Bekijk het origineel

De kabinetsformatie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De kabinetsformatie

8 minuten leestijd

De informateur professor Beel is zijn werk begonnen met er twee dagen voor te nemen om de bestaande problemen te bestuderen. Daarna heeft hij een onderhoud gehad met zijn demissionaire kollega's Ir. H. B. J. Witte en Ir. C. Staf. Aangenomen wordt dat hij de eerstgenoemde geraadpleegd heeft over de komende huurpolitiek, en de laatste over het defensievraagstuk, de kwestie der uitzending van dienstplichtigen naar Nieuw-Guinea, de vereniging der departementen van Oorlog en Marine tot één ministerie, en de duur van de militaire diensttijd.

Ook heeft hij in een onderhoud professor Dr. G. M. Verrijn Stuart, die de liberale beginselen is toegedaan, doch geen lid van de V.V.D. is, geraadpleegd. Dit onderhoud zal, naar men aanneemt, gelopen hebben over de indiening van het advies van de Sociaal-Ekonomische Raad, waarvan prof. Verrijn Stuart voorzitter is, betreffende de huren, lonen, arbeidsverkorting en konsumentensubsidies. Genoemde professor had zelf reeds medegedeeld, dat gepoogd zal worden het advies in besloten vergadering van de S.E.R. van 17 april vast te stellen, mits men in de Kommissie Ontwikkeling Nationale Ekonomie dan tot overeenstemming zal zijn gekomen.

Vervolgens heeft Prof. Beel een bespreking gevoerd met de fraktieleiders Prof. Mr. C. P. M. Romme, Mr. Burger, Prof. Mr. P. J. Oud, Dr. J. A. H. J. S. Bruins Slot en Dr. H. W. Tilanus.

Over de laatste besprekingen zijn geen nadere bijzonderheden bekend geworden. Wel is het bekend geworden, dat er onder de Kamerleden van de Partij van de Arbeid verdeeldheid bestaat ten aanzien van de deelneming aan de regering. De oud-ministers J. G. Suurhoff en Prof. Dr. Samkalden zouden zich bereid verklaard hebben om bij inwilliging van de socialistische eisen weer aan de regering deel te nemen, terwijl de oud-ministers H. J. Hofstra en Dr. Ir. Vondeling met Mr. Burger en vele leden van zijn fraktie er voorstanders van zijn, dat de oppositie wordt voortgezet, waarbij naar 'him oordeel de positie van de Partij van de Arbeid versterkt zal worden.

Zoals het thans gesteld is, bestaat er weinig kans, dat de brede-basispolitiek voort­ gang zal vinden. En dit zelfs niet hoewel de informateur Prof. Beel het als zijn taak beschouwd: na de opdracht, welke hij van Hare Majesteit de Koningin heeft gekregen, waarin hem verzocht werd de mogelijkheden na te gaan van de formering van een kabinet, dat kan rekenen op een vruchtbare samenwerking met de Staten-Generaal.

De kans op voortzetting van de bredebasispolitiek biedt te minder kans, omdat de socialisten doorgaan met te verkondigen, dat zij alleen bereid zijn aan de regering deel te nemen met een parlementair kabinet, welks program door de frakties moet worden goedgekeurd en ondertekend. Hierbij komt nog, dat de mening veld wint, dat de rechtervleugel van de Partij van de Arbeid, welke aangevoerd wordt door de oud-ministers Suurhoff en Samkalden, het heeft moeten afleggen tegen de linkervleugel onder de leiding van de heren Burger en Vermeer en de oud-ministers Hofstra en Vondeling. Deze linkervleugel wenst perse in de oppositie te gaan. Volgens haar inzicht heeft de uitslag der verkiezing uitgewezen, dat de oppositionele houding van de Partij van de Arbeid een groot aantal kiezers weer naar de Partij van de Arbeid heeft doen terugkeren, van mening zijnde, dat het het herstel van de partij in de weg zou staan door opnieuw aan de regering deel te nemen. Hoewel er aanvankelijk nog enige hoop bestond, dat de socialisten door professor Beel zouden kunnen worden overgehaald tot deelneming aan de regering, meent men thans met zekerheid te kunnen zeggen, dat de P.v.d.A.-Kamerfraktie nog even onverzoenlijk is als in december. Vrij algemeen wordt dan ook aangenomen, dat de socialisten pertinent in de oppositie willen.

De eisen toch, welke de P.v.d.A.-Kamerfraktie voor deelneming aan het kabinet stelt, zijn van die aard, dat hoewel de K.V.P., waarin Prof. Romme en ook Prof. Beel, benevens zeer vele leden er van, uitgesproken voorstanders zijn van de brede-basispolitiek, bereid zal zijn om weer tot een rood-roomse samenwerking te komen, zij niet onder het juk van de P.v.d.A. wil doorgaan. Zelfs de afgevaardigden van de Katholieke Arbeiders-Beweging willen dit niet.

Bovendien staat het ook niet vast, of de C.H.U. en de A.R.P. deel vvóUen nemen aan een regering van de brede-basispolitiek.

De kans op voortzetting van de bredebasispolitiek is daarenboven nog aanmerkelijk verslechterd door het feit, dat Mr. Burger aan zijn kollega's fraktieleiders een schrijven heeft gezonden, waarin hij mededeelt, dat de Partij van de Anbeid bij de opmaking van een nominatie van de voorzitters van de Tweede Kamer, welke op vrijdag 20 maart stond plaats te vinden, niet zou stemmen voor de kandidatuur van Dr. Kortenhorst.

Toen de Kamer op vrijdag 20 maart bijesn kwam, een vergadering, waarin de gekozen Kamerleden geïnstalleerd zouden worden, werd tevens de voordracht betreffende de voorzitters opgemaakt. De Kamervoorzitters worden op voordracht van de Kamer door de Koningin benoemd.

Dr. Kortenhorst was president van de Kamer en tot dusver de enige serieuze kandidaat. De heer Burger heeft nu echter laten weten, dat Dr. Kortenhorst niet onpartijdig optreedt. Deze beschuldiging heeft bij vele rooms-kathoheke en ook andere Kamerleden veel kwaad bloed gezet.

Reeds zijn in het verleden ieder jaar in de sociaHstische pers bezwaren opgedoken tegen de benoeming van Dr. Kortenhorst tot voorzitter van de Kamer. De socialistische beschuldiging jegens de Kamerpresident, dat hij in december j.l. in de Kamer niet onpartijdig zou zijn opgetreden en zou hebben doorgezet dat de Kamer in afwezigheid van de ministers beslissingen nam over de verlenging van de belastingverhogingen, zou thans echter tot het socialistisch besluit hebben geleid om geen steun te verlenen aan de kandidatuur van Dr. Kortenhorst, tervidjl tot dusver aan de dreigende voornemens geen gevolg werd gegeven.

Indien de brede-en de smaUe-basispolitiek van de baan zou zijn, wat thans onder de gegeven omstandigheden vrijwel algemeen wordt aangenomen, dan zou in de eerste plaats in aanmerking komen een regering, steimend op de zogenaamde konfessionele frakties en de liberalen. Er is toch op het ogenbUk, gelet op de in de kringen van de K.V.P. heersende mening, weinig kans op een regering van de brede-of de smalle-basispolitiek. Wellicht zijn er voor de K.V.P. thans meer punten van aanraking te vinden met de liberalen dan met de socialisten, doch de vrees onder de K.V.P.-ers, die linksgeoriënteerd zijn, dat het voor de K.V.P. schadelijk zal zijn indien zij met de liberalen en niet met de socialisten samenwerkt, heeft in deze nog zeer veel te zeggen, zodat er nog niets met volle zekerheid te zeggen valt.

Doch zoals de zaken thans staan, heeft het er alles van weg, dat het uiteindelijk op de vorming van een extra-parlemen­ tair kabinet uidopen zal, waarin K.V.P.ers, leden van de A.R.P. en de C.H.U. en mogelijk ook liberalen zitting zullen hebben. Het is hierbij zelfs zó ver geko-' men, dat enkele bladen de indruk gewekt hebben, dat een extra-parlementair kabinet al vrijwel gereed zou zijn, in die zin, dat een rechts kaJbinet gevormd zou worden met enkele liberale personen.

Doch dit is ook al weer met de stelhgste zekerheid tegengesproken. Al deze geruchten en mededelingen moeten op fantasie berusten en hun oorsprong uitsluitend vinden in het gesprek, dat de informateur Prof. Beel met de voorzitter van de Sociaal-Ekonomische Raad, Prof. Mr. Dr. G. M. Verrijn Stuart, heeft gehad. De informateur bevindt zich nog uitsluitend in het oriënterende stadium omtrent de vele problemen, die voor het toekomstig kabinet zullen rijzen. Aan personen is de informateur in het geheel niet toe. Het zou daarenboven allesbehalve weigevoegelijk zijn tegenover de fraktieleiders, indien de informateur, voordat hij met hen geraadpleegd had, reeds zou onderhandelen met andere niet-politieke figuren over hun eventuele toetreding tot een extra-parlementair kabinet.

Het is stellig in het geheel niet onwaarschijnhjk, dat het tenslotte nog zal uitlopen op de vorming van een extra-parlementair kabinet, waarin de K.V.P., de A.R.P. en de C.H.U. vertegenwoordigers zullen hebben, zeer wel mogelijk met enige vrijzinnige figuren, die geen rechtstreekse verbindingen hebben met de V.V.D., waarbij de V.V.D.-fraktie geen enkele bijzondere binding aan dergelijke personen zal hebben en haar houding telkenmale in alle konkrete gevallen volkomen in vrijheid zal bepalen.

Uit het feit, dat de drie rechtse frakties over precies 75 van de 150 zetels in de Tweede Kamer beschikken, vloeit voort, dat een dergelijk kabinet toch altijd afhankelijk zal blijven van de steun, hetzij van de V.V.D., hetzij van de P.v.d.A., om de in de Kamer te brengen voorstellen te steunen, terwijl de S.G.P., waarvan zo vaak gezegd is, dat zij als kleine partij in de Kamer niets vermag, in deze zelfs van zulk een groot gewicht is, dat haar afgevaardigden, naar de mens gesproken, een beslissende stem over het al of niet voortbestaan van het kabinet in meer dan één geval kunnen uitbrengen. De positie van de drie S.G.P.-Kamerleden is dan ook onder de gegeven omstandigheden uiterst gewichtig.

Thans, zo wordt veronderstelt, gaat de informateur de balans van zijn studie en informaties opmaken en overwegen in welke richting het best en het snelst een oplossing van de kabinetskrisis te bereiken is. Men is van oordeel, dat hij in elk geval nog vóór Pasen een interim-rapport aan de Koningin ter hand zal stellen. Hoe dit er uit zal zien, daarvan valt als wij dit artikel schrijven niets met enige zekerheid te zeggen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 maart 1959

De Banier | 8 Pagina's

De kabinetsformatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 maart 1959

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken