Bekijk het origineel

De Euromarkt

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De Euromarkt

4 minuten leestijd

De S.G.P.-Kamerfraktie heeft destijds tegen de wet, waarin bepaald werd, dat ons land aan deze markt zou deelnemen, in afwijking met de overgrote meerderheid, gestemd. Daarover kreeg zij toen ter tijd heel veel, zelfs bittere en beledigende, kritiek te horen. De gang van zaken rechtvaardigt echter thans dit tegenstemmen in alle opzichten.

Niemand minder dan professor Posthuma, direkteur van de Nederlandse Bank, heeft in een voordracht voor het departement Utrecht der Ned. Maatschappij voor Nijverheid en Handel in sterk waarschuwende zin over de Euromarkt zich uitgelaten. Hij verklaarde onder meer: Men moet niet verwachten, dat de vrijheid van het handelsverkeer in de zes Euromarktlanden voor honderd procent verwezenlijkt kan worden, ook niet binnen de vastgestelde vijftien jaar. Het landbouwprobleem wordt nog ingewokkelder door het verschil in mentaliteit der betrokken regeringen. De instelling van de Euromarkt — aldus verklaarde professor Posthuma — zal de gehele Nederlandse ekonomisohe struktuur grondig raken, waarvan de konsekwentie is, dat vooral kleinere en middelgrote bedrijven een andere politiek zullen moeten gaan voeren.

Er zal nooit mogen worden vergeten, dat integratie met de Euromarktpartners zal leiden tot desintegratie met de rest van de wereld, en dat de blokvorming in deze markt er toe zal kunnen leiden, dat de eenheid van het westen zal worden verbroken. In dit verband vroeg professor Posthuma zich af, of het wel verantwoord was, het Euromarktverdrag te ondertekenen voordat de deelnemers zich konkreet hadden uitgesproken over het instellen van esn vrijhandelszone. In elk geval — aldus prof. Pothuma — moet worden voorkomen, dat de breuk met Engeland en de andere buitenstaanders diep en blijvend wordt.

En dit nu juist, wSt in het biJ2Mnder voor 'Nederland van het grootste belang is, zal moeilijk te voorkomen zijn indien er geen diep ingrijpende verandering in de bepalingen van de Euromarkt, waartegen de Franse regering zich met hand en tand verzet, wordt aangebracht. Deze breuk openbaart zich nu alreeds, en dit niet alleen met Engeland en de Scandinavische landen en de andere Europese landen, welke bij de Organisatie voor Eiuropese Ekonomische Samenwerking (O.E.E.S.) zijn aangesloten, maar ook met de Verenigde Staten van Amerika en andere Amerikaanse rijken en Arabische landen, waarin men zich reeds tegen de Euromarkt heeft uitgesproken.

De vergadering van ministers en de Euromarkt

De ministers van ekonomische en buitenlandse zaken der zes Euromarktlanden zijn weder te Parijs in vergadering bijeen geweest. En wederom zijn zij na de zoveelste vergadering niet tot overeenstemming kunnen komen. Het is in die vergadering, welke van omstreeks zes uur tot omstreeks drie uur in de nacht geduurd heeft, op een dramatische wijze toegegaan. De eendi-acht was er verre zoek. Bij de behandeling van de diepgaande geschillen is het er zó warm toegegaan, dat er heftige diskussies gevoerd zijn, waarbij allesbehalve vriendelijke uitdrukkingen en woorden gebezigd zijn. Vooral tussen de Nederlandse minister Luns en zijn Franse kollega heeft een scherpe woordenwisseling plaats gehad. Bij de bespreking draaide het om de zogenaamde „drie-procentsklausule". Deze klausule is op 1 januari ingegaan voor de Euromarktlanden en houdt in, dat de import van elk land uit de andere vijf landen minimaal 3 procent moet bedragen • van de nationale produktie in elke bedrijfstak. Dit is vooral van belang voor die produkten, waarvoor de grenzen om protektionistische redenen geheel of vrijwel geheel waren gesloten.

De Engelse regering nu had verlangd, dat de drie-procentsklausule ook van toepassing zou worden op de ekonomische betrekkingen met de elf O.E.E.S.-landen. De Franse delegatieleider Wamser verklaarde zich bij het begin van de bijeenkomst daar beslist tegen. Hij wilde het Engelse voorstel zonder meer direkt van de hand wijzen. Doch dit was tegen de zin van de vertegenwoordigers van de Benelux. Minister Luns was het er in het geheel niet mee eens, dat de landen van de O.E.E.S. van de drie-procsntsklausule zouden uitgesloten worden. De Belgische minister Wigny kwam daarna met een voorstel om Frankrijk met Engeland een gesprek te laten houden, maar de formulering van deze opdracht aan Frankrijk kwam naar de mening van de Nederlandse gedelegeerde te veel in de koers van het Franse standpunt, dat de drie-procentsklausule beslist alleen maar voor de deelnemers van de Euromarkt in de praktijk uitgevoerd wil hebben. Minister Luns kwam daarom met een gekorrigoerd voorstel, dat aanstonds de volledige instemming van zijn Belgische kollega verwierf en verder van het Franse standpunt afstond.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 januari 1959

De Banier | 8 Pagina's

De Euromarkt

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 januari 1959

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken