Bekijk het origineel

Voor Oud en Jong

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Voor Oud en Jong

9 minuten leestijd

CXCI.

Groen teleurgesteld door sluitingsrede en Troonrede. Adres van antwoord op Troonrede. Driedaags debat. Rede van Groen: gemengde school heilloos.

De vorige maal werd de aandacht gevestigd op de zinsnede uit de sluitingsrede van de minister van Binnenlan-dse Zaken uit het ministerie-Van der Brugghen met betrekking tot het onderwijs. Daarin werd te kennen gegeven, dat het voornemen bestond met een ontwerp-onderwijswet te komen, zonder af te wijken van het beginsel der gemengde school, waaraan sedert 1806 de natie gehecht was.

Deze laatste zinsnede was voor Mr. Groen van Prüisterer een grote en zelfs pijnlijke teleurstelling. En dat niet alleen omdat er uit bleek, dat de regering aan de gemengde school wüde vasthouden, maar ook nog om iets anders. Het was toch zo gesteld, dat de minister-president Van der Brugghen enkele dagen voordat de Kamer gesloten werd, aan Groen een koncept had toegezonden van de sluitingsrede, die bij gelegenheid van de ïluiting namens de regering zou worden uitgesproken. Groen had van «dit koncept keifnis genomen, maar hij had het onheduidend gevonden, omdat er niet in stond wat er naar Groens oordeel in had moeten staan. De zo even vermelde zinsnede stond echter in het koncept niet. Die is er bHjkbaar later bijgevoegd, zodat in de sluitingsrede, zoals ze uitgesproken werd, het tegendeel werd aangekondigd van wat Groen steeds had voorgestaan.

Blesk uit deze sluitingsrede reeds in welke richting het ministerie de oplossing van de schooDcwestie nastreefde, ook in de Troonrede, welke in september 1856 door de koning werd uitgesproken, werd ten aanzien van het onderwijs een zelfde geluid vernomen. De betreffende passage luidde namelijk als volgt: i, De zorg voor de onschendbaarheid van si Wat tot het gebied des gewetens behoort, heeft mij bewogen alsnog naar middelen om te zien, teneinde de bezwaren van zeer velen tegen de ontworpen regeling van het vofksonderwijs zoveel mogelijk op te heffen. Ik wenste met uw hulp aan Nederland schoolinnichtingen te verzekeren, in welke het godsdienstig karakter der natie, sinds eeuwen door het christendom gevormd en ontwikkeld, wordt geëerbiedigd en tevens de eis der wetenschap en het beginsel der volkseenheid worden gehuldigd".

Deze passage uit de Troonrede wees dus ook al zeer duidelijk op het voornemen om de gemengde school te han'dhaven. zó, dat ndemands geweten gekwetst mocht worden, wat er dus op neerkwam, dat het een godsdienstloze school, een school zonder Gods Woord en zonder erkenning van Christus als de Zoon van God, zou moeten worden.

Het is te begrijpen, dat GrOen de eerstvolgende gelegenheid aangreep om zijn mening over de plannen der regeriag inzake het onderwijs kenbaar te maken. Die gelegenheid deed zich al heel gauw voor. Het was in die tijd namelijk de gewoonte, dat de Kamer de Troonrede met een adres aan de koning, beantwoordde. Dit geschiedde dus nu ook. Dit adres werd door ene kommissie opgesteld, waarna de Kamer er over diskussiëren kon. De toon van dit adres, zoals idit door de kommissie was opgesteld, was allesbehalve vriendelijk tegenover de koning, wat zijn oorzaak daarin vond, dat vele Kamerleden er nog steeds over ontstemd waren, dat de koning een afwijzende houding had aangenomen tegenover het onderwijs-ontwerp van de vorige konservatieve regering, wat tot gevolg had gehad, dat dit ministerie afgetreden was.

Er waren echter ook verscheidene Kamerleden, die de toon van het adres, waarvan de paragraaf betreffende het onderwijs wel het scherpst was, afkeurden en het onvoegzaam vonden om zich op die wijze tegenover de koning uit te laten. Zodoende had er een tamelijk langdurig debat over dit adres plaats; er werden drie dagen door in beslag genomen. En daar Groen in augustus, alzo nog vóór de opening der Kamer, voor het distrikt Leiden gekozen was en dus weer deel van de Kamer uitmaakte toen het adres in openbare behandeling kwam, kon ook hij aan het debat deelnemen. Hij deed dit in een wel doorwroch­ te rede, waarin hij aan de hand van een drietal stellingen de paragraaf uit het adres inzake het onderwijs bestreed, waarbij hij zich bepaalde tot de hoofdgedachte, namelijk de gemengde school voor Israëliet en christen. De eerste stelling hield in, dat de zo even genoemde hoofdgedachte, heilloos was; de tweede stelling betrof de koning, die volgens Groen lof en dank verdiende, om'dat hij zich tegen de verwezeidii'king van die hoofdgedachte verzette, terwijl de derde stelling inhield, dat de koning op de ondersteuning van het volk rekende.

Groen werkte deze stellingen in het vervolg verder uit. Het zou te uitgebreid worden om alles weer te geven wat hij daarbij naar voren bracht, .daarom moeten wij ons bij enkele gedeelten bepalen. Inzake zijn stelling, dat de genoemde hoofdgedachte heilloos was, geeft hij een zestal antwoorden op de vraag waarom dit zo was, namelijk omdat zij: a. uit de volksopvoeding het christelijk beginsel verbande; b. de godsdienstloze school vestigde; c. tegen de grondwet streed; d. de toepassing was der vrijzinnige theorie; e. ten nadele der protestanten de grondwettige gelijkstelling verbrak; f. in de toepassing veel verder ging dan het vorig kabinet.

Wat punt b. betreft merkte Groen onder meer op, dat hij in 1851 had gezegd, niet dat men toen godsdienstloze scholen had, maar dat men in de richting ging, die daartoe leidde. Hierna stelde Groen de vraag: „Hoe is het nu? ", om hierop te laten volgen: „De Bijbel — het spreekt vanzelf — is verboden waar; doch men laat ons het gebed; ei lieve, welk gebed voor allen bruikbaar? Men laat ons ook de gewijde geschiedenis, mits ze ontwijd, en de geschiedenis van het land, mits ze zond^ kleur en gemr zij. Zo voldoen wij inderdaad, zowel aan de wenk van een rooms-katholiek geestelijke (Groen bedoelde pater Broere): , , in gemengde scholen moest men alle behandeling van godsdienstige onderwerpen verbieden"; als aan die van een minister van Binnenlandse Zaken (bedoeld werid Thorbecke): „er is hier geen sprake van opvoeding, miaar van onderwijs", ofschoon grotendeels ook het onderwijs wegvalt, omdat bijkans elk onderwerp door de spanning der gezindheden ontvlambare stof, godsdienstig onderwerp wordt".

In het vierde onder e. genoemde pimt gaat Groen de rooms-katholieken te lijf. Hij vraagt hen, waarom ze nu eens voorstanders zijn van de gemengde school, die zij eerst veroordeeld hadden, terwijl ook in landen als Frankrijk en België de rooms-katholieken, o.a. de bisschop van Luik zich verklaard hadden voor het stelsel, dat hier te lande door Groen werd voorgestaan. Ter verklaring van deze tweeslachtige houding der roomskatholieken wees Groen op een uitlating van een buitenlands blad, welke hierop neerkwam, dat het liberalisme in Nederland, gewijzigd door het volkskarakter, nog al zoetheid had en aan sloping der protestantse instellingen dienstbaar kon worden gemaakt. Groen liet hierop nog deze zin volgen: „Evenmin vergeet men wat uit België gemeld werd, dat in Nederland, met elke schrede der vrijzinnigheid, ook het rooms-katiiolicisme veld wint", voorstaat, er eens zijn schouders onder ging sjetten voor liet werven van abonnees. De beginselen der S.G.P. gegrond als zij zijn op Gods onfeilbaar Woord, zijn 'het toch waard, zelfs overwaard, dat men ter verspreiding daarvan, ook door het werven van abonnees, zioh daarvoor wat moeite getroost.

Men beginne nu maar esns met zo spoedig mogelijk adressen op te geven aan de drukkerij „De Banier" te Utrecht, postbus 2019; adressen, waarheen deze bij leven en welzijn proefnummers geheel kosteloos enige tijd zal zenden.

De ervaring heeft geleerd, dat er met ihet zenden van proefnummers resultaten, soms zelfs mooie resultaten bereikt zijn, dewijl daardoor nieuwe abonnees gewonnen zijn. Het geldt ook in deze: Onbekend maakt onbemind.

De voorstanders van de S.G.P. kunnen er ten volle van overtuigd zijn, dat zij met het aanbrengen van nieuwe abonnees voor , , De Banier", benevens de verspreiding van de beginselen, ook de finMiciën der S.G.P. dienen.

De S.G.P. is niet een partij, zoals er in ons land ook zijn, welke over grote geldmiddelen de beschikking hebben; zelfs zó ruim in de geldmiddelen zitten, dat zij een miljoen gulden voor propaganda bij de verkiezingen kunnen uitgeven, zonder dat zij daardoor failliet gaan. Zo iets kan de S.G.P. zich bij lange en lange na niet veroorloven. Zij moet altijd, wanneer bij verkiezingen — wat hard nodig is — ons volk omtrent haar streven en beginselen gaat voorlichten, dit met bescheidan geldmiddelen doen. Ook heeft zij geld van node, wO zij haar lektuur tegen uiterst goedkope prijzen onder ons volk verspreiden, gelijk zij dat nu al zo vele jaren gedaan heeft en ook weder zal doen, waar het hoofdbestuur tegen een spotgoedkope prijs de rede en repUekrede, welke Ds. Zandt bij de behandeling van de algemene politieke beschouwingen dit jaar in de Tweede Kamer gehouden heeft, verkrijgbaar zal stellen.

De besturen, leden en vrienden van de S.G.P. mogen deze oproep van het hoofdbestuur nu eens niet voor kennisgeving aannemen — wat zij, gelukkig en prijzenswaardig, ook nimmer gedaan hebben — maar er de voUe aandacht aan schenken en tot direkte arbeid overgaan. En dit een ieder in zijn kring en plaats, opdat er straks verblijdende resultaten in „De Banier" over deze arbeid vermeld zullen kunnen worden, gelijk dat ook bij vroegere inspanning en arbeid wd het geval is geweest, waarbij soms goede, zeUs zeer goede resultaten te vermelden zijn geweest. Men late bij het aanvragen van proefnummers vooral niet na om wanneer deze enige tijd kosteloos verzonden zijn, degenen, aan wier adressen zij verzonden zijn, persoonlijk te bezoeksn, wat er stellig toe zal bijdragen om hem als abonnee voor „De Banier" te winnen.

Deze aangelegenheid achten wij van zodanige betekenis voor het welvaren van de S.G.P., dat wij voornemens zijn het niet bij dit ene artikel te laten, maar er nog meer artikelen aan te wijden. Men moet toch het ijzer smeden als het heet is, sn dat is thans betreffende het verkrijgen van nieuwe abonnees het geval. De tijd is daar nu zeer geschikt voor met zijn langer en steeds langer wordende avonden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 oktober 1959

De Banier | 8 Pagina's

Voor Oud en Jong

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 oktober 1959

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken