Bekijk het origineel

Nehemia's diepe-ontroering

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Nehemia's diepe-ontroering

6 minuten leestijd

En het geschiedde ah ik deze tooorden hoorde, zo zat ik neder en weende en bedreef rouw, enige dagen, en ik was vastende en biddende voor het aangezicht van de God des hemels. Nehemia 1 : 4

Enigen denken, dat Nehemia een kamerling geweest is, volgens Néh. 1 : 11b. Is dat zo geweest, dan behoorde hij tot de gesnedenen uit Jesaja 56 : 3, die niet moesten zeggen: „Ik ben een dorre boom".

Volgens sommigen was Nehemia uit een priesterlijk geslacht, misschien zelfs van koninklijken bloede. ^ Het kan niet worden vastgesteld, omdat er te weinig gegevens zijn. Het is ook ons doel niet om er diep op in te gaan. Twee dingen weten wij met zekerheid: eerst dat hij in Adam ook verdoemehjk voor God lag en van nature een kind des tooms was gehjk alle andere mensenkin- . dere.i. Hij was ook in zonden ontvangen en in ongerechtigheid geboren, zonder God in de wereld. Ook in hem was van nature niets, dat God kon behagen. Wat wij ook van onszelf mogen denken of zeggen, in de grondslag van ons leven komen vsdj allen overeen en er is geen onderscheid.

Maar in de tweede plaats. God had ook met Nehemia onderscheid gemaakt daar waar geen onderscheid was. God had ook over hem gedachten des vredes getad en niet des kwaads. Hij behoorde tot dat gelukkige volk, dat God heeft liefgehad met een eeuwige liefde. Hij was begrepen in de eeuwige verkie- Knde liefde Gods en was ook daarom van eeuwigheid door de Vader aan de Zoon gegeven. God de HeiHge Geest had ook Nehemia uit de dood geroepen tot het leven. Al hadden wij niet anders dan ons tekstvers, dan hadden wij daarvoor al genoeg bevvdjs. Hij behoorde tot dat koninklijk priesterdom, tot dat heilig volk, tot dat verkregen volk, dat de deugden zou verkondigen van Hem, Die hen geroepen heeft uit de duisternis tot Zijn wonderbaar licht.

Wat is God toch een vrijmachtig Wezen en een wonderdoend God. Nehemia was van geboorte een Israëliet en toch was hij in het paleis van een heidens koning. Hij was des konüigs schenker. Hij was gedurig in de dichtste nabijheid van een aards koning en had vanwege zijn betrekking en werk gedurig gelegenheid om de koning te spreken. Maar wij kunnen ook wel opmerken, dat hij kort bij God leefde en dat de Koning der ganse aarde tot hem sprak, maar dat hij ook gedurig tot God mocht spreken. O, er staat de Heere toch niets in de Weg. Bij ons staat alles in de weg, maar niet bij die grote God. Wij zouden zeggen: Wie zou in zijlk een paleis, en dan onder de schenkers, nog 'n van God bekeerde man zoeken?

En toch inderdaad, zo was het. Nehemia is één van de gekenden, van de gunstgenoten Gods geweest. Er is voor de Heere niets te wonderlijk. Nehemia is een rijk begenadigde man geweest; een man, die mijnen mocht, zie Neh. 5 : 19.

Wat is de Heere toch vrij in Zijn bediening en bedeling. Nehemia had niet alleen op God betrekking gekregen, maar zeHs met bewustheid voor zichzelf God tot zijn deel gekregen. Wat een rijkdom, wat een zaligheid. Het is de grootste verbondsbelofte: „Ik, God, ben uw God". En dan met vrijmoedigheid daarvan te mogen getuigen.

Later lezen wij in het Nieuwe Testament, dat Paulus laat groeten die van het huis des keizers zijn. Dat zijn er ook geweest, die uit God geboren waren en waarin het leven Gods tot openbaring was gekomen. Ja, waar de apostel met geestelijke banden aan verbonden was. Van Nehemia lez«n wij, dat hij door één van zijn broeders bezxxïht werd toen hij met de koning te Susan in het paleis, in het zomerverblijf was. Hanani kwam daar met enige mannen uit Juda. Zij hebben dus goed geweten waar Nehemia woonde en verbleef. En daarenboven, er lag een sterke band, want zij hadden behoefte om hem te ontmoeten.

Het is in onze dagen nog een wonder als wij elkander nog weten te wonen. Het adres van velen is onbekend. O, wat een tijd toch! En dan nog een reisje maken om elkander te ontmoeten, daar wordt door de meesten niet meer aan gedacht.

Wat is aUes diep vervallen en ver weggezonken. Wat is er een liefdeloosheid en een koudheid, ja erger, een verbijten en vereten van elkander. Soms in dezelfde plaats, in dezelfde straat vronen, en schier nooit naar elkander omkijken. Wordt er naar gevraagd, dan durft men te zeggen: Ik weet er niets van af, want wij spreken elkander nooit. En dan beiden erkennen het leven Gods deelachtig te zijn. Vanzelf, dan is het leven, wanneer het er zijn mag, niet levendig, want anders zou het wel anders zijn. Als het leven levendig is, dan kan de mens niet alleen leven.

Zeker, de verstandige zal tijd en wijze weten. Maar het leven zoekt toch naar gemeenschap. „Het is mij goed nabij God te wezen". En wanneer wij verwaardigd worden daar iets van te mogen proeven en smaken, dan is de kerk er ook bij.

Het is niet van elkander te scheiden. Li de hemel zal er een eeuwige vereniging zijn van de drieënigen God met al de verlosten en gekochten, en daar strekt toch het verlangen van dat volk zich naar uit, omdat het hier reeds zo zalig is in de gemeenschap met dat volzalige Wezen en met dat volk te mogen verkeren. Waar liefde woont, gebiedt de Heere de zegen.

Nu ligt in deze bange tijden, waar Gk> d met Zijn oordelen op aarde is, de stok liefelijkheid en samenbinding zo verbroken. O geliefden, het oordeel begint van Gods huis, en waar de kerk Gods zo verbroken hgt als beenderen aan de mond des grafs, hoe kunnen wij nog zegen verwachten? , Waar twist en boze handel is, kan God met Zijn Geest niet wonen. En dan is er nog een andere zaak, waarop wij als in het voorbijgaan even letten moeten.

Toen Nehemia zijn broeder en die mannen uit Juda ontmoette, heeft hij naar de Joden gevraagd, die ontkomen waren, die overgebleven waren van de gevange­

nis, en naar de toestand van Jeruzalem. Wat lag het volk na aan zijn hart en wat was hij begaan met de toestand van de kerk. Hij had het volk en de kerk lief. Waar het hart vol van is, loopt de mond van over. Het is een dodelijk teken wanneer de inhoud van onze gesprekken zodanig is, dat de wereld zegt: Zijn dat nu mensen, die belijden een ander leven te bezitten? Bij Nehemia werd het duidehjk openbaar waar zijn hart en gedachten mee vervuld waren. Wanneer wj nabij God leven, dan ligt ook de zaak van Gods kerk na aan ons hart. Het één is onafscheidelijk aan het ander verbonden. Doordat Nehemia aan het hof van de Perzen was, heeft hij geweten van het rapport, dat uitgebracht was aangaande de weergekeerde Joden te Jeruzalem. Dat rapport was niet zo gimstig geweest. Ezra was toen ook in Jeruzalem en hij deed alle pogingen om de levensomstandigheden der teruggekeerden te verbeteren en aan ongewenste toestanden een einde te maken.

Gr.-Rapids (U.S.A.)

Ds. W. C. Lamain

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 november 1958

De Banier | 8 Pagina's

Nehemia's diepe-ontroering

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 november 1958

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken