Bekijk het origineel

Dopers

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Dopers

7 minuten leestijd

De S.G.P. wordt in sommige kringen veroordeeld als dopers. Deze veroordeling is wel in flagrante strijd met de waarheid.

De op de dopersen tooh veroordeelden elke deelneming aan de staatkunde en keurden elke bemoeienis daarmede, als een christen onwaardig, ten scherpste af. Onze gereformeerde voorouders echter hebben de doperse opvatting in hun geschriften voortdurend bestreden. Zij hebben zelfs in artikel 36 der aloude Nederlandse Geloofsbelijdenis de beoefening van de staatkunde en de deelneming daaraan een ieder onvoorwaardelijk tot plicht gesteld.

Geheel in dezelfde geest heeft de S.G.P. zich gedragen, geschreven en getuigd. De wederdopers werden in genoemd artikel 36 daarom verworpen, omdat zij de overheden en magistraten verwierpen. Dit oordeel delende, verwerpt de S.G.P. evenzeer de revolutie en alle partijen met esn revolutionaire grondslag, en deswege ook de Partij van de Arbeid.

Wü men de S.G.P. daarom een doperse gezindheid aanwrijven, omdat zij zich tegen de dwangverzekeringswetgeving, welke in onze wetgeving zulk een voorname plaats inneemt, stelt, dan wijzen wij dit met het volste recht af.

De S.G.P. wü immers ook op dit punt de beginselen en de praktijlc onsser vaderen navolgen, waarbij de maatschappelijk minder gegoeden, de invaliden, werklozen, behoeftigen, weduwen en wezen veel royaler, milder en beter verzorgd werden dan de schriele ondersteuning, welke dezen van de dwangverzekeringswetgeving heden ten dage ten deel valt. De S.G.P. heeft dit ook in haar daden betoond, waar baar afgevaardigden in de Tweede Kamer gedurig voor hen en hun belangen, ook al voor de vergeten groepen, het pleit gevoerd hebben en in de jaren van de grote werkloosheid er bij de regering op aandrongen, dat zij de werklozen en hun gezümen mild en niet karig te hulp zou komen.

In écn woord, de S.G.P. sluit zich in alles aan bij de gereformeerde voorvaderen, die er telkens weer blijk van gegeven hebben, dat zij van de doperse theorieën, als niet zijnde naar den Woorde Gods, niets moesten hebben en ze deswege als verwerpelijk weerlegd en fel bestreden hebben.

Als men nu nochtans beweert, dat de S.G.P. dopers is, dan waren onze gereformeerde voorvaderen het ook, een bewering, welke al even ongegrond als onwaar is. En dan is het ook al eveneens ongegrond en onwaar te beweren, dat de S.G.P. dopers is.

En dan van tweeën één, komt zulk een bewering uit grove onkunde voort, óf is een uiting, die bewust of onbewust de S.G.P. belastert.

Het is inmiddels wel waar, dat er in ons land nog zijn, die de doperse opvatting aangaande de staatkunde nog in de praktijk brengen en zich deswege aan de verkiezingen voor de openbare kolleges, zelfs die van de Tweede Kamer, onttrekken. Dat zij, zulks doende, daarmede tegen Ckids Woord ingaan, staat wel vast.

De Heere verbiedt ons de overheid als gans een willekeurige instelling te beschouwen, waar Hij haar Zelf ingesteld heeft als een instituut, waaraan wij de verschuldigde gehoorzaamheid hefbben te bewijzen, en dat zowel aan de kwade als aan de goede, al hebben wij in alles Code meer gehoorzaam te zijn dan haar, terwijl Hij ons gebiedt om voor haar te bidden.

Meer nog, Hij beveelt ons het welzijn van cnze naaste zowel in het tijdelijke als in het eeuwige, in het burgerlijke als in het godsdienstige te zoeken. Hij heeft dienaangaande een dure roeping op een iegelijk mens gelegd, waaraan niemand zich straffeloos kan of mag onttrekken. Hij heeft de geest van Kain: „Ben ik mijns broeders hoeder? " scherp veroordeeld.

Deswege rust op elke burger een van God hem opgelegde verplichting om ten aanzien van de overheid niet onverschillig te zijn, maar er terdege aan mede te werken, dat er een regering gevormd wordt, welke naar Gods Woord en wet regeert, en dat er personen gekozen worden, die dit voorstaan en bij de regering als de onmisbare voorwaarde voor het welzijn des volks voordragen.

Dit nu stelt ook de S.G.P., met aankleving van zonde en gebrek, tot haar doeleinde. Daarvoor hebben nu al jaren aaneen in de Tweede Kamer haar afgevaardigden mogen opkomen, ook al stonden zij daarbij geheel alleen. Men gedrage zich nu ook bij de aanstaande verkiezingen niet als de wederdopers, die uit de hoogte op de staatkimde en overheid neerzagen en zich met allerlei menselijke redeneringen aan een hun van God in Zijn Woord opgelegde verplichting onttrekken, maar gedrage zich evenals onze gereformeerde voorouders, die ons een goed navolgenswaardig vooAeeld hebben gegeven ook op het staatkundig terrein.

Wij doen niet aan politiek

Wij doen niet aan politiek — zo kan men meermalen horen zeggen. En dan wordt daar als reden ook al aan toegevoegd, dat de politiek maar een vuil zaakje is. Wij zullen allerminst ontkennen, dat er bij het voeren van politiek meermalen vuile praktijken gebruikt worden en er daarbij geknoeid wordt. Zo worden menigwerf vóór de verfciezingen rijke beloften en sqhone voorspiegelingen bij monde en geschrifte gedaan, als men zijn stem op de kandidatenlijst van de aanbevolen partij uitbrengt, waarvan er niets of bitter weinig wordt nagekomen als straks de gekozene en diens partij op het kussen in het parlement zitten. Ook moet de Bijbel vaak niet zuinig voor de verkiezingen dienst doen om voor een partij kiezers naar de stembus te trekken, terwijl de partij, eenmaal gekozen, de Bijbel en diens uitspraken totaal vergeten blijkt te zijn en als een waardeloos vod je papier behandelt. Ook al kan men waarnemen, dat in de dagen vóór de verkiezingen met allerlei leuzen gewerkt wordt, waarbij degene, die ze aanheft, niet anders dan zijn eigen belang en verkiezing op het oog heeft.

Doch al is er ongetwijfeld in de politiek veel leugen en bedrog, aUerléi hoogst afkeurenswaardig geknoei in het spel, daarmede is toch de politiek niet af te maken. Er is ongetwijfeld ook een staatkunde, welke niet alleen verdedigbaar, maar zelfs zeer aan te bevelen is.

Hebben de godvruchtige richters en koningen onder Israël niet een staatkunde bedreven, welke heel dat volk tot bijzon­ dere zegen is geweest? God 5^1f beeft hen deswege in Zijn Woord geprezen, en welk mens heeft dan het recht deze staatkunde te veroordelen? Zijn er ook in latere eeuwen niet in onderscheidene landen overheden geweest, die met bun staatkunde hun volk zeer gediend hebben? Zijn ze er zelfs nniet op onze eigen vaderlandse bodem geweest?

En daarom valt de staatkunde, de politiek, op zichzelf niet onvoorwaardelijk af te keuren, ook al geven wij gretig toe, dat er veel geknoei bij de staatkunde bedreven wordt. Maar bij welke op zichzelf goede en nuttige aangelegenheid is dat niet het geval? Neem bijvoorbeeld de handel eens in nadere beschouwing. Wat een geknoei is daarbij vaak, maar zonder handel kan geen enkele maatschappij bestaan. En zonder staatkunde al evenmin een volk.

Hierbij komt nog, dat degenen, die zeggen, dat zij aan de politiek niet doen, geheel over het hoofd zien, dat de politiek wel aan hen doet. Dat de politiek wel aan hen doet, daarvan zijn zovele wetten, welke er thans tot stand gekomen zijn en uitgevoerd worden, wel een heel sprekend bewijs. Naar mate toch het socialisme, in de Partij van de Arbeid en die der kommunisten vertegenwoordigd, veld wint, wordt hoe langer hoe meer alles, tot in de kleinste bijzonderheden toe, met staatsdwang, wetten en bejjalingen voor de burgers in hun leven van de wieg tot het graf geregeld. Vadertje Staat schrijft hun voor wat zij doen en laten mogen. Het is dwang op dwang. ledere burger kan dit — de één zus, de ander zo — niet alleen waarnemen, maar ook aan den lijve of ip zijn bedrijf ondervinden. De ene maatregel, waarbij de burger in zijn vrijheid geknecht wordt, is •og niet uitgevoerd, of de andere staat alweer genomen te wordai.

En niet alleen hierin, maar ook in de hoge belastingen en de zo vele lasten, welke als een loden last op zovele bedrijven gelegd zijn en welke ook door zo vele partikulieren met grote moeite worden opgebracht, blijkt het, dat de politiek zidi wel terdege met de bmgers lands bemoeit. des land tempert.

Daarom hebben al degenen, die 2Kggen: „Wij doen niet aan politiek", zichzelf danig bij de neus, want de politiek doet wel aan hen, zoals ook Mr. Groen van Prinsterer dit in zijn tijd, toen het nog lang KO erg diet was, reeds terecht heeft geschreven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 februari 1959

De Banier | 8 Pagina's

Dopers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 februari 1959

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken