Bekijk het origineel

De Euro-markt

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De Euro-markt

6 minuten leestijd

Het wil met een goede gang in deze markt — kortweg genoemd de E.E.G. — tot dusver niet vlotten. De eensgezindheid is er nog immer ver zoek. De plaats, waar het gerechtshof zal verrijzen, is nog steeds niet bepaald geworden. Tien steden, waaronder ook 's-Gravenhage, hebben zich opgegeven om het hof binnen hun poorten te zien verrijzen.

In steeds breder kringen gaat men het meer of min als een ramp beschouwen indien de Euromarkt na beëindiging van dit jaar in werking zou treden, zonder dat er enigermate zekerheid bestaat, dat zij in niet te lange tijd gevolgd zal worden met de totstandkoming van een vrijhandelszone.

De totstandkoming van de E.E.G., het wordt thans algemeen erkend, is met grote haast en met vele onnauwkeurige bepalingen er als het ware doorgejaagd. De E.E.G. had ten doel de handel en de welvaart van de zes West^Europese landen, welke daartoe samenwerkten, te bevorderen, en dit niet alleen, maar ook — de verdragen van Rome beoogden dit ook — om de weg te banen voor een verdere en nauwere samenwerking van zo mogelijk alle Europese rijken. Volgens de ministers, welke de bepalingen, waarin geen verandering aangebracht kon worden, te Rome samenstelden, behoefden deze niet te leiden tot afsplitsing van de zes landen in klein-Europa.

Zo werd het althans voorgesteld in een onbekookt enthousiasme. Het E.E.G.verdrag was immers een open verdrag, in die zin, dat elk Europees land, ook Engeland, Oostenrijk, Griekenland, Zwitserland, Noorwegen, Zweden en Denemarken zich er bij aan konden sluiten; wat echter tot op heden geen van deze landen gedaan heeft.

Vooral ten aanzien van Engeland hebben velen er zich aan geërgerd, dat dit rijk zich niet heeft aangesloten en hen op het door hen zo toegejuichte integratiepad niet gevolgd is.

Vooral ten onzent zou men deze aansluiting gaarne zien. Ook moet onze regering reeds herhaaldelijk beloofd hebben zich daarvoor met alle kracht te zullen inspannen. Doch dit heeft geen resultaat opgeleverd.

Velen in ons land zijn thans tot de voor hen onaangename ontdekking gekomen, dat het in de E.E.G. zonder Engeland en andere landen moeilijk zal gaan. Vattdaar dat Nederland zich in het bij­ zonder inspant voor de vrijhandelszone. Doch de totstandkoming er van verloopt tot dusver wel heel ongunstig. Vooral door het protektionistische karakter van de E.E.G., wat vooral Frankrijk in het belang van zijn land heeft weten te verkrijgen.

Dooh al spant on2e regering zich nog zo in voor de vrijhandelszone, ons land heeft, als het er op aan komt, in de 'E.E.G. weinig anders in te dienen dan wensen, waarover bij, met en zonder onze afgevaardigden tenslotte wordt beslist of zij al of niet ingewilligd zullen worden, want tegenover West-Duitsland, Frankrijk en Italië neemt niet alleen ons land, maar zelfs de Benelux een ondergeschikte positie in, welke onze regering vrijwillig, daarin bijgestaan door de overgrote meerderheid van onze parlementsleden, heeft aanvaard.

De E.E.G.-bepahngen deugen voor ons land niet. Uit deze vaste overtuiging hebben de S.G.P.-Kamerleden dan ook tegen het wetsvoorstel gestemd. Deze overtuiging wordt in steeds breder wordende kringen gedeeld. Het is hierbij zelfs al zo ver gekomen, dat men in de bladen van de kringen, die aanvankelijk niet onsympathiek, zelfs uitermate sympathiek tegenover de Euromarkt stonden, kan lezen: Wanneer de E.E.G. in de vrijhandelszone zou kunnen opgaan, is dat te prefereren boven handhaving van de E.E.G. zonder vrijhandelszone. En ook al kan men daarin lezen: Want de E.E.G. zonder vrijhandelszone geeft geen voordelen. Ook dan wanneer men het goed meent met de Federatie, kan men hier stellen, dat de betere E.E.G. de vijand is van de „goede vrijhandelszone".

Dat het met de E.E.G. niet vlotten wil, wordt bevestigd door de sobere mededelingen, welke de raden van ministers van de Europmarkt en Etirotom, die in het begin van aprü te Brussel vergaderden, na afloop van hun vergadering gaven. Daaruit blijkt, dat deze raden nog steeds te worstelen hebben met hoogst moeilijk op te lossen problemen; problemen van algemene aard en daarnaast uiteraard met die van de vrijhandelszone. Tot een definitieve beslissing konden de ministers op die vergadering niet komen, weswege zij besloten deze aangelegenheden nog eens weer te bekijken. Over het geheel van de vraagstukken, welke de vrijhandelszone betreffen — zo werd besloten — zouden de ministers van de zes landen zich op 22 en 23 aprü te Parijs onder voorzitterschap van Fagat, de Belgische minister van buitenlandse handel, beraden om te trachten tot het bepalen van een gemeenschappelijk standpunt te komen. Ook moest de definitieve benoeming van het Sociaal-Ekonomische Comité worden uitgesteld, omdat de lijst van de Duitse kandidaten nog niet geheel vaststond. Dit comité stond nu op 19 mei te Brussel te worden gekonstrueerd. Een dag later kwamen de raden opnieuw bijeen.

Op de in het begin van april gehouden vergadering hebben de raden van ministers toch wat gedaan, zodat niet geheel op hen toepasselijk is het gezegde: zij dronken een glas en lieten de zaak zoals zij was. De raden hebben een regime vastgesteld, dat Duits, Frans, Italiaans en Nederlands tot officiële talen van de gemeenschap maakt en waarvan één artikel rekening houdt met landen, die meer dan één officiële taal kennen.

Tenslotte werd in de mededeling van de laatstgenoemde vergadering er nog kond van gedaan, dat de raad van ministers van Eurotom zich in het bijzonder heeft bezig gehouden met de onderhandelingen met de Amerikaanse regering op het stuk van de bouw van reaktoren en wetenschappelijke onderzoekingen, welke daarmede in verband staan.

Zoals het thans met de Eru^omarkt gesteld is, hebben de zo gedurig plaats ge­ vonden hebbende 'besprekingen en gaderingen de oplossing van de proi] men, waarvoor de raad van ministers verband met de Euromaifa geplaat staat, zelfs geen stap nader gebracht fc wijl de gebeurtenissen in Frankrijk vi die aard zijn, dat daardoor het besta; en voortbestaan van de Euromarkt nog al zo veel lossere schroeven is konii te staan dan voordien reeds het gen

Van welke kant ook beschouwd, kan h( niet anders zijn of de huidige gang vi zaken betreffende de Eurotom en Euii markt moet voor de federalisten, voor degenen, die het heil van een verenig Europa voor ons land verwachten —) zelfs dat zij beweren, dat ons land zot der deze geen toekomst kan hebbei daarbij God, Diens Woord en Diens a gen als rechte atheïsten totaal miskei nende, wel een heel bittere teleursteEii zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juni 1958

De Banier | 8 Pagina's

De Euro-markt

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juni 1958

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken