Bekijk het origineel

Een blijvende troost voor Gods verdrukte kerk

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Een blijvende troost voor Gods verdrukte kerk

7 minuten leestijd

Maar Gij, Heere, blijft in eeuwigheid, en Uw gedachtenis van geslacht tot geslacht.

Psalm 102 : 13

II.

Hoe nauwer de band, hoe inniger de droefheid. Ons leven is een gestadige dood, gelijk het doopsformulier terecht opmerkt. Toen Christus afscheid nam van Zijn dierbare discipelen, vervulde droefheid hun hart. Hier in het ondermaanse is de tijd van omhelzen en de tijd om verre te zijn van omhelzen. In de staat der rechtheid, in de hof van Eden, was er geen vijandschap, haat en nijd, maar ook geen scheiding. En toch, temidden van dit Mesech en van deze huilende wildernis, is er zulk een rijke troost voor Gods bestreden erfdeel. Het is een troost, waar de wereld vreemdeling van blijft en waaraan de uitwendige belijder ook geen behoefte gevoelt.

Het is de troost voor Gods kinderen, dat Jehova bhjft tot in eeuwigheid. God openbaarde Zich als de Jehova eenmaal aan Mozes in de brandende, maar niet verterende braambos. Die openbaring valt in Christus en is alleen op grond van Zijn volkomen gerechtigheid. En die openbaring is tot zaligheid, maar ook tot blijdschap. Hoe zou het ook anders ktmnen?

Alle openbaring van het Goddelijke Wezen en van de onderscheidene Goddelijke Personen verootmoedigt, vernedert, maar verblijdt ook het hart. Toen Christus Zich openbaarde aan Johannes, betuigde hij: En het was de tiende ure". In de kennis van de enige en waarachtige God ligt ook het eeuwige leven. Het is een God van volkomen zahgheid. Geen God van ja en neen, maar een God van ja en amen. Hij is getrouw, algenoegzaam, onveranderlijk, onafhankelijk, maar ook een God, Die bhjft in eeuwigheid. Bij die God is geen verandering, noch schaduw van omkering. Het is die God, Die was. Die is en Die eeuwig zijn zal. En dat betreft nu niet alleen de eeuwige Vader van onze Heere Jezus Christus, maar dat geldt ook van de Zoon en van de Heilige Geest. Van de Zoon lezen wij, dat Zijn Naam is: Vader der eeuwigheid", Jes. 9 : 5. Maar ook in Micha 5:1, dat Zijn uitgangen zijn van ouds, van de dagen der eeuwigheid. Zelf betuigde Hij: Eer Abraham was, ben Ik".

En tot troost van de verdrukte Hebreen schreef de apostel Paulus in Hebr. 13 : °-„Jezus Christus is gisteren en heden Dezelfde, en tot in der eeuwigheid". De bruid sprak van 'Christus als van die Persoon, Wiens haarlokken gekruld waren, zwart als een raaf. Het zag op Zijn eeuwige jeugd, Hoogl. 5 : 11. Ck> k spreekt dezelfde apostel in Hebr. 9 : 14 van de eeuwdge Geest.

Dus Vader, Zoon en Heihge Geest zijn van eeuwigheid en blijven tot in eeuwigheid. „Van eeuwigheid tot eeuwigheid zijt Gij God", Psahn 90 : 1. Het is van toepassing op alle drie de Goddelijke Personen. Wat dus wegvalt en wat dus vergaat of wat verandert: Gij evenwel. Gij blijft Dezelfd', o Heer'".

Het geloof zegt in Psahn 48 : 15: Deze God is onze God, eeuwiglijk en altoos; Hij zal ons geleiden tot de dood toe". Hij blijft tot in eeuwigheid. Zijn raad verandert niet. Zijn wil is een eeuwig© wü. Zijn verkiezing is eeuwig. Zijn liefde is eeuwig. Zijn trouw is eeuwig. Zijn verbond is eeuwig. Zijn goedertierenheid is eeuwig. Zijn gunst is eeuwig, Psalm 103 : 17. Hij blijft tot in eeuwigheid om Zijn uitverkorenen te roepen, te redden, te verlossen, te bewaren, te zaligen en te verheerlijken. Hij blijft in eeuwigheid om Zijn macht te openbaren, dat de poorten der hel Zijn gemeente niet zullen overweldigen.

Hij zal Zijn volk bewaren voor de wanhoop en niet toelaten dat de rechtvaardige wankele. Hij blijft tot in eeuwigheid dm Zijn kerk te troosten in al htm droefenissen en ze te sterken met Zijn Goddelijke beloften. Hij blijft tot in eeuwigheid om Zijn kerk te zijn tot een toevlucht, om de toegang tot de hemel en tot het hart des Vaders te openen; om hen mee te nemen tot Gods altaren, opdat zij zichzelf in God mogen ver-Hezen.

Welk een rijke troost voor Gods kinderen. „Bezwijkt dan mijn vlees en mijn hart, zo is God de Rotssteen mijns harten en mijn Deel tot in eeuwigheid", Psahn 73 : 26. Dat God blijft tot in eeuwigheid, is de waarborg voor de eeuwige zaligheid en heerhjkheid van al Gods gunstgenoten. Vele malen heb ik bij mijn afscheid Gods kinderen mogen toeroepen: anhoopt aan God niet; wanhoopt aan Zijn genade nooit. Ook thans wil ik het Gods Sion toeroepen, dat wij in het vaderland achterlieten, gelijk dit toch geldt voor al Gods kinderen over de lengte en de breedte der aarde. Omdat 'God eeuwig is, zal Zijn genade ook eeuvvdg blijven.

De dichter voegt er ook bij, als vrucht en gevolg, dat Jehova blijft tot in eeuwigheid: „En Uw gedachtenis van geslacht tot geslacht".

Van de goddelozen staat er geschreven in Job 18 : 17: Zajn gedachtenis zal ver­ gaan van de aarde, en hij zal geen naam hebben op de straten". Daar tegenover lezen wij van de rechtvaardigen, dat hun gedachtenis zal zijn tot zegening en tot in eeuwigheid". Psalm 112 : 6.

Van de meerdere Salomo, Sions eeuwdge Koning, de Heere Jezus Christus, wordt gezongen in Psalm 72 : 17: Zijn Naam zal zijn tot in eeuwigheid" en: Zijn Naam zal eeuwig eer ontvangen".

Welk een troost voor Gods verdrukte voBc. Zijn Naam is heihg en vreselijk. Zijn 'Naam is een sterke toren; de rechtvaardige zal er henenvlieden en in een hoog vertrek gesteld worden, Spreuken 18 : 10.

„Uw gedachtenis is van geslacht tot geslacht". Het gaat volgens onze kanttekenaren over de gedachtenis van hetgeen God eertijds aan Zijn oude volk gedaan had. Wat Hij gedaan had aan dat volk, dat Hij naar Zijn vrije, soevereine liefde en genade uit alle volkeren des aardbodems verkoren had om te zijn het volk Zijns eigendoms.

Er was geen uitnemendheid in dat volk boven de andere; integendeel heeft de Heere Zelf getuigd in Deut. 7, dat zij < le minsten waren van al de volkeren, ji.iar. . . . God had hen liefgehad. Dat volk nu heeft Hij uitgeleid, doorgeleid en ingeleid.

Uit het diensthuis van Egypte had Hij hen uitgeleid. Uitgeleid door een sterke hand en door een uitgestrekte arm. De God des eeds en des verbonds, de Almachtige had het gedaan. Hij heeft het gedaan op grond van het bloed des Lams, op grond dus van Christus' gerechtigheid. Nooit wordt een zondaar getrokken uit de duisternis tot Gods wonderbaar licht, of het is op grond van de verzoening, door voldoening teweeggebracht door de Borg des verbonds.

Ook niet één weldaad, vloeiend uit het verbond der genade, wordt Gods uitverkorenen geschonken, of het is door de tussenkomst van de Middelaar des verbonds en van Zijn gezegende arbeid. Niet alleen uitgeleid, maar ook heeft God dat volk doorgeleid. God leidde Zijn volk door de Rode Zee. God baande een pad waar nog nooit een weg geweest was. De stam van Juda was er ook bij toen het volk door de Rode Zee trok, en in de lendenen van Juda was de Messias, de Christus. Ook heeft God Zijn volk geleid van Sittem tot Gilgal toe, opdat zij de gerechtigheid Gods zouden kennen. God opende niet alleen Zijn verbond aan de Sinai, maar Hij najn Zijn volk er in op en Israels volk heeft het verbond der genade ingewHHgd toen al het volk sprak: , , Amen, amen".

Wat heeft God Zijn volk trouwelijk geleid, niettegenstaande al hun murmureren, opstand en tegenstand. Het manna uit de hemel, het water uit de rotssteen, de wolk-en de vuurkolom, de gedurige verdelging van de vijand, die zich tegen dat volk opmaakte om hen te verdelgen, beschaamde God voor hun aangezicht. Veertig jaren heeft God aan dat volk „Zijn daan getoond". O, wat wonderlijk, getrouw, maar ook niet minder liefelijk heeft God met dat volk gehandeld. Overvloedige redenen heeft 'God dat volk gegeven om Zijn Naam te vrezen.

Gr.-Rapids {U.S.A.)

Ds. W. C. Lamain

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juni 1959

De Banier | 8 Pagina's

Een blijvende troost voor Gods verdrukte kerk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juni 1959

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken