Bekijk het origineel

Calvijn

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Calvijn

14 minuten leestijd

X.

Reeds betrekkehjk vrij spoedig na Calvijns terugkeer in Geneve in 1541, deden zich geen kleine moeilijkheden voor — zo schrijft Beza. De pest brak er uit, de 'Wensmiddelen werden er duur. Reeds - in 1543 vorm-de zich een oppositiep'arlij, die tegen Calvijn optrad. Deze - P'artij - werd opgehitst en tot verzet aangespoord door een libertijnse bewegin-g •zowel vanuit Frankrijk 'als uit - Italië. Wat voor Calvijn 'aanleidinig was tot het schrijven van vier boeken 'Over de vrije wil tegen-Albert Pighe, 'de voornaamste hbertij'n en sofist van 'die dagen. In Geneve bestond bij het uitbreken en heersen van die pest - de 'gewoonte, dat men 'degenen, 'die 'door de pest aangetast en besmet waren, buiten de stad ia het 'zogenaamd-e pesthuis onderbracht. Begrijpelijk hadden - de 'aangetaste zieken bezoek en bijstand 'Van d; e 'leraairs noidig.

Drie - dienaren - des Woords waren het, die zich - daarvoor aanboden. Oaivijn, die door de raad, omd'at deze hem onmisbaar achtte, - daarvan •vrijgesteld was, Sebastiaan Oastellio en Pieter Blandhet, •van wie bij loting Castellio werd aangewezen. „Doch toen - deze met het bezoeken tahnde, zo verbood de ra'a'd en Blandhet zelfs — zo veirmeldt Beza — die 'de last op hem oam, tegen - dunk van Calvijn, m'eer te loten". Deze 'gang van zaken gaf de •vijaoden veel reden tot - allerlei 'laster. „In het jaar 1544 geviel - het, dat Sebastiaan Castellio — zo •vervolgt Beza — van wiens 1-ichtvaardigheid ik straks - gesprot ken heb, kwalijk tevreden 'zijn-de (gehj'k 'hij on-d-er 'de dekmantel van nederigheid met een dwaze eerzucht opgeblazenwas) dat Calvijn zijn beuzelinigen over 'de Franse 'overzetting v& a het Nieuwe Testament niet toagestem'd had, ao ra­ zend was, dat hij beval 'dat men het Hooglied Sal-om-ons, - als een vuil en ongeschikt gezang, uit 'de canon zou uitschrappen, en op de tegenstrevende leraars bitse lasteringen uitspoog. Zij, dat ni'Ct verdragend-e, riepen hem - voor do raad; - da-ar hij, gehoord, en als een lasteraar veroordeeld zij'nde, uit 'de stad gelbannen werd".

Het 'kan niet anders of heel 'deze gan-g van zaken met OasteUio mioet voor Galvij'n uiterst pijnlijk en bitter geweest zijn; wat hem echter niet belet heeft de pen op 'te nemen en voor de waaiiheid in het strijdperk te treden, waar hij in hetze-lf-de jaar 1544 onderscheidene gesdhriften geschreverii heeft.

Keizer Karel V had een jaar tevoren-een algemeen oonciUe beroepen om 'de geschillen inzake d© religie 'bij te leggen, waarbij hij 'beloofd had, - dat elk - der p'aa: --tijen daar even veel recht zou hebben. Paus Paulus III had, daarover ve-rtoomjd, een - scherpe 'brief aan de keizer geschreven, waarin hij in 'grote verontwaar-digin-g er zidh over - beklaagde, dat hij de ketters nevens 'de katth-ölieken-gesteld en verheven-'had.

Calvijn, van 'de pauselijke brief 'kennis bekomen hebbende, waarin de waarheid van het Evangehe 'aangerand was, heeft de paus beantwoord met een schrijven, waarin niet alleen zijn 'grote kennis eni geleerdheid klaar aan 'de dag treden, m'aar de - paus 'OOk grondig met beroep op Gods Woord weerlegd is igewoid'en. Oio'k heeft hij in hetzelfde jaar een geschrift uvei „de noodzakelijikheid van het reformeren van de kerk van het pausdom" aan 'de keizer en de Duitse vorsten, 'Op de rij'ksdag te Spiers bijeen, geschreven. En 'OO'k 'bij 'geschrifte de wederdopers en libertijnen nog tevens bestreden.

De koninigin van Navarre 'had zijn schrijven tegen de libertijnen Calvijn uiterst kwahj'k 'genomen, want izij was dioor Quinüjn en Porquet, twee voom'am© libertijnen, 'die Ga'lvijn met name bestreden had, 'ZO ver vervoerd, - dat zij, onbewust van hun •verderfelij'ke leer, hen voor vrome mannen-hield en zich inbeeldde, dat zij ook zelf door Calvijn was aangevallen. Hetwelk, als Calvijn dit vernam, voor hem oorzaak geweest is 'om haar te schrijven, en dit met zulk een beleid - gedaan 'heeft, dat hij, haar - koninfclijks waardigheid en de - door haar bewezen weldaden aan Gods fceak gedenkende, 'haar evenwel 'onbesohroom-d en 'oprecht haar - al te grote 'onvoorzichtigheid in het toelaten van zodanige mensen 'berispt heeft, 'hetgeen ite langen leste no'g veroorzaakt heeft, 'dat deze mannen, •die in Frankrijk al menigeen verleid hadden, uit Frankrijk 'gewezen werden.

in 'de fcom-ende jaren zouden Calvijn nog zeer - veel zwaardere - strijd en hardere beproeving te wachten staan. In 1544 stel-'de, met instemming van de raad daartoe d'Oor 'deze 'aangezocht, Calvijn ©en plan op voor de invoering •van - de linnenweverij, 'd'at, ten uitvoer gebracht, de welvaart in Geneve 'zeetr 'deed toenemen, ook al omidat bekwame vaklieden, in hun landen •vervolgd, naar Geneve kwamen en aJ'daar deze nijveAeid mot raad en daad in goede banen wisten te leiden!. Ook werd hij in dat jaar door de raad benoemd tot medelid van een kommissie, welke toezicht 'bad te boudsn op de chirurgen.

Het jaar 1545 ging, wat de strijd an Geneve zejf betreft, vrij rustig voorbij. Al werd Calvijn zelf in dat jaar bijzonder pijnlijk getroffen, zoals Beza dit beschrijft, , , door die deerlijke en onmenselijke moord, die het piarlement van Guiense beging tegen de Waldenzen, weUce rampen Calvijn zo veel te harder troffen, omdat 'hij velen van de vluchtelingen naar Gsnève in het begin door brieven en bekwame herders in de zuivere leer des Evangelies onderwezen en door zijn bemiddeling bij de Duitse vorstien en Zwitserse steden van dreigend gevaar verlost haid".

Middelerwijl stierven er ia de stad vele igodvrezenden door de pest. Hierbij kwam nog, v/? .t Calvijn ook 2»nder enige twijfel met droefheid vervuld moet hebben, dat sommigen in Frankrijk uit vrees voor vervolgingen zó ver gingen, dat zij varkondigden, dat degenen, die de waarheid toegedaan waren, niet zondigden als zij de kerk van Rome bezochten, omdat zij' daar aiïïeen maar met him lichaam aanwezig waren. Dit deed Oalvijn naar die pen grijpen en hen, die Oalvijn als al te streng in zijn opvattingen veroordeelden, in een gesohrift bestrijden, en dit mjet zodanige redenen en met beroep op de kerkvaders en de voornaamste godgeleerden uit zijn daden, als Melanchton, Bucer en Pieter Martyr, dat, zoals Beza het uitdrukt, „van die tijd af alle vromen een walg hadden van de naam van nicodemieten, want zo werden die dwaalgeesten genoemd, 'omdat zij met het voorbeeld van die heiHge man hun dwalingen bemantelden".

Het volgend jaar zou de strijd tegen Calvijn, door de libertijnen verwekt, losibïteken. Een aanzienlijk burger van Geneve, met name Pierre Ameaux, overtrad de in Geneve ingevoerde wetten openlijk en driest 'op een uittartende wijize. Hij werid met zijn hem gelijkgesdnd© vrouw in de gevangenis gezet, maar door de raad van tweehonderd, in weerwil daarvan, tegelijkertijd in de regering gekozen. Calrvijn verlangde, omdat Ameaux hem openlijk van een valse leer besdhulidigd had, dat zijn besdhuldiging onderzocht zou worden, en wanneer deze beschuldiging vals bevonden zou worden, dat Ameaaix in het openbaar zijn verontsohvildiging zou aanbieden. De raad hief na langdurige beraadslagingen de op Ameaux gedane keuze op en veroordeelde hem tot de door Calvijn verlangde openbare schuldbekentenis, weïïce Ameaux ook afgelegd heeft.

Een voor Calvijn nog geduchter tegenstander veiihief zidh ongeveer gelijktijdig tegen hem, namelijk Ami Perrin, die destijds als afgevaardigde naar Straatsibuiig door de raad gezonden was om Oalvijn tot terugkeer in Geneve te verzoeken. Deze trad thans openlijk op als het hoofd en de leider van degenen, die zich tegen de zedewetten verzetten. Ofscihoon hij de funktie van een oppeAoofdman van de republiek en spoedig daarop die van een syndicus bekleedde, werd hij vanwege zijn deelneming aan een dansverm'akelijkheid in april 1546 gestraft. Zijn schoonvader, FaiTe, die tot Calvijns meest verbitterde vijanden behoorde en door zijn haat Perrins vrouw beïnvloed had en beïnvloedde, werd evenals zij in de gevangenis gezet.

Toen 'dit plaats greep, riep hij Oalvijn toe: „Ellendig mens! gij wilt de Farres ten 'gronde richten en ons bloed drinken. Wees er zeker van, gij zult nog vóór ons Geneve verlaten moeten". De verbittering van Calvijns vij'anden

was tot een hoogtepunt geklommen. In de raad van tweebon'derd waren de par­ tijen vóór en tegen Calvijn even sterk. De libertijnen, de zich van hun ovenwmning zeker waanden, 'Overtraden de wetten 'door openbare ongdhoorzaamheid. Zij lieten niet na zelfs 'de honden tegen Oa'lvijn 'Op te hitsen. Beza schrijft dienaangaande: „Zo verhief 'de boosheid van sommige Godvergeten zielen 'ZO h'OO'g, dat zij, hun opperkleed 'kruisgewijs snijdende, elkander daaraan kennende, de naam van Calvijn op hun honden plakten, anderen voor Calvijn Cain zeidten". De libertijnen zetten het volk op allearlei •wijze op tegen Calvijn en diens zedewetten. In 1547 werd een burger van Geneve, Jaques Gru'Ct, volgens 'de in Geneve bestaande rechten, waarbij de doodstraf gesteld was op openbare godslastering en openbare aanvallen op de waarheid, ter dood veroordeeld, onder meer omdat men bij hem papieren gevonden had, welke 'de gruwelijkste lasteringen 'tegen Christus inhielden en die een plan tot een tegen Calvijns leven gter riehte samenzweriu'g schenen te bevatten. Een gebeurtenis, welke zowel buiten als binnen Geneve de 'libertijnen aangrepen om de woede van het volk tegen Oalvijn op te wekken. Deze was dan ook zo groot, dat niet alleen de honden tegen hem 'Opgehitst zijn geworden, m'aar ook, dat toen hij met enkelen zijner medestanders zioh in plechtige optocht naar de raad van tweeibonderd begaf om de nakoming van de zedewetten van 'de raad te verlangen, hij m'et woest en wüd geschreeuw door een grote 'hoop volcs werd lastig gevallen, welke hem heen en weer trok en met de dood bedreigde, In de raadsvergadering scheen het tot een handgemeen te komen, doch het gelukte Calvijn door zijn bezadigd optreden 'dit te voorkomen, zodat het niet op een vechtpartij en ook niet op bloedvergieten luittep 'en hij zelfs 'do> ar een toespra'ak een verzoening wist teweeg te brengen, terwijl 'de ra'ad hem liet heengaan met hem een geschenk aan te bieden en de belofte zijn traktement te zuUen 'veih'ogen, waarom het Calvijn in het 'geheel niet te doen geweest was.

Doöh 'de verzoening duurde niet lang, daar de verkiezingen van 1549 ten gunste van Calvijns tegenpartij uitvielen en een nieuw strijdpunt het konfl'ikt verscherpte. De strijd spitste 'zich toe op de vraa'g, of de raad of de kerk het reeht tot ejdkommunikatie had uit te oefenen. Een Bd van 'de regering, Phalibert Berthelier, 'wiens vader 'zioh voor de bevrijdin'g van de stad in een vroegere tijd zeer verdienstelij'k 'gemaakt had en in de stiijd voor de bevrijiding zijn leven had ingezet en daarbij verloren had, werd hel Avondmaal ontzegd om versdhiHende redenen, mede omdat hij weigerde het reeht tot exkomm'uni'ka'tie 'door de kerk te erkennen. Hij wendde zich tot de raad, die 'het 'besluit van 'de kerk annuleerde en beval 'dat Bertihelier tot het Avondmaal zou toegelaten worden. Oalvijn verklaarde echter liever te auHen starven 'dan in deze de raad igehooi"zaam te zullen zijn. Hij legde deze verklarin'g af in een raadsvergadering, waarin hij in indruk te maken, het goede redht der een rede, die niet naliet op de raadsleden kerk 'om alleen over exkommunikatie te kunnen 'beschikken, uiteenzette en met een luide stem God en Zijn heih'ge engelen tot getuigen aanriep, dat hij liever zou sterven dan 'op sohaamteloze •wijze het Heilig Avondmaal te laten onthefligen. Wat er stellig toe bijgedragen heeft, dat 'de raad op het laatste 'Ogenblik Berthelier heeft weten te bewegen zich van het Avondmaal te onthouden en hem bewoog om in een raadsvergadermg van 1555 de juistheid van Calvijns opvatting te eiikennen.

In deze valt Ca'lvijns standvastigheid en 'de 'hem 'geschonken 'liefde tot de waarheid en het heil van Gods kerk te meer te 'bewonderen, 'dewijl de kerken van

Zurich, Bazel en Sohaffhausen zioh gehoed 'hadden, naar 'hun oordeel over deze kwestie gevraagd, 2dch ten gunste van Calvijn uit te spreken.

Echter was Oalvijn in 'zo verre gelukkig te prijzen, dat in 1555 zijn aanhang in de raad versterkt was, en dit 'door de toeneming van 'de uit andere landen ivoor de inquisitie gevludhten, die, als zij Geneve in het gezicht 'kregen, meennalen op hun knieën neervielen en de Heere er dank voor brachten, dat het (gelukt was cm 'aan 'de vervolgingen van Rome's inquisitie te ontkomen en straks in Geneve te 'Zu'Uen zijn, waar zij door Calvijn liefderijk werden 'o^ntvangen. Alleen in de betrekkehjk korte tijd van 1549 tot 1554 hadden 1376 vluöh'telingen zich in Geneve m'Ogen vestigen, waarvan meer dan de helft 'het burgerrecht verkreeg, die allen Calvijn onvoorwaardelijk steun'den en hem zijn zedewetten hielpen uitvoeren, terwijl 'de lib'Crtijnen eensdeels door hun overm'oed en 'anderdeels door hun famüieheersdh'appij zjioh bij velen amgehefd hadden gem^aakt. De libertijnen was de toelating 'der vreemden en het ver-'krijgen van het burgerrecht een doom in het oog. Zij 'klaagden, 'dat, in weerwil dat 'Ook door de komst van de vreemdelin'gen' de welvaart in Genè've was toegenomen en zowel het geestehjke als hel zedeHj'ke leven mede daardoor aanzienlijk verbeterd was, de eigen arm'en van Geneve ten achter gesteld werden bij de vervulling van 'de noden der 'vreemidelingen. Doch 'Calvijn wist te bereiken, dat in enkele 'zitting van de raad in 1555 een aanzien'lij'k aantal vreemdelingen het 'burgerrecht veAreeg, waardoor de veikiezing van de grote raad voor hem gunstig uitviel.

Dodh alvorens het zo ver kwam, heeft Oalvijn een zware strijd moeten strijden, waarvan wij in dit artikel reeds het één en ander medegedeeld hebben en in een volgend artikel nog meer wensen mede te delen en aan 'de hand van Beza's ge-• .sdhrift nog iels zullen gaan weergeven. In 1546, zo deelt deze mede, wist Perrin het zo ver te brengen, dat door zijn opruaerijen 'op zekere tijd iemand uit de raad in een vole vergadering van het volk Calvijn over zijn valse leringen berispte, „zo men meent opgehitst •wezende van de twee andere 'leraren".

„Om dit igebas — zo vervolgt Beza — bekommerde Cal'vijn zich niet. E'venwel, men loept de anderen voor het gerecht. En 'de zaak bekend zijnde, men veroordeelt hem als •een lasteraar, men zet die •twee valse herders van hun dienst af en men ontzegt him het verblijf in de stad.

De boze Perrin warde al voort, ruide zijn ma'kkers 'op en porde hen aan het uiterste te wagen, zodat hij eindelijk na veel woelens luit de raad 'gewoarpen en •van zijn 'kapiteinschap ontbloot werd. In. middels nam de 'kerk te Geneve zeer toe hetwelk, gelijk het de duivel en de goddelozen wonderlijk verdroot, alzo bemoedigde 'het Oalvijn, 'die de bannelingen om Christus' Naam vast onth'aalde, wonderlijk aan, zodat de goddeloosheid der razende mensen door zijn vlijtigheid, h'oewel niet geheel uitgedoofd, tenminste voor een tij-d gesmoord werd. En voorwaar, hij had wel wat stüstand •van doen, inzonderheid 'dewijl hij in die tijd ook zijn h-udsvrouw 'door de 'do'od ver. l'oor; welk verhes evenwel hij zo standvastig verdroeg, 'dat .hij ook hi'erin een bij'zonder voorbeeld van kloekm'Oedighei'd aan de kerk 'gegeven heeft". „In 1549 — ZO schrijft Beza — is met grote toejuiching van al 'de Zwitserse kerken een akkoord 'gesloten, hetwelk Bulhn'ger inzonderheid met Cal-vijn, en de kerk van Zurich mei die van Geneve meer en meer veiknocht heeft. En zo is dat jaar, in vergehjkiu'g met andere jaren, gelukkig doorgebracht, welker geheugenis mij te 'hever is, om'dat het mij een aanvang geweest is tot kerkelijke bedieningen, 'die van Laus!anne, door aaurading van Oa'lvijn, mij in haai kerk beroependte".

Het ïddco'ord, waarover Beza schrijft, betreft het Heüig Avondmaal. „Het volgende jaar — zo merkt Beza verder 'op — was, zo veel de kerk aangaat, •vreedzaam genoeg. Ook "werd toen besloten, dat de leraars niet alleen in hun predikaties, die van sommigen versloft, van sommigen met weinig - vruoht gehoord werden, maar ook op zekere tijd des jaars de bijzondere huisgezinnen, vergezelsch'apt door een ouderling en stadsdienaar, onderwezen en van een ieder rekenschap 'des geloofs afeisen zouden, en 'het is bijnia 'onigelooHijk hoe grote 'vruchten dit heeft afgeworp'en". 'Men schafte toen 'Ook aïïe feestdagen af, behalve de Kerstdag, waardoor velen zo verbitterd waren, dat 'zij zeiden, dat Calvijn de zondag zelfs afgescliaft had. Dit gaf Oalvijn gelegenheid om zijn boek van de Ergernissen te sdhrijven. „Dooh 'de gerustheid van 'deze twee jaren werd haast gestoord door de onenigheden van het volgende. Want, behalve de dood van Calvijns bijzondere vriend Bucer, zo stak (in 1551) 'de goddeloos'heid der oproeriigen zo veel te hefti'ger op a'ls zij lange 'gesm'oord hiad geweest".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 augustus 1959

De Banier | 8 Pagina's

Calvijn

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 augustus 1959

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken