Bekijk het origineel

Buitenlands OVERZICHT

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Buitenlands OVERZICHT

10 minuten leestijd

Sedert wij ons laatste overzicht schreven, is er in de stand van zaken betreffende het buitenland geen wijziging gekomen. Nog steeds voeren de westelijke en de oostelijke mogendheden een koude oorlog. Daarin is nog hoegenaamd niets ver- . anderd. Op geen enkel punt is er sprake van enige toenadering tusssn hen. Zelfs zijn zij het tot op de dag van heden niet eens kunnen worden betreffende de zogenaamde topkonferentie. De besprekingen en onderhandelingen daarover duren nog onverminderd voort, in weerwil van de vele brieven van de Russen en de brieven van de westelijke mogendheden, waarin de Russische voorstellen beantwoord werden.

Het voorstel van de Russische regering, dat Chroestsjef en de zijnen naar Amerika zouden komen om aldaar beraadslagingen te voeren, desnoods de topkonferentie te houden, indien de Amerikaanse regering daarop prijs zou stellen, is dezer dagen nu_ openlijk door de Amerikaanse regering van de hand gewezen. Tot deze daad kwam de Amerikaanse regering dezer dagen. Zij deed de Russen weten, dat zij een topkonferentie niet wenselijk achtte, maar als plaats van bijeenkomst Stockholm of Geneve verkoos, bierbij tevens te kennen gevende, dat de topkonferentie in geen geval in juni, zoals de Russische regering aanvankelijk had voorgesteld, maar mogelijk in het najaar zou kunnen worden gehouden. Hoewel president Eisenhower er de voorkeur aan gaf, dat de topkonferentie, indien deze lang zou duren, in Amerika zou plaats vinden, blijken de Amerikaanse autoriteiten zich zorgen te maken over de bewaking van de Sovjetleiders ter konferentie. Aan het tot stand komen van het genomen besluit moet tevens medegewerkt hebben de overweging, dat indien Chroestsjef naar Amerika voor het houden van een topkonferentie reisde, deze reis allicht door de Russen zou worden uitgebuit als esn belangrijk propagandamiddel. De Russen zouden deze reis aan heel de wereld allicht voorstellen als een blijk hoe zeer zij op de vrede, ontwapening en op vermindering van de bestaande spanning tussen de volken gesteld zijn.

Ook moet het heel wat gewicht in de schaal gehad hebben, dat de Amerikaanse regering tot haar besluit kwam, dat zij kennis gekregen en genomen had van de inmiddels bekend geworden inhoud van de laatste brief van de Sovjet-premier Boelganin aan de Engelse minister-president MacMillan. In deze brief toch richtte Boe]ganin een scherpe aanval op het onlangs verschenen witboek over de Engelse defensie.

Wij kunnen dit witboek, waarin in feite staat dat Engeland bereid is als eerste land kernwapens tegen Rusland te gebruiken, niet negeren — zo schreef de Russische premier.

Hierbij ziet deze premier toch wel zeer de eigen daden zijner regering over het hoofd. Niet alleen wapent zij haar strijdkrachten tot in de tanden, maar ook voorziet zij mede met haar vazalstaten andere landen van wapens. Zij neemt scherp stelling tegen het kolonialisme en hitst andere volken tegen het kolonialisme op, maar voert zelf een koloniaal beheer in haar vazalstaten. Zij roept ach en wee over de Amerikaanse bases en wil deze perse opgeheven zien, doch zelf vestigt zij bases voor onderzeeërs en voor haar luchtmacht waar zij er maar de kans voor heeft, en biedt zij wapens, geld en technische hulp aan degenen, die haar daarom vragen.

Sinds de beëindiging van de tweede wereldoorlog, vanaf het jaar 1946, woedt er reeds een koude oorlog tussen het westen en het oosten, waarbij de Russische regering niet de rol van een ledig aanschouwer vervuld heeft, maar achter de schermen er de hand in heeft gehad. Deze oorlog begon in China, werd voortgezet in Korea en in Vietnam en valt thans in heel het midden-oosten waar te nemen, en telkens en telkens gelukte het de Rusische regering om daarbij haar positie te versterken.

Wat het midden-oosten aangaat, in Egypte en Syrië heeft Rusland zijn invloedssfeer aanmerkelijk versterkt. Egypte's leger en luchtmacht zijn uitgerust met Russische wapens en vliegtuigen. In de marinebasis in Alexandrië verblijven Russische torpedobootjagers en onderzeeërs, terwijl zich overal in Egypte Russische instrukteurs en technici bevinden. In Syrië is de toestand ook al van dezelfde aard. De Russen hebben enige tijd geleden ten noorden van de haven Latakin aan de kust een marinebasis gebouwd, kompleet met bomvrije bunkers, welke klaarblijkelijk dienen voor de motortorpedoboten, weBce Rusland voor Syrië bouwde, welke even goed gebruikt kunnen worden als opslagplaats voor de torpedo's voor Russische onderzeeërs. Hierbij is het zonder enige twijfel dat Rusland president Nasser van Egypte steunt als hij de Arabische landen in één bond tracht te verenigen, en ook als hij op allerlei wijze de opstandelingen in Algerije te hulp komt.

In één woord, Chroestsjef en Boelganin, schrijvende dat zij door middel van de topkonferentie de vrede wensen te be- ' vorderen en de bestaande spanningen onder de volken begeren te verminderen, zijn met hun daden toch wel in flagrante tegenspraak met hun schrijven.

Door hun daden toch werken zij er har^ aan mede, dat de onrust en de spanningen nog toenemen, zoals deze in het midden-oosten en ook elders nog toenemen. In het middsn-oosten zijn door het optreden van Nasser de spanningen zelfs onder de Arabische volken nog toegenomen. President Nasser heeft zich toch heel scherp tegen Irak gekeerd. Hij heeft namelijk dezer dagen op een massale betoging in Kairo verklaard, dat zijn hoop op vreedzame koëxistentie tussen de Verenigde Arabische republiek (Egj'pte, Sysië en Jemen) en de Unie van de Hasjemietische koninkrijken Jordanië en Irak de bodem is ingeslagen door de houding van Irak. Wij zullen nu agressie met agressie bestrijden, zei hij. In een rede, die twee uren duurde, verklaarde hij, dat zijn vriendelijke toenadering, toen de Hasjemietische Unie was opgericht, beantwoord was met vijandelijke daden, waartoe de Unie door de Engelse regering was geïnspireerd. Men onderschatte hierbij de invloed van

president Nasser, zoals hij door Rusland hierbij ondersteund wordt, niet. Zijn oproep tot de Arabische volken om één te worden en eensgezind op te treden, laat niet na grote indruk op de Arabische volken te maken. Dat blijkt ook wel hierbij, dat toen hij kort geleden een bezoek aan Syrië bracht, niet minder dan 5000 Jordaniërs naar Syrië reisden om hem bij die gelegenheid te huldigen, hoewel de regering van Jordanië pro-westers is en zich tegen president Nasser en diens unie met alle beslistheid gekeerd heeft; en blijkt ook wel daaruit, dat er in Saoedie-Arabië een sterke stroming voor president Nasser aanwezig is. Zelfs de zoon en de broeder van de koning zijn sterk op de hand van Nasser. Volgens de eerste berichten heeft de koning him huisarrest opgelegd en volgens de laatste zal de koning afstand doen van de troon. Zo gist en kookt het in het midden-oosten niet weinig.

Het kookt en gist als evenzeer in Frankrijk. Het ministerie Gaillard dreigt te vallen. De reden daarvan is, dat de konservatieve leden van het parlement, ontstemd als zij zijn over de houding, welke de regering inzake de onderhandelingen met de regering van Tunesië heeft aangenomen, het verlangen hebben uitgesproken, dat hun partijgenotsn, de konservatieve ministers, uit het ministerie Gaillard zullen treden. Wordt aan dit verlangen gehoor gegeven en treden deze ministers uit het ministerie — wat op het ogenblik niet zeker is — dan is het met het bestaan van het ministerie Gaillard gedaan, dan zal het moeten aftreden.

Terwijl president Bourguiba van Tunesië voor de Tunesische grondwetgevende vergadering de vurige wens heeft uitgesproken tot een oprechte samenwerking tussen zijn land en Frankrijk, h6eft de minister-president Gaillard voor de vaste kommissie van buitenlands© zaken van de nationale vergadering geweigerd enige konkrete mededelingen te doen over het beloop van de procedure van goede diensten, welke sedert een maand door Murphy en Berley worden ondernomen ter oplossing van de tussen Frankrijk en Tunesië bestaande geschillen. De regering — zo liet minister Gaillard zich voor de parlementaire kommissie uit — wil haar vrijheid van onderhandelen behouden en past er voor diplomatie in het openbaar te bedrijven.

Hoewel de konservatieve leden van het parlement allerminst tevreden zijn over de zo weinig tegemoetkomende houding der regering, hebben zij toch besloten om de beslissing aangaande een eventuele terugtrekking van hun ministers uit het kabinet nog wat uit te stellen. Dezen zijn voornemens nog eerst nadere mededelingen van de minister-president Gaillard af te wachten, welke zij door het houden van interpellatie in de nationale vergadering hopen te verkrijgen. Is de storm dan voor een ogenblik wat gestild, nochtans wil dit allerminst zeggen, dat hij voorgoed bezworen is.

Of het de Bemiddelaars, de heren Murphy en Berley, zal gelukken de Franse en de Tunesische regering tot een overeenkomst te brengen, staat op het ogenb!'k ook niet met enige zekerheid te zeggen.

Voor de vaste kommissie van buitenlandse zaken van de nationale vergadering heeft minister-president Gaillard in de eerste plaats het één en ander gezegd over zijn Middellandse Zee-pact, waartoe Frankrijk, Marokko, Tunesië, Italië en wellicht ook Spanje moeten behoren, met voorziening van een samenwerking met het Noord-Atlantisch pact en het Bagdad-pakt. Voor het Middellandse Zeepact blijkt Bourguiba echter weinig te gevoelen. Naar hij zeide, kan hij dit pact niet anders bezien dan als een middel om zijn land door de Fransen bezet te houden.

Zo staat dan thans inzake de overeenkomst alles nog op losse schroeven, evenals dat ook het geval is ten aanzien van het voortbestaan van het kabinet Gaillard, waarbij wel zeker is, dat het in Frankrijk zal blijven gisten en koken, want Frankrijks positie is prekair. In Indonesië is de daar reeds lange tijd bestaande koude oorlog tussen vooraanstaande Indonesiërs in een gewapende. een burgeroorlog uitgelopen, welke met wreedheid wordt gevoerd. Bombardementen zijn daarbij aan de orde van de dag. Verwoede gevechten op leven en dood hebben er ook bij voortduring plaats. Het gaat er hierbij naar toe zoals het er in elke oorlog naar toe gaat: betreffende de legerberichten in deze ziii, dat de berichten elkander voortdurend tegenspreken, zodat er aangaande het verloop van de burgeroorlog weinig met zekei-heid te vermelden valt; alleen dit wil, dat er met wisselend sukses gestreden wordt en dat de oorlog nog voortwoedt.

Vermelding verdient nog wel het feit^ dat de Indonesische regering besloten heeft alle K.P.M.-schepen, die sinds december van het vorige jaar een vaarverbod was opgelegd, vrij te geven, waarbij zij echter tevens besloten heeft de haven- en kade-installaties, kantoren en andere eigendommen van de K.P, M. nog in beheer te houden.

Als reden van vrijlating van de 34 scliepen van de K.P.M, werd door de Indonesische minister van scheepvaart Mohammed Nazir het volgende opgegeven. Na eerst verklaard te hebben, dat het besluit niet genomen was onder druk van de verzekeringsmaatschappij, wel de overweging, dat Lloyds aan de K.P.M, een schadevergoeding van 7/4 tot 12 miljoen pond had moeten betalen, waarna de schepen Lloyds' eigendom geworden zouden zijn, bad de regering er toe geleid om het besluit te nemen. Zijn regering wenste niet, dat de K.P.M, zuli een bedrag zou worden uitbetaald, dewijl dit voor de scheepvaartmaatschappij bijzonder voordelig geweest zou zijn. De schepen zijn volgens de minister zulk een bedrag lang niet waard. Daarom geeft de regering ze vrij, uitsluitend omdat hierdoor onze reputatie in het buitenland verbeterd zal worden. De 34 schepen zullen geleidelijk worden vrijgegeven, terwijl alle schepen van de K.P.M, voor onbepaalde tijd uit de Indonesische wateren verbannen zullen zijn.

Volgens inlichtingen, welke United Press zegt uit betrouwbare bron te Djakarta verkregen te hebben, zou de Indonesische regering, ondanks haar officiële verklaring, in werkelijkheid gezwicht zijn voor een in bedekte termen geuite bedreiging, dat de internationale scheepvaart Indonesië in de toekomst zou mijden indien de overneming van de K.P.M.-schepen niet ongedaan werd gemaakt...

Ook dit overzicht geeft er getuigenis van, dat de wereld in het boze ligt, dat wij donkere dagen beleven, welke vol van haat en nijd en van de onvruchtbare werken der duisternis zijn, en dat, zo de Heere het huis niet bouwt, tevergeefs deszelfs bouwlieden daaraan bouwen, en zo de Heere de stad niet bewaakt, de wachter tevergeefs waakt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 maart 1958

De Banier | 8 Pagina's

Buitenlands OVERZICHT

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 maart 1958

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken