Bekijk het origineel

Uit het eigen land

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Uit het eigen land

6 minuten leestijd

De Biinister van Ekonomisohe Zaken, professor Zijlstra, gaf in de rEerste Kamer in zijn rede een vrij gunstige beschouwing van de ekonomische toekomst van ons land. Hij deelde in zijn rede mede, dat volgens de laatste schattingen van het Centraal Planbureau over 1958 een overschot op de lopende rekening van de betalingsbalans kan wórden verwacht tei grootte van ƒ 1, 5 miljard, of 4, 3 procent van 't bruto nationale inkomen, waarmede aan de toestand van overspanning en overbesteding, kenmerkend voor de jaren 1956 en 1957, een einde is gekomen.

Achtereenvolgens voltrekt zich een wijziging op de aAeidsmarkt, de betalingsbalans en de geld- en kapitaalmarkt. Tevens vertonen de investeringen, volgens tem, heden duidelijk een teruggang, terwijl een scherpe importdaling, gepaard gaande met een niet onbelangrijke exportstijging, zich voordoet.

Waarschuwend merkte de minister hierbij echter op, dat de belangrijke verbetering van de betalingsbalans in 1958 (fts er echter niet toe mag verleiden omi •laaruit te konkluderen, dat wij hier overschotten vormen, welke nu ook «poedig Wnen worden besteed. Wij hebben voorlopig de ontstane gaten te vullen. Wij zijn geroepen om thans niets anders te doen dan in de vorige jaren ontstane gaten weg te werken. Zelfs wanneer in 1958 en 1959 gemiddeld een overschot wordt verkregen van 4 a 5 procent op de lopende rekening van de betalingsbalans, dan is gemiddeld over de jaren 1950—1960 nog niet voldaan aan de norm, dat gemiddeld per jaar een overschot op de lopende rekening ten bedrage van 2 procent van het bruto nationale inkomen geen overbodige weelde is — zo werd door de minister gezegd, hierbij opmerkende, dat al is thans het gevaar van inflatie een heel stuk teruggedrongen, dat het toch niet voorgoed bezworen is.

Het risiko van hernieuwde inflatie eist, dat inflatoire stimulering achterwege gelaten wordt. Als toekomstige beleidstaken daarvoor stelde de minister:

a. Op de Nederlandse ekonomie blijft rusten een investeringstaak, noodzakelijk voor het verkrijgen van voldoende woonen werkgelegenheid. Onze totale brutoinvesteringen zullen in de komende tijden op een niveau van ongeveer 25 procent van het bruto nationale inkomen moeten blijven.

b. Ons wacht een zware exporttaak, mede ter bevordering van de werkgelegenheid. Daarvoor achtte de minister nodig een konkurrerend prijsniveau, exportkredietverzekering ook met belangrijice steun van het rijk door herverzekering. Ook achtte de minister nodig, om het risiko van hernieuwde inflatie te voorkomen, dat in dit jaar nog de Export Financierings Maatschappij na konsoHdatie der oude verplichtingen open zal gaan. Het gaat tooh om een overbrugging van de periode tot 1960, wanneer de Import Financierings Maatschappij ruim in de middelen zal zitten. Gelukkig — aldus de minister — loopt de exportfinanciering in ons land ook via goed ontwikkeld bankwezen.

Tevens beschouwde de minister het van groot belang, dat de liberalisatie van het prijsbeleid, dat in een toenemende mate de vorm zal aaimemen van een aktief op konkurrentiesümulering gericht kartelbeleid, voortgezet zal worden.

De kansen op voortgezette prijsverhogingen lijken de minister gunstig. De stabiliteit van het indexcijfer der kosten van het levensonderhoud gedurende de laatste maanden is voor een 'belangrijk deel te danken aan diverse spontane prijsverlagingen, die een tegenwicht hebben gevormd tegen een aantal onvermijdelijke prijsverhogingen, als die van aardappelen, sigaretten, gas en elektriciteit, en van hygiënische en medische zorg.

Niet minder — zo oordeelde de minister — zijn maatregelen op korte termijn tot bestrijding van de werkloosheid, welke in de maand april wel met 6000 is teruggelopen, maar in de toekomst allicht verder zal toenemen, wil de inflatie bestreden worden.

Voorts gaf minister Zijlstra als zijn mening te kennen, dat een hernieuwde bezinning op de normen van de loonpolitiek nodig is en dat de toekomstige investeringen van het nationale inkomen — 15 procent voor rekening van de investeringen in het partikuliere bedrijfsleven en 10 procent voor rekening van de overheid — nauwelijks voldoende zijn.

Op woensdag 17 juni werd een aanvang gema'akt met een groot werk, waarmede men voor Nederland meer handel, meer werkgelegenheid, voor Rotterdam en voor heel Nederland meer welvaart hoopt te verkrijgen. Dat grootse werk heeft men betiteld met de indrukwekkende naam Europoort. Mede omdat als dit werk voltooid is, het de poort zal openen, waarlangs supersohepen van 65.000 en nog al meer tonnage op Rotterdams grondgebied hxin lading zullen kunnen brengen en lossen, welke dan verdei" naar Europa vervoerd zal kunnen worden. Binnen vijf jaar — zo is mèn voornemens — zal er tevens aan de kop van het eüand Roozenburg een Nederlandse staalfabriek verrijzen, waar het beste erts het goedkoopst uit alle delen der wereld wordt aangevoerd, halfprodukten vervaardigd kunnen worden, welke met binnenschepen naar de ijzerindustrieën in ons land en ook in andere Europese landen kunnen vervoerd worden.

De olie gaat van de Europoort in pijpleidingen naar het zich sterk uitbreidende raffinagecentrum Pernis. Een scheepsreparatiewerf zal ook in het Europoortkomplex worden ingericht, omdat de superschepen nu eenmaal straks niet verder zullen kunnen varen dan de Europoort. Nu is 't ongetwijfeld zo gesteld, dat ons land verreweg het gunstigst gelegen is voor zulk een haven als men thans wil maken. Om dit te bewijzen, daarvoor behoeven wij niet in bijzonderheden af te dalen, daar dit algemeen erkend wordt. Op 13 september a.s. zal Koningin Juliana D.V. aanwezig zijn bij het begin van de werkzaamheden voor Europoorticomplex, terwijl op 11 juni Dr. Drees aanwezig is geweest toen op het landelijke Roozenburg vanuit een kanaaltje, dat door het eiland loopt, achter de dijk van de Waterweg, een geul gemaakt werd om baggermolens te brengen naai- de plaats, waar de vierde petroleumhaven wordt gegraven. Als achter de beschennende dijken i'iieel het werk gereed zal zijn, dan pas wordt de dijk tegenover Hoek van Holland opengestoken en kunnen de schepen binnsnvaren.

Op woensdag 11 juni waren benevens Dr. Drees ook de Rotterdamse burgemeester. Mr. van Walsum, en enkele andere autoriteiten, voomamelijk uit Rotterdam, aanwezig. Vijf redevoeringen werden daarbij afgestoken. Direkt na de beëindiging daarvan begonnen de arbeiders het werk. Zij smeten de grond' met zulk een grote vaart in de gereedstaande vrachtauto's, dat de minister-president en de burgemeester van Rotterdam haastig achteruit moesten gaan.

Het is te hopen, dat de zegen des Heeren op dit grote en kostbare werk mag rusten, want het geldt nog altijd, dat de mens wikt, maar God beschikt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juni 1958

De Banier | 8 Pagina's

Uit het eigen land

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juni 1958

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken