Bekijk het origineel

Zwembaden op de Veluwe

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Zwembaden op de Veluwe

4 minuten leestijd

In Putten besloot de raad mét grote meerderheid van stemmen — 7 van de C.H.U., 1 van de A.R.P. en 2 van de S.G.P. raadsleden — het zwembad op de dag des Heeren niet voor het publiek open te stellen.

In Doomspijk werd eveneens een dergelijk besluit met gezamenlijke stemmen van de Staatkundig Gereformeerde, Anti- Revolutionaire en Christelijk-Historische raadsfrakties genomen.

Dit eendrachtig optreden van de protestants-christelijke raadsfrakties verblijdt ons ten zeerste. Mocht het eens zo ver komen, dat dit niet alleen van Putten en Doomspijk getuigd kan worden, maar ook van andere gemeenten, van de Provinciale Staten en van ons parlement gezegd kon worden. Tot op heden ontbreekt daaraan jammerlijk genoeg zeer veel. In tal van gemeenten, in de Provinciale Staten en in het parlement laten de A.R. en C.H. de S.G.P. alleen staan wanneer zij pleit voert voor de naleving van de geboden des Heeren om op Zijn dag te rusten en die te heiligen.

Zeer terecht zijn in Doomspijk de genoemde frakties in een raadsvergadering opgekomen tegen de verklaring van hun burgemeester de Vries, die bij de opening van het zwembad gezegd had, dat hij hoopte, dat er nog eens een andere tijd zou komen, waarin het zwembad ook op zondag geopend zou zijn. De verklaring van de burgemeester werd niet alleen op grond van Gods Woord scherp afgekeurd, maar werd bovendien met de juiste bewoordingen weergegeven als een slag in het aangezicht van de raad.

Begrijpelijk was de verklaring van de burgemeester geheel naar de zin van al diegenen, die er geen been in zien om Gods inzettingen te overtreden. Daarover werd hij dan ook door hen geprezen. Het is wel wat wonderlijks, dat wanneer de staat Israël ten aanzien van de zaterdag, die hij als de sabbatdag geëerbiedigd wil hebben, een wet ter bevordering van de rust op en de heiliging van die dag ingevoerd heeft, men daarover met geen woord van afkeuring rept in die kringen, waarin men de mond vol heeft van ergernis en afkeuring als ten onzent door een raad wettige maatregelen genomen worden om ten aanzien van de zondag als de dag des Heeren hetzelfde te doen. Dan is er bij wijze van spreken bij velen Leiden in last gekomen. Dan kan men bittere woorden en hatelijke opmerkingen door iien horen uitspreken. En toch, ja toch heeft die raad niet anders gedaan dan overeenkomstig het onbedriegelijke en onfeilbare Woord van God te handelen en daarmede uitermate het welzijn en welvaren van zijn gemeente gediend, want daarop kan de zegen des Heeren nog worden ingewacht en er op rusten. Toch nog altijd geldt dit woord des Heeren: „Die Mij eren, zal Ik eren". Dit eren zal ook uit de daden moeten blijken. Het is niet genoeg, gelijk velen dat nog zeggen, dat aan de zegen des Heeren aUes gelegen is, indien 't enkel bij deze woorden blijft en het niet met de daden gepaard gaat. Deze woorden kan de wereld nog heel best verdragen, ja kan men zeUs uit de mond van geheel wereldse mensen beluisteren. Doch als deze woorden gepaard gaan met daden, die overeenkom- Süg Gods getuigenis zijn, maar niet naar de smaak van onze tijdgeest zijn, dan breekt de kritiek los. En dit niet alleen in de gemeente, waarin de raad een be­ sluit neemt naar den Woorde Gods, maar niet naar het welgevallen van sommige gemeentenaren, maar zelfs buiten de gemeente. Dan is het geen vreemde zaak, dat in een blad uit de hoofdstad des lands een artikel te lezen staat, waarin op een honende wijze over de vergadering van zulk een raad geschreven is. Doch de raad kan rustig alle hoon en smaad naast zich neerleggen. Hij heeft niet anders gedaan dan een door God opgelegde taak ten uitvoer te brengen. En daarmede kan hij te allen tijde vrede hebben, zonder zich er op te verheffen, want hij heeft niet anders dan zijn plicht gedaan en heeft dan nog naar den Woorde Gods te getuigen, dat hij van zichzelf een onnutte dienstknecht is. Het valt voor onze natuur niet mede gehoond en gesmaad te worden, doch wee degene, van wie alle mensen goed spreken. Wie een vriend dezer wereld is, hetzij van de openbare, hetzij van de eigenwülige godsdienstige wereld, is immers een vijand van God.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juli 1958

De Banier | 8 Pagina's

Zwembaden op de Veluwe

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juli 1958

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken