Bekijk het origineel

Wijziging van de grondbelasting en de personele belasting

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Wijziging van de grondbelasting en de personele belasting

10 minuten leestijd

TWEEDE KAMER

Rede van Ir. van Dis

Met het wetsontwerp tot wijamgiiig van de Huurwet fcwam nag een tweetal wötscwitwerpen bij die Tweede Kamer in behandeling. Aanvankelijk had de voorzitter voorgesteld om de algemene besohouwiingen over het wetsontwerp faziake de wijzagin> g der Huurwet en dit tweetal wetsontwerpen, welke respeiktievelijk op wijziging dar grondbelasöng en op wijziginig der personele belasting betrekking hadden, te doen samenvallen.

Later kwam hoarin echter verandering, iniada.t ook het wetsontwerp inzaike de dnifcrekking van het grootboek voor wotuingverbetecrüng voor 'behaodaling gereed was en het beter igeoordeeld werd, dat wetsontwerp tegelijk m, et dat inzake de Huurwet 'te behamdelen.

De beide wets'ooi'twerpen inzake de grond-en personele belaisting werden toen afzonderlijk, dus nadat de andere igenoemde wetsoaitwerpen geheel afgehandeld en aaogenomen waren, m behanudeling genomen. De ragerimg beschouwde de wijziging der Huurwet en de belastinigomtwerpen echter als één geheel. Zij verlangde dus, dat de Kam; eir na de aaavaardirag van de •wijeagirag der Huurwet ook de voorgestelde belastimgverhaging zou aanvaairden.

Dit stuitte echter van de zijde der Kamer nogal op verzet. Ditm'aal niet van. de zijde van de Partij van de Arbeid, de ikommumisten en pacifisten, daar deze juisit voor bekustimgverhoigiinig zijn, maar van de kanit ider regeringspartijen, die van oordeel waren, dat de regerintg eerst met haar min of meer toegezeigde voorsiteHen toit veaihoginig der belastti-(gen moet komen, opdat 'de Kamier aan de 'hand daarvan beoordelen kan of de verhoging der grondbeilasbing verantwoord os.

De 'beide wetsontwerpen werden verdedigd door de staatssekretaiiis voor de Financiën. Minister Zijbtra zelf wtas njet aanwezig. Blijkbaar was hij ini de verondei-stelling, dat de sitaatssekrebaitis het wel alleen af kon en voor geen moeilij'kheden zou komen te staan. Dit bleek echter een geheel lonjuiste veronderstelling te zijn, want het gelukte de staatssekretaris niet om de Kamer voor bet standpunt ider regerinig in te winnen. Wel deed hij nog een poging om de Kamieir tegemoet te 'komen. Hij maakte namelijk gebruik van een methode, waardoor voorheen 'bij 'andere belastingverhogingen de Kamier tot een volgzame houding was gebracht. De Staatssekretaris verklaarde toch^ dat de regering bereid was om de voorgestelde verhoging der groedbelasting een tijdelijk karakter te geven, zjod'at zij na een jaar wederom bekeken zou 'kunnen worden. Deze vlieger 'ging eobtar thans niet op. De socialisten verklaarden zich tegen een tijdelijke verhoging, terwijl de amdere Kamerleden, die bij deze wetsontwerpen het woord hadden gevoerd, er niet mede gewonnen werden. In plaats hiervan kwam.' de heer Lukas (K.V.P.) zelfs m-et een ander voorstel, dat uitstel van behandeling tot het najaar inhield.

Inmiddels was minister Zijlstra, klaarblijkelijk telefonisch van de stand van zaken op de hoogte gesteld, dn de Kamer verschenen. Hij verkl'aarde, dat het tijdstip van de huurverhoging het psychologis'ch juiste ogenblik was om tot verhoging van de gronid'bela9ting over te igaan en legde «r voorts noig eens de nadruk op, idat de onderhavige wetsontwerpen een onderdeel van het huur-'beleid van het kabinet uitmaakten.

De m'eeidei-heid der Kamer Met zach echter ook door dte verklaringen van de mims'ber niet overred'en. En daar die heer Lukas met een motie tot uitstel der behanideMng dreigde, achifcte de minister het blijkbaar geraden om schorsing der beraadslaginig aan te vragen. Daar het verzoek der regering de voorrang had boven 'de aanigekon'digde motie^Lukas, bleef deze motie achter-•wege en werd tot schorsing der beraadslaging over de belastingontwerpen overgegaan.

Namens de S.G.P.-fraktie werd over de beide hierboven genoemde wetsontwerpen het woord igevoerd 'door Ir. van Dis, 'die als volgt sprak:

Mijinheer de Voorzitter!

Kon bij de behandeling van het wetsaatv.'eirp tot wijziging der Huurwet onaerzijds wordten - gewaagd van een lichte zijde aan idit wetsontwerp wagens 'het ontbreken van de huurblokkering, de ithans in 'behandeling zijnde wetsontwerpen werpen hierover weer een

donkere

sdiaiduw. Reeds bij de ibehandeling in juli 1959 van de nota inzake het socïaalekonomisch beleid in de naaste toekonast hebben wij verktoaTd tegen deze beide belastingverhoging zeer ernstige bezwaren te hebben. Die bezwaren zijn sedertdien bij ons onverzwakt bhjfven bestaan. Ook na de ikenmisnaming van de memorie van antwoord is ons standpunt te dezen niet veranderd. In 't bijzonder geldt dit wel ten aanzien van de voorgestelde verhoging der

grondbelasting.

Deze belasting, waairop in de bezettingstijd ondanks daartegen ingebrachte bezwaren een geheel willekeurige veahio-•ging was toegepast, werd in 1955 bij bet aamhamgige wetsvoorstel inzake huurverhoigirag verlaagd. Een onder Duits bewind genomen maatregel werd bierdoor terecht ongedaan gemaakt. In plaats nu van deze maatregal voongoed ongedaan te laten, komt de regering er na een tijdsverloop van vier jaar weer op terug en stelt zij voor de igrondbelasting weer te verhoigen. Hat os t© begrijpen^ dat 'dit voorstel der nageiing bij de hierbij betrokkenen een

slecht onthaal

gevonden heeft, daar het gevolg er van zial zijn, dat 'de lasten voor hen er door verzwaard worden. Volgens het bij de Kamer ingekomen adres van de Nederlandse Bond van Huis-en Grondeigenaren dd. 26 augustus 1959, zal de voorgestelde verhoiging op de exploitatiare-'keninig een 'gemi'ddeld nadelig effekt hebben van - ruim 3 pet., zo'dat de voorgestelde huurverhoging voor de 'betrokkenen niet 20 pet., maar minder dan 17 pot, 'zal bedragen, nog afgedacht van de invloed, welke de loankompensaftie zal hebben op ide te verwachten

stijging

der onderhoudskosten, die vooral voor de oudere woningen niet 'gerimg zijn.

Daarbij komt dan nog, dat de verhoging der grondbelasting ook zal gelden voor de igrote groep van woningen, waarvan de huren ƒ 9.— tot ƒ 5.— doen, afhankehjk van de gemeenteküasse. De eigenaren dezer woningen krijigen ów voor dieze woningen geen verhoging, maar moeten er toch hogere grondbelasting voor 'gaan opbrengen.

In de memorie van antwoord is gebracht deze maatregel te verdedigpn door op te merken, d'at het niveau van de nettoopbrengst dezer woningen door de

vroegere

huurverhogingen verhoudingsgewijs te hoog is geworden, •waaruit volgens de regering bhj'kt, dat de vroeger genoten verla, ging van grondbelasting van deze woningen niet ooodzakeHj'k is geweest en voorts, dat het verhogen van de opcenten op de - grondbelastimg voor deze woningen wellicht reeds eerder 'gerechtvaardigd zou zijn 'geweest. Op grond hiervan verklaart de regering, dat er naar het oordeel van onbil'lijkhieid ten aanzien 'van de - bezitters dezer woningen, voor zover deze buiten de huuirverhoginig val'len, geen sprake is. Wij 'kunnen 'het standpunt der regering in dezen niet delen, om'dat het voor ons nog helemaal

niet zo zeker

is, dat voor aM'e hier in het geding 2djnde woningen het niveau van de nettoopbrengst door 'de vroegere huurverhogingen te hoog is geworden. Betrof het toch woningen, die in een slechte toestand verkeeiden, 'dan 'konden de huurders zich vo'lgens de wet tot de 'huur-'komimissies wenden met het 'gevolg, dat, wanneer hun 'klachten gerechtvaardiigd bleken, zij van huurverhoging vrijige^ stel'd werden. De eigenaars hebben dus in dengehj'ke gevallen in vroegere 'huurverhogirDgen niöt gedeeld. Desniettegenstaande zuiHen zij volgens het onderhavige wetsontwerp - voor dezie woningen, die ni'et in huur verhooigd' werden en ook nu van de huurverhoging zijn uitgezonderd, toch

hogere grondbelasting

moeten gaan bataten. Wij kuiranien dit allerminst een 'biïïij'ke regeling vindten, te meer ni'et, ails 'bedacht wondt, dat de huurders dezer woningen, zoals bij de 'behandeling van het wetspn-twerp tot wijcaiging 'der Hiuurwet wend opigemerkt, wel zwllen delen in de huurkompensatie.

Ook het amgument, 'dat door 'de legering te dezer zake ^ve^d aangevoerd bij de behandeling van de nota inzake het sooiaal-iekanomisch beleid in juli 1959, namelijk 'dat in 1955 oo'k 'voor alle woninigen, 'of zij nu in huur verhoogd waren of niet, de

verlaging

van opcenten op de 'grondbelasting werd toegepast, zodat mu ook het terugnemen van die verlaging •voor all'e woningen beh'oort te gelden, kan ons niet miet het voorstel dar negering doen verzoenen, ook al omdat te duchten is, dat veiihogimg 'der grondbelasiting een huuirverhogende werking over de gehele linie, ook bij de nieuw^boiuw, ten gevo'lge zal hebben, wat toch Kjnrecht inigaat tegen het 'door de regering aangekondigde voornemen er naar te sitireven, dat de huurprij'^n zo 'laag mogelijk zijn. Ook miet het oog op de

land- en tuinbouw

achtten wij de voorgestelde vedboging der 'grondbelasting onbiHijlk. Niet alleen omdat er bij de bedrijfsgebou'wen en de glasopstanden in de land-en tainibouw van huurverhagimg geen spmake is, maar vooral ook •omdat verhoging der .gnw 'belasting een verzwaring betekent VB, de eigenaarslasben, wat een nadeKa^ 'S«a. vloed' zal hebben op de instandhoudjw m'odem'iseiing en vervanging der jïl drijfs'gebou'wen. Veeleer zouden wij „ voorstanders van zijn de ; grondbelastBo. die een volkomen

verouderde belasting

is, af te schaffen. I> aar dit echter tham aeker ni'et van de regeaing te verwad). ten is, zullen wij hierop niet verdiei«. igaan. Wel echter zouden - wij nocr \f^ len opmerken, dat het ons toch ^^^ zeer vreem'd voorkomt, dat de ragen™ de opbrengst van de verboging < ]jt igrondbeiasting - ten 'bate van de rij'kska w£ 'laten komen, terwijl in 1955 de opoenten op deze 'belasting aan de

gemeenten

ontnomen werden. Men zou dus bebbei m'Oigen verwachten, dat, waar de re» ring thans 'de grondbelastimg wil verhogen, zij 'deze verhoigiag ook weer aa de gemieenteni zou ten igoede laten komen. Door - dit ni'et te doen, heeft dl regering ©en igelegenheid 'laten voorbijigaan' om het 'belastinggebied der gemeenten, dat in de loop der jaien reaè z» sterk ingekrompen werd, voor eet klein deel te herstelen. Het

bezwaar,

dat van ide zijde der gemeenten hiertegen is ingebracht, kunnen '\'i'ij daa ook ten voMie verstaan, ai wü' dit niet z; eggen, dat wij bij 'het vervallen vm dit bezwaar, ons met de verhoigin'g grondbelasting zouden kunnen verenigen. Dit is allerminst 'het igeval. Wij zijn toch van oordeel, dat de belastingdni niet verzwaard, maar verlicht belioort te worden.

Bij de algemene financiële 'besohoTOvïagen over de rijksibegroting en de daarbij 'behandelde voonsteillen tot het vetlengen van enige

tijdelijke belastingverhogingen

hebben wij kort 'geleden ons stanidpunt te dien aamzien - duidedijk kenbaar gemiaakt. Door de m-inister vain Financiën is toen wel een toezegging 'gedaan ffl de riohtinig vaia verkiginig der zwaardrukkende .belastingen, maar die toezegging was in zulk een •vorm gekleed, dat het nog niet helemaal zeker is, dat er ia werkehjkheid van een iverkging van de inkomsten-en loonbaliasting, laat staan van ©en

ingrijpende verlaging,

zoals onaierzijds wx> rdt voorgestaan, iets zal 'komen. Nu heeft de regering me* het oo'g op deze kwestie in de m'enwwie van antwoord opgemerkt, dat "de voorgestelde verhoiging dar igrondb©la'*ing en die dar personele belasting ds mogelijkhed'd om tot een everuwichtige veflagimg van lasten te geraken niet verkleinen, maar juist vergroten, omdat door dezie maatregelen voorkomei wordt, dat de

ruimte

voor een verHchting van lasten word" iveaM'eind, maar deze redenering kan oos niet ivan standpunt doen varan-diereo. Wij achten het namelijik niet juist oiffl ©erst "op ©en paar - belastinigen, waarvan ivooral 'de igrondbelasting O'p een böpaaide kategoiie 'der balastinig druK inog weer eens een zwaairdere druk t* leggen om ide miQgeHjkheid van een a*' gemene vedichtinig van lasten te verigroten, terwijl bovendien, zoals reeds opgemiaiikt, nog afigewadht moet worden of deae verlichting tot stand zial kome" om zo in of zij imdiardiaadi vam een in-: i]i(ie aard zai zijn.

Nadat de staatssekretaris d© sprekörs Lgantwoord had, werd er gerepMoeerd tf van Dis sprak hierbij aJs volgt:

Mijnheer de Vooiiziitter!

Ten einde te voldoen aan uw ver2X> eik (01 het bij deze reipliekeni loort te maun 2ial ik mij beperken tot het maiken van'een tweetal opmerkingen.

Ten eerste wenis ik te verklaren, dat de ^aatssekretaris ons er niet van heeft Inmnen ovei*uigen, dat de door ons te-»en de verhaginig der groodbeliasting iairebraohte bezwaren niet deugdehjk gouden 'zijn.

In < Je t\veede plaats zouden wij willen opmerken, dat de door de staatssekretafij gedane suggestie, namelijk om de voorgestelde verhoging ider 'grondbeikis-*inig voor een jaar te laten geddert, ons al evenmin er toe kan brengen, met dit weitsontwerp akkoord te gaan. De ervaming van de laatste jaren heeft toch genoegzaam geleerd, dat tijdehjfce belastónigveihoginigen gewoonlijk ndiet tot eeni jaar beperkt blijven, nïaar telkens weer verlenigiinig daarvoor woidt aangevraagd. Wij geven ©r dan ook de voorkeur aan, dait de besiMssinig over de verhoging van deze belasting wordt uitgestald, toitdat de regerinig in staat is, de Kamer voorsteHen inzake belastingverlaging voor te leggen, waarbij dan ook de vraag over bet al of niet liandhaven van de grond-en de personele belasting onder de oigen kan worden gezien. Mocht er dus een motie komen, waarin •viwrdt voorgesteld de verdere behandeling van ddt wetsontwerp tot een latere datum uit te stelten, dan zullen wij daaraan onze stem geven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 maart 1960

De Banier | 8 Pagina's

Wijziging van de grondbelasting en de personele belasting

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 maart 1960

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken