Bekijk het origineel

Een waarschuwend woord

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Een waarschuwend woord

6 minuten leestijd

En ook is cdrede de bijl aan de ux»tel der der bomen gelegd; alle boom dan, die geen goede vrucht voortbrengt, wordt uitgehouwen en in het vuur geworpen. Mattheüs 3 : 10

De verschijning van Johannes de Doper bij zijn optreden onder Israël was reeds een prediking op zichzelf. De kracht ener prediking ligt, naar het woord van de apostel, niet in woorden der menselijke wijsheid, maar in de 'betoning van de kracht des Geestes. En dat woord nu van deze Godsgezant, wiens geboorte reeds een wonder was, wiens opgroeien in de woestijn een wonder van Gods genade was en wiens optreden een wonder van Gods arbeid aan de zielen van een in schuld en zonde verloren volk was, is een scherp woord. Van alle kanten was men naar hom to-sgastroon'.d om zijn prediking te beluisteren. Zeer onderscheiden warsn zijn hoorders. Daar waren er, die midden in de wereld leefden. Uitgesproken dienaren der zonde, welke de naam der schande droegen. Daar waren ook lieden van een ruime levensopvatting. Mensen van een vrije opvatting, welke het gebod .Gods aanpasten aan de wsns des harten. Zij meenden dat het niet zo erg zou zijn als het wel voorgesteld werd. Zij hielden niet van hen, die zo precies waren in het uiterlijk nakomen van het gebod Gods. Daar waren er ook, die het zeer nauw namen met de voorschriften der wet. Vrome Joden, welke zich bij voorkeur kinderen Abrahams noemden. Zij dachten getrouw te zijn in alles wat de Heere Mozes geboden had. Het was dus een zeer gemengd gezelschap, dat onder het gehoor van Johannes' prediking kwam. Ieder zal daar zijn eigen reden wel voor gehad hebben. De zondaar omdat de. onrust der consciëntie hem dreef. Anderen weer om een rechtvaardiging van eigen gevoelen te zoeken. En de farizeeën wellicht om zich te horen rechtvaardigen.

Maar tot allen heeft Johannes s'lechts één woord, één vraag: „Wie heeft u aangewezen te vlieden van de toekomende toorn? " Voor allen geldt dezelfde waarheid, dat de bijl ligt aan de wortel der bomen, en dat alle boom, die geen goede vrucht voortbrengt, uitgehouwen en in het vuur geworpen wordt. Hoe schoon de boom zich uitwendig ook moge sieren, met welk een schitterende bladertooi hij ook moge pronken, alleen de boom, welke vrucht draagt, kan bestaan. Daarom is het niet verwerpelijk als de vorm niet gemist wordt. Integendeel, zender bladertooi is geen enkele levende boom. Doch met uiterlijke tooi kan en mag niet volstaan worden, want het gaat om de vrucht. Daarom leggsn uiterlijke voorrechten wel verplich­ tingen op de ihens, maar zij zijn ten enenmale ongenoegzaam om er mede voor een heilig en rechtvaardig God te kunnen bestaan. Opgegroeid te zijn in de vreze des Heeren, verkeerd te hebben onder de zuivere bediening des Woords, gedoopt te zijn in een driemaal heilige Naam, indrukken van Gods goedheid en trouw in ons leven te kennen, en te mogen roemen in Gods wonderbare trouw en goedheid in eigen leven, maakt niet zalig en opent de hemel niet. Maakt ook niet tot een medeburger der heiHgen en tot een huisgenoot Gods.

Dit alles zal de verantwoordelijkheid slechts verzwaren, zo het gesn vruchten van berouw en bekering, van kennis van zcnde en ongerechtigheid, verslagenheid des geestes en verbrokenheid des harten werkte. „Brengt dan vruchten voort, der bekering waardig. En ook is airede de bijl aan de wortel der bomen gelegd; alle boom dan, die geen goede vrucht voortbrengt, wordt uitgehouwen en in het vuur geworpen".

Dit woord is een ernstig woord tot ons allen. Een woord, dat tot zelfonderzoek maant. Zo onverwacht kan ons leven worden afgesneden. Alles is er voor gereed. En hoe wij ook trachten deze waarheid uit onze gedachten te bannen, toch blijft deze waarheid. Vanaf uw prille jeugd ligt de bijl aan de wortel van uw levensboom. En de bijl houwt jongen en ouden uit. In alle tijden vallen ze neer voor de bijl van de dood. „Alle boom dan, die geen goede vrucht voortbrengt, wordt uitgehouwen en in het vuur geworpen". Daar kan een uitbouwen zijn, hetwelk slechts een overplanten is.

Dan is de dood slechts een overplanten in andere grond, in de akker des hemels. Maar van de boom zcmder vrucht zegt het Woord, dat het oordeel vlak bij ligt. Alle boom, hoe schoon ook, hoe krachtig van stam, 'hoe schaduwrijk van gebladerte, hoe sierlijk van loof, hoe dicbt van kroon, indien de goede vrucht er aan gemist wordt, wordt uitgehouwen en in het vumr geworpen.

Deze waarheid is een harde waarheid, maar ze is rechtvaardig. In de gelijkenis van de onvruchtbare vijgeboom lezen we, dat de Heere Jezus zegt: „Zie, Bc kom nu drie jaren, zoekende vrucht op deze vijgeboom, en vind ze niet; houw ze uit; waartoe beslaat hij ook onnuttelijk de aarde? "

Van nature heeft de mens genoeg aan de bladeren. Maar wanneer hij de grote Landman ontmoet in Zijn heilig recht, wanneer Deze vraagt naar de vrucht, hoe bescïtaamd en verlegen kan hij zich dan gevoelen. Hoe kao het dan ook smarten: geen vrucht te dragen. Hoe moet het rechtvaardig oordeel van een heilig en rechtvaardig God dan toegevallen worden en het worden uitgeroepen: „Uw vonnis is gans rechtvaardig". Hoe wordt het dan verstaan, dat de Heere aan onze levensboom gearbeid heeft. Dat Hij mag vragen: „Wat is er nog meer aan te doen? " En wat doet nu de mens, de landman dezer wereld, met een boom, die ondanks alle arbeid, moeite en zorg er aan besteed, geen vrucht draagt? Daar gaat toch het vonnis der gelijkenis over en deze boom wordt, als zonder nut en waarde, uitgehouwen om voor eeuwig verdelgd te worden.

Maar hoe diep ontroerend is dan de wetenschap, dat er nog een Voorbidder is. Die voor die onvruchtbare boom pleit om uitstel, om nog meer arbeid, om nog een laten in het heden der genade, opdat er nog meer aan gearbeid zou worden en er nog extra zorg aan besteed zou worden. Zo wordt het recht ten volle erkend; maar waar dat heilig recht Gods verbrijzelt, daar wordt ook een uitzien gevonden naar de verlossing uit die dodelijke staat en naar een wortelen in die grond der genade, die een vrucht doet dragen, waarin niet de mens wordt verheerlijkt, maar Gode als de Werkmeester alleen de eer wordt toegebracht.

Bleiswijk

Ds. W. Vroegindewey

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 februari 1959

De Banier | 8 Pagina's

Een waarschuwend woord

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 februari 1959

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken