Bekijk het origineel

De Troonrede

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De Troonrede

12 minuten leestijd

Leden der Staten-Generaal!

In tegenstelling tot de internationale toestand, die nog steeds reden tot ernstige bezorigdheid geeft, stemt 'de gang van zaken binnen het 'koninkrijk tot voldoening en dankbaarheid. Tussen de delen van het koninkrijk bestaan hechte banden en het beleid van de regering is bij voortduring op versterking van de goede betrekkingen tussen de 'landen van het koninkrijk gericht. Zij is zich daarbij ten volle er van 'bewust, dat in de nieuwe rechtsorde, die in het Statuut voor het Koninkrijk gestalte heeft verkregen, de onderlinge eerbiediging van het eigen wezen van de landen voorop staat. Met dit uit'gan'gspunt voor ogen werken de landen samen wanneer zulks strekt ten voordele van het koninkrijk of van één van de delen en achten zij zich geroepen te helpen wanneer bijstand nodig is voor verbet'ering van het welzijn van de rijksgenoten in een ander land van het koninkrijk.

Teneinde meer reliëf te geven aan het eigen karakter van de betrekkingen tot Suriname en 'de Nederlandse Antillen is het ministerie van Zaken Overzee opgeheven en is de noodzakeHjke koördinatie van de aangelegenheden, dez» landen betreffende, opgedragen aan de viceminister-president.

Met betrekking tot Nederlands Nieuw-Guinea blijft het beleid onveranderd gericht op het doel om de bevolking van dit gebiedsdeel, zodra dit mogelijk zal zijn, over haar eigen politieke status te doen beslissen. De regering zal a'Ue praktische mogehjkheden aangrijpen, welke dit doel kunnen bevorderen even­

als die, welke tot de ontwikkeHng van dit gebied kunnen bijdragen. De goede verstandhouding met Australië zal ongetwijfeld tot die ontwikkelin'g bijdragen. Een hervorming van het voor Nieuw-Guinea geldende publiek recht zal, met dit do'cl voor ogen, worden ter hand .genomen.

In de wereld van vandaag, waarin gevaarlijke tegenstellingen van ideologische en materiële aard helaas onverminderd voortbestaan en telkens ernstige spanningen oproepen, is ons koninkrijk gehouden zijn eigen bijdrage te leveren in het gezamenlijk s'treven naar vreedzame verhoudingen.

De gesprekken die dezer da; gen zullen plaats hebben, nu op initiatief van de president van de Verenigde Staten, zijn — op wereldniveau — een belangrijke poging tot ontspanning. Zij zullen, voor zover afhankelijk van de westelijke landen, S'Iechts een inleiding kunnen zijn tot een werkelij'ke ontspanning, indien die landen gezamenUjk, en ieder land voor zichzelf, bereid en in staat zijn, innerlijke kracht en solidariteit op te brengen. Bij het streven naar een gewaarborgde vrede zijn het voortbestaan van een miHtair evenwicht en het versterken van de sociaal-economisch© kracht van de westelijke landen onmisbare voorwaarden. Even noodzakelijk tot bescherming van de vrijheid der mensen is het verdi'epen van de politieke samenwerküi'g van het westen.

De onafhankelijkheid en veiligheid ook van ons land en volk zijn verankerd in het Atlantisch bondgenootschap. Het beleid blijft er dan ook op gericht aan de gezamenlijke verdediging in Atlantisch velband naar beste vermogen bij te dragen.

Met dit uitgangspunt voor ogen wordt de toekomstige personele en financiël© defensie-inspanning onder ogen gezien; een nota dienaangaande zal in het komende parlementaire jaar aan u worden aangeboden, zodra in NAVO-verband de daajvoor noodza'kelijke .gegevens ter beschikking staan.

In de nieuwe Europese Gemeenscha'ppen ziet de regering de drijvende kracht voor een verd'ere ontwikkeling van de eenheid van Europa, dat historisch een eigen taak en verantwoordeHjkheid heeh. Daarom blijft het beleid bij voortduring gericht op een voortvarende uitvoering van de verdragen van Rome en op een veadere versterking van dez» gemeenschappen. Daarenboven is de goede ontwikkeling en funktionering van de Euromarkt van grote betekenis voor een groeiende welvaart van ons land in de toekomst. Het stemt dan ook tot voldoening, dat, ongetwijfeld mede als 'gevolg van het in werking .treden van de Europese Economische Gemeenschap, de onderlinge handel tussen de zes landden sinds de aanvang van dit jaar, ook relatief, aanzienlijk is toegenomen.

In de loop van het volgende jaar za)l een tweede verlaging van douanetarieven in het kader van de Euromarkt worden doorgevoerd. De regeriag spreekt de hoop uit, dat deze tariefs verlaging tot de andere landen van d» Organisatie voor de Europese Ekonomische Samenwerking zal kunnen worden uitgebreid, opdat het ontstaan van, een kloof tussen twee groepen landen worde vermeden. Haar streven zaj dan ook ernstig gericht zijn op de totstandkoming van een bredere Europese ekonomisohe associatie tussen de in voorbereiding zijnde vrijhandelszone van de zeven en de Europese Ekonomisohe Gemeenschap.

De groeiende Europese samenwerking heeft, naar in de praktijk is gebleken, het pohtieke belang van de Benelux en het gezamenlijk optreden in Europees verband met België en Luxemburg nog vergroot. Op de weg naar een sterke Benelux moeten nog moeilijkheden worden overwonnen. Daarvoor een oplossing te vinden is meer dan ooit geboden en de regering zal dan. ook alles doen wat in haar vermogen ligt om dit te bevorderen.

De vraagstukken voortspruitende uit de achtergebleven ontwikkeling van een belangrijk deel van de wereld hebben een dringend karakter. Ten dienste van de verbetering van internationale verhoudingen zal ook ons land, met name als lid van de Verenigde Naties, bereid moeten zijn, in toenemende mate aan de oplossing van 'die vraagstukken mede te werken.

De ekonomische ontwikkeling üi ons land mag in menig opzicht gunstig worden genoiemd. Produktie en werkö gelegenheid hebben, na de teruggang van het vorige jaar, een peil bereikt dat hoger is dan dat, hetwelk bestond voordat de moeilijkheden van 1956 en 1957 begonnen. Ondanks de sterke aanwas van de beroepsbevolking is de werkloosheid in aanzienlijke mate gedaald. De betalingsbalans vertoont tot op heden een gunstig verloop; d© goud-en deviezenreserve is op een aanvaardbaar niveau gekomen.

Het beleid, dat de regering zich voorstelt in deze situatie te voeren, is in de Tweede Kamer der Staten^Jeneraal mtvoerig ter sprake gekomen ter gelegenheid van het overleg over de nota inzake enkele hoofdpunten van het te voeren sociaal-ekonomisch beleid. Het blijft het vaste voornemen zowel om voort te gaan met die verwijdering van kunstmatige elementen uit oxs ekonomisch bestel, als om bij te dragen tot een verantwoorde verdeling van die vruchten van de economische vooruitganig. De vrijere loonvorming, waaraan die regering op principiële en praktische gronden grote waarde hecht, heeft een aanvang genomen. Indien de in overleg met het bedrijfsleven terzaifce vastgestelde regelen nauwgezet door werknemers-en werkgeversorganisaties worden in acht genomen, zal dit nieuwe beleid aan zijn doel beantwoorden en het gevaar voor een nieuwe over­ spanning worden vermeden.

Ook het begrotingsbeleid moeit in het teken van de huidig© ekonomische situatie worden gesteld. Van d© begro-, ting voor het dienstjaar 1960 mag ©en remmend effekt worden verwacht op de thans duidelijk waarneembare versnelde uitzetting van de bestedingen. De uitgaven vertonen in vergelijking met het nationale inkomen e©n daling ten opzichte van het jaar 1959. Het beroep, dat de overheid zal moeten doen op de kapitaahnarlot is niet van een zodanige omvang, dat daaruit belangrijike spanningen op deze markt zullen voortvloeien. De konjunkturele toesitand 'brengt voorts met zioh mede, diat stimulering van de bestedingen door vermindering van de belastiogdruk zeer beperkt moeten blijven.

Op het gebied van de belastingtarieven zal derhalve moeten worden volstaan met een, overigens dringend geboden, verlaging van het tari'sf van die loonen iökomstenibelasting voor ongehuw­ den. Gezien ook de doorwerking in het volgende jaar van de mat ingang van dit jaar getroffen maatregelen op hist gebied van de investeringsaftrek en de vervroegde afschrijving zal een verdere vermindering van de feitehjk bestaande belastingdruk niet kunnen plaatsvinden en zullen mitsdien de laatstehjk voor 1959 verlengd© betetingmaatregelen ook voor het komende jaar moeten worden gehandhaafd.

Als uitvloeisel van het terzake in d© Tweede Kamer der Staiten-Generaal gevoerde overleg zal spoedig ©en wetsvoorstel worden ingediend tot verhogni'g van de huren met ingang van 1 april van het volgend jaar. Te zamen met de voorgenomen vermindering van de woningbouwsubsidie zal ook aldus een stap vooruit worden gezet op de weg naar op dit gebied meer normale toestanden.

De woningnood, met name in de sektor van de arbeiderswoningen en de goedkope midden-stands woningen, is overigens nog van zodanige omvaog, dat hier bijzondere waakzaamheid en zorg geboden blijven. De regering overweegt maatregelen tot onderstemiing van het streven om de partikuliere woningbouw meer dan tot dusverre op de bouw van deze woningen te richten.

Binnen het geheel van de nationale valkshuishouding zal de regerüi'g haar beleid richten op ©en ontplooiing van land-en tuinbouw. Zij zal bijzondere aandacht wijden aan het landbouwondorwijs en hot landbouwkundig onderzoök, zomede aan een verbetering van de bedrijfsstruktuur en de exitem© produktieomstandigheden.

Ook het garantiebeleid zal in toenemende mate worden gericht op het stimuleren van een ekonomisch verantwoorde produktie. Daarnaast zal het garantiebeleid blijven afgestemd op redelijke producentenprijzen voor die landbouwprodukten, die in het bijzonder de gevolgen ondervinden van het gebrek aan standvastigheid der internationale marktverhoudingen en die tevens voor de inkomensvormirug in de landbouw van wezenlijk belang zijn.

Met betrekking tot het Reactor Centrum Nederland te Petten bestaat d© verwachting, dat de onderhandelingen inzake - een samenwerking met Euratom tot een bevredigend resultaat zullen leiden. Daarnevens blijft die regering de verdere ontwiklceling van het kernfysisch onderzoek, met name bij het hoger onderwijs, alsmede de industriële toepassing daarvan krachtig bevorderen. De over het algemeen evenwichtige groei van onze volkshuishouding doet de regering niet het zicht verliezen op de, zo belangrijke, struktuur-politieke vraagstukken. Reeds in het algemeen vereist de sneEe aanwas van de bevolking en haar spreiding over het grondgebied van ons land het treffen van planologische ©n bestuurlijke maatregelen, welke van het hoogste belang zijn. Bepaalde 'delen van het iand ondervinden daarenboven, uit 'een oogpunt van een evenwichtige welvaartsontwikkeling, bijzondere moeilijkheden, waarmede in het beleid rekening zal worden gehouden. Zo heeft de industriespreiding de ernstige aandacht van 'de regering, omdat vooral langs deze weg de oplossing moet worden gezocht voor het in die 'streken bestaande vraagstuk van de strukturel© werkgelegenheid, alsmede voor de moeilijkheden, welke in het westen 'des lands in toenemende mate voortvloeien uit de bevoUcingsdichtheid en de konoentraitie van de bedrijvigheid aldaar. De regering zal daarom de vestiging en - de uitbreiding van industrie in de noordelijke provincies alsook in de andere probleemgebieden met 'kracht bevorderen. Daartoe is zij bereid de nodige financiële steun te verlenen voor het in versneld tempo tot uitvoering brengen van ©en pro­ gramma van werken, dat blijvend verbeterirtg kan brengen dn het indxistriële vestiginigsiklimaat aldaar. Eén en ander kan uiteraard niet beperkt bHjven tot de industrie. Ook andere welvaartsbronnen zullen, waar nodig, tot verdere ontwikkeling moeten worden gebracht. Daarbij zal niet uit het oog worden verloren, dat de algemeen maatschappelijk© en kulturele begeleiding vsax bovenbedoelde akiiviteiten omnisbaar is voor de harmonische ontwikkeling van deze gebieden.

De aandacht blijft gevestigd op de noodzakelijkheid om de vooraanstaande positie die de Nederlandse zeehavens in West-Europa innemen te handhaven en, zo mogeUjk, te versterken, waartoe niet alleen vergroting van het havenareaal, doch ook verbeteririig van de 'toegangen uit zee en de verbindingen m'et bet achterland geboden is.

Op sociaal gebied blijft de regering streven naar een verdere voltooiing van het stelsel van sociale zekerheid. Daarbij zullen de verzorging en de revalidatie van langdin-ige zieken in stijgende mate aandacht vragen.

Aan een wijde verbreiding van diuurzaam persoonHj'k bezit, en met name van produktief bezit, hecht de regerin'g bijzondere waarde. Zij is van oordeel, dat niet kan worden volstaan met 'Oen spoedige afwerking van de onderhanden regelingen, maar dat de tijd 'thans rijp is om tot een verdere uitbou'w van het bezitvormingsbeleid over te gaan. Zij stelt zich voor het terzate in de eerstkomende jaren te voeren 'beleid, daaronder begrepen een aanduiding van de daartoe te reffen financiële en fiskale maatregelen, op korte termijn in een afzonderlijke nota aan u voor te leggen. Een vraagstuk van andere aard, dat in een sterk ontwikkelde volkshuishouding als de onze wordt opgeroepen, is dat der voortschrijdende centralisatie.

De regering acht het bewust verminderen van bestaande en het tegengaan van verdere centralisatie in het bestuursapparaat van het hoogste belang, met name or» grond van de aan dit 'verschijnsel verbonden bezwaren uit een oogpunt van veranitwoordelijkheid van de burgers. Zij is er van overtui'gd, dat decentralisatie tot een versterking van ons demokratisch bestel zal kunnen bijdragen.

Voortbouwende op de reeds verrichte, waardevolle, arbeid stelt de regering zich voor de grote onderneming van het tot stand brengen van een nieuw Burgerlijk Wetboek met kracht voort te zetten. Ab partiële vwjziging van bestaande wetgeving zal zij op korte termijn een wijziging van de Loterijwet aan de orde stellen.

Over de vraag in hoeverre ©en herziening van het vermootschapsreoht g'©wenst 'is zal de regering zidi doen voorlichten door een staatskonunissie.

Voor de vorming en d© ontwikkeling van de persoonlijkheid van de mens zijn het onderwijs en de 'kultuur van uitnemend belang. De regering 'besteedt daarom grote aandacht aan de uitbreiding en verbetering van het onderwijs, waarbij vooral de voorziening in de behoefte aan docenten ©n de bouw van scholen haar zorg hebben. Ook van u z: al in het komende jaar veel aandacht worden gevraagd voor het onderwijs ea met name voor de onder\'vij.swetgeving; dat geldt niet aUeen voor de grote wetsontwerpen tot regeling van het voortgezet onderwijs en van het wetenschappelijk onderwijs, maar ook voor een aantal andere onderwerpen, die nog op behandeling wachten.

In het bewnstzijn van de grote waarde, dde radio en televisie in stijgende mate knnnen hebben, is besüoten tot uitbreiding van de televisiezendtijd. Waak. zaamheid is geboden, opdat 'de toeneming van de materiële welvaart de in de hedendaagse maatschappij dreigend» verzakelijking niet versterke. Veeleer behoort zij dienstbaar te zijn aan d© 'ge», telijke v©rheffing van ons volk. In dit verband ware o.a. te deniken aan maatschappelijk werk, aan keimisneming van ons oude kultuurbezit en van uitingeu van hedendaagse kunst en aan een zn> volle vrijetijdsbesteding, waaronder d« sport. Van bijzonder belang voor de toekomst van ons volk is daarbij een verantwoorde vomxinig van de jeugd. De regering is van 'de ingrijpende betekenis van deze kant van ons volksleven doordrongen. Voor zover het op haar weg ligt zal zij hier stimulerend optreden.

Niet alleen de vraagstukken, welke ik zoeven heb aangeduid, maar ook vele andere zullen in het komende zittingsjaar uw aandacht en werkkracht wagen. De ingewikkeldheid en oniderünge verwevenheid er van zullen uw besluitvorming veelal tot een moeilijke m-aken. Moge uw arbeid, waarbij vele en gevarieerde belangen moeten worden overwogen en behartigd, worden verhcht door het diepe bewustzijn van het voorrecht, dat regerin'g en Staten^Generaal ten dienste van het welzijn van ons volk in vrijheid werkzaam zijn. En mogen zo ook aan ons volk de offers, die het, gezamenlijk met de andere westers© volken, bij voortdurin'g voor die nationale vrijheid moet brengen, minder rwaar vallen door een levend bes'ef van dat hoge goed.

Met de bede, dat God u in het komende zittingsjaar moge s^terken 'bii de ver-'Tillinig van uw moeilijke en verantwonr. delijke taak, verklaar ik de gewone vM-"•ing der Staten-Generaal geopend.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 september 1959

De Banier | 8 Pagina's

De Troonrede

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 september 1959

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken