Bekijk het origineel

De Christelijk- Historische Unie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De Christelijk- Historische Unie

6 minuten leestijd

Op 9 juli zijn de Christelijk-Historischen te Utrecht in vergadering bijeen geweest om het voor hen heugelijke feit te herdenken, dat de C.H.U. op genoemde datum vijftig jaar geleden is opgericht. Nadat de toenmaals levende vooraanstaande personen van Ghristelijk-Historische levensopvatting het over het beginselprogram eens geworden waren, is dit op genoemde datum vocar een halve eeuw geleden geschied.

Van die dag af bestond er naast de al van 1878 daterende Anti-Revolutionaire Partij onder de leiding van Dr. A. Kuyper, een tweede christelijk-protestantse partij.

Dat het zo ver gekomen is, is mede gelegen in het feit, dat Dr. Kuyper met de zijnen en Mr. de Savomin Lohman met zijn medestanders in de Anti-Revolutionaire Partij steeds meer en meer in de loop der jaren met elkander in botsing kwamen.

(Deze botsing kwam in 1894 al op een heel scherpe wijze tot uiting. In dat jaar is de strijd tussen de Takkianen en de anti-Takkianen over het kiesrechtvraagstuk gevoerd, nadat de Kamer wegens dit zo hevige konflikt ontbonden was. De strijd hep toen erg hoog en bracht niet alleen onder de Anti-Revolutionairen, maar ook onder de andere partijen verdeeldheid.

Bij de toenmaals gehouden Kamerverkiezing behoorden tot de gekozen A.R. Kamerleden zowel voorstanders als tegenstanders van het kieswetontwerp van de hberaal Mr. Tak van Poortvliet. Dr. Kuyper behoorde tot de Takkianen, Mr. de Savomin Lohman tot de anti-Takkianen. Het geschil had grote gevolgen voor de Anti-Revolutionaire Partij. Het werd mede de oorzaak, dat Jhr. Mr. A. F. de Savomin Lohman en met hem vele anderen uit de Anti-Revolutionaire Partij traden en de Vrije Anti-Revolutionaire Partij onder leiding van laatstgenoemde persoon in 1895 werd opgericht.

Het behoeft feitelijk niet eens gezegd te worden, dat het kiesrechtvraagstuk niet de enige oorzaak is geweest, welke de scheuring in de Anti-Revolutionaire Partij heeft teweeggebracht. De oorzaak daarvan lag dieper. De politieke en ook theologische inzichten van Dr. Kuyper en van Mr. de Savomin Lohman liepen uiteen en ook hun karakters waren van gans verschillende aard.

Dr. Kuyper trad op als de kampvechter voor de „kleine luyden", toomde zelfs tegen de „mannen met twee namen", trad op als de man van „wij calvinisten", en was de ontwerper van een geheel nieuw neo-gereformeerd stelsel, waarmede Mr. de Savomin Lohman zich niet verenigen kon, evenmin als met de autokratische leiding van de Anti-Revolutionaire Partij door Dr. Kuyper. Mr. de Savomin Lohman was veel meer een onafhankelijke, vrijheidlievende figuur en als de aristokratische jurist allerminst geschikt om gedwee in het gareel van Dr. Kuyper en de zijnen te lopen, hetgeen ook al uitkwam in de kwestie van het gezantschap bij de paus, dat door de Anti-Revolutionaire Partij aanvaard werd, maar door Mr. de Savomin Lohman en de zijnen bestreden en verworpen werd. In alles stelde Mr. de Savornin Lohman grote prijs op zelfstandigheid.

Mede daardoor bleef de Vrije Anti-Revolutionaire Partij onder leiding van Mr. de Savornin Lohman jaren aaneen geheel op zichzelf staan. Doch in 1903 ging zij onder de naam van Christelijk-Historische Partij een fusie aan met de reeds in 1897 opgerichte (Utrechtse) Christelijk-Historische Kiezersbond van de bekende Utrechtse predikant Dr. A. W. Bronsveld en Dr. J. Th. de Visser, die in 1897 als de enige afgevaardigde van deze bond tot lid van de Tweede Kamer gekozen werd. Daarnaast bestond in Friesland nog een betreKic5i? ^k: grote groep van personej van Christehjk-Historische levensopvat. ting, die de beginselen van Dr. Hoedeira. ker deelde. Tot deze groep behooi^ Mr. Dr. Schokking, die in 1898 met Dj, H. van Eyck van Heslinga en Ds. G. H. Wagenaar de Bond van Kiesverenigingen op Christehjk-Historische Grondslag ij de provincie Friesland stichtte, wellce bond zich op 9 juli 1908 met de beide andere, reeds in 1903 tot een fusie ge. komen groepen tot de Christehjk-Historische Unie.

Zo is dan de Christehjk-Historische Unie uit drie groepen ontstaan. Mede daardoor draagt zij nog steeds een sterk individueel karakter, wat op allerlei wijze uitkomt, niet het minst bij de stemmia. gen, zeKs bij hoogst gewichtige aangelegenheden, bijvoorbeeld als bij de stemming over de soevereiniteitsoverdracht van Indië aan Indonesië, waarbij een deel van de Tweede Kamerleden tegen de soevereiniteitsoverdracht stemde en een deel er voor. En zo is het niet alleen bij deze aangelegenheid bij stemmingen in het parlement gesteld, maar bij voortdiunng. Telkens weer treedt bij de stemmingen het sterk individueel karakter onafhankelijk karakter van de C.H.U.-leden naar voren; hetgeen niet te verwonderen is als men bedenkt, dat er in de C.H.U, verenigd zijn de mensen van Dr. Bronsveld en van Dr. Hoedemaker, die op menig punt in principe verschillen.

Ons zou het zeer verheugen, wanneer de C.H.U. zich liet leiden door het beginsel van Mr. Groen van Prinsterer, die de C.H.U. en ook de A.R.P. zo gaarne ak hun geestelijke vader aangemerkt vsdllen hebben, dat kort weergegeven daarin bestaat: „Er staat geschreven es er is geschied". I

Dit beginsel is helaas op menig gebied door hen prijs gegeven. Om maar iets te noemen, zowel de Christelijk-Historischen als de Anti-Revolutionairen hebben Mr. Groen van Prinsterer verloochend ten aanzien van het intemationa.lisme. Als kenner der historie en als scherpe opmerker van de huidige gang van zaken in het leven der volken van zijn dagen voorzag hij, lettend op de revolutionair-liberale geest, welke onder hen heerste, de komst van een Volkenbond en voorspelde, al zou hij het misschien zelf niet meer beleven, zijn totstandkoming. En inderdaad, de Volken^ bond is na zijn dood opgericht. Die bond was er één van zuiver revolutionair-liberaal karakter. Gods Woord was er als leidsnoer kontrabande. Aan die bond nu hebben zowel de Christelijk-HistoriscLen als de Anti-Revolutionairen alle hulde gebracht, hem gesteund en er zelfs bidstonden voor belegd. Stellig werd Mr. Groen van Prinsterer hier verloochend; gelijk hij ook op meerdere gewichtige punten is verloochend, gelijk wij wel aangetoond hebben.

Zeer zouden wij ons verheugen indien inderdaad door de C.H.U., alsook door de A.R.P., in hun pohtiek met woord en daad uit het beginsel geleefd werd van: Er staat geschreven en er is geschied o Dan zou er een samenwerking, zelfs een samengaan mogelijk zijn, zoals dat mogehjk is geweest ten aanzien van het verbod tot opening van de zwembaden te Putten en Doornspijk op des Heeren dag. Doch waar deze samenwerking en dit samengaan helaas zelfs ten opzichte van t nadrukkelijk gebod des Heeren tot iets zeldzaams tot dusver behoort, gelet op de houding, welke de C.H.U. en d« A.R.P. telkens in het parlement, de Statenvergaderingen en in tal van gemeenteraden aannamen ten aanzien van de dag des Heeren, daar mag de S.G.P. d^ze partijen niet volgen in hun gedragingen, wil zij zich niet schuldig stellen tegenover de Heere en ons volk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juli 1958

De Banier | 8 Pagina's

De Christelijk- Historische Unie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juli 1958

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken