Bekijk het origineel

Pinksteren

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Pinksteren

6 minuten leestijd

En daar geschiedde liaastelvjk uit de hemel een geluid, gelijk als van een geweldige, gedreven wind, en vervulde het gehele huis daar zij zaten. Handelingen 2 : 2

Pinksteren herinnert aan de uitstorting van de Heilige Geest. Daartoe is de Heere Jezus ten hemel gevaren, opdat Hij, verheerlijkt aan de rechterhand Zijns Vaders, Zijn Heilige Geest zou nederzenden om te wonen in de harten der uitverkorenen.

Door Zijn bitter lijden en sterven heeft Christus de zaligheid der Zijnen verworven. Hij leed voor hen de straf, die zij naar Gods onkreukbare rechtvaardigheid zich hadden onderworpen. Hij bracht ia hun plaats de gehoorzaamheid der wet, die door God geëist werd; en door beide, lijdelijke en dadelijke gehoorzaamheid, heeft Hij de straf voor Gods volk weggenomen en het leven verworven. Het leven toch was beloofd op het doen der wet. „Doe dat en gij zult leven". En waar niemand onder Adams nakomelingen de eis der wet kón voldoen, heeft de Heere Jezus als representerend Hoofd der Zijnen Zich onder de wet geplaatst en haar volkomen gehoorzaamd. Door Zijn dadelijke gehoorzaamheid verwierf Hij het leven. Hij kon van de dood niet gehouden worden. Hij is opgewekt en ten leven ingegaan en verheerlijkt aan de rechterhand der Majesteit Gods. De wet is van haar vloek ontwapend, satans kop is vermorzeld, wereld en zonde zijn overwonnen, Gods gunst en eeuwige liefde zijn ontstoken. De Heere Jezus leeft en Zijn volk is met Hem gezet ia de hemel.

Maar wat de uitverkorenen in Ghristus, hun representerend Hoofd, deelachtig zijn, dat moet hun dadelijk worden toegepast. De deuren van hun gevangenis moeten ontsloten. Uit de staat hunner ellende moeten zij niet alleen rechterlijk, in hun Heere en Hoofd, maar ook dadelijk verlost worden. Ook zij zijn kinderen des tooms van nature; ook zij betreden de weg des verderfs; ook zij weigeren tot Christus te komen en in Zijn Naam het leven te hebben; ook zij zijn dood door de misdaden en zonden. Een wonder Gods moet aan hen verheerlijkt. Het leven van Christus, de Heere, moet lien opwekken uit de staat des doods. De verworven zaligheid moet hun worden toegepast

En die toepassing is het werk van de Heilige Geest. God drieënig wordt verheerlijkt in de zaligheid van Zijn uitverkorenen. Het is des Vaders welbehagen hun het Koninkrijk te geven. Die hen tevoren verordineerd heeft, door Jezus Christus.... in Welke zij hebbsn de verlossing door Zijn bloed, namelijk de vergeviag der misdaden naar de rijkdom Zijner genade. En 'de Heilige Geest neemt het uit de volheid van Christus om de met Christus' bloed gekochten de zaligheid deelachtig te maken. Bij Zijn heengaan van de aarde heeft de Heere Jezus de Heilige Geest toegezegd en beloofd. „En Ik zal de Vader bidden, en Hij zal u een andere Trooster geven, opdat Hij bij u blijve ia der eeuwigheid, namelijk de Geest der waarheid. Welke de wereld niet kan ontvangen, want zij ziet Hem niet en kent Hem niet; maar gij kent Hem, want Hij blijft bij ulieden en zal in u zijn. Ik zal u geen wezen laten; Ik kom weder tot u". Die belofte is vervuld met het Pinksterfeest. Dat feest is de sluitsteen onzer feesten.

Eenmaal op de Pinksterdag te Jeruzalem is de derde Persoon in het aanbiddelijk en volzalig Opperwezen nedergekomen om woningen bij Zijn volk te maken. Zulk een Pinksterdag was er slechts één. Wij herdenlten slechts het ontzaglijk feit, dat eens geschied is. Zo de Heere Jezus eenmaal is geboren uit de maagd Maria in Bethlehems stal, zo er één Kerstfeest slechts is geweest, welk wonder de kerk van jaar tot jaar herdenkt, zo ook is de Heilige Geest eenmaal nedergekomen op de doorluchtige Pinksterdag te Jeruzalem., tien dagen nadat de Heere ten hemel was gevaren. En sinds die nederdaling woont de Heilige Geest in Zijn kerk en blijft Hij bij haar, alle de dagen, tot de voleindiging der wereld. Dat is het grootste genadewonder, dat wij met de Pinksteren weder herdenken mogen. Och, of het de Heere behaagde ons er iets van te doen verstaan. Want toch indien één der feesten onvatbaar is voor ons verduisterd verstand, dan is het wel de Pinksteren. In zijn dwaasheid grijpt de natuurlijke mens naar het vatbare in het Kerstwonder. Een kind in de kribbe wil men bewonderen. Kerstfeest viert de gehele wereld op haar wijze; tot in de herbergen toe heeft men een kerstboom, in kerstlicht wil de wereld dwarrelen. Achter het kruis gaan wenende vrouwen over geheel het wereldrond. Een geopend graf heeft iets tastelijks. Maar al wat op het Pinksterfeest geschiedde, is zo onbevattelijk, gaat zo zeer alle begrip des mensen te boven, dat wie niet verslagen werd in het hart, spotte: „Zij zijn vol zoeten wijns".

En toch, zo in ons leven nimmer het Pinksterwonder verheerlijkt wordt, wij zullen geen deel aan Christus hebben. Bond de Heere het op onze harten. Niet alleen een Godvergeten wereld heeft de prediking van het Pinksterwonder van node, maar niet minder de godsdienstige wereld. De duizenden, die in hun eigen kracht steunen, die de doodstaat van de mens loochenen, die van een algemene verzoening dromen en zichzelf en anderen misleiden voor de ontzettende eeuwigheid. God de Heilige Geest moet in ons woningen maken, zal het wel zijn. Of menen wij zonder de wezenlijke bevindelijke kennis van ellende en verlossing, die de Heilige Geest werkt, te kunnen bestaan? Zijn niet velen in gevaar met een ingebeelde hemel verloren te gaan, die „geloven" en „aannemen" wat zij ia de Bijbel hebben gelezen, die de gereformeerde leer menen te belijden en op de zaligheid hopen? Zal hun hoop niet zijn een hoop der spinnekoppen, die vergaan zal? Openbaart het oppervlakkig christendom onzer dagen, dat roemt en dankt, niet de bittere vijandschap tegen het werk des Heihgen Geestes in de zielen van Gods kinderen? Wordt niet meer en meer openbaar, dat de natuurlijke mens niet verstaat de dingen, die des Geestes Gods zijn? O, dat wij ons hart toch beproeven, „Doorzoek uzelf nauw, ja doorzoek nauw, gij voUc dat met geen lust bevangen wordt, eer het besluit bare, gelijk kaf gaat de dag voorbij, terwijl de hittigheid van des Heeren toorn over ulieden nog niet kome".

Wijlen Ds. G. H. Kersten

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 mei 1958

De Banier | 8 Pagina's

Pinksteren

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 mei 1958

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken