Bekijk het origineel

Een ernstige waarschuwing

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Een ernstige waarschuwing

4 minuten leestijd

En bedroeft de Heilige Geest Gods niet, door Welke gij verzegeld zip tot de dag der verlossing.

Efeze 4 : 30

1.

Het bedroeven van de Heilige Geest is in onze donkere tijden een veel voorkomende zaak. Op velerlei wijze wordt de Heüige Geest bedroefd, en blijkens onze tekst juist door dat volk, aan wie de Heilige Geest Zijn wonderwerk heeft verricht; zij immers 2ajn het, die door Hem verzegeld zijn tot de dag der verlossing. Van de natuurlijke mens wordt gezegd, dat hij de HeiUge Geest wederstaat (Hand. 7 : 51), hetgeen kan uitlopen op de onvergeeflijke zonde tegen de Heilige Geest, waarvan we lezen in Lukas 12 : 10: En een iegelijk, die enig woord spreken zal tegen de Zoon des mensen, het zal hem vergeven worden; maar wie tegen de Heilige Geest gelasterd zal hebben, die zal het niet vergeven worden".

Wanneer men namelijk lange tijd indrukken omdraagt van dood en eeuwigheid en zelfs ook van de zonde als de oorzaak van alle ellende, en men gaat er steeds maar overheen en men blijft daar overbeen leven, dan kan de Heilige Geest die algemene overtuigingen wegnemen; dan gaat Hij van de mens afscheid nemen, niet meer met Hem twistende. Dan vervalt men soms in ongevoelige, dodehjke lijdelijkheid, waardoor men onbewogen neerzit onder de genademiddelen.

Men gaat soms echter nog veel verder, gelijk geschreven is in Jesaja 63. Men doet Hem dan smaadheid aan. Zijn werken en wonderen gaat men verachten en bespotten, alsmede degenen, aan wier hart de Heilige Geest arbeidt. Of men gaat de Heilige Geest liegen, zich anders voordoen dan men in werkehjkheid is.

Dit huichelende of spottende leven is de geplaveide weg naar de onvergeeflijke zonde.

Dat de schrikkelijke staat van dezulken ons een afschrik zij, opdat wi] de zonden niet licht mochten achten en de indrukken op de mond slaan. Dat er gebeden en gesmeekt mocht worden om vermeerdering en verdieping van die indrukken, opdat die niet mochten voorbij gaan als een morgenwolk en als een vroegkomende dauw, die henengaat (Hos. 6 : 4).

In onze tekst wordt echter niet over het wederstaan, doch over het bedroeven van de Heilige Geest gesproken. Wij zullen daarom overwegen wat daaronder te verstaan is, en hoe Gods volk daarin valt en 'hoe men zich daarvoor te wachten heeft. Deze zaak wordt beklemtoond met de woorden: „door welke gij verzegeld zijt tot de dag der verlossing", hetgeen als het ware de toepassing is van de waarheid in de eerste drie hoofdstukken.

Belangrijke en ernstige vermaningen tot waardige en heüige wandel vinden we in dit vierde hoofdstuk, vooral vanaf vers 17.

Paulus wijst op de boosheid van de heidenwereld, verduisterd zijnde in het verstand, vervreemd zijnde van het leven Gods. Doch gij hebt Christus alzo niet geleerd. Gij hebt af te leggen de oude mens, onder beding van genade; gij moet de nieuwe mens aandoen, die naar God geschapen is in ware rechtvaardigheid en heüigheid.

Dan volgt een lange reeks zonden, door welke de Heüige Geest, wonende in Gods voE< , ten zeerste bedroefd wordt. Leugen spreken tegen de naaste, vooral tegen Gods volk, noemt hij eerst. En dat niet onnodig. Daar wordt wat gesproken, wat men niet graag openbaar zou wülen hebben, en wat zijn dat anders dan hele of halve leugens? Toornig worden en daardoor zondigen_, vooral toornig bUjven, de zon er over laten ondergaan, noemt hij verder. Ook hier een wereld vol schuld. O, dat zondigen door toom, door drift, het verdonkert het leven van Gods volk en bedroeft de Heüige Geest Gods.

Maar deze zonde wordt verzwaard door de onverzoenlijkheid, onbuigzaamheid, ook onder Gods volk. Er is zo weinig zelfverloochening en ware vernedering des harten. Onbuigzaam wordt volhard in het kwade, tot schade der ziel, soms tot verwoesting der gemeente en tot droefheid van de Heilige Geest. De duivel gaat rond als een brullende leeuw, zoekend wat hij zou mogsn verslinden, maar ook als een engel des hchts, wanneer hij de toom en de hoogmoed in de harten van Gods kinderen opblaast.

De apostel Paulus voegt er nog aan toe: „Die gestolen heeft, stele niet meer". Ooder het heidendom kwamen oneerlijkheid en geldgierigheid menigvuldig voor. Paulus wil zeggen: laat bet onder ons zo niet zijn; laat een ieder werken wat goed is met de handen. Stelen is gevolg van luiheid en ledigheid. Een ieder moet werken wat goed is, waarmee men zichzelf en ook het algemeen belang dient. iJan heeft men tevens gelegenheid om 'nede te delen degenen, die nood hebben.

Rotterdam-Z.

Ds. Chr. V. Dam

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juli 1959

De Banier | 8 Pagina's

Een ernstige waarschuwing

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juli 1959

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken