Bekijk het origineel

De kabinetsformatie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De kabinetsformatie

14 minuten leestijd

Als wij over dit onderwerp schrijven, is er nog steeds geen ministerie, maar naar het zich laat aanzien, wel een oppositie, die zich in de toekomst niet zuinig zal gaan weren.

Professor de Quay heeft gekozen. Hij wil ©en regering, geen kollege van beheerders, zoals dat in het verleden maar al te zeer bij de brede-basispolitiek het geval was.

Dat de socialisten, om aan de regering deel te nemen, een kontrakt wilden, vloeit voort uit de aard van hun politieke beginselen. Zij willen een regering, die maar heeft uit te voeren wat de partijen die er aan deelnemen, van tevoren hebben overeengekomen en hebben vastgesteld. Dit heeft tengevolge, dat de regering eigenlijk niet regeert, maar feitelijk niet anders dan de uitvoerder is van wat de partijen zijn overeengekomen. Zo was het gesteld in meerdere of mindere mate met de kabinetten op brede basis, welke wij tot dusver gehad hebben. De partijbelangen traden daarbij geheel op de voorgrond en de landsbelangen werden een bijzaak.

Of het met het door Prof. de Quay te vormen ministerie geheel anders zal zijn, valt op dit ogenblik nog niet met volstrekte zekerheid uit te maken. Want over het kabinet, dat Prof. de Quay nog altijd bezig is te formeren, kan alleen met zekerheid gezegd worden, dat het nog niet geformeerd is en dat er nog geen nadere beslissingen genomen zijn, noch wat zijn personele samenstelling betreft, noch wat het program aangaat, zodat wij over het karaiter van dat ministerie nog immer in het onzekere verkeren.

De moeilijke positie van professor De Quay

Nadat Prof. de Quay van zijn verblijf gedurende het weekeinde bij zijn gezin uit Den Bosch in Den Haag was teruggekeerd, heeft hij zijn arbeid in Den Haag als formateur hervat. Daarbij heeft hij weder onderscheidene personen geraadpleegd en ook een bezoek aan Hare Majesteit de Koningin gebracht. Hij is nog steeds bezig met passen en meten.

Het is een oud spreekwoord, dat luidt: , , Met passen en meten wordt de meeste tijd versleten". Dit spreekwoord gaat in dit geval wel geheel op. De termijn, waarin do formateur Prof. de Quay gedacht had een ministerie te formeren, die van 14 dagen, heeft hij immers reeds overschreden. Hij heeft zich in zijn arbeid naar rechts en naar links gericht, doch is ten aanzien van links niet verder gegaan dan de V.V.D., terwijl hij in zijn eigen partij ook rekening heeft te houden met de Katholieke Arbeiders Beweging, waaruit nog steeds stemmen opgaan vóór een samenwerking met de Partij van de Arbeid. In dit opzicht moet het voor hem wel een grote teleurstelling geweest zijn, dat het door hem aangezochte Tweede Kamerlid de heer Andriessen de hem aangeboden ministerportefeuille om gezondheidsredenen niet heeft kunnen aanvaarden. Voor het departement van Wederopbouw en Volkshuisvesting wordt nu na het bedanken van de heer Andriessen door de formateur nog steedis iemand gezocht. De naam van het nieuwe Kamerlid Roguers is nu wel genoemd, evenails die van de K.V.P.-er Van dier Gun. Ook is er nog wel een andere bekende naam uit de kringen van de Katholieke Arbeiders Beweging ter sprake gekomen, namelijk die van de heer Lelieveld.

Tot dusver echter is de formateur er nog niet in geslaagd een geschikte minister voor het departement van Wederopbouw en Volkshuisvesting te vinden.

Ook zijn er grote moeilijkheden aan de dag getreden ten aanzien van de bezetting van het departement van Ekonomische Zaken. Dit departement werd in 1952 aan de Anti-Revolutionairen afgestaan en in de kringen van de K.V.P. heeft men dit steeds betreurd. Verschillende malen is van de zijde van de K.V.P. thans het verlangen gemt, dat het nu weder door één van haar mannen bezet zou worden. Doch alle K.V.P.-ers, die er door de formateur als minister voor zijn aangezocht, hebben de één na de ander hem tot dusver te kermen gegeven, dat zij de benoeming om persoonlijke redenen niet konden aanvaarden. Om die reden is in bepaald niet rooms-katholieke kring al de suggestie gedaan om een liberaal als Prof. Witteveen te polsen, doch men kan er wel gerust op gaan, dat de K.V.P. daar bepaald niets voor zal voelen.

De moeilijkheden, waarmede Prof. de Quay te kampen heeft, zijn van die aard, dat het nog steeds niet vaststaat, hoeveel ministeries er ingesteld zullen worden. Er moet namelijk nog immer geen beslissing genomen zijn ten aanzien van de al of niet vestiging van een nieuw departement, namelijk dat van Buitenlandse Ekcnomie en Handel. Hierbij is de oude kwestie van deze aangelegenheid wederom aan de orde gekomen. De heren Mr. Luns, de minister van Buitenlandse Zaken, en Prof. Zijlstra, de minister van Ekonomische Zaken, zijn in een gezamenlijk onderhoud met de formateur ter bespreking van deze kwestie geraadpleegd. Prof. Zijlstra moet zijn oorspronkelijk standpunt niet hebben laten varen. Het enige wat volgens persberichten in deze kwestie bereikt kon worden, is een toezegging van minister Luns om het staatssekretariaat op Buitenlandse Zaken tot een ministerpost te promoveren. Er zouden dan twee ministers van Buitenlandse Zaken komen, waarbij Mr. Blaiser zich dus speciaal zal bezig houden met de politieke vormgeving van Europa. Ook zijn er verlangens kenbaar gemaakt om voor de Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie een apart departement in te stellen, terwijl de mogelijk zeer groot is, dat het departement van Overzeezaken opgeheven zal worden, ' nu daartegen geen bezwaren bij de regeimgen van de Overzeese gebieden blijken te bestaan.

Vele teleurstellingen

De formateur heeft bij zijn werk vele teleurstellingen moeten opdoen. Nadat de heren Mr. van Boven van de Machinefabriek , , Breda", Rottier van de Staatsmijnen. Prof. van Berkum uit Tilburg, alle K.V.P.-ers, bedankt hadden voor de portefeuille van Ekonomische Zaken, heeft nu ook de laatst door de formateur aangezochte kandidaat, namelijk Prof. Thurlings uit Wageningen, voor de aanbieding om persoonlijke redenen bedankt. Al deze bedankjes hebben tot resultaat, dat de volgende K.V.P.-kandidaat voor het departement van Ekonomische Zaken gerekend zal m.oeten worden te behoren tot de tweede of derde rang. Dit is wel verre van prettig waar men voor de eerste maal een kabinet zonder socialisten wil vormen.

Het kan zelfs voor Prof. de Quay de vraag zijn of hij wel voort moet gaan te trachten het departement van Ekonomische Zaken door een K.V.P.-er bezet te krijgen. Zijn hoop schijnt thans gevestigd te zijn op de staatssekretaris van Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie en Bezitsvorming, Drs. W. K. N. Schmelzer. Deze heeft inmiddels een onderhoud gehad met de formateur. Na afloop van dat onderhoud verklaarde de heer Schmelzer, dat dit een informatief karakter had gehad en handelde over verschillende ekonomische problemen, evenals over de P.B.O. en de Bezitsvorming. Hij weigerde te zeggen of hem een portefeuille voor Ekonomische Zaken was aangeboden. Er is ook nog een ander persoon, die volgens K.V.P.-kringen in aanmerking kan komen voor minister van Ekonomische Zaken, met name 't Eerste-Kamerlid Mr. Ph. C. M. van Campen, algemeen direkteur van de Coöperatieve Centrale Boerenleenbank te Eindhoven. De heer van Campen is bij een vorige formatie gepolst voor het ministerschap van Financiën en heeft daarvoor toen bedankt.

Door al de bedankjes, waarbij nog komt het bedankje van de heer Ir. A. P. Minderhoud te Zwolle, de landdrost en direkteur van de Noord-Oostpolder, die door de formateur is aangezocht voor de portefeuille van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening, is de formateur gekonaen in de zogenaamde slijtageperiode waarin reeds menige formatie op een mislukking is uitgelopen. Doch het heeft er tot op dit ogenblik nog niets van weg, dat Prof. de Quay zijn opdracht aan H.M. de Koningin zal teruggeven. Als dit zou geschieden, zouden er weer grote moeilijkheden te wachten staan. Dan zou zeer wel mogelijk de opdracht aan Prof. Oud, als de man van de winnende partij, verleend worden, zonder dat deze, naar menselijke berekening enige kans heeft om een ministerie samen te stellen. Of ook zou de opdracht verleend kunnen worden aan iemand, die zou beproeven om een kabinet op de brede basis te formeren, wat nog altijd door velen uit de kringen van de Katholieke Arbeiders Beweging gewenst wordt en in het landsbelang als de beste oplossing van de ministeriële krisis beschouwd wordt.

De huidige stand van zaken

Voor zover daarover met enige zekerheid iets te zeggen is, is de huidige stand van zaken betreffende de formatie van een ministerie aldus, dat — enig voorbehoud mag hierbij ter dege wel in aanmerking genomen worden — dat Prof. Dr. J. E. de Quay (K.V.P.) als minister-president en minister van Algemene Zaken daarin zal fungeren. Voorts Prof. Dr. J. Zijlstra (A.R.) als minister van Financiën, Mr. J. M. A. H. Luns (K.V.P.) minister van Buitenlandse Zaken, Mr. J. M. L. Th. Cals (K.V.P.) minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, mej. Dr. M. A. M. Klompé (K.V.P.) minister van Maatschappelijk Werk en Volksgezondheid, en Drs. C. P. Hazenbosch (A.R.) minister van Sociale Zaken, rullen zijn.

Wat de laatstgenoemde twee departementen aangaat, moet Drs. Hazenbosch, nadat hij opnieuw een onderhoud met de formateur heeft gehad, er in bewilligd hebben, dat de afdeling Volksgezondheid, welke oorspronkelijk bij het departement van Sociale Zaken behoorde en ook door de vroegere minister Suurhoff werd waargenomen, thans bij het departement van Maatschappelijke Zaken gevoegd wordt en aldus ook door Mej. Mr. Klompé zal worden waargenomen. Bovendien is het ook nog zeer wel mogelijk, dat de afdelingen Jeugdvorming en Volksontwikkeling, welke tot dusver bij het departement van Onderwijs hoorden, onder beheer van mej. Klompé zullen komen.

Voor het departement van Oorlog en Marine is inmiddels de heer van den Bergh, oud-kwartiermeester-generaal van de Koninklijke Landmacht, die tijdens de oorlogsjaren is belast geweest met het aankoopbeleid voor de Koninklijke Landmacht, door de formateur als toekomstige minister gepolst. De heer van den Bergh is vice-voorzitter van het Unieleverconcern en maakt sedert enige maanden deel uit van de liberale Statenfraktie van Zuid-Holland. De heer van den Bergh heeft toegegeven, dat hij voor de portefeuille van Oorlog en Marine is gepolst, en verklaarde voorts, dat hij twee dagen bedenktijd heeft gevraagd. Ook als dezs voor de benoeming mocht bedanken, zal er toch wel weer een hberoal worden aangezocht en tenslotte benoemd worden. Ook is reeds voor de benoeming tot deze funktie de voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Jaarbeurs, Dr. van der Wal, genoemd, die echter geen lid van de V.V.D. is. Gezien de moeilijkheden, welke er in de laatste jaren op het departement van Oorlog en Marine geweest zijn met betrekking tot organisatie en efficiency, moeten politieke kringen het er wel over eens zijn, dat een vooraanstaande persoon uit het bedrijfsleven als minister op dit departement zeer gewenst is, terwijl in de V.V.D. meer dan één persoon aanwezig moet zijn, die aan de gestelde verlangens zal kunnen voldoen.

Wat het in te stellen departement, waarvoor de heer Blaisse als minister zonder portefeuille van verschillende zijden genoemd is, betreft, daarvan schijnt tenslotte niets te komen; hetgeen men ook mede daaruit afleidt, dat de heer Blaisse naar het buitenland vertrokken is, terwijl thans vrij algemeen wordt aangenomen dat het departement van Overzee Zaken wordt opgeheven.

Ten aanzien van de departementen van Binnenlandse Zaken en Justitie, alsook van die van Verkeer en Waterstaat, verkeert men nog in het onzekere wde daarin straks als ministers zullen fungeren. Onder meer zijn de namen van Drs. Korthals, de K.V.P.-er Loef en de C.H.U.-er Mr. de Geer van Oudegein als de toekomstige ministers van Binnenlandse Zaken genoemd, terwijl voor deze portefeuille de K.V.P. en de V.V.D. op het ogenblik in gelijke mate belangstelÜBg moeten hebben.

Als minister van Justitie wordt nog steeds het V.V.D. Tweede-Kamerlid Mr. E. H. Tongens gedoodverfd, die een tweede onderhoud met de formateur heeft gehad.

Betreffende het departement van Verkeer en Waterstaat wordt vrij algemeen Drs. Korthals als de toekomstige minister genoemd, die dan tevens als vice-premier in het kabinet zal fungeren.

Volgens lopende geruchten zal Prof. de Quay nog een ernstige poging aanwenden om als minister van Ekonomische Zaken toch nog een K.V.P.-er te bekomen, en wel in de persoon van het Eerste Kamerlid Mr. Ph. C. M. van Campen. Of hem dit geliikken zal, daarvan valt op het ogenblik niets met zekerheid te melden. Nadat de heer Schmelzer een langdurig onderhoud met de formateur had gehad, waaruit afgeleid wordt dat deze niet voor minister van het departement van Ekonomische Zaken in aanmerking komt, omdat inmiddels Mr. van Campen uit Straatsburg, waar hij in het Europese parlement zitting heeft, is opg€»-oepen. De formateur en met hem de K.V.P. zullen stellig verheugd zijn als de heer van Campen de benoeming zich de benoeming als minister van Ekonomische Zaken zal laten welgevallen; dan is er na ettelijke bedankjes toch nog een K.V.P.er als minister op dit departement gevonden. Aangezien de wederinstelling van esn minister voor de P.B.O. — inderdaad onder minister de Bruyn allerminst een sukses — al minder waarschijnlijk wordt geacht en het de heer Schmelzer zou zijn die het staatssekretarisschap hiervan zou bhjven waarnemen, zou Prof. de Quay tot zijn oorspronkelijke plan voor de zetelverdeling kunnen terugkeren:6, 3, 2, 2, namelijk 6 K.V.P.-ers, 3 leden van ie V.V.D., 2 van de A.R.P. en 2 van de C.H.U.

Inmiddels staat het nog niet vast, wie de ministers voor de departementen van Volkshuisvesting en Bouwnijverheid, en dat van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening zullen zijn. Voor het eerstgenoemde departement is gepolst Mr. A. C. Beerman, een C.H. raadsHd uit Rotterdam, die geacht wordt de nodige kapaciteiten voor de waarneming daarvan itj hebben. Ten aanzien van de aanstaande minister voor het laatstgenoemde depar­ tement lopen er thans geruchten, dat Ir. Staf, die onderwijl tot lid van de Eerste Kamer benoemd is en deze benoeming aangenomen heeft, onder de druk van sommige landbouworganisaties zich toch nog zou laten overhalen om het departement van Landbouw onder zijn beheer te nemen. Deze geruchten worden evenwel in de C.'H.-kringen met de meeste stelligheid tegengesproken.

Politieke kringen nemen aan, dat vóór zaterdag 19 april een definitieve beslissing dient genomen te worden, hetzij in positieve, hetzij in negatieve zin. Prof. de Quay blijft nog steeds goede hoop hebben op het welslagen van zijn formatiearbeid. Inderdaad behoeft hij voor het welslagen de toezegging van nog slechts enkele personen. Doch daarop kan het welslagen nog afspringen. De mogelijkheid, dat zulks gebeurt, bestaat nog altijd, al staat er" volgens de laatste berichten reeds spoedig de bekendmaking van een door Prof. de Quay geformeerd kabinet te wachten.

Httt aanstaande kabinet

Hoe dit er precies uit zal zien, valt thans nog niet met zekerheid te zeggen. Doch Prof. de Quay schijnt niet van plan te zijn om zijn formatiepogingen op te geven, heowel hem geen moeilijkheden bespaard blijven, schijnt hij nochtans te willen slagen. Nadat eerst de grote zwarigheden ontsproten zijn uit de vele bedankjes uit de gelederen van de K.V.P., moeten thans volgens berichten, aan de pers ontleend, de portefeuilles, weUce aan twee C.H. ministers zouden worden toegekend, het zijn, die aanleiding geven tot een vertraging in de formering van het aanstaande kabinet.

Het Eerste-Kamerlid Mr. Ph. C. M. van Campen moet verklaard hebben, dat hij in principe bereid is minister van Ekonomische Zaken te worden. Inmiddels is Prof. Mr. Dr. W. C. L. van der Grinten (K.V.P.) aangezocht geworden als minister van Justitie, die in de aanvaarding van dit ambt moet bewilligd hebben. Als de heer van Campen minister van Ekonomische Zaken zal worden, dan zal Drs. Schmelzer zijn staatsselcretariaat behouden, hetwelk echter losgemaakt zal worden van het departement van Binnenlandse Zaken en gevoegd zal worden bij het departement van Algemene Zaken, dat de minister-president zal beheren.

Er hebben nog besprekingen plaats gehad van de formateur met onderscheidene personen, onder wde ook met Ir. Staf, die schijnt te bemiddelen bij de verschuivingen, welke tussen de liberale en C.H. portefeuilles nodig geworden zijn. Na het onderhoud van drie kwartier, dat de formateur met Ir. Staf had, kwam Drs. Korthals voor een onderhoud bij de formateur op bezoek. Op verzoek van de formateur was ook Ir. C. Staf bij dat onderhoud aanwezig.

Wij zullen het hierbij ten aanzien van het overzicht in de zo belangrijke kwestie van de kabinetsformatie laten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 april 1959

De Banier | 8 Pagina's

De kabinetsformatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 april 1959

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken