Bekijk het origineel

Geen god en geen meester dan het eigen ik

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Geen god en geen meester dan het eigen ik

6 minuten leestijd

Dit wil een iegelijk mens. Hij begeert in heel zijn leven heer en meester te zijn. Dit komt reeds in de jonge kinderen tot uiting. Hoe klein en jong zij ook zijn, nochtans willen zij hun eigen zin en wil doordrijven.

Het is feitelijk zo gesteld, dat klein en groot onder de mensen geen god en geen meester willen dan het eigen ik. Hoe allerbedroevendst en afkeurenswaardig het ook moge zijn, nochtans behoeft men er zich niet over te verbazen, want door de val heerst de revolutie in ieders hart. Door deze geest bezield, werpt hij alle verplichtingen jegens God en zijn medemensen van zich af, huldigt hij de uitspraak van Kain: „Bsn ik mijns broeders hoeder? " en roept hij met de bloedzuiger: „Geef, geef!" en wordt hij de inkomsten nooit zat.> Als een grote en volslagen liefhebber van zichzelf eist hij de vrijheid op om zichzelf op het best en voordeligst te kunnen dienen en ongehinderd en onbelemmerd naar de uitspraken van zijn verdorven hart te kunnen leven. Niets wü hij daarbij in de weg gelegd hebben om naar zijn harteulst te kunnen leven.

Het dienen van het naakte eigenbelang, dat vierkant tegen Gods Woord en wet indruist, is zelfs in het maatschappelijke ekonomische leven tot een stelsel verheven. Het is de liberaal Adam Smith geweest, die dit in zijn boekwerk „The Wealth of Nations" gedaan heeft. Hij heeft gesteld, dat de bron van alle welvaart gelegen was in het dienen van het eigenbelang. Dit dienen behoorde de spil te zijn van ieders streven en arbeid. Dit vormde een deugdelijke grondslag voor de algemene welvaart. Door de lust en de akrie om de eigen welvaart steeds te verbeteren, zou volgens Smith de welvaart en het welzijn van heel de maatschappij bevorderd en gegrondvest worden.

Smiths boek werd op het einde van de 18e eeuw uitgegeven. Het maakte een geweldige opgang. Het vond bij de voorstanders van de leer der Franse revolutie een algemene ingang. Het leerde toch de door deze revolutie gehuldigde persoonlijke vrijheid, met konkurrentie van elk tegen elk en van allen tegen allen. Elk had de onbeperkte persoonlijke vrijheid ten eigen nutte te gebruiken om louter zijn eigenbelang te dienen en zijn welvaart en rijkdom te vergroten, waarmede de algemene welvaart gediend en bevorderd zou worden.

Het ekonomische systeem, dat door Smith op scherpzinnige wijze ontwikkeld was en door ekonomen van naam, onder wie Ricardo, overgenomen en verdedigd is geworden, was het, waarnaar heel de ekonomie, zowel in wetenschappelijke als in praktische zin destijds ingericht werd, waarbij het door onderscheidene regeringen door hun wetgeving en maatregelen ingevoerd en ten uitvoer gebracht werd.

Dit geschiedde ten tijde dat er door de ontdekkingen van Watt, Asknigbt ^ Tulton grote veranderingen in het bedrijfsleven hun intrede deden. Het stoom gedreven fabriekswezen trad in en ging zich ontwikkelen. Het was de in. dustrie, welker welvaart en bloei een heel voorname plaats In het leven in ging nemen, waaraan zeer veel ten offer ge. bracht werd. Het is een bekende Engel se staatsman geweest, die, om de iadustrie te bevorderen, zeide: Neem de kinderen om in de fabrieken te werken, Met deze goedkope krachten werden de inkomsten van de fabriekseigenaren hoog opgedreven. Het werd het geld en oog eens het geld en wederom het geld en altijd het geld, dat, zoals door sommigen uitgedrukt is geworden, als het gouden kalf aangebeden werd.

Dit systeem, waarbij er zijn geweest dii Zich op een ongekende wijze hebben kunnen verrijken, heeft bittere ellende gebracht over duizenden, inzonderheid over de arbeiders en hun gezinnen

Dit kon ook niet anders. De vrijheid, waarbij men geen god en geen meester dan het eigen ik erkent, is ten enenmale en in alle opzichten verwerpehjk. En dit in tweeërlei zin. En om het beginsel, niet deugt, èn om de praktische uitwerking er van. Zij moest noodzakelijkerwijs allerlei ellende veroorzaken en kon niet anders dan bittere teleurstelling brengen. Alleen toch de vrijheid, welke ons io Gods Woord voorgehouden en geleerd wordt, en welke overeenkomstig Godj ordinantiën is, kan de mensheid ten zegen zijn. Daarin is God met haar, a indien God met en voor haar is, daa heeft zij alles en zullen haar aUe dingen mede ten goede werken.

Dat is de oorzaak en verklaart het, dat de S.G.P. krachtens haar beginselen in verzet komt tegen het staatsmonopolie, waaraan de socialisten heel het leven, ÏQZonderheid het bedrijfsleven, willen onderworpen hebben, zoals dat ten onzent ook het geval is, waarbij het staatsdwang op staatsdwang is, ook ten aanzien van het bedrijfsleven. Deze dwang verwerpt de S.G.P. met alle beshstheii en zij staat de vrijheid in het bedrijfsleven voor, zoals deze in vroegere eeuwen op onze vaderlandse bodem bestaan heeft.

Nochtans verwachten wij van een streven om deze vrijheid te verkrijgen niet alleen geen gunstige uitslag, maar gevoelen wij ons verplicht om daartegen ernstig te waarschuwen, indien men meent deze door , met zoveel mogelijk mensen in één organisatie te verenigen, louter door menselijke inspanningen e' krachten te zullen bekomen. Dit gaat geheel buiten God om en druist lijnrecM tegen Zijn geopenbaarde Woord, de Bijbel, in, waarom er ook geen heil van verwacht kan worden.

Het is toch Gods Woord, dat ons gebiedt niet op des mensen kind te betrouwen, bij hetwelk geen heü is, ^ verbiedt op de vleselijke arm zijn vei- Iwuwen te stellen. Het streven naar viij-Aerf ^^^ ^"^ ™^2 "^'^ "•? ™™ssn en jjjnseÜjke krachten rusten, en ook niet K) een organisatie, welke men liefst zo sroot mogelijk wil hebben, omdat men partij het grote gevaar loopt dat daar-\a Diet weinigen zullen zijn, die het be­ 0^^ huldigen van geen god en geen aeester dan het eigen ik.

De vrijheid behoort op een deugdelijke jrondslag gebouwd te zijn en te rusten. jj wel op die van Gods waarheid. Dan „js kan zij een ieder ten zegen zijn en jjl zij tot algemeen welzijn strekken en niet louter dienen ten eigen baat en jigeabelang,

[j deze geeft de munt, welke eenmaal é het oude gemenebest onzer vaderen gbaar was, ons een leerzaam voorbeeld.

Jet „hac nitimur", dat is het vóór alle igen onvoorwaardelijk steunen op de iclit van God en Zijn heilig Woord, om lerst daarop steunend, met het „hanc jimur", dat is, hierdoor worden wij beihermd, dat op die munt geslagen was, [rukte zinrijk en kort uit van Wie onze aderen de vrijheid verwachttsn en bij H'ie zij deze zochten en door Wie zij de rijheid beschermd en veilig gesteld wisten

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 april 1960

De Banier | 8 Pagina's

Geen god en geen meester dan het eigen ik

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 april 1960

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken