Bekijk het origineel

VOOR DE JEUGD

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

VOOR DE JEUGD

7 minuten leestijd

oM Koos

Beste neven en nichten!

Het is heel goed, Maarten Spelt, dat je met de raadsels voor de ouderen gaat beginnen en ook was het een verblijdende mededeliag, dat je 2xis Jannie met die voor de jongeren gaat meedoen. Er zijn nog enige nieuwe neven en nichten bijgekomen, niet minder dan 6 zelfs. Het zijn in alfabetische volgorde de volgende: Arie en Jacob Borsje te Brandtvijk; Aart en Christina Kool te Everdingen; Corrie de Kruyff te Groenekan; Aaltje Morren te Kamperveen; Wim Slingerland te Olst; Hermanus Versteeg te Rijswijk (Gld.). Allen zijn hartelijk welkom en wij hopen, dat jullie bij leven en welzijn geregeld de oplossingen zult blijven inzenden. Dan zal de prijs te zijner tijd ook wel komen. Thans gaan wij over tot het geven van de nieuwe raadsels van

OPGAVE 571

Jongeren:

1. De naam van een vrouw uit het boek Richteren met nadere aanduiding, bevat een-en-dertig letters. Zoek deze naam met aanduiding met behulp van de volgende gegevens: Job zeide: Ik heb 21 6 23 13 8 15 in stof en as. De vrouw, die Abraham had na Sara's dood heette 26 3 31 14 12 17. 7 20 5 27 18 zult gij met Mij in het paradijs zijn. De Ileere nu beschikte een grote 11 29 10. 10 13 28 2 ging op Gods bevel toch naar Ninevé. 16 9 25 12 is een getal beneden tien. Indien het hem 4 30 22 24 is, zo vergeef het hem (Lukas 17). 19 moet geraden worden.

2. Noem de naam van: a. d© eerste zoon van Kain. b. de Egyptische vrouw van Jozef. c. de stad, welker bewoners zich voor God verootmoedigden. d. de vader van Mozes. e. de koning, die als de beesten gras at. f. de zoon van Hagar. Welke naam, voorkomend in Ezra 10, vormen de eerste letters van de gevraagde namen?

3. Zoek uit elk der volgende zinnen een woord, zó, dat de woorden tezamen een tekstgedeelte vormen uit Markus 12: a. Want dit is in geen hoek geschied. b. Waar is de wijze dezer eeuw? c. Hij zal het gekrookte riet niet verbroken. d. Indien iemand wil de eerste zijn. e. Ik geef u een nieuw gebod.

Ouderen:

1. Maak uit: VOSHAASDOESRUSIR-AKER de namen van drie heidense koningen uit het Oude Testament.

2. Zoek uit elk der volgende zinnen een woord, zó, dat de woorden tezamen een tekst vormen uit 't evangelie van Johannes, in de naaste omgeving van het vijfde hoofdstuk. a. Ben Ik een God van nabij? b. Kain zeide: ben ik mijns broeders hoeder? c. Ik zal onder hen zenden het zwaard. d. De mens zal bij brood alleen niet leven. e. Het Woord des Heeren bhjft in der eeuwigheid. f. Zij waren vervuld met de hoop des eeuwigen levens.

3. Een tekstgedeelte uit het boek Jeremia bestaat uit negen-en-veertig letters. Zoek dit tekstgedeelte me behulp van de volgende gegevens: Wie is de parel van grote 43 8 13 21 26 11. De zoon en opvolger van Amazia was 20 7 47 2 34. Ruth en Orpa waren uit het geslacht van 6 5 44 37. 48 42 19 36 is een metaal. 15 27 45 17 2 24 41 is een getal tussen tien en twintig. De vier 14 12 33 3 18 16 49 nu waren onder de lijsten (1 Kon. 7). 10 35 39 2 15 was een man naar Gods hart. 46 38 23 is een vat. 29 25 is een voegwoord. En neemt de 1 22 32 30 der zaligheid (Efeze). Banden der 28 40 9 omringden mij. 4 moet geraden worden.

De oplossingen dezer raadsels mogen nog niet ingezonden worden. Nu gaan wij verder met het verhaal over

UIT HET LEVEN VAN EEN ZAKKENROLLER

2.

Vooral de grote wereldsteden zoals New York, Londen, Parijs en dergelijke, waren destijds broeinesten van zakkenrollerij, al kwam dit kwaad zonder enige twijfel ook in andere plaatsen voor. De persoon, over wie wij het in het vervolg zullen hebben, woonde echter vele jaren geleden in Londen, zodat wij ons bepalen tot de toestanden^ zoals die zich vroeger in deze stad op het gebied der zakkenrollerij voordeden. Men mene niet, dat de zakkenrollers, die grote ervaring in deze duistere praktijk hadden, er haveloos en armoedig gekleed bijliepen en in krotten woonden. Neen, zij zagen er zelfs zeer fatsoenlijk gekleed uit en bewoonden in vele gevallen dure huizen, zodat niemand aan de waarheid van hun woorden twijfelde, wanneer zij zich uitgaven voor ambtenaren of zakenlieden. Ook stonden zij niet geïsoleerd van elkaar, maar zij hielden nauw kontakt, zodat het zeer moeilijk was zich aan hun kring te onttreldcen, wanneer men eenmaal daarin opgenomen was. Ook bij het begaan van hun misdrijf werkten zij samen. De één hield de persoon, die men als slachtoffer uitgekozen had, aan de praat om op die manier zijn opmerkzaamheid af te leiden. Een tweede medeplichtige hield een wakend oog in het zeil, terwijl de derde op het meest gunstige ogenblik zijn slag sloeg. Het gerolde geld werd dan onder elkaar verdeeld en zo gelukte het meermalen, dat men op één avond zo veel door zakkenrollen wist te stelen, dat men er een hele tijd van kon leven. Voor de goederen, die gestolen werden, had men kanalen waarlangs men die kwijt kon. De personen, die deze goederen tegen geld ovenamen, werden kramers genoemd. Zij stonden in nauwe verbinding met de zakkenrollers en hadden in Londen destijds zelfs een bepaalde wijk waar zij woonden.

Deze mensen waren dus wel diep gezonken. Dit mag ons echter niet uit de hoogte on hen doen nederzien. Wel moeten wij hun zondige praktijken sterk afkeuren en veroordelen, maar anderzijds moeten wij bedenken, dat het al­ leen Gods bewarende hand is als wij niet Hl' dergehjke zonden uitbreken. Door onze diepe val in Adam toch ligg^ de zaden van alle zondige daden en praktijken in het hart van een iegelijk mens, zowel van jonge als oude mensen. Vandaar dan ook, dat Gods Woord ons vermaant niet hooggevoelende te zijn en niet te denken, dat wij tot de zondige praktijken, als door d© zakkenrollers uitgeoefend worden, niet in staat zouden zijn, want dat Woord zegt: „Wie meent te staan, zie toe, dat hij niet valle". En ook kennen jullie die gelijkenis wel van de farizeeër en de tollenaar. Wat was die farizeeër een braaf en vroom mens in eigen oog! Hij bad staande en dankte God, dat hij niet was gelijk andere mensen, rovers en onrechtvaardigen; hij vastte tweemaal per week en gaf tien^ den van alles, wat hij bezat. Wat een voorbeeldige man, wat een beschamend voorbeeld voor zijn medemensen zouden velen zeggen, wat een groot verschil met die tollenaar, die van zichzelf niet zo hoog opgeven kon en durfde, die voor God betuigen moest, dat hij niet in veel, ook niet in heel veel, maar in alles tekort kwam, dat hij alle geboden Gods met gedachten, woorden en werken overtreden had en deswege van schaamte zijn aangezicht in het stof voor God verborg en uitriep: „O, God, wees mij zondaar genadig". Toch was die tollenaar er oneindig veel beter aan toe dan de farizeeër. De Heere Zelf getuigde van de tollenaar, dat hij gerechtvaardigd in zijn huis ging, meer dan de farizeeër, want die had geen genade nodig. Die meende rijk en verrijkt te zijn en geens dings gebrek te hebben, terwijl hij niet wist, dat hij ellendig en jammerlijk en arm en blind en naakt was. Die had ook geen behoefte aan een Verlosser, die hem ogenzalf kon geven om zijn blindheid weg te nemen en was daarom ook geen geschikt voorv/erp voor Hem, Die niet gekomen is om te roepen rechtvaardigen, maar goddeloze, vijandige zondaren tot bekering, ook zulken^ die de zakkenrollerij uitoefenen. In het vervolg zal hiervan een voorbeeld gegeven worden.

OOM KOOS

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 januari 1959

De Banier | 8 Pagina's

VOOR DE JEUGD

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 januari 1959

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken