Bekijk het origineel

Uit het eigen land

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Uit het eigen land

5 minuten leestijd

Wijziging in de wet op de lijkbezorging voorgesteld

Bij de Tweede Kamer is een wetsontwerp ingediend, beogende in de wet op de lijkbezorging de bepalingen betreffende de verbranding van lijken te wijzigen. Bij het opstellen van dit wetsontwerp, dat beoogt in enkele gerezen moeilijkheden te voorzien, is uitgegaan van het aan de ki-ematiebepalingen ten grondslag liggende uitgangspunt, dat begraving als regel voorop staat, terwijl krematie slechts wordt toegelaten indien de overleden© de wens daartoe heeft kenbaar gemaakt. Het wetsontwerp zou men derhalve kunnen beschouwen — aldus de Memorie van Toelichting — als een nouvelle, die op enkele punten rechtsverfijning brengt. Wel heeft dit tengevolge, dat de regeUng van de krematie, welke thans wordt voorgesteld, enigszins uitvoeriger is dan de bestaande.

De ministers van Binnenlandse Zaken, Justitie en Sociale Zaken zijn er van uitgegaan, dat krematie in beginsel in die gevallen mogelijk moet zijn, waarin de overledene zelf deze gewenst heeft. Dat de overledene in civielrechtelijk opzicht onbekwaam is, behoort voor het uiten van zulk oen wens geen beletsel te zijn. Vele personen immers, die terecht van het beheer hunner goederen en van het verrichten van burgerlijke rechtshandehngen uitgesloten zijn, wijl zij in het vermogensrechtelijk verkeer tegen zichzelf beschermd moeten worden, zijn niettemin zeer wel in staat een voorkeur voor begraving of verbranding van hun lijk kenbaar te maken. De ministers zijn van mening, dat men hun wensen op dit gebied, waar hoogst persoonlijke levensbeschouwingen en gevoelsargumenten een zo grote rol spelen, evenzeer zou moeten respekteren als die van hen, die over normale verstandelijke vermogens beschikken.

De mogelijkheid hiertoe wordt geopend, doordat het voorgestelde artikel niet meer spreekt van een uiterste wü en van een verklaring, als bedoeld in artikel 982 B.W., doch enkel van een eigenhandig geschreven, gedagtekende en ondertekende verklaring. In plaats van het testament of het civiehechtelijk codicil, voor hetwelk de bekwaamheidsregels van het Burgerlijk Wetboek gelden, wordt dus een uitsluitend op de wet op de lijkbezorging berustende verklaring geëist, waarvoor deze regels niet van toepassing zijn.

In de eerste plaats zal dit het voordeel hebben, dat voorkomen wordt, geHjk in de praktijk reeds is geschied, dat bij het maken van een testament en het daarin opnemen van de gebruikelijke formule inzake het vervallen van alle bestaande wilsbeschikkingen, ongewild een codicil inzake krematie ongeldig wordt. Onder de nieuwe voorschriften zal een schriftelijke wens inzake krematie immers niet meer zijn een wilsbeschikking als bedoeld in het Burgerlijk Wetboek. Voorts zullen personen, die op latere leeftijd onder kuratele worden gesteld en nadien htm oordeel over krematie vsdjzigen, niet langer gebonden blijven aan eventuele testamentaire verklaringen terzake, welke zij niet bevoegd zijn te vnjzigen.

Pe genoemde voordelen overtreffen — aldus de Memorie van Toeüchting — verre Jiet nadeel, dat het testament niet meer ]jan dienen voor het tot uitdrukking brengen van de wens tot krematie. In het onderhavige wetsontwerp is voorts een oplossing gezocht voor die gevallen, waar geen verklaring, als hiervoor bedoeld, getoond kan worden, terwijl vaststaat, dat de overledene, die zijn achttiende jaar vervuld heeft, krematie gewenst heeft.

Voorgesteld wordt te bepalen, dat indien geen eigenhandig geschreven verklaring kan worden overgelegd, een beschikking van de kantonrechter gevraagd kan worden. De kantonrechter zal in dat geval op grond van een door hem ingesteld onderzoek kunnen vaststellen, dat hij bewezen acht, dat de overledene de wens tot krematie te kennen heeft gegeven. De ministers verwachten niet, dat de voorgestelde regeling in enigszins belangrijke mate zal afdoen aan het beginsel, dat de wil om gekremeerd te worden jn een eigenhandig geschreven verklaring dient te worden uitgedrukt. Deze wijze van wilsbeschikking zal ongetwijfeld de gebruikelijke blijven.

De hiervoor toegelichte bepalingen geven ook degenen, die op grond van het burgerlijk recht onbekwaam zijn tot het maken van een uiterste wil, de bevoegdheid hun wens tot krematie rechtsgeldig tot uitdrukking te brengen. Er is echter een kleine groep mensen, die wegens storing der geestvermogens in het geheel niet in staat zijn hun vdl te bepalen of tot uitdrukking te brengen. Indien dit slechts in de laatste levensjaren het geval was (bij voorbeeld dementia senitis), ligt het voor de hand, met betrekking tot de wijze van lijkbezorging, te letten op het al dan niet aanwezig zijn van een vóór die tijd geschreven wens tot krematie. Indien echter de overledene langere tijd, respektievelijk vanaf zijn meerderjarigheid, buiten staat is geweest zich uit te spreken — en zulks met een medische verklaring kan worden gestaafd — is het redelijk, de wijze van lijkbezorging te doen bepalen door nabestaanden of andere personen, die voor de uitvaart zorg dragen.

Met betrekking tot de krematie van de lijken van minderjarigen wordt voor wat betreft de minderjarigen vanaf 18 jaar, een enigszins gewijzigde regeling voorgesteld. Volgens de bestaande bepalingen kan het lijk van minderjarigen boven 18 jaar slechts gekremeerd worden indien een testament of codicil is nagelaten. Om de zekerheid te hebben, dat zijn lijk ook ingeval van plotseling overlijden zal kunnen worden verast, zou de minderjarige dus op grond van de thans geldende bepalingen op zijn achttiende verjaardag terstond een verklaring moeten maken. In het systeem van de nieuw voorgestelde artikelen heeft dit nog drie jaar de tijd. Deze artikelen staan krematie op wens van ouders of voogd toe, ook als de minderjarige op de leeftijd van 18, 19 of 20 jaar overlijdt. VooT ingezetenen, die een vreemde nationaliteit bezitten, en een beperkte groep niet-ingezetenen, is een regeling opgenomen, welke tegemoet komt aan in de praktijk gerezen moeilijkheden. Het is redelijk, dat voor deze groepen wordt afgeweken van de eis van een schriftelijke verklaring. Men kan immers bezwaarlijk eisen, dat degenen, die slechts tijdelijk in Nederland verblijven, en de niet-statenloze vreemdelingen, aan de formele voorschriften, welke in Nederland voor de krematie gelden, gevolg geven.

Over het geheel genomen valt er ten aanzien van de voorgestelde wijziging in de wet op de lijkbezorging op te merken, dat deze bevorderlijk is voor de uitbreiding van de lijkverbranding, weUce eertijds ook de Anti-Revolutionairen en de Christelijk-Historischen als een heidens gebiTiik scherp veroordeeld hebben.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 september 1958

De Banier | 8 Pagina's

Uit het eigen land

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 september 1958

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken