Bekijk het origineel

De industrialisatienota van minisier Zijlsira

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De industrialisatienota van minisier Zijlsira

4 minuten leestijd

Tezamen met de bovenvermelde industrialisatienota, of even tevoren, heeft de regering besloten, om te voorkomen dat het niveau van de investeringen zó ver daalt, dat de werkgelegenheid op lange termijn in gevaar komt, de stimulans van de fiskale investeringsaftrek, weDce tijdelijk buiten werking was gesteld, weder te herstellen. Dit voor onze industrie belangrijke besluit wordt meegedeeld in de dezer dagen gepubliceerde zesde industrialisatienota van de minister van Economische Zaken, professor Zijlstra.

De investeringsaftrek heeft in, dat een bedrag van 20 procent van de nieuwe investeringen, over 5 laar verdeeld, in mindering van de belastbare winst mag worden gebracht. De investeringsaftrek zal weer gelden voor de investeringen, die vanaf de dag van heden worden gedaan. De investeringsaftrek mag echter met het oog op de begrotingspositie van het rijk nog niet in mindering van de fiskale winst worden gebracht in het jaar 1958 en beloopt voor de investeringen van 1958 derhalve slechts 16 procent (vier jaar van 4 procent) in plaats van de gebruikelijke 20 procent (vijf jaar van 4 procent). Deze twintig procent gaan derhalve pas tellen voor de investeringen van 1959 en volgende jaren.

Voor de budgetaire positie van het rijk is de konselcwentie voor het jaar 1958 van geen betekenis, voor het jaar 1959 ongeveer ƒ 10 miljoen en voor 1960, waarin zij haar maximum bereikt, ongeveer ƒ 35 miljoen. In deze nota zelf legt minister Zijlstra ons volk geen geringe taak op, namelijk om in de komende vijf jaar werkgelegenheid te bieden voor 300.000 personen.

Hiervan zullen 140.000 personen een werkgelegenheid bij onze industrie moeten bekomen, waarvoor in de komende vijf jaren investeringen tot een totaal bedrag van rond ƒ 11 miljard vereist zijn. De export dient, om aan de grotere produktie afzet te verschaffen, elk jaar met 5 a 6 procent toe te nemen, en voor de financiering van de grote bedragen behoren de besparingen elk jaar 4 procent van het nationale inkomen te belopen. Ten einde de vervulling van de zware taak mogelijk te maken, heeft de regering besloten de investeringsaftrek, die overeenkomt met een subsidie van ongeveer 10 procent van de aanschaffingsprijs, weer in te voeren

Het is echter de grote vraag of deze fiskale tegemoetkoming aan het bedrijfsleven, gezien de hoge fiskale lasten en de sterke internationale konkurrentie wel het gewenste resultaat zal opleveren. Het betekent bovendien maar herstel van een fiskale faciliteit, welke tengevolge van de bestedingsbeperking tijdelijk was opgeschort. Doch het mag overigens ernstig worden betwijfeld, of met deze financiële tegemoetkoming alleen de zware taak, welke de minister en met hem de regering het Nederlandse volk oplegt, in deze tijd van werkloosheid en aarzelende konjunktuur, louter menselijk beschouwd, kan vervuld worden. Hierbij komt nog de Euromarkt, dat, indien deze wordt ingevoerd, aanvankelijk zware offers van verschillende van onze industrieën zal vorderen en dat alsdan onze voorsprong op andere landen tot het verleden zal behoren. Het blijkt tevens uit de nota van minister Zijlstra, dat de regering alsnog niet genegen is om de P.B.O. en de vestigingswetgeving en andere dingen, die de bloei van het bedrijfsleven in de weg staan, af te schaffen of zelfs te beperken. En ook al, indien er aanaenlijke bedragen moeten worden bespaard, is het niet alleen gewenst, maar zelfs noodzakelijk, dat de waarde van onze munt op peil zal moeten worden gehouden, waaraan de regering tot dusver zo goed als niets heeft gedaan, tervrfjl zelfs één van de ministers van het ministerie, waarvan minister Zijlstra lid is, op 1 mei gezegd heeft, dat hij de voorkeur gaf aan inflatie boven toenemende werkloosheid. Wü. er dan ook wezenlijk enige verwachting van het bedrag, dat minister Zijlstra zich voorstelt dat ons voDc zal besparen, zijn, dan zal het nodig zijn dat voorkomen wordt dat onze gulden nog meer in waarde daalt.

En wat betreft de werkgelegenheid, welke minister Zijlstra zich voorstelt aan 300.000 personen met zijn genomen maatregel te kunnen aanbieden, is het een louter menselijk plan, waarin (Jj Heere al zo menigmaal geblazen heeft Minister Zijlstra raamt, dat 140.000 daarvan bij de industrie een werkgelegenheid geboden zal kunnen worden, ongeveer 25.000 in de overheidsdiensten, onder andere bij het onderwijs, en 130.000 in de dienstensektor. Hiervoor zal naar d« berekening van minister Zijlstra de werkgelegenheid in de industrie 8 procent groter moeten worden. In de door d» uitermate gunstige, konjunktuur beïnvloede jaren 1952—1957 bedroeg de toeneming 14 procent, wat echter niet di minste waarborg biedt, dat de door de minister gedachte toeneming ook werkelijk verwezenlijkt zal worden.

Hierbij zullen wij het bij onze beschouwing over de nota van minister Zijlstr» voorlopig laten, terwijl het niet tot de onmogelijkheden behoort, dat wij er bij leven en welzijn nog nader op terug zullen komen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 mei 1958

De Banier | 8 Pagina's

De industrialisatienota van minisier Zijlsira

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 mei 1958

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken