Bekijk het origineel

Brief uit Zeeland

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Brief uit Zeeland

4 minuten leestijd

CCCXCIV.

De vorige brief is geëindigd met de uitdrukking: „Nu blijkt het gelijk wel aan hun zijde".

Eigenlijk is het niet nodig dat te stellen, want de beginselen van de S.G.P. zijn overeenkomstig Gods Woord en dus zijn ze juist. En dan gaat het nog niet alleen over de beginselen inzake de handhaving van Gods wet door de overheid, maar ook over nog veel andere zaken; eigenlijk over alle zaken. Er staat geschreven: „Ze hebben Gods Woord verworpen; wat wijsheid zouden zij dan nog hebben? " Och, was er meer oog voor, dat het verwerpen van Gods Woord ook het missen van de ware wijsheid inhoudt. Er zou mogelijk meer een vragen naar dat Woord zijn. Toch dienen onze afgevaardigden of vertegenwoordigers niet te menen, dat zij het nu wel weten. Immers, van zichzelf, zal het goed zijn, zuUen ze moeten erkennen de wijsheid niet te hebben. Het zal voor hen, evenals voor ieder ander, noodzakelijk zijn steeds te vragen: „Heere, wat wüt Gij dat wij doen zullen? " En dan is het nodig, naast die afhankelijkheid ook de weg der middelen te betrachten. Het is zo nodig te onderzoeken en te trachten de juiste weg te vinden.

Er wordt wel eens gevreesd, dat het onderzoek, het hebben van meer kennis leidt tot de hoogmoedige gedachte: „nu weten wij het", en daardoor tot een minder afhankelijk leven. Die vrees is echter geheel ten onrechte. De ervaring leert dat juist het bezitten van meer kennis leidt tot de wetenschap, maar weinig te weten, en tot een afhankelijkheid. Die afhankelijkheid zal meer gevoeld worden, doordat God Zelf leert; door de begiftiging met de vreze Gods. Het is daarom nodig in acht te nemen: „Zoekt eerst het Koninkrijk Gods en alle dingen zullen u toegeworpen worden". Als dat niet voorop blijft, dan zullen de beginselen van de S.G.P. vervlakken en teniet gaan.

Dus wel studie, maar steeds in afhankelijkheid. „Bidt en werkt". En ook niet het maar aUes van het onmiddellijke verwachten.

Menigmaal wordt gesteld, dat de S.G.P. het tegenovergestelde is van „progressief', van vooruitstrevend. Er is naar die mening dan geen oog voor de ware behoeften van ons volk. Dan wordt gedacht, dat de behoeften van ons volk vervuld kunnen worden door pret te maken en de mens zich te laten uitleven. Dan moet de zogenaamde kuituur bevorderd worden. Vergeten wordt, dat een volk er slechts wel bij vaart als de lusten van de mens worden ingetoomd. Maar hoe kan het ook anders, als vergeten wordt dat de mens dood gevallen is in zonden en misdaden. Als gemeend wordt, dat de mens kan worden opgevoed tot een gelukstaat hier op aarde? Ja, dan verwacht men het van de mens en door de mens.

Nu wordt mogelijk gedacht, dat die Zeeuwse briefschrijver het terrein van de politiek heeft verlaten en zich meer gesteld om een stichtelijke overdenking te schrijven. Zo is het toch niet. De bedoeling is juist om de samengang te schetsen. Het stoffelijke leven is niet los te maken van het geestelijke leven, ook al is het onderscheiden. Zal het politiek juist zijn, dan zal het gaan om de eer Gods; zal het bij een mens in het geestelijke goed zijn, dan zal het ook gaan om de eer Gods. Daarom is het één niet los te maken van het ander. Als het doel hetzelfde is, dan zal er overeenstemming zijn. Als de zogenaamde progressieven streven naar de verheerlijking van de mens, is het te begrijpen, dat zij de S.G.P. als tegenovergesteld zien.

Maar het is geen bezwaar, het is geen oneer, als zij de S.G.P.-ers verachten. Laat iedere S.G.P.-er er wel aan denken, dat als hij van die zijde wordt geprezen, het wat verdacht is. Het is nog niet zeker dat hij dan verkeerd doet of gedaan heeft, maar het eist wel onderzoek. Het kan meer tot voldoening leiden als er tegenstand van die zijde is. Och, als het maar vlak vcor God mag liggen, laat dan de wereld maar spotten en honen. Hiskia was er beter aan toe als hij de brieven voor Gods aangezicht mocht leggen, dan dat hij zijn schatten toonde. Hij was er beter aan toe als hij het met God waagde, dan door een zoeken naar achting vanwege zijn bezittingen. Laat dat on7e mensen tot sterkte mogen dien; n bij alle tegenstand. Mochten ook wij maar verwaardigd worden om met de noden tot God te gaan. Gewis, ons land en volk zouden er wel bij varen.

Uw Zeeuwse Brief schrift er

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 augustus 1959

De Banier | 8 Pagina's

Brief uit Zeeland

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 augustus 1959

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken