Bekijk het origineel

VOOR DE JEUGD

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

VOOR DE JEUGD

7 minuten leestijd

OOM KOOS

Beste neven en nichten!

Ditmaal beginnen wij direlct met het geven van de nieuvi'e raadsels van

OPGAVE 572

Jongeren:1. In het tweede boek der Kronieken komt een tekst voor bestaande uit 72 letters. Zoek deze tekst met behulp van de volgende gegevens:20 59 44 36 24 was de priester, die Salomo tot koning zalfde. 64 27 33 18 46 39 55 19 was de naam van de zoon van Zacharias en Elisabeth. 13 1 61 54 72 38 26 is de profeet •wiens vader Hilkia heette. 67 52 25 15 was de man van Bathséba. 57 69 3 28 2 31 was de vader van de oude profetes Anna. 40 48 7 21 42 16 is een wapen. Waar is de 17 34 68 23? (1 Kor.) Die 29 41 14 60 32 waren, haar lampen nemende. Nimrod was een geweldig 58 30 12 50 47. 49 63 65 70 geeft met rood gemengd oranje. 22 51 66 6 11 71 5 is een getal beneden vijftien.

Vreest niet, gij 35 56 4 8 37 kuddeken. 53 45 9 is een boom. 62 10 moet geraden worden.

2. Noem de naam van: a. een vrouw, die veel goed deed voor de armen. b. de vader van koning Uzzia. c. een bekende leider van het volk Israël. d. de vader der gelovigen. e. de grote aanklager van Gods volk. f. de Romeinse hoofdman, die Petrus liet roepen. g. het land waar Job woonde. h. de man, die het kruis des Heeren droeg. Welke plaatsnaam vormen de eerste letters van de boven gervraagde namen?

3. De naam van een profeet met nadere aanduiding bestaat uit 22 letters. Welke naam wordt bedoeld als het onderstaande bekend is? 17 3 7 5 was één der zonen van Noach. 16 18 13 8 6 22 was de zoon en opvolger van koning Achab. 21 19 4 20 was de vrouw, die een krijgsoverste doodde. Markus en Bamabas waren 1 2 12 4 12 van elkaar (Kolos.). 3 9 10 14 betekent: smaad.

Ouderen; 1. Maak uit PSIMCAHUZKIMTUR 3 namen, voorkomend in het eerste hoofdstuk van het eerste boek der Kronieken.

2. Zoek uit elk der volgende zinnen een woord, zó, dat de woorden tezamen een tekstgedeelte vormen uit het boek Ezra na het achtste hoofdstuk. a. Laat daar uw gave voor het altaar. b. Zij gaven ach eerst aan de Heere, daarna aan ons. c. Zo waakt dan, want gij weet de dag niet. d. Maar nu in Christus Jezus zijt gij. e. Deze is mij een uitverkoren vat. f. En Ik zal Mijn verbond stellen tussen Mij en u. g. Zie, Ik zal wat nieuws maken.

3. Een tekstgedeelte uit Lukas bestaat uit 55 letters. Zoek dit tekstgedeelte met behulp van de volgende gegevens: Het leven is mij Christus en het sterven 34 10 1 20 27. De kinderen van 21 49 50 54 29 22 waren zangers en worden in de Psalmen genoemd. Want de 8 45 3 47 van Uw huis heeft mij verteerd. Spreekt niet met 28 13 15 36 2 41 hals. Maar wordt vervuld 11 46 19 de Geest. Gereinigd hebbende met het 6 17 9 des waters (Efez.). Hij zal niet 5 16 20 4 44 51 18 noch roepen (Matth.). Zijn 24 48 37 12 39 kome over ons. Hoor gij, mijn zoon, en wordt 53 26 55. Zet de oude 33 17 7 23 38 niet terug. Maria bleef bij haar omtrent drie 14 43 32 52 42 35 27. Van 30 40 2, 5 31 38 wordt vermeld, dat hij van der jeugd aan doodbrakende was.

De oplossingen van de raadsels der opgaven 569, 570, 571 en 572 kunnen ingezonden worden bij Oom Koos, postbus 2019 te Utrecht.

Nu volgt een deel van het verhaal over:

UIT HET LEVEN VAN EEN ZAKKENROLLER

3.

Wij verplaatsen ons nu naar de grote wereldstad Londen. Na enige tijd gelopen te hebben door straten, die ten tijde dat ons verhaal zich afspeelde, nog lang niet zo hel verlicht waren als tegen/woordig het geval is, komen wij bij een smallere straat waar we vele mensen zien gaan. 21ij vormen een mengeling van mannen en vrouwen uit allerlei standen, zoals aan de kleding te bemerken valt. Ook jeugdigen van jaren bevinden zich onder hen. Na hen enige tijd gevolgd te hebben, zien we nagenoeg al deze mensen een gebouw binnentreden, dat bij nader onderzoek van een bord, dat aan de voorzijde bevestigd is, een kerk blijkt te zijn. Uit de gesprekken valt op te maken, dat er een bijzondere kerkdienst zal worden gehouden ter gelegenheid van de jaarlijkse herdenking van het bestaan van een Londens hulp-bijbelgenootschap. Het is een ruim kerkgebouw, dat aan vele mensen plaats kan bieden en op die avond ook metterdaad bood, want toen de tijd was aangebroken, waarop de dienst zou aanvangen, was het gebouw geheel gevuld. Zelfs moesten er vele mensen genoegen nemen met een staanplaats in de paden. Het is te begrijpen, dat zulk een grote bijeenhoping van mensen een bij uitstek geschikt terrein is voor hen, die tot het gilde der zakkenrollers behoren. Ook OP deze avond bevonden zich onder de vele aanwezigen enkelen, die onze bijzondere aandacht vragen. Zij vormden een drietal, dat zich op enige afstand van elkaar bevond, doch zo, dat zij elkander konden zien en door bepaalde tekenen zich voor elkaar verstaanbaar konden maken. Door de grote toeloop van mensen was het echter deze avond voor hen wel zeer moeilijk om de eenmaal ingenomen plaats te behouden. Zo gebeurde het ook met één van het drietal zakkenrollers, dat hij de afgesproken plaats niet kon blijven innemen, doch steeds verder in het schip der kerk gedrongen werd. Hij trachtte echter zoveel mogelijk een zodanige plaats te bezetten, dat het hem mogehjk zou zijn zich door middel van te voren afgesproken tekens met zijn makkers te verstaan.

Korte tijd na het vastgestelde uur van aanvang werd het zeer stil in de kerkruimte toen een predikant, die bij dez; e gelegenheid het Woord zou bedienen, de kansel beklom en begon met eerst een gebed uit te spreken, om daarna een gedeelte uit Gods Woord voor te lezen en vervolgens zijn hoordere toe te spreken. Wij zullen niet ingaan op al hetgeen door hem gezegd werd, doch ons slechts bepalen bij enkele woorden. Woorden, die door de Heilige Geest gebruikt werden om één der zakkenrollers, juist diegene, die zonder dit te willen zo ver het sdhip der kerk was ingedrongen, als een pijl in het hart te treffen. Het waren de woorden van het achtste gebod van de heilige wet Gods, welke aldus luiden: „Gij zult niet stelen". Deze woorden drongen zo diep in zijn ziel door, dat hij niet anders dacht dan dat die prediker het op hem gemtmt had, wat toch helemaal niet zo was, want die prediker kende hem niet en wist dus ook niet wat voor een personage zich onder zijn gehoor bevond. Maar voor het gevoel van de zakkenroller was het toch, alsof die prediker hem doorzag en wist wat hij in zijn schild voerde, •want die woorden: „Gij zult niet stelen" lieten 'hem maar niet los. Telkens weer sneden zij door zijn ziel en werd hij voor de spiegel van Gods wet geplaatst, zodat hij aao zijn kornuiten niet meer dacht en ook geen acht sloeg op de tekens, die zij gaven. Vrees en benauwdheid grepen hem aan, want het was hem of zijn einde weldra zou slaan en hij vooi Gods rechterstoel gedaagd zou worden. Had hij kunnen vluchten, hij zou het zeker beproefd heibben, maar dat kon niet. Hij was gedwongen te blijven tot de dienst ten einde was, om eerst dan het kerkgebouw te kimnen verlaten. 2todra dit ogenblik echter aangebroken was en hij zich op straat bevond, ijlde hij zo snel hij kon weg om aan zijn makkers te ontkomen. Eerst ging hij naar zijn woning in het westen van Londen, betaalde zijn kamerhuur, pakte vervolgens zijn boeltje bij elkaar en begaf zich toen met grote spoed naar een heel ander gedeelte der stad om daar, verlost van zijn mede-boosdoeners, een geheel nieuwe levensweg te gaan bewandelen.

OOM KOOS

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 februari 1959

De Banier | 8 Pagina's

VOOR DE JEUGD

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 februari 1959

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken