Bekijk het origineel

Uit het eigen land

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Uit het eigen land

12 minuten leestijd

Het vlot met de P.B.O. niet

„Tot zijn leedwezen — deelt minister mr. Struycken in de Memorie van Toelichting op de begroting van Binnenlandse Zaken mede — moet hij vaststellen, dat in de periode, welke is verstreken sinds de indiening van de begroting voor het dienstjaar 1958, de organisatorische uitbreiding van de Publiekrechtelijke Bedrijfs Organisatie, voor zover daarvan naar buiten blijkt, vrijwel tot stilstand is gekomen". Slechts één nieuw bedrijfslichaam kwam tot stand, namehjk het bedrijfschap voor het maatkledingsbedrijf.

In voorbereiding zijn thans nog volgens de mededeling van de minister van Binnenlandse Zaken, bezitsvorming en Publiekrechtehjke Bedrijfs Organisatie bedrijfsschappen voor de detailhandel in alcoholhoudende dranken, voor de detailhandel in aardappelen, groenten en fruit, en voor de industrie van koolzuurhoudende alcoholvrije dranken, annex de bierhandel.

Uiteraard werd een telkens ruimere ervaring opgedaan met de wet op de bedrijfsorganisatie, aldus de minister, met name betreffende de vwjze, waarop de onderscheidene artikelen dezer wet in de praktijk werken. Deze ervaring geeft toch de indruk, dat de wet te zijner tijd op bepaalde prmten een technische herziening behoeft. De minister wü zich met betrekking tot de P.B.O. overigens niet aan pessimisme overgeven.

Daar bestaat anders reden te over voor om over de P.B.O. en het verloop van deze wet pessimistisch gestemd te zijn. Het is van het begin af aan daarmede sukkelen geweest en nog steeds sukkelen en het zal ook in de toekomst sukkelen blijven, zodanig sukkelen zelfs, dat er reeds meer dan eens in het r.k. kamp der K.V.P., die de P.B.O. na aan het hart ligt, stemmen zijn opgegaan om de stok achter de deur te zetten, door dwang en dwangmaatregelen voor het bestaan van de P.B.O. in te voeren en aan te wenden.

Wilsveen

Het heeft er enige tijd naar geschenen, dat het plan van de Haagse gemeenteraad om tezamen met een aantal randgemeenten in Wüsveen {ten oosten van Voorburg) een nieuwe stad te stichten, van de baan was. De Gedeputeerde Staten van Zuid-HoUand hebben dat plan immers verworpen, hetgeen voor vele inwoners van Wüsveen en omtrek een grote opluchting was. De genoemde Ge­ deputeerden gaven de voorkeur aan het plan-Pijnacker tot stichting van een nieuwe stad onder die gemeente (het zogenaamde plan Beysns). Maar een week geleden deelde de commissie voor het westen des lands evenwel mede, voorstandster voor het plan Wüsveen te zijn. Thans verklaart minister Struycken in de Memorie van Toelichting op de begroting van Binnenlandse Zaken, dat het plan Wüsveen voor de Haagse agglomeratie een konstruktieve basis vormt. Bij de raad voor ruimtehjke ordening (uit de ministerraad) ligt nu een nota van zijn ambtgenoot van Volkshuisvesting en Bouwnijverheid, waarbij het in de bedoeling ligt om zodra de ministerraad een beslissing zal genomen hebben, de Staten-Generaal in te lichten. Deze mededeling wijst er wel op, dat het plan Wüsveen lüet van de baan is en mogelijk wel een grote kans op verwezenlijking heeft, ondanks de bezwaren van de Gedeputeerden van Zuid-Holland. Echter valt hieromtrent niets met stellige zekerheid te zeggen. Afwachten bhjft hier de boodschap in deze belangrijke aangelegenheid, waarbij hoogst ernstige belangen zowel voor Den Haag als voor de inwoners van Wüsveen en omtrek en Pijnacker in het geding zijn.

Voorlopig geen Nederlandse gevechtstroepen in West-Duitsland

De woordvoerder van het West-Duitse ministerie van defensie heeft naar aanleiding van het vooretel tijdelijk periodiek wisselende Nederlandse gevechtstroepen voor oefeningen in Duitsland te stationeren, verklaard, dat hieraan voorlopig niet gedacht behoeft te worden. Ook de West-Duitse strijdkrachten hebben voor hun oefeningen in de Bondsrepubliek te weinig ruimte, aldus het ministerie.

De suggestie voorts, om Nederlandse en West-Dioitse müitaire oefeningen gezamenhjk te houden, is in principe met instemming ontvangen. Dit jaar zal er echter geen sprake meer van kunnen zijn.

Naar uit bevoegde kringen in Den Haag wordt vernomen, zijn de onderhandelingen over beide aangelegenheden, de stationering van Nederlandse müitaire onderdelen in West-Duitsland en de gezamenlijke oefeningen, nog in volle gang'

Wat ons 'betreft, wij hebben wel ernstige bezwaren tegen het stationeren van Nederlandse strijdkrachten in West-Duitsland, indien dit om müitaire redenen niet beslist nodig en van lange duur is. Dit zou de Nederlandse militairen nog verder van huis voeren dan dit reeds bij plaatsing in een garnizoen in Nederland menigmaal het geval is. Wij achten het om allerlei redenen voor onze jongens, die him müitaire dienstplicht vervullen, van groot belang, dat zij zo dicht mogelijk bij hun eigenlijke woonsteden in garnizoen worden ondergebracht. Voorts le'.'ert het op godsdienstig en zakelijk terrein ook al ernstige bezwaren op. Wat het godsdienstige betreft nemen vele Duitsers ten aanzien van Gods dag het aUesbehalve nauw. Bovendien, waar moeten de müitairen daar ter kerk gaan, wülen zij een prediking overeenkomstig Gods Woord beluisteren? Wat het zakehjke betreft zijn de gevaren voor verleidiag daar nog al groter dan zij in menige plaats in ons land zijn.

Wettelijke registratie van zieken- en rusthuizen

Naar wij vernemen is dit jaar nog de indiening van een wetsontwerp voor zieken- en rusthuizen, waartoe ook de verpleeginrichtingen en bejaardentehuizen gerekend kimnen worden, te verwachten. De voorgenomen wettelijke registratie beoogt tegemoet te komen aan de reeds lang gevoelde behoefte om over een volledig overzicht te beschüdcen van de zieken- en verpleeghuizen.

Sommige provinciale besturen en gemeentebesturen hebben in eigen verordening reeds in deze behoefte voorzien, mede om op deze tehuizen toezicht te kunnen houden. Ook de regering heeft reeds geruime tijd behoefte gevoeld aan een wettelijk toezicht. In zekere zin zal een eventuele wettehjke regehng op toezicht echter niet behoeven te wachten op de voorgenomen registratie, maar deze kan men toch wel verwachten als een voorloper op het wettehjk toezicht. Het wetsontwerp tot registratie van zieken- en rusthuizen zal worden ingediend door de ministers Klompé en Suurhoff, respectievehjk van Maatschappelijk Werk en Sociale Zaken en Volksgezondheid.

De indiening van dit wetsontwerp zien wij met belangstelling tegemoet. Gaat de strekking er van zo ver, dat de overheid een registratie van betrokken inrichtingen wenst te hebben, dan ontmoet het wetsontwerp bij ons generlei bezwaar. Ook zal dit nog niet het geval zijn, indien de overheidsbemoeienis zich er toe bepaalt om er toezicht op te houden, dat daarbij de goede zeden in acht worden genomen en overeenkomstig de gesloten voorwaarden met de daarin opgenomenen zal worden gehandeld; doch tegenover zich verder uitstrekkende bepalingen, die mogelijk in het wetsvoorstel voorkomen, wensen wij de uiterste voorzichtigheid te betrachten en zuUen ons er stellig tegen moeten verzetten als onder de één of andere vorm onder de benaming van registratie of welke andere benaming dan ook, het staatsabsolutisme door het wetsvoorstel wordt bevorderd.

Kritiek op de Troonrede

Van de zijde van de vakbonden is er een vrij scherpe kritiek uitgeoefend op de Troonrede. Het dagehjks bestuur van de K.A.B, (de rooms-katholieke werknemers vakvereniging) heeft als zijn oordeel uit^ gesproken, dat zowel de Troonrede als de adviesaanvrage van de regering aan de Sociaal-Economische Raad, moet worden gekenschetst als perspectiefloos en tegehjk fantasieloos. Zonder perspectief, omdat de daarin vervatte suggesties praktisch geen ruimte laten voor een verdere verhoging van het reële inkomen van de Nederlandse werknemers. Fantasieloos zijn de stiüdcen — aldus genoemd bestuur — omdat men er op re­ geringsniveau blijkbaar niet in is geslaagd de vicieiise cirkel van te veel wensen in verhouding tot de beperkte produktiviteitsstijging te doorbreken. Het dagelijks bestuur van de K.A.B, ziet ten minste twee verschülende vragen, waarlangs de aanval op dit pessimistische toekomstbeeld kan worden ingezet. In de eerste plaats de weg van het serieus opsporen van die onderdelen van de hjst van verlangens, die geheel of ten dele op andere wijze kunnen worden verwezenlijkt, dan door beslag te leggen op een deel van de matero-economische produktiviteitsstijging. In de tweede plaats door het ^bedenken van middelen met behulp waarvan de prodtLktiviteitsstijging belangrijk hoger zou kunnen mtkomen dan het Planbureau op grond van matero-economische berekeningen meent te mogen verwachten.

De wijze, waarop de regering het probleem van de huren stelt, is volgens het dagehjks bestuur van de K.A.B, zonder meer nalopen achter de feiten, die zij zelf niet in de hand heeft gehouden. Met huurverhoging zonder meer zal niet veel van het probleem ktumen worden opgelost. Een oplossing komt volgens even te voren genoemd bestuur eerst nader, als men de moed heeft zich af te vragen wat nu precies de oorzaak is van het feit, dat, nu na vier hum-verhogingen de afstand tussen rendabele huren van nieuwe woningen en de feiteHjke huren van bestaande woningen nog zo groot is, aUe nadelen van verschülende huurniveaus zijn bUjven bestaan.

Als belangrijkste oorzaak wjst het bestuur van de K.A.B, op de stij'ging van de bouwprijzen. Herstel van het evenwicht tussen de diverse huumiveaxis is voor een deel mogelijk via verlaging van de bouwkosten en verlaging van de hruen van nieuwbouwwoningen. Nog al feller is de kritiek van de voorzitter van het N.V.V. Deze werd voor de radio reeds op vrijdagavond 19 sej> tember uitgeoefend. Deze voorzitter verklaarde toen, dat de regering niet op zijn vakcentrale zou kunnen rekenen voor de sociaal-economische maatregelen, waarover de Sociaal-Economische Raad door de regering gevraagd was. Dit klonk op zichzelf reeds dreigend, maar nog dreigender klonk de verwijzing naar de gevolgen voor het geval, dat de regering die maatregelen zou invoeren. Ook de kritiek, welke het dagelijks bestuur van de K.A.B, heeft uitgebracht, ook al is zij vrij van dreigementen en dringende termen, zal de regering verre van aangenaam in de oren geklonken hebben. Wanneer wij hier nog aan toevoegen, dat ook het C.N.V., zij het dan in gematigde bewoordingen, kritiek op de Troonrede heeft uitgeeefend, dan kan de regering wel voor hete vuren komen te staan, indien zij door aan deze vakcentrales verwante Kamerleden straks bij de Algemene Beschouwingen, welke op dinsdag 30 september in de Tweede Kamer staan gehouden te worden, wordt overgenomen, waarop wel enige kans bestaat. Zij kunnen toch al heel moeihjk hun respectievelijke geestverwanten in de vakbeweging verloochenen. Inzonderheid zal dit het geval zijn ten aanzien van de Kamerleden van de Partij van de Arbeid. De voorzitter van het N.V.V. heeft het standpunt van deze vakvereniging, zonder zelfs het advies van de Sociaal Economische Raad af te wachten, wat op zichzelf reeds iets vreemds, , zelfs ongehoords is, in het openbaar met grote nadruk vastgesteld. Hij verklaarde, dat hij vroegtijdig had moeten spreken, om de leden voor te lichten en dat hij zulks bovendien gedaan had om de regering te waarschuwen op een tijdstip, waarop zij nog van koers zou kunnen veranderen.

Betreffende het inwinnen van het advies had het C.N.V. opgemerkt, dat de regering krachtens de wet op de bedrijfsorganisatie verplicht was advies aan de Sociaal Economische Raad te vragen. Zij keurde het inwinnen van het advies derhalve goed, doch leverde daarop kritiek — ons inziens zeer juist — dat dit zo laat geschied was.

De kritiek komt bij de drie vakcentrales daar in hoofdzaak op neer, dat door de voorgenomen sociaal-economische maatregelen de loon- en salaristrekkenden niet eenzijdig mogen worden getroffen; het loonbeleid mag volgens hen niet buiten beschouwing gelaten worden. Dit als reaktie op het standpimt, dat de regering heeft ingenomen, dat inhoudt, dat een zo stabiel mogelijk loonpeil noodzakelijk is en dat een loonronde achterwege behoort te bhjven. Het standpimt dat het C.N.V. hierbij inneemt, komt in het kort weergegeven, hierop neer. Het bestuur der C.N.V. heeft desgevraagd — zoals reeds is opgemerkt — medegedeeld het volkomen juist te achten, dat de regering advies aan de S.E.R. gevraagd heeft over haar voornemens met betrekking tot de melksubsidies en de huurpolitiek. In het komende S.E.R. overleg zullen bovendien aan de orde komen de verlenging van de tijdehjke toeslag op de Kinderbijslag, de verwerping van de huurbijslag in de kollektieve kontrakten en loonregelingen, eventuele verhoging van de ziekenfondspremie, de invoering van de weduwen- en wezenpensioenverzekering, van een nieuwe invaliditeitsverzekering en van een algemene kinderbijslagvoorziening. Ook het algemene vraagstuk van de loonpolitiek is hiermede tegelijkertijd in het geding — aldus het bestuur van het C.N.V.

Hoewel dit bondsbestuur zich nog moet beraden, kan het thans reeds verklaren, dat oplossing van al hiervoren genoemde problemen onbereikbaar is, wanneer de regering haar mededeling in de Memorie van Toelichting op de begroting van Sociale Zaken en Volksgezondheid handhaaft, dat rust op het loongebied noodzakelijk is. Het C.N.V. verklaart ten volle bereid te zijn om aan verantwoorde oplossingen mede te werken, doch zal in het komende overleg drie eisen onverkort haBtdhaven. 1. De bevordering van de werkgelegenheid met name ook in het noorden van het land. 2. Spoedige invoering van de weduwenen wezenpensioenverzekering en van de invaliditeitsver2Kkering. 3. Een rechtvaardige verdeling van het nationale inkomen.

Niet dansen? Dan rel!

Onder bovenstaand opschrift treffen wij in het „Algemeen Handelsblad" van maandag 22 september j.l. het navolgende aan: „Een bende opgeschoten jongens nam er vrijdagavond geen genoegen mee, dat dit jaar het Jordaan-festival niet meer voorziet in luchtige dansmuziek op de Lindengracht. Het festival-comité had het ook beter gevonden, dat dit jaar maar geen vergimning zou worden gegeven voor het draaien van rock 'n roll plaatjes op de brede Lindengracht. Elders wordt natuurlijk wel muziek gemaakt. Maar aangezien de man, die anders de platen op de Lindengracht verzorgt, een paar dagen zonder vergunning toch draaide en daarmede gisteren na een proces-verbaal van de politie ophield, was de jeugd zich het gemis plotseling sterk bewust. Een groep van circa tweehonderd in getal trok op naar het tentoonstellingsgebouw aan de Lindengracht om het komité te beschreeuwen. De politie moest met de gummiknuppel ingrijpen". Dit tekent wel de geest, welke er onder een deel van onze jeugd heerst, dat verzot op dansen is. Hieraan is onze regering niet onschuldig. Zij geeft belangrijke subsidies voor het dansen uit. Zij moedigt met instemming van het overgrote deel van onze parlementsleden, tot die van de A.R. en C.H. leden toe, alzo tot het dansen aan. Zij zet haar zegel van goedkeuring op het dansen en reikt daarmede een brief van aanbeveling tot het dansen uit. Het dansen is een kwaad, dat door de voormannen der Reformatie eertijds scherp veroordeeld is, wat echter de neo-gereformeerden niet belet heeft dansclubs onder de benaming van christelijke dansclubs op te richten.

Prinses Wilhelmina geeft een boek uit

Zij doet dit onder de titel „Eenzaam, maar niet alleen", waarin zij mede een overzicht geeft van wat zij vanaf haar jeugd en later ook als Koningin met haar volk, dat daarin een belangrijke plaats inneemt, in de loop Harer jaren be- en doorleefd heeft. De verschijning van dat boek is kort geleden aangekondigd en zal — althans zo is het voornemen — binnenkort plaats hebben. Wij vinden, al zullen wij op de verschijning van het boek en het boek zelf thans niet nader ingaan, belangrijk genoeg om daarvan melding te maken. Het zal straks aan belangstellende lezers stellig niet ontbreken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 oktober 1958

De Banier | 8 Pagina's

Uit het eigen land

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 oktober 1958

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken