Bekijk het origineel

Buitenlands OVERZICHT

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Buitenlands OVERZICHT

12 minuten leestijd

, , Zou Hij, Die het oor plant, niet horen? Zou Hij, Die het oog formeert, niet aanschouwen? " — aldus lezen wij in Psalm 94 : 9.

Metterdaad leven velen heden ten dage in een wereld, die men in vele kringen nog de christelijke noemt, in de waan, dat, zoals de ouden het uitdrukten, God in de hemel slaapt, dat Hij niet meer dan een ledepop is. Die noch hoort, noch ziet. Inzonderheid in onze donkere dagen, waarin tallozen leven alsof er geen God bestaat. Die vonnis geeft en de Hoorder en Aanschouwer is van de gedragingen der mensen.

Op welk een ontzettende wijze miskent men toch in onze dagen de Heere, Die machtig is de dingen, die niet zijn, te roepen alsof ze waren! Hoe heeft Hij eertijds het volk Israël op zijn lange en gevaarvolle woestijnreis in al zijn veelvuldige noden weten te voorzien! Hij gaf het des daags een wolk mede om het tegen de hitte te beschermen, en des nachts een vuurkolom om het ten licht te zijn, zodat het bij dag en nacht heeft kunnen reizen. Als het geen brood had, gaf Hij het brood, waar Hij het manna uit de hemel deed regenen, en wanneer het niet te drinken had, zo spleet Hij de rotssteen en gaf het te drinken. En ook nu is God de Heere nog Dezelfde. Zijn hand is niet verkort en Zijn macht is niet ingeperkt. Hij is nog Degene, Die spreekt en het is er. Die gebiedt en het staat er, voor Wie niets te groot of te wonderlijk is.

Doch helaas zijn om Zijn raad en voorlichting ook zelfs de machtigen der aarde niet verlegen. Zij 2Üjn van oordeel, dat zij de vele problemen, waarvoor zij zich geplaatst zien, zelf wel te eniger tijd zullen kunnen oplossen. Zij leven veel liever bij allerlei illusies, dan dat zij het onbedriegelijke Woord van God raadplegen. Dit komt steeds weder aan het licht. Dit is te allen tijde het geval geweest. Dat was ook al zo toen in 1953 in oktober het zogenaamde tweede kongres van Europa te Den Haag gehouden werd. Dit kongres had ten doel om de eenheid van Europa te bevorderen en er aan mede te werken, dat de Europese defensie tot stand kwam. Heel de geest, die op dit kongres heerste, werd gekarakteriseerd door het feit, dat de president er van, de heer Spaak, op zijn reis er naar toe kransen gelegd heeft bij de standbeelden van Erasmus en Hugo de Groot. Dit zegt ons toch op overtuigende wijze, dat het een kongres was, waarin men uit humanistische beginselen leefde en alles van de mens verwachtte. En gelijk bij zuDce kongressen gebruikelijk is, heeft ook dat kongres, zoals men dat noemt, met veel tam-tam plaats gevonden. Hoogdravende redevoeringen werden er afgestoken, vrijwel alle vol van de beste verwachtingen over de vrede en de toekomende eenheid van Europa, welke men als de remedie tegen alle kwalen en noden verheerlijkte. Zelfs werd er aan het kongres een parade van de jeugd verbonden, welke bij wijze van een fakkeloptocht door een deel van de Haagse straten is getrokken, waarmede destijds het kongres des zaterdagsavonds werd gesloten.

Sindsdien is men, nu al de bittere teleurstellingen, welke men met kongressen en konferenties heeft opgedaan, wel iets voorzichtiger geworden met de jubel over de konferenties en hun goede afloop, maar men verwacht het evenzeer als vroeger van de mens, diens rede en krachten. Men heeft ook al, beklagenswaardig genoeg, niet anders dan de mens, die men in zijn aard en wezen niet eens kent, want indien men die door Godskennis en zelfkennis waarlijk kende, dan zou men van de mens het heil niet meer verwachten.

Doch ten aanzien van de konferentie met het expertsoverleg in Geneve is de verwachting nog even goed op de mens en diens krachten gericht als dat bij de vroegere konferenties het geval was. De gedelegeerden van Amerika, Engeland, Frankrijk, Rusland (dat tenslotte toch aan de konferentie heeft deelgenomen), Canada, Roemenië, Polen en Tsjecho-Slowakije, zijn ongeveer een half uur in open zitting in het Palais des Nations bijeen geweest om de officiële toespraken van de Amerikaanse delegatieleider, Dr. Jamens B. Fisk, en de Russische gedelegeerde Y. K. Fjodarof te horen. Dr. Fisk, zich op neutraal standpunt stellende, verklaarde, dat het resultaat van de besprekingen als basis kon dienen voor de regeringen om in de toekomst belangrijke kwesties op te lossen, terwijl de Russische afgevaardigde Fjodarof, in minder neutrale taal sprekende, zeide, dat de Russische regering er van overtuigd was, dat het overleg het de westelijke mogendheden gemakkelijker zou maken hun proefnemingen met de kernwapens stop te zetten.

Daarna werden de deuren gesloten en is men in geheime vergadering voortgegaan.

Voorts heeft de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Dulles op zijn perskonferentie aanmerking gemaakt op het feit, dat de Russische regering ook een politieke vertegenwoordiger, en wel Gramyko's eerste assistent Tsarapkin, naar Geneve heeft gezonden. Dulles voegde aan deze opmerking toe, dat dit feit het karakter van de konferentie kon veranderen, en dat indien zulks zou plaats vinden, de Amerikaanse regering zou overwegen wat haar te dosn stond. Over de konferentie te Geneve van de deskundigen op technisch gebied hoort men niet veel. De Russische deskundigen hebben Geneve verlaten. Zij zijn naar Moskou gereisd om daar met de regering nadere besprekingen te voeren.

Inmiddels heeft Chroestsjef een nieuwe brief aan president Eisenhower gezonden, waarin wordt voorgesteld, dat de Amerikaanse en de Russische regering het initiatief zullen nemen tot een bijeenkomst van militaire en burgerlijke deskundigen uit beide landen, waarop deze zich zullen beraden over de mogelijkheden om een verrassende aanval te voorkomen. De resultaten van dergelijke onderhandelingen en besprekingen zouden op een topkonferentie besproken kunnen worden.

De Russische minister-president stelt, dat de voorstellen van de konferentie binnen een beperkte tijd, die van te voren moet worden vastgesteld, in de definitieve vorm op schrift moeten worden gesteld. In een voorbeschouwing betoogde Chroestsjef, dat het gevaar voor een vei; rassende aanval is vergroot door de gevaarlijke vluchten van met kernwapens geladen vliegtuigen van de Amerikaanse strategische luchtmacht. Hij herhaalde verder in zijn brief aan president Eisenhower een aantal vroegere Russische voorstellen, een luchtinspektiezone van 800 kilometer aan beide zijden van het ijzeren gordijn en een tweede zone in het Russische verre oosten en in een overeenkomend deel van de Verenigde Staten van Noord-Amerika.

De diplomaten in Londen laten zich in gunstige zin uit over Chroestsjefs brief. Zij leiden er uit af, dat de Russische regering thans bereid schijnt te zijn het denkbeeld van een terdege voorbereide topkonferentie te aanvaarden. Een officiële Engelse woordvoerder deelde mede, dat de Britse regering waarschijnlijk akkoord zal gaan met Chroestsjefs voorstel tot het beleggen van een konferentie van deskundigen. Daarbij bracht de woordvoerder terloops in herinnering, dat de Russische minister-president zijn idee geleend had van de Engelse minister van buitenlandse zaken Selwyn Lloyd, die het vorige jaar op een ontwapeningskonferentie in Londen een soortgelijk voorstel heeft gedaan.

In Washington zei de minister van buitenlandse zaken Dulles, dat de brief beloften inhield voor besprekingen tussen oostelijke en westelijke deskundigen, maar dat bepaalde aspekten van de brief op het eerste gezicht onaanvaardjbaar waren.

Deze verklaring van Dulles herinnert in sterke mate aan een vroegere door Dulles afgelegde verklaring, waarin hij zeide, dat er volstrekt geen staat valt te maken op de woorden en beloften van de Russische regeringen. Het was in het verleden zelfs herhaaldelijk gebleken, dat zij o zo gemakkelijk op gedane beloften terugkwam en deze schond wanneer zij niet met haar politiek in overeenstemming bleken te zijn.

Wij zullen dan ook in dit overzicht niet verder ingaan op de konferentie te Geneve en op wat daarmede in verband staat, en ook niet op Chroestsjefs brief aan president Eisenhower, ook al dewijl het jaren achtereen gebleken is, dat al de konferenties, nota's en brieven der regeringen, waarvan men aanvankelijk een goede indruk had, tenslotte op niets zijn uitgelopen dan op bittere teleurstellingen. Wat de toestand In het midden-oosten. bepjaaldelijk in de staat Libanon betreft daarin doet de Verenigde Arabische Rg. publiek onder minister-president Xassa haar invloed nog altijd gelden. De rege. ring van de staat Libanon beklaagt zici nog steeds over het infiltreren van Sy. riërs in haar land en heeft bij de Veilig. heidsraad er sterk op aangedrongen, dat deze aangelegenheid opnieuw door hem behandeld zal worden. De lust tot deze hernieuwde behandehng is echter bij die raad allesbehalve groot. Dit blijkt ook uit het in New York gepubliceerde eerste rapport. Daarin wordt verklaard, dat liet korps waarnemers van de Organisatie der Verenigde Naties weinig bewijzen gevonden heeft voor infiltraties uit de Verenig. de Arabische Republiek. Het verluidt in dit rapport, dat de groep van omstreeks honderd waarnemers, die voornoemde Organisatie naar de Libanon gezonden heeft, het niet mogelijk geweest is, vast te stellen, dat er onder de waargenomen gewapende mannen infiltranten waren. Wel bestond er huns inziens weinig twij. fel over, dat de grote meerderheid der opstandelingen in elk geval uit Libanezen bestond. Elders in het rapport wijzen de waarnemers op het feit, dat in sommige grensgebieden het verloop van de grens niet vast staat, en dat gebieden, welke vroeger bij elkander behoorden, nu gescheiden zijn door een grens. Daai er geen formaliteiten voor een grensoveischreiding nodig waren, trokken de bewoners van deze gebieden vrijelijk heen en weer. Doordat de bewoners van deze streken altijd gewoon waren geweest wapens te dragen, en het gebruikelijk was elkaar op grond van stamsolidariteit te helpen, was het niet doenlijk om uit te maken wie als infiltrant kon worden aangemerkt.

Uit dit bovenvermelde krijgt men sterk de indruk, dat de Veiligheidsraad zieli met een Jantje van Leiden van de Libanese kwestie afmaakt en dat er tenslotte niets komt van het zenden van een pohtieleger door de Organisatie der Verenigde Naties, waarop van verschillende zijden sterk is aangedrongen. Tevens kan hierbij nog eens weer vastgesteld worden de totale machteloosheid van deze Organisatie, alsook haar totale gebrek aan rechtvaardigheid wanneer het niet met de belangen van de grote mogendheden, die er leden van zijn, strookt. Dan hebben zij maling aan recht en gerechtigheid en laten de kleine mogendheden, die zich op haar beroepen, in de steek en in de kou staan.

Geen wonder, dat men in de kringen van de Libanese regering ontstemd is over de houding, welke de Organisatie der Verenigde Naties tegen haar heeft ingenomen, en ook bepaaldelijk over het rapport, waarin wordt gezegd, dat geen bewijzen door de waarnemers zijn gevonden van een inmenging op grote schaal in de binnenlandse aangelegenheden van de Libanon door de Verenigde Arabische Republiek.

Wat Frankrijk aangaat, is general De Gaulle in Algerije op bezoek geweest. Hij is daar bij lange na niet met het enthousiasme ontvangen als de eerste maal toen hij er op bezoek was. Hij heeft zijn bezoek aan Algerije besloten met de aankondiging van een groots ontwikkelingsprogramma voor Algerije, gebaseerd op voUedige gelijkheid van de Europese en de Mohammedaanse gemeenschappen. Op korte termijn zal een begin gemaakt worden met een grootscheeps industriilisatieprogramma en de ontginning van de Algerijnse bodemschatten, waarbij sociale verbetering voor de landarbeiders niet zal worden vergeten. Onder andere zullen grote stukken dor land door uitgebreide irrigatiewerken vruchtbaar worden gemaakt. Voorts heeft De GauUe toegezegd een programma voor woningbouw, dat beoogt dat binnen een jaar al verdubbeling van het bestaande kontin- gent nieuwbouwwoningen zal zijn bejeikt. Ook heeft hij aangekondigd een plan op lange termijn voor de verbetering en uitbreiding van het onderwijs. Binnen tien jaar zal elk kind in Aligerije, ook in Je verst afgelegen streken, een school Icunnen en moeten bezoeken, gepaard gaande met een uitgebreid plan voor de opleiding van Algerijnen tot onderwijzer of tot ambtenaar.

Dit alles, zo verklaarde De Gaulle, vereist een spoedig herstel van de veiligheid in het gehele land. Daartoe zullen de militaire plannen worden herzien en de akties van het leger worden uitgebreid, paarmede kondigde De GauUe het nieuwe, spoedig te verwachten offensief van bet leger aan tegen de grote bolwerken der opstandelingen in de bergen. Hij achtte het nodig, dat daartegen scherp en direkt zou worden opgetreden, want zo lang dit niet geschied was en de opstandelingen niet uit hun bolwerken verdreven waren, zouden de rust en veiligheid niet in Algerije gewaarborgd zijn. Generaal De Gaulle heeft daarvoor besprekingen gevoerd en zich met de stand van zaken op de hoogte gesteld, niet alleen met hooggeplaatste militairen, maar ook met de onderofficieren en manschappen. In Frankrijk zelf is een verandering ten opzichte van de politieke partijen aan de gang, met gevolg dat er vroeger bestaande partijen worden opgeheven en nieuwe zullen ontstaan. Deze hergroeperingsakties zijn al heel duidelijk het gevolg van de vrees der partijen, dat zij zonder fusies te zwak zullen zijn tegenover de politieke druk van het leger en tegenover de eenheidspartij, welke door de Comités de Salut Public zal worden gevormd. In deze zal het niet zonder betekenis zijn hoe het referendum over de nieuwe grondwet, die De Gaulle heeft aangekondigd, straks zal beslissen. Valt de stemming daarover ten gunste van generaal De GauUe uit, dan zal het parlement deze grondwet steUig aanvaarden, ook al zijn er partijen opgericht, welke zich tegen het streven van deze generaal verzetten.

In België heeft de minderheidsregering der rooms-katholieken in de Tweede Kamer de vereiste meerderheid van stemmen verkregen doordat twee liberale kamerleden hun stem ten gunste van deze regering hebben uitgebracht.

Op Cyprus zijn de ongeregeldheden en aanslagen weder opnieuw begonnen. In Indonesië is het gewapende verzet tegen de regering van Soekarno wel in lioofdzaak onderdrukt, doch de guerillaoorlog, die volgens de verklaring van de Indonesische minister-president nog lang kan duren, wordt er voortgezet en zal Indonesië nog grote schade kunnen berokkenen, gelijk het gewapend verzet aan Indonesië miljoenen gekost heeft.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juli 1958

De Banier | 8 Pagina's

Buitenlands OVERZICHT

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juli 1958

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken