Bekijk het origineel

VOOR DE JEUGD

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

VOOR DE JEUGD

7 minuten leestijd

OOM KOOS

Beste neven en nichten! Hier volgen de nieuwe raadsels van

OPGAVE 591

Jongeren:

1. Noem de naam van: a. de zee, waar de scheepslieden van Paulus' schip vermoedden, dat hun enig land naderde. b. de godin der Efeziërs. c. de profeet, die over de uitstorting van de Heilige Geest profeteerde. d. de hogepriester, die Paulus aansprak als: gewitte wand. e. het eiland waar Bamabas geboren is. f. de Egyptische vrouw van Jozef. g. de grootvader van Isboseth. h. de persoon, die met Aaron Mozes steunde tijdens de strijd tegen de Amelekieten. i. Salomo's grootvader. Welke naam vormen de tweede letters (van links af) van de hier boven gevraagde namen? Wie weet waar deze naam genoemd wordt in het boek Handelingen?

2. Zoek uit elk der volgende zinnen een woord, zo, dat de woorden tezamen een tekstgedeelte vormen uit Handelingen 26. a. De Heere vertraagt de belofte niet. b. Er was geen koning in Israël. c. Gij weet mijn zitten en mijn opstaan. d. Hoe heten de zonen van Jozef? e. Deze had niet mede bewilligd. f. Ik heb niet gewandeld in dingen, mij te groot.

3. Een tekstgedeelte uit het boek Handelingen bestaat uit 63 letters. Welk tekstgedeelte wordt bedoeld als het volgende bekend is? 12 62 34 45 35 was de man, die David vloekte. Het schip, waarmede Patdus naar Italië zou worden gebracht, voer onder Kreta henen en kwam in een plaats, dat de naam droeg van 31 60 61 13 20 42 18 61 5 53 27 19 59. 3 24 28 16 41 23 was een profeet, die dromen uitlegde. 38 54 32 15 43 verloor haar man en twee zonen in Moab. 55 48 11 was een zoon van Jozua. Twee vrouwen kwamen te Bethlehem in het begin van de 44 1 9 59 47 8 52 39 13 36 46 58. De eerste christenen hadden alle dingen 17 57 33 10 4 25. Meer dan overvloedig te doen boven al wat wij bidden of 7 29 2 49 51 6. De ark werd van binnen en van buiten met 40 37 50 bedekt. Ik 26 5 14 22 alzo, niet als de lucht slaande (1 Cor.). Op Hem zullen de heidenen 56 32 21 45 30 (Rom.). 63 moet geraden worden.

Ouderen:1. Maak uit: KABIVEDSOFKRAHERA idrie namen van personen, welke genoemd worden in Nehemia 7.

2. Zoek uit elk der navolgende zinnen een woord', zo, dat de woorden tezamen een tekstgedeelte vormen uit één der Psalmen tussen de hoofdstukken 122 en 126. a. Die ons zalig gemaakt heeft. b. De hemel is Zijn troon. c. En hij is ook krank geweest. d. Het regende niet op de aarde. e. Zij hebben het er naar gemaakt. f. Hij heeft op Zijn kleed deze naam.

3. Een tekstgedeelte uit het tweede boek der Koningen bestaat uit 61 letters. Zoek dit tekstgedeelte met behulp van de volgende gegevens:55 12 45 2 49 61 om in te gaan door de enge poort. De koningin van 56 32 8 16 53 22 zeide: e helft is mij niet aangezegd. De plaats waar Jakob aankwam, vóór hij over de Jabbok ging. Zahg zijn zij, die 28 13 21 26 35 27 37 44 zijn tot het avondmaal. Nog éénmaal zal Ik 20 57 5 29 17 18 58 niet alleen de aarde. Want Ik moet 1 38 6 43 14 in uw huis blijven. En zij doopten de rok in het 36 39 46 7 24. Toen het nu tot 23 30 59 60 51 opgeschoten was (Matth.). 34 31 50 19 is een getal beneden twintig. In de tegenwoordigheid der 11 54 40 52 3 zal ik U psaknzingen. 51 10 25 11 was een groot herder ten tijde van koning Saul. Laat ze een reine 1 9 41 6 op zijn hoofd zetten (Zach.). 47 moet geraden worden.

De Oplossingen dezer raadsels mogen nog NIET ingezonden worden.

Thans volgt nog esn gedeelte van het verhaal over

JOHAN RAMAWARMA

12.

Op zekere keer ontmoette Ramawarma één zijner landslieden, die evenals hij tot het christendom was overgegaan. Het was een schrijnwerker, met vsde Ramawarma al spoedig van hart tot hart kon spreken. Hierbij kwam het gesprek ook op het gebed, wat Ramawarma er toe bracht hem zijn nood te klagen over het werktuigelijk bidden door gebruik te maken van het gebedenboek.

Het bleek, dat zijn landsman het hierin geheel met hem eens was! Hij zeide, dat God niet op dat boek ziet, maar op het hart. Het gebedenboek was goed om in de kerk te gebruiken, gezamenlijk met de andere kerkgangers, maar als men thuis was, moest men, zonder van dat boek gebruik te maken, uit het hart bidden. Ramawarma volgde deze raad op en zoals hij zelf in zijn nagelaten levensbeschrijving heeft verklaard, bevredigde dit hem veel meer dan het opzeggen van gebeden uit het gebedenboek.

Inmiddels stond Ramawarma er naar om meer kennis te krijgen van de inhoud van Gods Woord, met name van de geloofswaarheden, welke daarin geleerd worden. Helaas was zijn leermeester. Mr. Ridsdale, te zeer bezet met werkzaamheden, om hem zelf grondiger in de waarheid te onderwijzen. Daarom beperkte hij zich er toe Ramawarma op te dragen een preek of opstel over een bepaald onderwerp te maken, om zodoende door zelfonderricht en - onderzoek de nodige kennis te verkrijgen.

Dit stelde Ramawarma wel wat teleur, maar aangezien het hem volle ernst was zijn voornemen uit te voeren, zette hij zich aan het werk. Toen hij enige tijd hiermede bezig was en steeds sterker bij hem de begeerte werd om het Evangelie aan zijn landslieden te verkondigen, vernam hij van één zijner kennissen, dat het zendelinggenootschap der Engelse kerk te Madras voor aanstaande verkondigers van het Evangelie een school of semenarie had opgericht. Niet zodra was hem dit medegedeeld, of hij vatte het plan op zich bij die school aan te melden. Hij besprak dit plan eerst met Mr. Ridsdale en deze aarzelde niet er zijn instemming mede te betuigen. Hij gaf Ramawarma een brief ter aanbeveling aan zijn in Madras wonende vrienden mede en hiermede vertrok Ramawarma weldra naar zijn nieuwe woonplaats.

Het was voor hem, zoals te begrijpen is, een hele verandering. Een nieuwe omgeving, nieuwe kennissen en nieuwe leraren. Hij trof het zeer, dat hem een vriendelijk tehuis werd aangeboden bij één der zendelingen. Mr. Tucker, wat hem dubbel welkom was, daar hij nu niet alleen in een aangename familiekring kwam te verkeren, maar bovendien op de zo zeer verlangde en ook nodige leiding bij zijn studie kon rekenen. Zelf heeft Ramawarma dan ook later zeer gunstig over het verblijf bij Mr. Tucker geschreven. Aan hem en aan zijn getrouwe leiding, aldus deelt hij mede, heb ik veel en zeer veel te danken; de gelegenheid werd mij ruimschoots aangeboden om vele zaken met betrekking tot het geloof te leren kennen. En hij vervolgde:

Ik ben zowel aan het zendelinggenootschap als aan Mr. Tucker de grootste dank verschuldigd voor de talrijke bewijzen van vriendelijkheid en geduld omtrent mij. Moge God de Heere hun werk meer en meer zegenen en rijk doen zijn aan goede vruchten.

Ramawarma zou in Madras echter nog andere ervaringen opdoen. Er was namelijk in deze plaats niet alleen een zendingsgenootschap van de Anglicaanse Kerk, ook de Vrije Schotse Kerk had er een zendingsstation. Op een merkwaardige wijze kwam Ramawarma hier achter. Van de zijde van het zendingsgenootschap had men hem van het bestaan van dit zendingsstation geheel onkundig gelaten. Ramawarma kwam het echter te weten toen hij op een avond met enkele vrienden een wandeling maakte en zijn weg voorbij een woning hep, voor welke een tweetal personen zat te spreken. Zodra dit tweetal Ramawarma en zijn vrienden zag, werden zij uitgenodigd om binnen te komen, waaraan zij voldeden. Zij werden in een kamer gebracht, waar de, beide voor hen vreemde personen hun de hand gaven en een plaats aanboden, waarna zij al spoedig met elkaar in een gesprek geraakten.

OOM KOOS

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juli 1959

De Banier | 8 Pagina's

VOOR DE JEUGD

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juli 1959

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken