan alle mensen de weg der verlossing door en in Christus moet prediken, maar de vergeving der zonden slechts de gelovigen verzekeren.

Dat nu ZEw. zijn „Gedachten" „in volkomen overeenstemming" met die artikelen acht te zijn, beken ik nederig niet te begrijpen, ik had er het bovengenoemde onderscheid in gevonden. Is ZEw. het er echter goed mede eens, dan heeft hij zich, zeker niet goed uitgedrukt. Althans, ik vertrouw, ofschoon Ds. de Liefde wel gaarne zijn hand onder de Canones van Dordrecht zetten wil, gelijk ZEw. openlijk betuigt, dat een goed gereformeerde kerkeraad ZEw. niet zal aannemen, zo hij zich niet duidelijker in overeenstemming verklaart". Tot zover Ds. Postma.

Uitvoeriger was Ds. van Velzen in zijn bestrijding van Ds. de Liefde's leergevoelen. Tal van lange artikelen van zijn hand leveren daar het bewijs van. Het zou vanzelfsprekend ondoenhjk zijn om al die artikelen te gaan weergeven. Het zou ons ook te ver voeren van ons eigenlijk onderwerp: het leven en het werk van Mr. Groen van Prinsterer. Doordat deze echter, zoals we met bewijsplaatsen uit zijn geschriften hebben aangetoond, in zake het geven van godsdienstig onderricht aan de jeugd, iemand als Ds. de Liefde de voorkeur gaf boven predikanten, die van de leer ener algemene verzoening niets wilden weten, was het nodig, dat we op deze aangelegenheid wat dieper ingingen. Dit kan tevens bijdragen op het verkrijgen van een juiste kijk op de „ligging" van Mr. Groen van Prinsterer. Wat de bestrijding van Ds. de Liefde's onrechtzinnige leergevoelen, door Ds. van Velzen betreft, is het ons voornemen hieraan in het vervolg nog hoogstens één stuk te wijden, om dan over te gaan op een zaak, welke ook door de Kamerleden der S.G.P. zowel vóór als na de oorlog in de Kamer meermalen ter sprake is gebracht, namelijk het herstel van het onrecht, dat in de vorige eeuw de Hervormde Kerk door de overheid is aangedaan, voor welk herstel ook door Mr. Groen van Prinsterer menigmaal het pleit is gevoerd.

(wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 maart 1958

De Banier | 8 Pagina's

Voor Oud en Jong

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 maart 1958

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken