Bekijk het origineel

Brief uit Zeeland

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Brief uit Zeeland

4 minuten leestijd

CDIL.

De gemoedelijkheid, de eenvoud van het leven op het platteland gaat hoe langer hoe minder worden. Er is mechanisatie, ook in de landbouw. Er is motorisch verkeer, ook op het platteland. Er is streven naar de zogenaamde kulturele dingen, naar sport en spel, naar toneel en fikn. Nu was het wel een gedachte van de stedeling, dat het leven van een landman zo rustig heengleed, maar zo rustig was het ook voorheen niet. Er werden wel zeer lange werkdagen gemaakt, en het was ook wel haasten of aanpakken, vooral in oogsttijd en ook als het hooi moest worden binnengehaald. Maar al te weinig wordt er aan gedacht welk een inspanning het kostte en nog wel kost om, de produkten te winnen, welke anderen tot voedsel kunnen dienen. Er wordt wat brood gegeten, dat met het zweet van anderen is besproeid. Voor dag en dauw, door koude en 'hitte, bij regen en droogte, er moest worden gewerkt. Het houden van vee eist veel zorg. Steeds door moet die zorg worden besteed. Vrije dagen zijn er niet. Zondag en in de week, steeds moet die zorg doorgaan. En hoe menigmaal moet ook de nachtnist worden opgeofferd. Een koe, die een kalf moet voortbrengen, kan niet alleen worden gelaten. Och, het wordt door hen die het werk niet kennen, wel eens wat gemoedelijk opgenomen; er wordt wel eens gedacht: het gaat wel vanzelf. Het graan groeit vanzelf, het vee groeit vanzelf, een koe geeft vanzelf melk, en ga zo maar door. Maar vergeten wordt, zo de moeite en de zorg, die alles eist, en dan ook wel dat de verdiensten niet zo hoog zijn en dat veel ontzegd moet vrorden wat een ander bereiken kan. Het valt wel eens op, dat er, algemeen genomen, niet veel achting is voor de werkers op het platteland. „Het zijn - maar boertjes!" Och, er kan, niet verwacht worden, dat zij zich in de massa zo gemakkelijk bewegen. Ze hebben wel eens moeite als ze in onbekende plaatsen komen. Maar als nu gemeend wordt dat de ontwikkeling van een plattelander lager is dan die van een persoon uit esn stad, dan geeft dat tocJi wel blijk van een misverstand. Er is onderscheid, maar is dat er ook niet in de stad? Zijn daar allen goed ontwikkeld? Kennen zij onderscheid tussen haver en tarwe? Ze zullen zeggen: dat gaat ons niet aan. Maar is het dan ook niet te begrijpen, dat een persoon van het platteland niet alles weet; en dat er ook wel zAen zijn, die hem niet aangaan?

Meestal zal een persoon van het platteland meer algemene ontwikkeling hebben dan esn persoon uit de stad, om de eenvoudige reden dat een persoon van het platteland met veel meer zaken te maken heeft. Of is kennis van sport en spel, van bioscoop en dans, algemene ontwikkeling? Ook mag niet worden vergeten dat een persoon op het platteland in vele gevallen niet dadelijk hulp kan halen en dus wel aangewezen is om zelf te trachten de voorkomende euvelen te vei-helpen. Ook wordt wel veel gedaan aan het onderwijs, zowel aan gewoon als vakcnderwijs. Het vakonderwijs is wel een punt, dat onze aandacht vraagt. Om des beginsels wil. Het is niet genoeg, dat onze kinderen op de lagere school het cnder.vijs ontvangen naar Gods Woord, maar vooral in de latere jaren kan zoveel worden vernietigd, wat op de lagere school is gezaaid. Gods werk kan wel niet vernietigd worden, maar er kan wel mensenwerk worden vernietigd. Er kan wel, en dat juist in de tijd waarin het leven zich ontwikkelt, veel voorgöhouden worden wat leidt tot een verloochening van God en Zijn Woord. Er kan door de evolutieleer veel worden afgetrokken.

De S.G.P. stelt zich op het standpunt, dat alle onderwijs volgens Gods Woord moet zijn. Het is de taak van de overheid om daarop toe te zien. Wat zijn we dan ver weg! Er wordt zo menigmaal gedacht dat we er zijn als er maar vrij chiistelijk onderwijs kan worden gegeven, en als de overheid dat nog bekostigd ook, maar ook al mogen en moeten wij daarvan gebruik maken, het is hulpmiddel, en het doel moet zijn; alle onderwijs volgens Gods Woord. Door allerhande dingen dreigt ook het platteland afgetrokken te worden. De mens en zijn kunnen, alles. Door kunstmest, door besproeien tegen ziekten, door voorbehoedsmiddelen zal alles geleid worden. Vergeten wordt, dat het God is. Die wasdom geeft. Och, mocht er maar meer afhankelijk leven gevonden worden. Mocht er oog voor zijn, dat Gods trouw ons nog doet zijn die we zijn. Mocht God de lof en de eer ontvangen.

Uw Zeeuwse Briefschrijver

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 oktober 1959

De Banier | 8 Pagina's

Brief uit Zeeland

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 oktober 1959

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken