Bekijk het origineel

De prediking van Johannes de Doper

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De prediking van Johannes de Doper

6 minuten leestijd

Ik doop u wel met water tot bekering; maar Die na mij komt, is sterker dan ik. Wiens schoenen ik niet waardig ben Hem na te dragen; Die zal u met de Heilige Geest en met vuur dopen.

Mattheüs 3 : 11

Alleen de Zoon van God kan met de Heilige Geest dopen, omdat Hij de werkingen en bedieningen des Geestes verworven heeft. Nimmer zou één zondaar de Geest zaligmakend ontvangen, indien Christus niet geleden had en gestorven was. Daarom kan ook Hij alleen met de Geest dopen. Hij was tevens Zelf met de Heilige Geest gedoopt en wel zonder mate, tot bekwaammaking van Zijn menselijke natuur tot Zijn Middelaarsbediening, Om de geestehjke betekenis van de doop met de Heilige Geest aan te wijzen, zegt johamies er nog bij: „en met vuur". Water is alleen geschikt voor de uitwendige reiniging; met de Heüige Geest en met vutir gedoopt te worden, betekent een geestelijke^ inwendige reiniging.

Maar waarom wordt nu door Johaimes die Geestesdoop een vuurdoop genoemd? Omdat de Heilige Geest en het vuur zoveel eigenschappen gemeen hebben. Immers, bij de mtstorting van de Heilige Geest op de Pinksterdag openbaarde Hij Zich ook door verdeelde tongen als van vuur. En wordt de Heilige Geest niet genoemd de Geest des oordeels en der uitbranding? Ook heeft de profeet Maleachi gezegd, dat Hij zal zijn als het vuur van een goudsmid, die het goud en het zilver van Levi reinigen zal. Met de bijvoeging , , en met vuur" wordt dus gewezen op de eigenschappen van de zaligmakende bediening des Heiligen Geestes, hoewel ook reeds Zijn algemene overtuigingen kunnen vallen als een vuiir in een ontstelde ziel. Doch dat bedoelde Johannes niet, al zijn die algemene overtuigingen op zichzelf niet te verachten, omdat zij een bewijs zijn, dat men nog niet geheel aan de verharding overgegeven is. Hij bedoelde echter de zaligmakende bediening des Heiligen Geestes, die Vlij aUen onmisbaar nodig hebben. Want zovelen als er door de Geest Gods geleid worden, die zijn kinderen Gods.

Van nature wordt de mens geleid door de geest der wereld en een geest van verzet en opstand tegen God. Daar zijn veel geesten uitgegaan, maar beproeft de geesten of ze uit God zijn. En de geest van de antichrist roept op tot openlijke oorlog tegen God. Derhalve is het onmisbaar nodig, dat door de Geestesdoop, de macht aan al die geesten ontnomen wordt, en de Heilige Geest in het hart de leiding neemt, verlossend van de leugen en inleidend in alle waarheid. Die Geest van Christus verlicht het verduisterd verstand om God te kennen in al Zijn heerhjke deugden en Christus als het Licht der wereld, opdat Gods volk. Hem nawandelend, niet in de duisternis zou blijven wandelen. De Heüige Geest doet allengskens het licht opgaan in de harten dergenen, die de Heere vrezen, totdat zij bevestigd licht ontvangen over hun bestaan voor de eeuwigheid tot hun onuitsprekelijke troost. En in welke diiistemis de kinderen des lichts ook kunneu geraken, nooit zal de Heilige Geest het li< dit geheel intrekken, want waar Hij eens intrek genomen heeft, zal Hij tot in eeuwigheid blijven. De bediening van de Heüige Geest doet met toenemend geloofslicht de ziel zinken op de gerechtigheid des Middelaars, met algehele verlating en verzaking van alle eigengerechtigheid. Evenwel maakt dat licht geen grote mensen; integendeel. Want hoe meer het licht des Geestes in de ziel mag schijnen, des te meer wordt bevestigd, dat God Zich doet overbhjven een ellendig en arm volk, dat op Hjn goedertierenheid hoopt.

Hoe vreseUjk is het, dat duizenden een nagebootst, ingebeeld kunstlicht hebben, wat zij aanzien voor zuiver Geesteslioht, zichzelf alzo bedriegend voor de grote eeuwigheid. Maar als Christus e Zijnen doopt met de Heüige Geest a met vuur, wordt de mens verlicht en verwarmd. Licht en warmte zijn onmisbaar voor het leven van het schepsel in de natuur, maar evenzo voor het leven der genade. Onze harten zijn van nature niet alleen duister, doch ook zo koud als ijs. Koud zit de mens neer onder de warmste prediking, koud staart men naar overledenen, koud staat men aan een open graf, koud staat de mens tegenover God en zijn eigen ziel. Alle ware geestehjke warmte is ons van nature vreemd, al loopt men soms warm voor een uitwendige zaak of voor uitwendige belijdenis, ja al warmt de mens zich bij de spranken van zijn eigen vuur.

Hoe anders wordt het echter, als Christus komt dopen met de Heüige Geest en met vuur. Dan gaat de Geest eerst beginnen met het vreemd vuur, dat wij op ons altaar brengen te blussen, en een grote smart te verwekken, dat we altijd zo koud geweest zijn voor God en Zijn Woord en wet. Heüige schaam­ te vervult het hart, dat tegenover zoveel goedheid, zulk een koude, onverschülige houding werd aangenomen. Met hete tranen gaat men de zonde bewenen. Warme belangstelling voor alles wat Goddelijk is, ook voor Gods volk en voor de eigen zielsbelangen, vervult dan het hart. En als die ee.-ste hefde later weer verflauwt, komt de Heilige Geest telkens weder htm koude harten verwarmen, om in hen het vuiu" der wederliefde tot de Heere te verwakkeren. Dan wordt bij vernieuwing ondervonden, dat het licht en de warmte des Geestes alles doen opleven, ook de broederhjke liefde, want dat liefdevum' doet e]k tot liefde nopen. De bloemen worden gezien in den lande en de zangtijd genaakt.

Het vuur des Geestes heeft tenslotte ook een reinigende kracht, waardoor alles van de mens moet worden gedood en ten onder gebracht. Alle hout, hooi en stoppelen van de mens worden door het vuur des Geestes verteerd, zodat alleen het goud van de vrije genade over­ blijft. Het vuur des Geestes reinigt het hart van aardsgezindheid en doet zoeken en bedenken de dingen die boven zijn, waar Christus is. Zo zal men vernieuwd worden van dag tot dag.

Hoe noodzakehjk is het voor eBc mens, die Geestesdoop te ontvangen. Wie de Heüige Geest in Zijn zahgmakende bediening mist, is diep ongelukkig, want als kaf gaat de dag voorbij. De mens gaat naar Zijn eeuwig huis en de rouwklagers zullen door de straten omgaan. Dat ieder mens zich toch eerhjk onderzoeke, opdat men zich niet bedriege voor de eeuwigheid. Want Christus heeft de wan in Zijn hand en Hij zal Zijn dorsvloer doorzuiveren. Zijn tarwe zal Hij in de schuur samenbrengen, maar het kaf met onuitblusselijk vuur verbranden. O, dat de schrik des Heeren mocht bewegen tot het geloof en dat de geesteloosheid onzer dagen eens veranderd werd in een ruimere bediening des Geestes.

Rotterdam

Ds. C2ir. van Dam

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 februari 1959

De Banier | 8 Pagina's

De prediking van Johannes de Doper

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 februari 1959

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken