Bekijk het origineel

Begroting van Volkshuisvesting en Bouwnijverheid

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Begroting van Volkshuisvesting en Bouwnijverheid

7 minuten leestijd

TWEEDE KAMEH

Repliekrede van de heer Kodde

In zijn> beantwoording der onderscheidene sprekers richtte de minister van Volkshuisvesting en Bouvsmijverheid zich ook tot de heer Kodde.

Hij merkte op, dat de heer Kodde het blijkbaar het wijste vond, alles, en in ieder geval de partikuliere bouw, vrij te laten. Hier wüde hij tegenover stellen, dat de partikuliere bouwers volstrekt vrij in hun doen en laten zijn voor wat betreft het bouwen van woningen, maar dat het toch niet onredelijk is, dat, wanneer zij een beroep op de overheid doen, die subsidiërende overheid enigszins een vinger in de pap wil hebben.

Tegen deze stelling van de minister is op zichzelf niets in te brengen. Het is inderdaad niet onredelijk, dat als de overheid aan de één of andere instelling of zoals in dit geval, aan partikuliere bouwers subsidie toekent, zij het recht en zelfs de plicht heeft zich er van te vergewissen, dat de verstrekte subsidiegelden op een goede wijze besteed worden. Hiertegen echter had de heer Kodde in zijn rede geen enkel bezwaar ingebracht. Zijn bezwaar gold uitsluitend de manier, waarop de overheid haar recht ten deze ten uitvoer brengt. Dit geschiedt toch op een allesbehalve eenvoudige wijze. In de kringen der partikuliere bouwers wordt daarover sterk geklaagd. Daartegen nu kwam de heer Kodde op. Teneinde het misverstand weg te nemen, dat bij de minister te dezer zake bestond, zette de heer Kodde dan ook bij de replieken namens de fraktie der S.G.P. zijn standpunt nader uiteen.

De heer Kodde sprak daarbij als volgt:

Mijnheer de Voorzitter! Ik moge beginnen met de rtinister dank te zeggen voor de aandacht, die hij heeft besteed aan hetgeen ik heb gezegd, en voor de beantwoording van mijn vragen, ondanks de omstandigheid, dat ik niet aanwezig kon zijn.

Ik heb vluchtig kunnen, doorlezen wat de minister heeft geantwoord. Ik zou er op willen wijzen, dat daaruit toch wel blijkt, dat het van groot belang is, dat wij de Handelingen in ons bezit hebben, voordat wij-aan de replieken toe zijn. Ik weet wel, het is goed om te luisteren, maar het is toch altijd nog gemakkelijker om het na te lezen. Ik geloof, dat er ten opzichte van de partikuliere bouw en de overheidsbouw toch enig misverstand bestaat omtrent hetgeen ik bedoelde en hetgeen de minister meende, dat ik bedoelde. Uiteraard zal het noodzakelijk zijn, dat de overheid regelend optreedt, wanneer er overheidsgeld mee gemoeid is. Ik ontken dat in geen geval. Ik heb alleen maar gepleit voor een eenvoudiger regeling. Ik heb niet gezegd: Overheid, u moet u er helemaal niet mee bemoeien. Ik heb alleen gemeend, dat deze regeling eenvoudiger zou kunnen zijn, en wel zo eenvoudig, dat men voor elke woning, die aan de eisen voor de bouwverordening voldoet, een vast bedrag geeft. Daardoor zou men juist de bouw van goedkopere woningen bevorderen. Een duurdere woning zou meer risiko meebrengen voor degenen, die zelf bouwen. Er is een tekort aan woningen en om dat tekort aan te vullen, komt men, wijl de partikuliere bouw niet zo gemakkelijk is, tot wondngwetbouw. Ik heb inderdaad gelezen, dat de minister voorstander is van i^artikuliere bouw. Ik sta daar volkomen achter, maar ik vrees, dat de ingewikkeldheid van de regelingen en hetgeen er allemaal aan vastzit toch weer in tegengestelde richting zal werken. Daarom zou ik graag zien, dat de regeling wat eenvoudiger werd, opdat de partikulier weet waaraan hij toe is. Men moet thans beginnen met het maken van een ontwerp; dit wordt door de overheidsmstanties bekeken en eerst dan komt men te weten wat men aan premie krijgt. Het is dan best mogelijk, dat de bouwer tot de konklusie komt, dat de bouw niet mogelijk is. Bovendien is mij uit de praktijk bekend, dat men wel zeer serieus meet. Er is mij bijvoorbeeld een geval bekend, waarin de premie werd afgewezen, omdat de woonkamer 25 cm^ te klein was. Ik vraag mij af, of er aanleiding is, dit naar mijn mening wat onproduktieve werk te blijven doen. Onprodiiktief werk kan nooit vruchten geven. Ik geloof, dat wij onze tijd dan beter aan iets anders kimnen besteden. In de laatste tijd was het ook zo, dat ook gemeentebesturen met een premieregeling konden bouwen. Nu is mij o.a. ten aanzien van Westkapelle, waar de plannen voor de bouw van eerst 14 en daarna nog eens 9 woningen in een ver gevorderd stadium verkeerden — de financiering daarvan was zelfs al door Gedeputeerde Staten goedgekeurd — bekend, dat de minister tenslotte heeft gezegd: Neen, de bouw gaat niet door. Ik begrijp dit niet, Mijnheer de Voorzitter, want er staan in Westkapelle nog vele noodwoningen, die daar zijn verrezen doordat het indertijd bijna geheel verwoest was. Die noodwoningen worden slecht. Er moeten voorzieningen worden getroffen, wil Westkapelle de mogelijkheid hebben zijn inwoners een woning te geven. Gebeurt dit niet, dan zal dit er toe leiden, dat de inwoners van WestkapeDe naar elders moeten vertrekken, waar­ door zij dus op een andere plaats de woningnood zullen gaan vergroten.

In dit verband zou ik enige aandacht wülen wijden aan hetgeen de geachte afgevaardigde de heer Bommer heeft gezegd over een grotere vrijheid voor de gemeenten. Ik heb dit kunnen aanvaarden, maar ik heb mij in dit verband wel afgevraagd: hoe heb ik het nu? In het algemeen heb ik uit de praktijk ervaren, dat juist van de zijde van de P.v.d.A. eigenlijk steeds wordt geprobeerd om alles te centraliseren, en tlians gaat de heer Bommer een pleidooi houden voor het geven van grotere vrijheid aan de gemeenten. Ik zou gaarne willen vernemen hoe het nu precies met deze zaak is. Gaan hier theorie en praktijk niet precies samen of heb ik dit verkeerd begrepen?

De heer Bommer (P.v.d.A.): Ja, dat zal het wel zijn.

De heer Kodde: Ik hoor de geachte afgevaardigde nu zeggen, dat ik het verkeerd heb begrepen. Ik zou 'dan dit willen zeggen. Mijnheer de Voorzitter: hetgeen men in de praktijk ondervindt, gaat er in het algemeen bij de mens gemakkelijker in dan hetgeen oppervlakkig aan hem voorbijgaat. Ik moge nog een enkel woord zeggen over hetgeen de geachte bewindsman heeft gezegd over de bouw van mooie woningen. De minister heeft namelijk gezegd: de gemieenten willen graag mooie woningen bouwen. Waarom zou men de woningen niet mooi maken? Een mooie woning behoeft echter nog niet altijd een goede \voning te zijn. Bovendien is „mooi een zeer rekbaar begrip. Het is gelukkig zo, dat niet iedereen mooi vindt wat een ander mooi vindt. Anders was het nog veel moeilijker om iets te regelen. Ik zou in het bijzonder de nadruk willen leggen op de bouw van goede woningen, want een mooie woning behoeft naar mijn mening nog geen goede ^voning te zijn en een minder mooie woning behoeft nog geen slechte woning te zijn. Ik wil dus meer de nadruk leggen op de kwaliteit, dan op het uiterlijk. Het laatste kunnen wij wel overlaten aan de provinciale •schoonheidskommissies. Hiervan hebben wij over het algemeen de ervaring, dat zij de zaak wel bekijken, al kan men ook dan nog verschil van mening hebben.

De minister heeft gezegd, dat hoge woningen wel goede woningen kunnen zijn. Ik meen, dat daaromtrent ook enig misverstand bestaat. Ik erken vO'lkomen, dat een woning, die hoog is gebouwd, inwendig goed kan zijn ingericht en dat een dergelijke woning meer voorzieningen kan hebben dan een woning, die laag is gebouwd. Ik heb er echter juist voor gepleit, dat er bij de woningen voor wordt gezorgd, dat er speelgelegenheden voor de kinderen komen, zodat de moeder daarop toezicht kan uitoefenen. Dit is juist iets, dat ik vaak mis bij de hooggebouwde woningen, en ik vrees, dat de geestelijke vollcsgezondheid daardoor niet zal worden bevorderd. In dit verband heb ik deze zaak namelijk besproken. Ik zal thans echter niet verder op deze kwestie ingaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 januari 1959

De Banier | 8 Pagina's

Begroting van Volkshuisvesting en Bouwnijverheid

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 januari 1959

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken