Bekijk het origineel

Brief uit Zeeland

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Brief uit Zeeland

4 minuten leestijd

CCCLXXXV.

We leven in een tijd, waarin gestreefd wordt naar het grote en waarin het wel schijnt of er voor één mens en voor kleine gemeenschappen geen plaats meer is. En dat is niet aUeen zo in het wereldgebeuren, waarin gestreefd wordt naar Volkenbonden en Verenigde Naties, om daardoor groot te zijn, maar het geschiedt ook op andere wijze. Alles moet groot worden, want anders is er geen kracht. Kleine gemeenschappen kunnen geen krachtige bestuurders hebben, en daarom moeten zij maar plaats maken voor grote.

Het is opmerkelijk, dat er in de laatste tijd zoveel plarmen aanhangig zijn tot samenvoeging, of, zoals dat genoemd wordt, grenswijziging, van gemeenten. Ook in Zeeland staat dat te gebeuren. Er zijn plannen voor Schouwen en Duiveland, en ook voor Walcheren.

Niet alleen de gemeenten wQ men samenvoegen, maar ook polders en waterschappen. Voor gemeenten is een wet nodig, maar voor polders en waterschappen kunnen de Staten der provincie besluiten. Er is nu weer een voorstel aanhangig bij de Staten van de provincie Zeeland betreffende de samenvoeging van alle polders en waterschappen op Zuid-Beveland. Na de watersnoodramp in 1953 acht men bhjkbaar de weg gebaand om daarnaar te streven. Immers, er moet eenheid komen, althans naar de mening van de voorsteUers, in de waterbeheersing. En die eenheid wordt gezocht door samenvoeging. In hoeverre of getracht is door andere middelen tot een eenheid te komen in het zogenaamde buitenbeheer, is niet duidelijk. Het is wel opmerkelijk, dat zo weinig reakties zijn vernomen vanuit de besturen van die polders en waterschappen.

Bij de stukken zijn wel enige bezwaarschriften, maar ook daarin gaat het meer over de uitvoering van de samenvoeging dan over de samenvoeging zeU. Uw briefschrijver vraagt zich wel af hoe dat nu eigenlijk zit. Zijn er geen bezwaren tegen de samenvoeging? Of zijn die bezwaren, omdat ze misschien van een minderheid kwamen, of mogelijk uit de mond van hen, die toch niet tot oordelen woiden bekwaam geacht, niet naar voren gebracht, of kunnen komen? Het zou, in dat geval, wel van belang zijn, dat de leden van de Provinciale Staten dan rechtstreeks door hen, die bezwaren hebben, worden ingehcht. Er wordt zo gauw gedacht: „Die mensen zijn nu eenmaal daartoe door ons gekozen en dan moeten zij het ook maar weten". Maar dan wordt toch wel vergeten, dat enige inlichtingen over wat er leeft zeer gewenst zijn. Het is toch voor een statenlid niet mogelijk om zich over alles persoonlijk te gaan vergewissen. Het zal voor een bestuurder wel aangenaam zijn te weten wat er leeft, en ook kan het zijn, dat hij juist het fijne van de zaak niet zo aanvoelt als iemand, die er in leeft. Ondervinding is nog steeds de beste leermeesteres.

De Staten van 2feeland zijn bijeengeroepen tegen dinsdag 7 oktober a.s. om dan de genoemde voorsteUen te gaan behandelen, wel nog niet in het openbaar, maar in de afdelingen. Het adres van de Statenleden zal toch wel bij de lezers van , , De Banier" bekend zijn, en dus is er nog mogelijkheid om bezwaren te melden. De tijd is wel kort, maar wat bekend is, is gemakkelijk te melden. Laat nu de eenvoudige man niet denken: dat is toch niets voor mij. Het is uw briefschrijver wel gebleken, dat zij, die als „eenvoudigen" door anderen worden beschouwd, en die dat ook meestal van zichzelf denken, wel over een inzicht in zaken kunnen beschikken, dat overtreft de kennis van hen, die niet als „eenvoudigen" worden aangezien en daarom ook wel een hoge dunk van zichzelf hebhen. Uw briefschrijver meent te weten, dat onze Statenleden gaarne acht zuUen slaan op wenken, die zij van „eenvoudigen ontvangen. Ook daarin zien zij niet de kracht in de grootheid, maar wel weten zij, dat het beginsel der wijsheid ligt in de vreze Gods. En die vreze Gods maakt geen grote mensen, maar juist kleine. Het is te vrezen, dat door al dat streven naar grote dingen veel wordt stukgemaakt, en dat het streven, wat in ons allen zit, om zelf groot en koning te zijn, maar al te zeer wordt bevorderd. Ook is te vrezen, dat de leiding niet meer door de bestuurders, maar door hun ondergeschikten zal plaats hebben, en dat is niet bevorderlijk, want „het oog des meesters maakt het paard vet".

Uw Zeeuwse Briefschrijver

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 oktober 1958

De Banier | 8 Pagina's

Brief uit Zeeland

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 oktober 1958

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken