Bekijk het origineel

De miljoenennota

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De miljoenennota

6 minuten leestijd

De miljoenennota werd in de eerste vergadering van de Tweede Kamer, zoals dit gebruikelijk is, door de minister van Financiën, Prof. Dr. J. Zijlstra, bij de Tweede Kamer ingediend. Zij behelst de mededelingen ovei de •cntwerp-begroting 1960.

Deze begroting vertoont een beeld van de uitgaven, welke overeenkomstig deze begroting ƒ 9.002.000.000.-zullen bedragen, waarvan ƒ 7.240 miljoen bestemd is voor de lopende uitgaven.

De middelen worden geraamd op ƒ 8280 miljoen. Het nadelige saldo is derhalve ƒ 792 miljoen. Door de additionele voor­ zieningen, die zowel ten laste als 'ten bate van de begroting komen, zal het tekort stijgen met ƒ 169 miljoen, ZMdat het uiteindelijke tekort volgens raming ƒ 951 miljoen zal bedragen. In vergelijking van dit nadelige saldo met dat van de vermoedelijke uitkomsten van 1959 — ƒ 1850 miljoen — dan is, vooral door de snelle ekcnomische vooruitgang, het tekort ongeveer gehalveerd, wat op zichzelf wel mooi is, maar toch, waar er zulke geweldig hoge bedragen in het geding zijn, nog niet heel veel te betekenen heeft.

Minister Zijlstra heeft tegelijk met de in- diening van de miljoenennota twee wetsontwerpen ingediend betreffende fiskale voorzieningen. Het eerste is het voorstel van wet voor de ongehuwden, dat in de Troonrede werd aangekondigd, waarin hun 'belastingtarief verlaagd wordt, het andere bevat esn regeling tot verlenging met een jaar van de tijdelijke belastingvoorzieningen. In het laatste wetsontwerp is een aantal ibelastingvoorzieningen opgenomen ter bevordering van fusies van ondernemingen.

De regering acht het wenselijk, zo werd in de miljoenennota oog eens verklaard, dat de belastingen niet verder worden verlaagd. De snelle ©konomische groei zal esn toenemend beroep van het bedrijfsleven op de kapitaalmarkt met zidh brengen. De gestegen middelen dienen naar hot oordeel der regerrn.g dan ook te worden aangewend om het geraamde tekort zo klein mogelijk te houden, zodat zij ter financiering geen te zwaar (beroep op de kapitaalmarkt behoeft te doen.

Naar raming zal de kompensatie door de verschillende maatregelen, welke voortvloeien uit de aangekondigde huurverhoging van 20 procent en de afschaffing van de konsumentensubsidies op melk ongeveer ƒ 65 miljoen aan kompensatieuitkeringen kosten.

Een loonsverhoging in het kader van vrijere loonpolitiek is nog niet in de nieuwe begroting verwerkt. Daar staat echter tegenover, dat ook de grotere belastinginkomsten als gevolg van de vrijere loonpolitiek niet in de cijfers zijn berekend. Wel merkt minister Zijlstra op, dat een loonsverhoging van 1 procent het rijk ongeveer ƒ 25 miljoen gaat kosten.

In de periode van 30 juni 1958—30 juni 1959 is de staatsschuld toegenomen met ƒ 648 miljoen. De binnenlandse scihuld steeg met ƒ 982 miljoen en de buitenlandse schuld liep met ƒ 234 miljoen terug.

De grote toeneming van de binnenlandse schuld werd vooral veroorzaakt door de plaatsing van drie staatsleningen ter dekking van het begrotingstekort over 1959. Het ging hier om een aanzienlijk bedrag van ƒ 850 miljoen. Het ibedrag van bet schatkistpapier in omloop steeg met ƒ 611 miljoen tot ƒ 4350 miljoen. In dit bedrag is ƒ 362 miljoen begrepen aan het bij de Nederlandse Bank ondergebracht schatkistpapier ter financiering van de overneming van de bank van de navorderingen en schulden, voortvloeiende uit de likwidatie van de Eurt> pese Betalingsunie.

Er vond tot een bedrag van ƒ 297 miljoen aan "buitenlandse schulddelging plaats. Door wijziging van de koersverhouding tussen dollar en gulden kon de tegenwaarde van de S% dollarlening 1942 ƒ 1 miljoen lager worden gesteld. Tegenover de toeneming van de staatsschuld met ƒ 648 miljoen stond een stijging van de likwide middelen en vorderingen op korte termijn met ƒ 111 müjoen. De resulterende netto-mutatie ad ƒ 437 miljoen kan globaal in veAand worden gebracht met de begrotingsontwikkeling op kasbasis.

De totale rentelast van de nationale schuld zal üi 1960 stijgen met ƒ 54, 8 müjoen tot ƒ 637 miljoen.

De verlaging van de belasting voor ongehuwden zal naar raming ƒ 85 miljoen van de scihatkist vorderen. In de memorie van toehchting op het wetsontwerp, waarbij de verlaging van het Ibelastingtarief voor de ongehuwden wordt voorgesteld, stelt de regering ziöh op het standpunt, dat de aan ongehuwden opgelegde fiskale lasten onevenredig zwaar zijn, vergeleken met die van de gehuwden. Zij is van oordeel, dat een verlaging van het belastingtarief voor de ongehuwden dan ook niet langer mag worden uitgesteld.

De onzekerheid, waarin de toekomst van de televisie in ons land verkeerde, is met het bekend worden van de ontwerp^begroting van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen enigermate weggenomen. Na 1 januari a.s. krijgen de omroepverenigingen 18 uren zendtijd per week. De regering streeft er naar de zendtijd geleidelijk te verhogen tot 30 viren per week per 1 januari 1963. Een wetsvoorstel zal voorts worden ingediend om het kijkgeld van ƒ 30.— per jaar te verhogen tot ƒ 40.—. Wordt het voorstel van wet aangenomen, dan zal het kijkgeld voorshands op ƒ 36.— per jaar worden bepaald.

De verhoging van het kijkgeld acht de regering noodzakelijk om de kosten op te vangen van vermeerdering van zendtijd, noodzakelijke nieuwe studiobouw en bijbehorende technische apparatuur. Het kijkgeld was in ons land laag in vergelijking met de kijkgelden, die in het buitenland betaald worden.

In de begroting voor 1960 is rekening gehouden met een verhoogd Ibedrag, dat voor de televisie ter beschikking wordt gesteld, te weten ƒ 15.000.000.-, terwijl dit bedrag voor 1959 ƒ 9.995.000.-bedroeg.

Voorts is de regering van oordeel, dat een groter tekort dan het thans geraamde niet toelaatbaar is, zodat behalve de aangekondigde fiskale voorzieningen in 1960 geen verdere belastingfaciliteiten te wachten zijn, terwijl zij denkt in 1960 met een beroep van het 'bedrag van ƒ 625 müjoen op de kapitaalmarkt te kunnen volstaan. De minister van Financiën verwacht dat met dit bedrag zal kunnen worden volstaan voof de dekking van het financieringstekort, waarvoor in 1960 dekking zal moeten worden gevonden. Al met al Hjkt het de minister noodzakelijk, dat het rijk op de kapitaalmarkt een grote terughoudendheid zal betrachten. Hij is van oordeel, dat met de begroting van 1960 een noodzakelijke bijdrage wordt geleverd tot het voorkomen van spanning op de kapitaalmarkt.

Hoewel de uitvoer zich naar de verwachting van de regering in het komende jaar gunstig zal ontwikkelen, zal 'het overschot op de lopende rekening van de betalingsbalans als gevolg van de stijgende importen door de toeneming van konsumptie en investeringen waarschijnlijk een belangrijke daling vertonen.

De gevolgen van de vrijere loonpolitiek nog buiten beschouwing gelaten, is volgens de regering te verwachten, dat de konsumptie in de partikuliere sektor met ongeveer ƒ 114 miljard, dat is drie procent, zal stijgen. ledere verdere stijging van de gemiddelde loonvoet uit hoofde van de vrijere loonpolitiek met één procent zou het volume van de konsumptie globaal genomen met 0, 5 procent extra doen toenemen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 oktober 1959

De Banier | 8 Pagina's

De miljoenennota

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 oktober 1959

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken