Bekijk het origineel

Buitenlands OVERZICHT

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Buitenlands OVERZICHT

14 minuten leestijd

In hun gescliriften hebben de ouden er op gewezen, dat een mens in de dingen der wereld nooit een waar genoegen of wezenlijke vrede zal vinden. Hoe hij het ook moge beproeven en welke middelen hij daartoe ook moge aanwenden, zo betoogden zij, al zijn inspanning en arbeid daartoe zullen tevergeefs zijn. Zij vergeleken de mens, die daarnaar staat, waar hij het heil bij zichzelf of in de wereld zoekt, bij iemand, die maar niet in slaap kan komen. Hoe zeer hij de nachtelijke rust ook moge zoeken en zelfs van node moge hebben, het baat hem niet zo hij de slaap niet kan vatten, hoe zeer hij die ook zoekt te verkrijgen. Hij moge nu al eens op de rug gaan liggen, of ook al eens op de rechter- en dan weer op de linkerzijde zich neerleggen, en zich nog al zo vaak om- en omwentelen, het brengt hem de begeerde rust en slaap niet, maar wel volgens de ouden een lange nacht van kwellingen en teleurstellingen.

Niet anders, aldus konkludeerden zij, is het met de mens gesteld, die buiten God en Diens geopenbaard Woord om zijn welvaren bij zichzelf en in de wereld zoekt. Hij moge zich daarvoor nog zo zeer inspannen, nog al zo vele middelen te baat nemen, zich allerlei moeite en op-' offeringen getroosten, doch het zal hem het ware genoegen en de wezenlijke vrede niet brengen, maar wel een lange reeks van kwellingen en teleurstellingen. Hoe zien wij het getuigenis der ouden in onze dagen bevestigd. Het is heden ten dage kwelling en teleurstelling hier, kwelling en teleurstelling daar, en kwelling en teleurstelling schier overal in de wereld.

En dit krijgt zo veel te meer betekenis als men bedenkt welke kapitale sommen gelds er besteed zijn om de vrede onder de volken te vestigen en te bewaren. Alleen reeds de gebouwen, welke daarvoor in Geneve en in Amerika zijn gebouwd, hebben miljoenen en nog eens müjoenen gekost, tervdjl wat de volken voor de Volkenbond en de Organisatie der Verenigde Naties hebben opgebracht, in de miljarden guldens beloopt. De ene konferentie na de andere is gehouden, samenspreking na samenspreking heeft plaats gevonden en hele vrachten papier zijn besteed aan het vervaardigen van brieven en nota's. En met dat al vertoont ons de wereld het beeld van een algemene kwelling en teleurstelling, van hevige onrust en verontrusting. Naar de oorzaak daarvan — al wil de grote massa er niet aan — heeft men waarlijk niet lang te zoeken. De volken bedenken ijdelheid, zeggende: laat ons de banden van de Heere en Zijn Gezalfde verscheuren. Die in de hemel woont, zal lachen en de Heere zal hen bespotten; waarbij het bevestigd wordt, dat zo de Heere het huis niet bouwt, tevergeefs deszelfs bouwlieden daaraan arbeiden; en zo de Heere de stad niet bewaart, de wachter tevergeefs waakt, en het tevergeefs is, dat men vroeg opstaat, laat opblijft. Al wat men in deze weg opdoet, het is kwelling en teleurstelling, zoals onze donkere dagen ons dat te aanschouwen geven.

Frankrijk vertoont ons daar wel een sprekend voorbeeld van. Het is daarin zó ver gekomen, dat het naar de verklaring van de huidige minister-president te vrezen is, dat daarin een burgeroorlog uitbreekt. De aanleidende oorzaak daartoe was een verklaring van de huidige minister-presi­ dent Pflimlin, dat hij, tot regeren geroepen, een meer liberale politiek ten opzichte van Algerije zou volgen en op den duur tot onderhandelen met de Algerijnse opstandelingen zou overgaan. Deze verklaring verwekte bij de Europeanen in Algerije een verbitterde ontstemming. En dit niet alleen bij de Franse Europeanen, maar ook bij de grote meerderheid van de Fransgezinde Algerijnse l> evolking. Het baatte Pflimlin, nadat hij als kabinetsformateur was aangewezen, niet, dat hij voor de, radio een nadere verklaring over zijn Algerijnse politiek aflegde, waarin hij op een vrij radikale wijze op zijn eerste verklaring terug kwam. Met de eerste verklaring had hij als het ware de lont in het vuur geworpen. In Algiers gingen de zo hevig ontstemde Fransen en Algerijnen tot geweldadig verzet over, waarbij zij de macht in handen kregen.

Donderdagmiddag 15 mei verklaarden de socialisten dat zij, hetgeen zij eerst geweigerd haodden, deel zouden nemen aan de regering. Daarop werd de vroegere minister-president MoUet in het kabinet Pflimlin tot vice-president benoemd. De konservatieve fraktie weigerde echter één harer vooraanstaande mannen, de oud-minister Pinay, toestemming te geven om toe te treden tot het ministerie- Pflimlin, dat, doordat de kommunisten zich van stemming hadden onthouden, de vereitse stemmen in de Franse Tweede Kamer had verkregen voor zijn bestaan en voortbestaan, dat daarmede echter niet verzekerd is, stellig niet voor lange tijd. Het is een kabinet, dat allesbehalve vast in het zadel zit. Het is zelfs dé grote vraag of Pflimlin wel de vereiste stemmen voor zijn ministerie verkregen zou hebben, indien de onlusten in Algerije niet waren voorgevallen. De positie van het ministerie blijft uiterst moeilijk.

Op vrijwel hetzelfde uur, dat de socialisten verklaarden deel te zullen nemen aan de regering, sprak generaal Salan, de opperbevelhebber van het Franse leger ni Algerije, de man, over wiens houding de regering tot op dat ogenblik niet geheel zeker was, van het balkon van het regeringsgebouw in Algiers een talrijke geestdriftige menigte toe met de woorden: „De ben één van de uwen, want er is een zoon van mij in Algerijnse bodem, deze heilige bodem, begraven". Hij besloot zijn toespraak met de woorden: „Lang leve Frankrijk, lang leve Frans Algerije, lang leve generaal De Gaulle!" Woorden, welke met geweldige toejuichingen door de talrijke verzamelde menigte werden beantwoord; woorden, welke daarom van grote betekenis waren, dewijl generaal Salan daarmede openlijk voor De GauUe partij heeft gekozen. En dit te meer waar generaal De Gaulle enkele uren later in een korte verklaring zeide, dat hij, zonder dat hij met een enkel woord repte van de militaire staatsgreep in Algerije, bereid was het bestuur van de Franse republiek op zich te nemen. Generaal De Gaulle veroordeelde, zoals te verwLichten was, het gehele parlementaire regime en deed, ofschoon hij er uiting aan gaf dat hij de republikeinse vorm wilde handhaven, een greep naar de presidentiële macht.

De Gaulle's verklaring werd door de Europeanen en militairen in Algerije met grote jubel ontvangen, maar zij verbreedde begrijpelijk de kloof tussen re regering en de Algerijnse Europeanen en deed ook al geen goed aan de onderlinge verstandhouding tussen de in Fraakrijk bestaande partijen. Die kloof was enkele uren tevoren reeds verbreed door de verklaring van de militaire Franse opperbevelhebber in Algerije, generaal Salan. Hem was een dag tevoren nog door het ministerie Pflimlin opgedragen de orde in Algerije te herstellen. Dit ministerie beschouwde hem toen blijkbaar nog als een militair, die het ministerie toegenegen was en zijn bevelen zou gehoorzamen, doch het heeft deze beschouwing wel moeten laten varen sinds hij openlijk de partij van generaal De Gaulle koos, en zal zijn beschouvsdng nog al moeilijker kunnen handhaven nu generaal Salan een dag later een dagorder heeft uitgevaardigd, waarin hij verklaarde: „Als enige, die volledig met de toestand op de hoogte ben, ben ik ook de enige, die de beslissingen moet nemen, welke uit mijn missie voortvloeien. Ik zal u leiden op de weg van eer, en van trouw aan de instellingen van het vaderland. Uw discipline zal Frankrijk naar de overwinning voeren".

Met dit alles is de regering Pflimlin wel voor een noodtoestand gesteld, welke voor haar bittere teleurstelling en kwelling oplevert. Na een drie uur durende kabinetszitting onder voorzitterschap van president Coty kwam Pflimlin de voor het Elysée samengestroomde journalisten verklaren: a., dat het kabinet de situatie in Algerije had bestudeerd; b. dat het kabinet er op rekende, dat het leger de bewaarder van de eenheid tussen Frankrijk en Algerije zou zijn; c. dat het moederland thans in gevaar verkeerde en dat het ministerie met het oog daarop ten spoedigste aan het parlement zou verzoeken de uitzonderingstoestand voor geheel Frankrijk te kunnen afkondigen; d. dat het kabinet enige nationalistische organisaties, waaronder die van een fascist, had verboden; e. dat de regering een beroep op het volk deed om koelbloedig en kalm te blijyen en vertrouwen in de wettige regering te stellen.

Het parlement heeft de besluiten van het ministerie goedgekeurd, al weigerden de rechts onafhankelijken dan ook in het ministerie zitting te nemen. Het is in feite toch zo gesteld, dat er thans een soort van volksfront ontstaan is tussen de socialisten, kommunisten, radikalen en rooms-katholieken, welke partijen in hun gepubliceerde verklaringen alle de militaire aktie in Algerije hebben veroordeeld en daarin tevens hebben kenbaar gemaakt, dat zij akkoord gaan met hun vakverenigingen, welke met een algemene staking dreigen als buiten de republiek om een persoonlijk bewind wordt toegelaten.

Met dit alles blijft de positie van de regering Pflimhn wel zwak. Zij beschikt niet over de machtsmiddelen om het Algerijnse leger tot gehoorzaamheid aan haar te brengen. De Algerijnse generaal Salan treedt dan ook zonder zich aan haar te storen autoritair op. Hij heeft zonder haar te raadplegen en haar te erkennen hooggeplaatste ambtenaren ontslagen en anderen aangesteld. In heel Algerije is men nog druk in de weer om zogenaamde komitees tot algemeen welzijn in te stellen, die zich dan aansluiten bij Salans regering, welke ook tot algemeen welzijn is opgericht. Tegen dit alles staat de regering PfHmltn vrijwel machteloos. Zij kan het leger in Frankrijk niet inzetten tegen dat van Algerije, ook al niet omdat er in het Franse leger zijn, die met dat van Algerije sympathiseren. Wel heeft de regering een grote macht van politie en militie in Parijs saamgetrokken om alle verzet tegen haar te kunnen breken, en ook heeft zij een aantal door haar verdachte personen laten arresteren. Voorts zal het verdere verloop van de gebeurtenissen in Frankrijk dienen te worden afgewacht. Het is nog onzeker wat generaal De Gaulle verder zal do^ gelijk het ook onzeker is wat het Alge, rijnse leger in de toekomst zal doen. ^^ ding is echter wel zeker, dat het aaj spanning en om-ust, aan kwelling en teleurstelling bij vele Fransen niet zal ontbreken. Of de huidige situatie, zoals véa regeringswege gezegd is, op een burger. oorlog zal uitlopen, kan op dit ogenblik ook al niet uitgemaakt worden; wel echter, en dat met stellige zekerheid, dat er van de voorzeggingen der wereldwij. zen, dat het in de toekomst steeds voorwaarts zou gaan, steeds excelsior zou verlopen, zó zelfs dat er een eeuwige wereldvrede te wachten zou zijn en de gevangenissen bij de aangekondigde algemene welvaart gesloten zouden kunnea worden, niets vervuld is geworden. Inte. gendeel. Niet alleen in Frankrijk kooltt en gist het op een formidabele wijze maar vrijwel in heel de wereld, zodat wij thans op een vulkaan leven, die elk ogenbhk tot een vreselijke uitbarsting kan komen. De spanningen onder de volken zijn toch tot een zeer verontrustende hoogte geklommen. Ondanks de bewe. ringen van de Russische regering, dat daarin door een topkonferentie verbetering aangebracht zal kunnen worden, nemen de spanningen nog toe.

President Nasser van de Arabische republiek is van zijn bezoek aan Rusland in Egypte teruggekeerd. Hij is tijdens zijn bezoek en ook bij zijn vertrek uit Rusland op een zeer in het oog lopende wijze door de Russische regering gehuldigd. Deze kende hem de titel toe van de held van de Arabische volken. En zij heeft het daarbij zelfs niet gelaten, maar hem, als hij voor de Arabische volken en hun belangen opkwam, tot die in Algerije toe, haar steun toegezegd. Dit zal vrijwel noodwendig tot gevolg hebljen, dat de agitatie van Nasser nog toeneemt en hij zal doorgaan met financiële en gewapende steun aan de Arabische volken te verlenen, gelijk hij dat tot dusver gedaan heeft in weerwil van de Franse protesten tegen het feit, dat hij er aan medewerkte, dat in Egypte piloten voor de luchtmacht der Algerijnse opstandelingen werden opgeleid. Het kan niet uitblijven dat daardoor de onrust en de spanningen onder de volken nog toe zullen nemen en dat daardoor ook het bestaan van de staat Israël bedreigd wordt, tegen welke staat Nasser zowel tijdens zijn verblijf in Rusland alsook bij zijn vertrek dreigende taal sprak.

In verband hiermede staan ook stellig de onlusten, welke in de staat Libanon tegen de regering welke westers gezind is, zijn uitgebroken. Van haar zijde wordt beweerd, dat de 'Syrische regering daarin sterk de hand heeft. Deze zou troepen, waaronder zich zelfs Russen bevonden, over de grenzen van Libanon hebben laten oprukken, welke een deel van Libanon gewelddadig bezet hebben, Ook moeten volgens haar door de Egyptische regering troepen, welke echter door de strijdmacht van Libanon konden worden opgevangen, naar de Libanon gezonden zijn. De regering van de staat Libanon heeft zich tot de Amerikaanse om hulp gewend. Deze heeft dit verzoek niet afgewezen. Zij zond Helt krijgsmateriaal. Zij schijnt het daarbij zelfs niet te willen laten. Zij heeft tocl haar Middellandse Zeevloot verder naai het oosten laten opstomen en ook verdere hulp toegezegd, zodat volgens de laatste berichten er een zekere stilstand in de onlusten gekomen is. In hoe vene deze berichten betrouwbaar zijn en of deze stilstand blijvend zal zijn en of de regering van de Libanon, gesteund dooi de Amerikaanse hulp in staat zal zijn de onlusten geheel te onderdrukken en het Libanese gebied weer geheel ondel haar bestuur te krijgen, valt althans op het ogenblik niet uit te maken. Wel kan worden vastgesteld, dat het tot de dag van heden niet geulkt is om de westers gezinde Libanese regering af te zetten en door een oosters gezinde te vervangen. Met dat al kunnen vnj ook liier waarnemen hoe zeer de rust en de vrede onder de volken zoek zijn, alsook hoe zeer de oosterse volken er op uit zijn om hun macht uit te breiden, waardoor zelfs de wereldvrede in gevaar wordt gebracht.

Hetzelfde valt ook waar te nemen ten aanzien van Indonesië, waarin de burgeroorlog nog steeds niet ten einde is. Er wordt zelfs op het ogenblik weer danig gevochten. De bombardementen uit de ulcht zijn er aan de orde van de dag, terwijl ook van de zijde van de Indonesische regering, alsmede van die van de Russische en de Chinese, beschuldigingen aan de Amerikaanse regering gericht worden, dat zij de neutraliteit in deze niet bewaart, maar op verschillende wijze hulp aan de tegenregering biedt. Daarbij wordt dan de bedreiging geuit, dat wanneer daaraan geen einde komt, zij van hun zijde openlijk de regering van Djakarta hulp zullen bieden, zodat ook hier het gevaar dreigt, dat de wereldvrede verbroken zal worden. Te meer is dit gevaar niet denkbeeldig, waar president üoekamo dezer dagen verklaard heeft, dat er niet met de opstandelingen onderhandeld zal worden, maar dat dezen persé doo rde Indonesische strijdmacht overwonnen en alzo ten onder gebracht moeten worden. Het is dus wel onrust en spaning hier, onrust en spanning daar, onrust en spanning schier overal. Dat kwam zelfs bij een bezoek van de Amerikaanse vicepresident Nixon aan onderscheidene Zuid-Amerikaanse staten aan de dag. In verschillende steden van die staten is hij bij zijn bezoek allesbehalve beleefd ontvangen. Er werden zelfs demonstraties van {^gewonden mensen, waaraan een kommunistische agitatie vaak niet vreemd was, tegen hem gehouden, welke van die aard waren, dat hij er zielfs verwondingen bij opliep.

Heel de gang van zaken van onze dagen bevestigt het, dat de ouden het bij het rechte eind hadden wanneer zij schreven, dat een mens, die het heil bij zichzelf en bij de wereld zoekt, de ware vergenoeging en de wezenlijke vrede nooit zal vinden. Al de eeuwen door is het bewaarheid, dat degene, die ver van God de weelde zoekt, vergaat en wordt vervloekt. Het ongeloof en de hoogmoed des mensen wil daar niet aan, verzet zich er a Ide eeuwen door tegen, maar de uitkomst heeft dit ook al de eeuwen door bewaarheid; ook onze eeuw waarin men de mens op de troon verheven heeft en van zijn verstand, krachten en inzicht het heil verwacht, geeft ons dit op geheel overtuigende, onwedersprekelijke wijze te aanschouwen. Trots al de miljoenen, die zelfs miljarden guldens bedragen, welke men er aan besteed heeft om de wereldvrede te vestigen, is men daar thans verder dan ooit van verwijderd. De spanningen onder de volken en onder één en hetzelfde volk vertonen het ons, dat de rust en de vrede nooit door menselijke inspanningen en arbeid buiten God en Diens geopenbaard Woord om zullen verkregen worden. Hoe zeer wordt toch het ongeloof en de hoogmoed des mensen voor aUer oog heden ten dage door de Heere beschaamd en bespot. Doch waar is degene, die dit opmerkt, waarlijk gelooft en het zich laat gezeg- -gen? Koe wordt het ook thans bevestigd, dat de mens in het ongeloof en in de hoogmoed des harten verslonden ligt, dat hij het zich niet zal laten gezeggen, zelfs niet al stond er iemand uit de doden op.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 mei 1958

De Banier | 8 Pagina's

Buitenlands OVERZICHT

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 mei 1958

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken