Bekijk het origineel

Voor Oud en Jong

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Voor Oud en Jong

6 minuten leestijd

CLX.

De S.G.P. en de vrijmaking der Ned. Herv. Kerk. Rede's Ds. Kersten en Ds. Zandt.

Bij de Algemene Beschouwingen over de Rijksbegroting voor het jaar 1929, heeft Ds. Kersten andermaal bij de regering aangedrongen op herstel van het onrecht, dat van overheidswege de Hervormde Kerk is aangedaan. Daar ons meermalen gebleken is, dat van bepaalde zijde de voorstelling wordt gewekt, dat de S.G.P. zich ten aanzien van het kerkelijk vraagstuk niets aantrekt, achten wij het van belang om ook het toen door Ds. Kersten gesprokene naar voren te brengen. Hij zeide dienaangaande het volgende: „Ten opzichte van de kerk heeft de overheid een dure roeping. Ds. Zandt zal welUcht over het kerkelijk vraagstuk iets meer zeggen. Ik volsta met de opmerking, dat de overheid de Ned. Herv. Kerk in het gevangenhuis der synodale organisatie heeft besloten. Nog rammelen die ketenen en boeien. De kerk is in handen van moordenaren gevallen. Voor dood heeft de regering haar aan de zijde van de weg neergeworpen. En zie, nu verklaart men: de kerk is vrij, nu wil men het standpunt innemen, dat de overheid ten opzichte van de kerk geen roeping meer heeft. Mijnheer de Voorzitter! Ik zeg dit niet. Omdat ik twijfel aan de zorg Gods over Zijn kerk; niet omdat ik de kerk wil laten leunen op het zwaard der overheid. Maar ik spreek over de schuld, die op de overheid rust en die zij^niet herstelde. Het vraagstuk acht ik van het grootste belang. Herleving, vrijmaking van de Hervormde Kerk uit haar met gruwelijk onrecht aangelegde banden, is één van de voornaamste factoren tot hereniging van het gereformeerde voUc, dat nu ligt uiteengeslagen, één van de grote krachten om ons volk te redden uit de klauwen van Rome en revolutie. Helaas, Vergeefs wordt door duizenden gewacht; vergeefs zien vele leraren in de Herv. Kerk zowel als daarbuiten, naar daden der regering uit tot herstel van aangedaan onrecht. En met dat al zinkt ons voUc weg en behouden de vijanden der aloude Gereformeerde Kerk der Nederlanden en der zuivere leer de overhand, alle protesten ten spijt".

Tot zover het kloeke woord, dat Ds. Kersten in 1928 sprak, ten behoeve van het herstel van het de Hervormde Kerk in 1816 aangedane onrecht. Het werd, zoals werd opgemerkt, uitgesproken bij de Algemene Beschouwingen over de Rijksbegroting, waarbij aangekondigd werd, dat Ds. Zandt wellicht meer over

dit gewichtige onderwerp zou zeggen. Dit geschiedde inderdaad en wel bij het desbetreffende hoofdstuk van de Rijksbegroting voor 1929, het hoofdstuk, dat betrekking heeft op Financiën. Ds. Zandt, die in 1925 zijn intrede in de Tweede Kamer had mogen doen en reeds enkele redevoeringen over verscheidene principiële onderwerpen gehouden had, brak in de namiddag vergadering van 12 december 1928 een lans voor vrijmaking der Ned. Herv. Kerk uit de haar zo onrechtvaardig aangelegde boeien. Ook deze rede willen wij in haar geheel weergeven. Zij luidde als volgt:

Mijnheer de Voorzitter! Het onderwerp, waarvoor ik de belangstelling der Kamer vraag, is er één van het grootste gewicht. Gedurig werd het dan ook in deze vergadering in de loop der jaren ter sprake gebracht. Het geldt het onrecht, dat de Ned. Herv. Kerk van overheidswege is aangedaan. Niemand zal het grote belang kimnen ontkennen, dat genoemde kerk voor ons volksleven gehad heeft. Zij heeft eenmaal de kern van onze natie uitgemaakt en niet weinig bijgedragen tot het ontstaan van ons zelfstandig volksbestaan. Zij was het schild, de ringmuur, die destijds het gemenebest onzer landen beveiligde. Die kerk was kenbaar, zoals die van Nicea, in haar geloofsbelijdenis. Groen van Prinsterer schreef eenmaal terecht: de kerk is een persor^g- moraUs, door het geloof, waarvan zij Mijdenis aflegt, gevormd en bezield. En wederom: de kerk is niet een verzameling van individuen, wier veranderbaar gevoelen haar geloof naar de velerlei bochten van een publieke opinie van jaar en dag wijzigt en verbuigt. En ook op een andere plaats sprekend over de aloude vaderlandse kerk: De Ned. Herv. Kerk is geen instelling

van mensen; zij is 'n kerk van Christus; de voortzetting en uitbreiding op Nederlandse bodem van de algemene christelijke kerk.

Deze kerk nu was gebouwd op het vaste fundament der apostelen en profeten, uitgedrukt in de drie formulieren van eenheid. Deze formulieren bepaalden haar aanzien en karakter en waren het kenmerk, waaraan zij te onderkennen viel. Reeds in de strijd met de remonstranten hebben al de geleerden en godvruchtigen onder de gereformeerden dit met klem van redenen bepleit. En deze geduchte strijd is ten laatste dan ook naar recht en billijkheid naar deze maatstaf beslist. Zo werd de Ned. Herv. Kerk, die mij van harte Hef is, wèl gebouwd. Zo was zij tot groot nut voor geheel onze natie.

In 1816 werd deze kerk een organisatie opgelegd, die tegen het wezen dier kerk inliep en als een synodaal juk op haar zou drukken. Terecht is dienaangaande door de geachte afgevaardigde Ds. Kersten, bij de Algemene Beschouwingen over de Staatsbegroting opgemerkt, dat deze kerk in de handen van moordenaars gevallen is. Ook Mr. Groen van Prinsterer heeft in deze geest gesproken.

Mijnheer de Voorzitter! Degene, die haar dit onrecht aandeed, was de over­ heid. Het was geen willekeurige macht, neen, met nadruk zij het geconstateerd, 't was de overheid die zich hier vergreep. Daarom heb ik dan ook het recht en acht ik het mijn plicht te zijn, om over deze aangelegenheid te dezer plaatse te spreken. De grote staatsman Mr. Groen van Prinsterer, heeft over de synodale organisatie gesproken als een creatumvan het gouvernement, als een caesaropapistisch schepsel.

De Raad van State, die bij het opleggen der synodale organisatie is gekend, hield een krachtig betoog omtrent het niet noodzakehjke, het niet wensehjke, het gevaarlijke van een algemene synode, welke niet stroken zou met de natuur der Ned. Herv. Kerk en over wier wettigheid, bijaldien zij niet is samengesteld uit afgevaardigden van bijzondere kerkklassen, geen gering ongenoegen zou kunnen ontstaan. Och, had men naar deze waarschuwing geluisterd! De overheid echter heeft in weerwil van zulk een grondig advies niet nagelaten onder meer om die kerk onredit aan te doen. Zij heeft zich een jus in sacra (recht in de kerk) aangematigd. De voorspelling van de Raad van State is in vervulling gegaan. Niet gering ongenoegen is uitgebroken. Onrecht op onrecht is gesta- I> eld. Leed op leed is aangedaan. Daarvan zijn de gevangenissen, waarin eenmaal Ds. de Cock en Ds. Ledeboer opgesloten zijn geweest, wel mede de sprekendste bewijzen. Met behiJp der overheid heeft men de synodale orgaidsatie tegen alle verzet en protest in zoeken te handhaven Het onrecht werd telkenmale bestendigd. Op uitnodiging van de onwettig gevormde Synode heeft de overheid niet geschroomd het Code Pénal toe te passen en is zelfs voor het nemen van zulke ontzettende, tyrannieke maatregelen niet teruggedeinsd, dat één onzer vermaarde staatslieden, met name Falk^ gezegd heeft: „wanneer zo iets in Nederland gebeurt, schaam ik mij Nederlander te zijn".

Hier moeten wij de rede van Ds. Zandt afbreken om D.V. de volgende maal het vervolg te geven. (wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 oktober 1958

De Banier | 8 Pagina's

Voor Oud en Jong

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 oktober 1958

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken